Naam : Joseph Franciscus Anthonius Jasperse
Woonplaats : Maarssen
Leeftijd : 50 jaar
Beroep : plant super-intendent

Legt de eed af

Ik werk sinds 1985 bij de Internationale Graanoverslag Maatschappij Amsterdam, kort gezegd IGMA. Het bedrijf van IGMA is gevestigd in de haven. Ik heb van mr. Fischer een brief ontvangen van 10 januari 2000 waarin een aantal vragen staat.

Ik antwoord naar aanleiding daarvan als volgt:

Als wij buiten onze eigen medewerkers mensen nodig hebben dan nemen wij contact op met SPAN/SPANO. Ik doe dat niet persoonlijk, maar mijn mensen doen dat.

Op de vraag of er een vaste ploeg bij IGMA werkzaam is antwoord ik dat een groep mensen is opgeleid om speciaal bij IGMA werkzaam te zijn, en uit die groep putten wij.

Die groep bestaat uit ongeveer 30 man. Sommigen mensen worden ingeroosterd in de roosters van IGMA. Aangezien bij IGMA in ploegendienst wordt gewerkt kan dat niet anders. De roosters op zich staan al geruime tijd tevoren vast. Daarin staat het personeel dat bij IGMA in loondienst werkzaam is. Personen uit bedoelde groep worden hooguit een week tevoren in het rooster geplaatst.

Op de vraag of ook van elders ook wordt ingeleend antwoord ik dat indien SPANO niet kan leveren inderdaad elders wordt ingeleend. Dat geschiedt in overleg met SPANO. Met dat overleg bedoel ik dit. Eerst benaderen wij SPANO. Zegt SPANO niet te kunnen leveren, dat zegt IGMA tegen SPANO dat zij zich tot een ander zullen wenden. Die anderen zijn bepaalde bedrijven en wat losse eenmansbedrijven. Als voorbeelden van de eerste categorie noem ik Watertoren, Multiservice, Smit Oostvoorne. Van de eenmansbedrijven kan ik zo een, twee, drie geen namen noemen. Er zal misschien drie keer per maand gebruik worden gemaakt van de diensten van deze bedrijven en/of bedrijfjes. Exact zou ik het niet weten.

Er kan niet worden gesproken over een vaste SPANO-ploeg. Wij hebben een ploeg van 30 man en we proberen zo regelmatig mogelijk mensen uit die ploeg af te nemen om te voorkomen dat die ploeg verdwijnt doordat de mensen daarvan ander werk in de haven gaan doen. Dat betekent niet dat in de roosters stelselmatig ruimte wordt opengehouden voor deze mensen. De vaste ploegen, bestaande uit eigen mensen van IGMA, zijn afgestemd op de minimale bezetting. Is de omvang van het werk te groot voor deze minimale bezetting, dan wordt SPANO benaderd. Met minimaal bedoelen wij een standaardpakket aan werkzaamheden. Het laatste jaar, dus 1999, lopen er bij ons mensen van SPANO die bij ons een normale werkweek maken. Wij kunnen de noodzakelijke sterkte ongeveer een week van tevoren beoordelen. Afhankelijk daarvan worden bij SPANO mensen besteld. In de periode van voor het faillissement van de Arbeidspool was er bij Arbeidspool een groep van 25 á 35 personen waaruit door IGMA kon worden geput. Het faillissement van Arbeidspool heeft geen verandering gebracht in de wijze van bestellen van personeel.

Mij wordt overhandigd een lijst met namen, met het opschrift eerste keuze (opmerking kantonrechter:

produktie 27). Van de mensen die zijn vermeld bij unit 606/614 kan ik zeggen dat dit personen zijn die met een zekere regelmaat bij IGMA werkzaam waren. Ik zie verderop trouwens nog een paar bekende namen:

de gebroeders Alles en ook De Weerd. Bij genoemde unit nummers staan zo'n 24 namen. van deze mensen kan ik zeggen dat zij in dertijd door ons zijn opgeleid om voor ons werkzaam te zijn in de mechanische overslag. Deze mensen behoren tot de ploeg waaruit geput wordt. Abcouwer, Brugman, De Vries (unitnr. 630), De Weerd (unitnr. 966) en de gebr. Alles (unitnrs. 969), lopen volgens mij regelmatig bij ons rond. SPANO is opgericht op 16 juni 1998. Van de groep mensen die voor die tijd voor ons werkzaam was kan ik een naam noemen die na 16 juni 1998 niet meer bij ons werkzaam was. Dat is dhr. Schaap. Het heeft mij niet verbaasd dat na 16 juni 1998 geen belangrijke wijziging is gekomen in de groep personen waaruit wij konden putten, aangezien wat betreft de mechanische overslag in de hoeveel werk geen wijziging is gekomen. De heer R.G. Toorman is mij bekend. Naar aanleiding van de vragenlijst heb ik contact opgenomen met Pronk, die bij ons werkzaam is als supervisor operationele dienst. Pronk heeft mij verklaard dat op een gegeven moment Toorman vanwege bepaalde problemen veelvuldig afwezig was en dat hij Pronk, daarom heeft gevraagd te zoeken naar iemand ter vervanging van dhr. Toorman. Of dit aanleiding is geweest om Toorman niet op de lijst van de 110 te plaatsen weet ik niet.

Het lag op de weg van mij en mijn directeur om met dhr. Bosschieter te spreken. Voor zover ik mij kan herinneren heb ik 2 keer met dhr. Bosschieter gesproken. In de gesprekken is gesproken over kwaliteit en kwantiteit van het geboden en in de toekomst te bieden pakket, maar er is niet gesproken over bepaalde personen. In mijn herinnering hebben mijn directeur en ik een keer met dhr. Bosschieter alleen gesproken en een keer met dhr. Bosschieter en dhr. Schwarzwalder. Volgens mij hebben deze gesprekken plaatsgevonden in september-oktober 1998.

In de beginperiode van SPAN was het een chaos. SPAN wist blijkbaar zelf niet goed welke mensen men in huis had en wij kregen te vaak mensen die met het werk dat bij ons moest worden gedaan niet bekend waren. Toen zijn op een gegeven moment door Pronk en zijn assistenten bij het bestellen van mensen namen genoemd van personen die met het werk van ons wel bekend en daarvoor opgeleid waren. Na 16 juni 1998 was de gang van zaken als volgt. Van de kant van IGMA werd met de besteking van SPANO contact opgenomen en gezegd voor wie er werk was. Als de bewuste personen niet konden werd gevraagd wie dan beschikbaar was voor de functie waarin we iemand nodig hadden. Was er iemand, dan werd diens naam genoemd.

Als SPANO niet kan leveren, wordt het gat gedicht middels personeel van anderen en/of het "doorstaan", dat wil zeggen overwerken, van eigen personeel. "Doorstaan" kwam veel voor, zowel van eigen personeel als van personeel van SPANO. Ik wil daaraan toevoegen dat overwerken slechts op vrijwillige basis werd verricht.

Ten tijde van het faillissement was er veel onrust onder de jongens van de Arbeidspool. Op een gegeven moment heb ik met alle jongens die op dat moment bij ons werkten een gesprek gehad en gezegd, kort weergegeven, dat onze bedoeling was een Arbeidspool in de haven te blijven houden. Ik heb tegen de jongens gezegd dat zij zich geen zorgen hoefden te maken. Ik heb dat gezegd omdat voor deze jongens, gezien hun inzet en kwaliteit, altijd werk zou zijn in de haven. De problemen in de haven waren niet veroorzaakt doordat in ons bedrijf minder vraag was naar personeel.

Er zijn recent nog mensen door ons in dienst genomen. Dat waren geen mensen van SPAN of SPANO. Er hebben wel mensen van SPAN en SPANO gesolliciteerd, maar die voldeden niet aan het functieprofiel.

Taxe: nihil

Aldus voorgelezen, volhard en getekend.

W.C. Nagel