Naam : Jan Heilig
Woonplaats : Middelie
Leeftijd : 46
Beroep : vakbondsbestuurder

Legt de BELOFTE af

Ik ben destijds benoemd tot bestuurslid van SPAN. De activiteiten van SPAN zijn ge-eindigd per 17 juni 1999. SPAN bevindt zich in staat van afwikkeling. Aan mijn bestuurdersschap van SPAN is nog geen einde gekomen.

Het hoofdlijnen-accoord is een accoord van bonden en werkgevers. Het bestuur van SPAN is een instrument omdat accoord uit te voeren. Het accoord is getekend door de bonden enerzijds en een aantal werkgevers anderzijds. Niet alle werkgevers hebben het accoord op de daartoe bestemde plaats ondertekend. Ik voor mij acht echter wel alle werkgevers aan het accoord gebonden. Ik weet echter dat een aantal werkgevers daar anders over denkt. Over deze kwestie is in juni 1998 een kortgeding gevoerd.

Wij komen te spreken over het stuk OR-info dat als produktie 22 is overgelegd. Het is goed mogelijk dat tijdens de bespreking met de OR op 8 juni 1998 voor het eerst is gesproken over het aantal van 110 personen waarvoor in de operationele pool plaats zou zijn. Ik wil daarbij opmerken dat het feit dat er een operationele pooi zou komen niet nieuw was. In het hoofdlijnen-accoord is daar al in voorzien. Eind mei - begin juni 1998 zijn we in het bestuur gaan praten over het aantal mensen dat we verantwoord in de operationele pool zouden kunnen aannemen.

Ik hoor dat door verzoekers op grond van het gestelde in het hoofdlijnen-accoord onder fase 1 - aan het einde van de eerste fase Arbeids Pool ANZKG - wordt geconcludeerd dat het de ex-werknemers waren die zouden kunnen kiezen of zij al dan niet in de haven zouden kunnen blijven werken. Dat is geen juiste conclusie. Het was bij het sluiten van het hoofdlijnen accoord duidelijk dat als gevolg van de ontwikkelingen in de haven niet voor iedereen meer werk in de haven zou zijn. De bedoeling van de bewuste zinsnede is dat daar tot uitdrukking wordt gebracht dat men zich, gebruik makend van de geboden middelen zoals de scantest, zou orienteren op zijn kansen op de arbeidsmarkt. Dat niet voor iedereen werk in de haven gevonden zou kunnen worden blijkt ook uit het gestelde in de eerste regels op de volgende bladzijde onder het opschrift:"Nadere uitwerking stichting B".

De testen zijn uitgevoerd door Scan. Scan is aan het werk gegaan op basis van het hoofdlijnen-accoord. Scan heeft niet formeel nog een opdracht daartoe gekregen van het bestuur van SPAN. De Scantesten zijn niet in het bestuur besproken. Het bestuur heeft in overleg met de direkteur van SPAN de criteria vastgesteld aan de hand waarvan een keuze zou moeten worden gemaakt uit de lijst van de personen die in beginsel voor werk bij SPANO in aanmerking zouden komen. Met het opstellen van die lijst op zich zelf heeft het bestuur geen bemoeienis gehad. Met de criteria daar en tegen wel, daarover is uitputtend gesproken. Ik heb geen op schrift gestelde lijst met 218 personen gezien. Ik heb niet alleen op gezag van de direkteur aangenomen dat er een groep van 218 personen was die in aanmerking kwamen voor het werk bij SPANO, maar ook op grond van mijn eigen waarneming. Mijn eigen waarneming was deze dat er nog een aantal personen was in de orde van deze grootte + een handje vol mensen dat te kennen had gegeven niet langer in de haven te willen werken. Ik heb mij als bestuurslid niet over de inhoud en omvang van de Scantesten laten informeren. Ik weet niet of een medische keuring onderdeel van die testen was. Een besluit, inhoudende dat wie zijn test niet ter beschikking zou stellen so wie so niet zou meedoen, is door het bestuur van SPAN niet genomen.

Wij komen nu aan het stuk dat als produktie 25 is overgelegd. Dit stuk is mij bekend. Het stuk is afkomstig van het bestuur van SPAN. Ik zie dat in dat stuk is gesteld dat als absolute voorwaarde onder meer gold dat men de werkgever toestemming moest verlenen inzage te verlenen in het testrapport. Als ik dat zo zie denk ik dat dit punt toch in het bestuur zal zijn besproken. Verder kan ik hierover niets verklaren omdat mij hiervan werkelijk niets bijstaat.

In het bestuur is uitgebreid gesproken over het bedrijfsplan van Bosschieter van 29 mei 1998. Dat stuk is overgelegd als produktie 20. Ik kan mij herinneren dat aanvankelijk volgens Bosschieter voor niet meer dan 60 man werk in de operationele Pool zou zijn. Daarover is discussie geweest en tenslotte bleek er voor 110 personen werk te kunnen zijn. Duidelijk was dat er keuzes moesten worden gemaakt. In het bestuur is er over gesproken hoe dat zou moeten gebeuren. Bij de besluitvorming daar omtrent stond voorop: Hoe krijg je een levens-vatbare pool. De vraag was dan aan welke voorwaarden men zou moeten voldoen om voor een baan in de nieuwe pooi in aanmerking te komen. Tussen 29 mei en 11 juni 1998 is het bestuur veel bij elkaar geweest. Op 11 juni heeft het bestuur de criteria vastgesteld aan de hand waarvan de keuze zou moeten worden gemaakt.

Tussen 11 en 17 juni heeft Bosschieter een lijst opgesteld. Ik heb de lijst van Bosschieter getoetst op een evenwichtige verdeling van leeftijdsopbouw en inzetbeperkingen. Naar mijn mening was, afgaande op wat ik uit eigen ervaring wist van de groep van 218 en de leeftijd van de leden van deze groep, de gemaakte keus een goede afspiegeling van deze groep. Op de vraag of Bosschieter zich voor het maken van zijn keus heeft laten informeren antwoord ik dat ik daarvan uit ga. Bosschieter had als direkteur de eind-verantwoordelijkheid voor de lijst.

Over het criterium "voorkeur klanten" kan ik het volgende verklaren. Bosschieter is bij alle klanten geweest om te praten over afzet en kwaliteit die deze als opdrachtgevers nodig hadden. Ik heb steeds gezegd dat daarbij niets moest worden gevraagd naar de voorkeur van opdrachtgevers voor bepaalde, met name genoemde personen. Zaken als opstelling, instelling, attitude en teamgeest zie ik als verschillende aspecten van een en dezelfde instelling die een heel gemotiveerde werknemer heeft. Over de wijze waarop Bosschieter zou moeten nagaan of aan deze kriteria werd voldaan, heeft het bestuur niet met hem gesproken. Ik voor mij echter achtte Bosschieter tot het uitvoeren van de noodzakelijke beoordeling goed in staat. De lijst is door Bosschieter opgesteld en door het bestuur geaccordeerd. Er is geen procedure geweest inhoudende dat zij die niet op de lijst stonden nog gelegenheid hebben gekregen daartegen bezwaar te maken. Of informeel aan iemand is meegedeeld dat hij niet op de lijst stond is mij niet bekend. Zou dat gebeurd zijn, dan is dat uiterst in-correct geweest.

De brief die als produktie 21 is overgelegd heb ik geschreven als bestuurder van SPAN. Dat de brief is gesteld op papier van FNV Bondgenoten moet worden verklaard uit het feit dat vanwege de grote haast ik de brief vanuit mijn vakbondskantoor heb verzonden. In dat kantoor beschikte ik niet over SPAN briefpapier.

De lijst van 110 is niet gecontroleerd op het aantal vakbondsleden.

Over de vraag of SPAN danwel SPANO aan de gemeente Amsterdam geld moet terugbetalen wordt nog onderhandeld. SOCTA staat voor "sociale oplossing CTA". Over gebleven gelden van SOCTA zijn overgegaan naar het Vernieuwingsfonds. SPAN, en niet SPANO heeft bij het Vernieuwingsfonds een aantal rekeningen ingediend. De kantoor-organisatie van SPAN heeft op of kort na 17 juni 1998 een contract gekregen met SPANO. In de daarop gevolgde periode van een jaar heeft de kantoor-organisatie van SPANO voor SPAN de administratie gedaan. In deze periode heeft SPAN wel een eigen manager gehad in de persoon van mevrouw Pront.

Er is vooraf besloten om 2 stichtingen in het leven te roepen, namelijk in het hoofdlijnen-accoord. Volgens mij is er niets gesplitst.

Na voorlezen van mij verklaring wil ik nog het volgende opmerken. Pas in mei 1998 ben ik er achter gekomen dat niet alle werkgevers het accoord wilden ondertekenen.

Taxe Nihil

Aldus voorgelezen, volhard en getekend.

J. Heilig