| Naam | : | Ellen Dorien Pront |
| Woonplaats | : | Amsterdam |
| Leeftijd | : | 37 jaar |
| Beroep | : | sectorhoofd |
Legt de belofte af
Ik ben projectleider geweest van het project dat in het kader van het Accoord Hoofdlijnen is opgezet. Van begin augustus 1998 tot en met 16 juni 1999 ben ik manager van Span 2 geweest.
Medio maart 1998 is met het testen begonnen. De Regiodirecteur RBA heeft zowel aan mij als aan SCAN een exemplaar van het rapport Accoord op Hoofdlijnen gegeven. Ik was leider van het project Bemiddeling en Scholing. Uit het rapport Hoofdlijnen bleek aan mij en aan SCAN dat moest worden gekeken naar kansen van de mensen binnen en buiten de haven. SCAN en ik hebben op basis daarvan een vraagstelling gemaakt. Een schriftelijke opdracht is er niet.
SPAN is begonnen met rond de 300 personeelsleden. Twintig personeelsleden konden niet meedoen met het testen vanwege arbeidsongeschiktheid. Twee deden om andere reden niet mee. Omdat tussentijds nog een aantal personen is weggegaan hebben uiteindelijk rond de 250 personen met de testen meegedaan.
Wij komen te spreken over een brief, gesteld op briefpapier van het arbeidsbureau, rechtsboven gemerkt met een 1 in een cirkeltje. Ik hoor u zeggen dat u deze brief aan het proces-verbaal van dit getuigenverhoor zult hechten. Deze brief is aan de mensen uitgereikt nadat zij mondeling waren voorgelicht over de gang van zaken. De informatie is tweeërlei geweest; eerst mondeling en daarna gevolgd door deze brief, waarin nog eens een samenvatting werd gegeven van hetgeen mondeling reeds was medegedeeld. De brief is uitgereikt bij gelegenheid van voorbereidende gesprekken, die medio februari 1998 hebben plaatsgevonden. Andere schriftelijke informatie is over de test niet gegeven. Met de inhoudelijke kant van de feitelijk uitgevoerde loopbaanonderzoeken heb ik mij niet bezig gehouden. Ik was slechts betrokken bij de logistieke kant van het geheel. Verantwoordelijk voor de inhoudelijke uitvoering van de loopbaanonderzoeken was het hoofd van SCAN, mevr. Brente. SCAN is een appart bedrijfsonderdeel van RBA. Ik weet niet wat de opleiding van mevr. Brente is. U houdt mij voor hetgeen Elshoff in de laatste alinea van zijn verklaring over SCAN heeft gezegd. Daarbij sluit ik mij aan, met dien verstande dat de aldaar werkzame personen beroepskeuzeadviseurs zijn. Arbeidsvoorziening heeft een aantal artsen in dienst, die in dit geval door SCAN zijn ingehuurd. Deze artsen hebben de medische keuringen uitgevoerd. Het doel van deze keuringen was na te gaan hoe het met de fysieke en eventueel ook psychische belastbaarheid was gesteld. Volgens mij is het een algemeen onderzoek geweest. Wel kan ik verklaren dat de artsen geen inzicht hadden in personeelsdossiers. Er waren dossiers van personeelsleden, geautomatiseerde dossiers, maar de artsen konden daarin geen inzage nemen. De geautomatiseerde dossiers bestonden uit de door de desbetreffende persoon als werkzoekende zelf verstrekte gegevens. Het enige andere schriftelijke gegeven waarover RBA beschikte was een lijst met de namen van de werknemers, verstrekt door de curator, en later nog een functielijst.
Later, nadat ik begin augustus 1998 door Arbeidsvoorziening was gedetacheerd als manager bij SPAN 2, is mij gebleken dat er personeelsdossiers waren, aangelegd door de werkgever. Ik heb nooit daarin inzage genomen als ik in een bijzonder geval inlichtingen wilde hebben. Die inlichtingen vroeg ik aan het hoofd personeelszaken, dhr. Franssen.
Wij komen nogmaals te spreken over de al genoemde brief. Het is niet gegaan zoals in de laatste alinea is gesteld. Wegens tijdsgebrek heeft SCAN de beide exemplaren, waaronder het voor de desbetreffende persoon bestemde exemplaar, aan Arbeidsvoorziening toegezonden. Arbeidsvoorziening heeft de geteste personen uitgenodigd voor een gesprek ter bespreking van de test. Bij gelegenheid van het gesprek heeft men het voor hem bestemde exemplaar gekregen. Ik zie dat een schriftelijk verslag als bedoeld in de laatste alinea als productie 18 is overgelegd voor de zitting van 2 september 1999. De in de laatste alinea bedoelde consulent was de arbeidsconsulent van Arbeidsvoorziening. Ieder had zijn eigen consulent.
Medio mei 1998 zijn de verslagen van de getesten, die daartoe toestemming hadden gegeven overgedragen aan de directeur van SPAN, dhr. Bosschieter. Slechts zijn overgedragen die delen van de verslagen, die betrekking hadden op kansen en mogelijkheden binnen de haven. Niet zijn overgedragen die delen die betrekking hadden op eventuele wensen of mogelijkheden buiten de haven. Zo is van het rapport dat als productie 18 is overgelegd niet aan de directie van Span overgedragen de bijlage die bij dat rapport behoort. In dit geval zijn overgedragen de bladzijden 1 en 2 van het rapport. De verslagen, voorzover aan de directie verstrekt, zijn volgens mij overgedragen met als doel dat de verslagen als weging zouden kunnen worden meegenomen bij de selectie van personen voor een arbeidsovereenkomst met SPANO. Ik ben op die gedachte gekomen omdat volgens het Accoord op Hoofdlijnen de testresultaten op die wijze zouden worden gebruikt. Het was niet de taak van SCAN, maar de taak van de werkgever om aan te geven dat het testresultaat als selectiemiddel zou worden gebruikt.
Arbeidsvoorziening heeft niet aan de betrokkenen meedegedeeld dat het meedoen aan de testen voorwaarde was voor het kunnen verkrijgen van arbeidsovereenkomst met SPANO. Wel heeft Arbeidsvoorziening de mensen geadviseerd om mee te doen. Door Arbeidsvoorziening, d.w.z. door de desbetreffende personeelsconsulent, is niet meegedeeld dat het afgeven van de testresultaten voorwaarde was voor het kunnen verkrijgen van een arbeidsovereenkomst met SPANO.
De testresultaten zijn door mij aan Bosschieter overgedragen nadat deze daartoe telefonisch met mij een afspraak had gemaakt. Wij hebben een afspraak gemaakt voor een vrijdag, ik meen 18 mei 1998. Zij die instemden met de overdracht hadden voor die vrijdag aan SCAN schriftelijk toestemming gegeven dat te doen. SCAN vraagt in dit soort gevallen altijd schriftelijk toestemming. Dat heeft te maken met de wet op de persoonsregistratie.
Er zijn scholingen aangeboden. Ik ben onvoldoende voorbereid om nu nadere gegevens te noemen. Ik ben bereid e.e.a. na te gaan en vervolgens schriftelijk mededeling te doen aan de advocaten van partijen. Wel kan ik zeggen dat zowel in het eerste half jaar als het jaar daarop scholingen zijn aangeboden. Het feit dat in het eerste half jaar een scholing was aangeboden betekende niet dat men niet meer voor een arbeids-overeenkomst met SPANO in aanmerking zou kunnen komen.
Wij komen nu te spreken over de brief die als productie 32 is overgelegd, de melding collectief ontslag. Deze brief is door mij ondertekend. In deze brief is gesteld dat de ontslagaanvraag geldt voor de werknemers die feitelijk geen werkzaamheden in de haven verrichten. Deze stelling is niet geheel juist. Het grootste deel van de groep van 96 werknemers werd niet meer voor werk in de haven opgeroepen. Een deel was arbeidsongeschikt, een ander deel was niet bereikbaar, en nog weer een deel was wel bereikbaar en werd ook nog wel opgeroepen. Ik licht dit nader toe als volgt.
Havenbedrijven die mensen nodig hadden namen eerst contact op met SPANO. De bestekers van SPANO hadden 2 systemen in hun computer. In het eerste systeem zaten mensen van SPANO, in het andere mensen van SPAN. Als uit het eerste systeem te weinig mensen kwamen werden uit het tweede systeem mensen benaderd. In de praktijk bleek dat uit het tweede systeem steeds een groep van twintig mensen benaderbaar was. Deze twintig personen werden zeer regelmatig opgeroepen, vaker dan volgens hun contract zou hoeven. Daarnaast bleek dat uit het tweede systeem een aantal personen niet bereikbaar was. Gedurende een periode van vier maanden is bijgehouden of men beschikbaar was. Daarvan is schriftelijk aantekening gehouden. Deze gegevens bevinden zich op het kantoor van SPANO/SPAN. De planning zou nadere gegevens kunnen verschaffen over de personen van wie werd aangenomen dat ze niet beschikbaar waren omdat ze niet bereikbaar waren.
De mensen van SPANO zouden volgens hun contract drie dagen werken, de mensen van SPAN een dag. De planning van SPANO hield met dat gegeven geen rekening. Als mensen van SPANO langer dan hun drie dagen wilde werken, dan kregen ze die gelegenheid. Als er dan nog mensen tekort waren, dan werd naar mensen in het tweede systeem gezocht. Ik heb als manager van SPAN bij het bestuur van SPAN aangegeven dat het werk eerlijker zou moeten worden verdeeld. In het bestuur van SPAN zaten dezelfde personen die ook het bestuur van SPANO vormden. Het bestuur was het met mij eens. Het bestuur verzocht Schwarzwälder, die bij de desbetreffende bestuursvergadering aanwezig was, daarop te letten en er voor te zorgen dat rekening zou worden gehouden met het aantal dagen dat werknemers van SPANO c.q. SPAN volgens hun contracten zouden werken. Dit was een gecombineerde bestuursvergadering van SPAN en SPANO. In ieder geval waren bij deze vergadering aanwezig Kamps, Heilig en Ter Wisscha, mogelijk ook Van Buchem. Het bestuur heeft niet besloten of anderszins te kennen gegeven dat op het door mij aan de orde gestelde punt in een volgende vergadering zou worden teruggekomen. Ik heb dit punt niet meer op bestuursniveau aan de orde gesteld omdat het bestuur ver stond van de dagelijkse uitvoering. Wel heb ik het er nog regelmatig met Schwarzwälder over gehad. Hij zei het te zullen opnemen met de planning. Ik kan niet zeggen dat hij dat niet heeft gedaan, maar ik kan wel zeggen dat dat, als hij dat heeft gedaan, tot niets heeft geleid.
De afstand tussen woonplaats en haven heeft geen rol gespeeld bij het oordeel over beschikbaar of bereikbaarheid.
In de melding collectief ontslag staat dat SPAN geen enkele inkomsten heeft. Ik licht dit toe als volgt. Als gezegd werden ook mensen van SPAN ingeleend. De havenbedrijven maakten de voor deze SPANmensen verschuldigde kosten over aan SPANO. SPANO maakte vervolgens ingevolge een daartoe voor mijn aanstelling als manager genomen bestuursbesluit aan SPAN niet meer over dan het bruto-loon dat SPAN aan haar desbetreffende werknemers verschuldigd was. De vereiste inhoudingen werden door SPAN gepleegd en afgedragen. SPAN had wel een eigen administratie. De desbetreffende personen waren in dienst van SPANO en hadden als extra taak het voeren van de administratie van SPAN.
SPAN had geen eigen OR. Voor mijn aanstelling was al besloten dat de belangen van de SPANwerknemers mede door de OR van SPANO zouden worden behartigd. In de melding collectief ontslag wordt met "De Ondernemingsraad" gedoeld op de OR van SPANO.
Een afschrift van de melding collectief ontslag is toegezonden aan de CNV bedrijvenbond en aan FNV bondgenoten. Iemand van het CNV, niet zijnde Van Buchem heeft telefonisch aan mij medegedeeld dat het CNV geen behoefte had aan overleg. Het FNV heeft nooit wat van zich laten horen.
Mij is niet bekend wie van 17 juni tot 3 augustus 1998 de leiding van SPAN had. Ik weet evenmin bij wie werknemers terecht konden wanneer zij niet gelukkig waren met het gegeven dat zij, zoals de vraagstelling luidt, tweede of derde keus waren. Er zijn enkele mensen die geen contract hebben gekregen, noch met SPANO noch met SPAN 2. Over de reden kan ik niet meer verklaren dan dat deze zou zijn dat deze personen niet bereikbaar of niet beschikbaar zouden zijn.
Als gezegd ben ik tot en 16 juni 1999 manager van SPAN geweest. Na die datum ben ik niet meer bij SPAN betrokken geweest. Ik weet niets van getuigschriften die nog na die datum zouden zijn afgegeven.
Op de vraag of ik kan zeggen waarom de twintig mensen, waarover ik hiervoor heb verklaard niet naar SPANO zijn doorgestroomd antwoord ik dat het het bestuur van SPANO is dat besliste over de formatie van SPANO en over de eventuele uitbreiding daarvan.
Desgevraagd verklaar ik nog dat tussen de vijftien en de twintig personen geen toestemming hebben gegeven om de testresultaten aan SPAN ter hand te stellen.
Taxe nihil
Aldus voorgelezen volhard en getekend.
E.D. Pront