| Naam | : | Dirk ter Wisscha |
| Woonplaats | : | Alphen aan de Rijn |
| Leeftijd | : | 58 jaar |
| Beroep | : | vakbondsbestuurder |
Legt de belofte af
Ik heb mij samen met Heilig op dit nader getuigenverhoor voorbereid. Ik begrijp dat ik wordt gehoord onder het verband van de door mij op 5 november 1999 afgelegde belofte. Ik heb begrepen dat verzoekers ten aanzien van een aantal met name genoemde personen willen horen (1) of scholing is aangeboden, (2) wat de grond is voor plaatsing in de scholingspool, en (3) wat de ontslaggrond is.
Met betrekking tot vraag 1 antwoord ik als. volgt: de gegevens m.b.t. de aangeboden scholing berusten onder Mw. Pront. Deze gegevens zijn bij SPAN niet voorhanden. Het was de taak van mw Pront om scholing aan te bieden en te bemiddelen naar ander werk. Ik heb ter voorbereiding op dit verhoor eerst zelf geprobeerd contact op te nemen met mw Pront.
Dat is mij niet gelukt. Mw Pront is kort na dat zij als getuige is gehoord arbeidsongeschikt geworden. Ik heb ook nog contact opgenomen met Schwarzwälder. Ik heb bij hem geinformeerd of mw Pront in staat zou zijn voor een gesprek over de destijds aangeboden scholing. Volgens Schwarzwälder was zij tot het voeren van een dergelijk gesprek niet in staat. Ik wil hierbij toch wel opmerken dat het de doelstelling van SPAN was dat aan een ieder scholing voor werk in de haven of buiten de haven aangenboden zou worden.
De door verzoekers op dit punt verlangde nadere informatie moet verkregen kunnen worden, maar dan zal wel eerst mw Pront hersteld moeten zijn. In het algemeen is scholing aangeboden na de selectie SPAN-SPANO. In een beperkt aantal gevallen is al eerder werk aangeboden. Dat betrof werknemers die al direct hadden aangegeven niet in de haven te willen blijven werken.
Met betrekking tot vraag 2 antwoord ik als volgt:
Deze vraag is ook al gesteld tijdens het getuigenverhoor van 5 november 1999. Heilig en ik zijn niet voor dit nadere getuigenverhoor nader nagegaan wat per individu de grond voor plaatsing in de scholingspool was. Voor wat betreft de reden waarom wij dat niet hebben gedaan verwijs ik naar de verklaring van 5 november 1999.
Wij zijn evenmin nagegaan of Bosschieter het selectieproces heeft uitgevoerd met behulp van schriftelijke bescheiden, en zo ja, waar deze bescheiden zich dan nu zouden bevinden.
Met betrekking tot vraag 3 antwoord ik als volgt:
Zoals Heilig zegt, voorzagen we in december 1998 dat wij in juni 1999 aan het eind van onze financiele middelen zouden zijn. Toen is ontslag aangevraagd voor iedereen die nog in de scholingspool zat. Van deze groep is nog een deel bemiddeld naar ander werk.
Taxe nihil
Aldus voorgelezen, volhard en getekend.
D. ter Wisscha