Aan het congres van FNV Bondgenoten, 26-28 januari 2000
AANKLACHT
- Tegenwoordig hebben bedrijven en organisaties een missie. Daar staan ze voor en daar kunnen ze op aangesproken worden. Dat laatste moet dan maar eens gebeuren met FNV Bondgenoten. In de missie van de bond staan mooie dingen als "zekerheid", "zeggenschap" en "gelijke kansen". In het geval van ons ontslag bij de Amsterdamse havenpool is deze missie in de prullenbak gegooid.
- En wat minstens zo erg is, de leden krijgen daarover - op kleine berichtjes in FNV Magazine na - niets te horen. Dat steekt ons des te meer, omdat de werkgever die ons ontslagen heeft mede gevormd wordt door bestuurders van FNV Bondgenoten. De bond als werkgever heeft ons dus op straat gezet.
- Dat daaraan heel wat voorafgegaan is, laat zich raden. De bond is niet de eerste de beste, maar dat zijn wij ook niet. Vanaf 1995 hebben wij met onze collega's in de haven een strijd gevoerd voor het behoud van de havenpool en de werkgelegenheid. Op dit moment zetten wij deze strijd voort, zij het vooral met juridische middelen. Wij houden onze rug recht en eisen ons recht op.
- Daar is alle reden voor, want met ons ontslag heeft de bond de jarenlang met trots ingenomen stelling van "geen gedwongen ontslagen" losgelaten. Maar dat is niet alles. Als vakorganisatie sloot de toenmalige Vervoersbond FNV november 1997 een akkoord af dat zij als werkgever aan de laars heeft gelapt. In dat akkoord staat namelijk dat de havenpoolers die na scholing en bemiddeling geen functie binnen of buiten de haven hebben, een baan krijgen in de nieuwe pool: Stichting Personeelsvoorziening Amsterdam Noordzeekanaalgebied Operationeel (SPANO). Dat is dus niet gebeurd.
- Toen dat ontslag vorig jaar een feit was, hebben we geprobeerd de gronden daarvan te achterhalen. We schakelden FNV Ledenservice in, maar die vond en vindt dat we "geen zaak" hebben en liet ons in de kou staan. Sterker nog, deze dienst schakelde de werkgever in om belangen van werknemers te 'behartigen'. Dus namen we een advocaat in de arm. Wat gebeurde er? Elk overleg dat onze advocaat met de werkgever, de bond, probeerde te krijgen, mislukte. Geen tijd of zoiets.
- Daarna stond ons niets anders te doen dan de Kantonrechter te vragen de werkgever onder ede te horen en uitleg te geven over deze idiote gang van zaken. Pikant detail: pas na een kort geding was de werkgever bereid de adressen te verstrekken van de mensen die het stichtingsbestuur vormden, drie daarvan waren bondsbestuurders. Maximale tegenwerking dus.
- Inmiddels zijn er drie dagen van dat getuigenverhoor achter de rug. De vierde, 13 januari 2000, kon geen doorgang vinden, omdat de getuigen niet wensten te verschijnen. De rechter reageerde heel beschaafd en vond dit "hoogst ongepast". Wij vinden het zonder meer onbeschoft en een teken van zwakte en besloten hen te dagvaarden; desnoods gaan we tot gijzeling over. In die drie dagen is veel naar boven gekomen, ondanks "weet ik niet", "kan ik me niet herinneren" en "dat moet ik opzoeken". Kort samengevat: het gevoerde beleid was een janboel. Niemand kon zeggen hoe het selectieproces heeft plaatsgevonden dat tot het collectief ontslag van 128 poolarbeiders leidde.
- Dat zogenaamde niet-weten wordt tragisch als we een brief lezen van de accountant bij de controle van de jaarrekening (30 november 1998): "Ten tijde van onze controle konden aan ons geen vastgestelde en getekende notulen worden overlegd. Wij hebben geen kennis kunnen nemen van de in de bestuursvergaderingen genomen besluiten."
- Wat we wel naar boven hebben weten te krijgen, is schokkend. We zijn getest om onze kansen op de arbeidsmarkt te peilen. Allen bleken we geschikt voor werk in de haven. Niet zo gek na tien, twintig of dertig jaar in de haven gewerkt te hebben. Op die grond konden we dus niet ontslagen worden. De opruiming van personeel was echter al begonnen. Een actie in drie fasen. De eerste afvallers waren de arbeidsongeschikten, omdat ze niet aan de tests konden meedoen. Daarna werd iedereen afgevoerd die zei 'ik zou best een baan buiten de haven willen hebben'; ze spraken deze voorzichtige wens uit zonder te weten dat ze daarmee hun ruiten al hadden ingegooid. De derde groep die het kon schudden, waren degenen die hun testresultaten niet ter beschikking wilden stellen aan de werkgever.
- Op de dan nog resterende groep werd een boosaardige truc toegepast. Criteria bedoeld om de behoefte aan scholing vast te stellen, werden gebruikt als ontslagcriteria. Nergens is vastgelegd, juridisch kan het ook niet, dat dit zou gebeuren. Als klap op de vuurpijl bleek het testbureau, dat volgens het akkoord onafhankelijk moest zijn, een onderdeel te zijn van Arbeidsvoorziening, waarvan twee bestuurders tot onze werkgever behoorden. Dit alles is gebeurd zonder enige vorm van protest van de bond als belangenbehartiger.
- Na veel vragen en halve antwoorden zijn wij ervan overtuigd dat de havenondernemers, die de poolarbeiders inlenen, bepaald hebben wie mocht blijven of kon vertrekken. Dat is in strijd met alle regels en afspraken die daar over bestaan. Maar het wordt een schande, wanneer we horen wat voor soort werknemers die ondernemers op het oog hebben. "Werknemers op wie ook bij tij en ontij een beroep kon worden gedaan." Kortom, werknemers die gewillig en gehoorzaam zijn en hun eigen belangen opzij zetten. Dat blijkt ook uit de criteria waaraan de 'blijvers' moesten voldoen: "opstelling (loyaal naar de onderneming)", "instelling (gestaag willen aanpoten, geen schades veroorzaken, geen geruzie met derden tijdens het werk, het werk verlaten etc.") en "de wil vrijwillig te werken" (hiermee wordt overwerk (!) bedoeld). Moeten we dan verbaasd zijn dat de blijvers nog steeds geen cao hebben? Wij de zak en onze collega's gemangeld. Triest is dat deze criteria opgesteld en toegepast zijn met instemming van de bond.
- De afbraak van de havenpool, het eerdere vertrek van collega's en ons ontslag, is steeds gerechtvaardigd met het argument dat er onvoldoende werk is. Dat dit een vals argument is, blijkt uit het feit dat de nieuwe pool SPANO twee maal door de Arbeidsinspectie terecht is gewezen vanwege de overtreding van de Arbeidstijdenwet. Dat blijkt uit het feit dat er tegen de cao in wordt 'doorgestaan'. Dat blijkt uit het feit dat het barst van de koppelbazen in de Amsterdamse haven. Dat blijkt uit het feit dat regelmatig boten blijven liggen vanwege het gebrek aan personeel.
- Daarom spreken wij deze aanklacht uit. Dat doet ons af en toe een beetje pijn, want het is tenslotte ook onze bond. Dat de bond werkgever is geworden, is misschien te billijken, maar waarom dan niet bijvoorbeeld een democratisch bestuurd bedrijf gestart? Onze kracht is altijd geweest elke werkgever aan te pakken die rücksichtslos onze belangen verkwanselt, dus klagen we nu FNV Bondgenoten aan. Veel is er mis gegaan. Met als dieptepunt dat we nog steeds niet weten waarom juist wij ontslagen zijn.
- Onze zaak gaat allen aan die een hart voor de vakbeweging hebben. Wij doen er alles aan om de waarheid boven tafel te krijgen en haten de doofpot. U roepen we op hetzelfde te doen. U zet lijnen uit voor de toekomst, maak dan eerst schoon schip.
Eis een onderzoek. Eis verantwoording van de bestuurders die namens de bond tot het werkgeverdom zijn toegetreden. Eis dat de onderste steen boven komt.
25 Ontslagen arbeiders van de Arbeidspool.