Brief aan President Rechtbank Amsterdam 3 november 2001
De President van de Rechtbank Amsterdam
Postbus 84500
1080 BN AMSTERDAM
Haarlem, 3 november 2001
BETREFT:
080 F/av
Bakker c.s./ Stichting Personeel Amsterdam Noorzeekanaalgebied Operationeel
Uw kenmerk:
Zitting: dinsdag 6 november 2001 te 09.30 uurEdelachtbare heer,
Sedert uitbrenging van de dagvaarding, 11 september 2001, is geruime tijd verstreken. Ik wil u inlichten omtrent enige recente ontwikkelingen, achterliggende stukken doen toekomen, alsmede de eis, vanwege de veranderde omstandigheden, wijzigen.1. ILO-conventie 137
Partij SPANO onderstreept dat de Dock Work Convention van 1973 rechtstreekse werking heeft voor onderhavige zaak. Dat is onder meer de reden geweest voor SPANO om, nu weer werknemers in dienst genomen kunnen worden, als eersten de ex-werknemers te benaderen. Als bijlage 1 treft u aan de ILO-conventie 137.
In artikel 1 is aangegeven voor wie deze conventie bedoeld is:
"This Convention applies to persons who are regularly available for work as dockworkers and who depend on their work as such for their main annual income."
Toegepast op de huidige situatie in Amsterdam betekent dit het volgende.
In 1997 ging de rechtsvoorganger van SPANO failliet. Alle werknemers werd een contract aangeboden met een rechtsopvolger genaamd SPAN. Na een half jaar werd deze pool medio 1998 gesplitst in een "operationele pool" en een "scholingspool". In de scholingspool zouden werknemers, conform het zogenaamde Hoofdlijnenakkoord van 18 november 1997, opgeleid worden voor een baan binnen of buiten de haven of, na opleiding, doorstromen naar de operationele pool (SPANO). In werkelijkheid was selectie voor de scholingspool, indien geen doorstroming zou plaatsvinden, ook selectie voor ontslag. Los echter van de vraag of dit een rechtens te respecteren handelswijze was, staat vast dat medio december 1998 een collectief ontslag is gevraagd voor al die werknemers die nog niet waren bemiddeld naar een baan binnen of buiten de haven. De meldingslijst collectief ontslag van 18 december 1998 sluit ik bij als bijlage 2.
Op de lijst van 96 werknemers komen ook 24 van de 25 eisers voor. Eén eiser, eiser sub 17, Smit, was ten tijde dat dit allemaal speelde arbeidsongeschikt en op de een of andere manier heeft iedereen hem over het hoofd gezien. Aangezien eiser Smit ziek was, heeft hij pas in januari 1999 ontdekt dat hij op geen enkele lijst meer voorkwam. Ten onrechte staat eiser Smit echter niet op de lijst van 18 december 1998.
Op de lijst van 96 staan ook de kwalificaties van de werknemers genoemd; 36 van de 96 hebben de kwalificatie allrounder/specialist achter hun naam staan.
Op deze lijst staan dus de werknemers waarvoor op 18 december 1998 ontslag is aangevraagd. Enige maanden later is voor een deel individueel ontslag gevraagd. Dat waren er overigens minder dan de 96 die op de lijst van 18 december voorkomen, omdat een aantal van deze werknemers reeds was doorgestroomd naar ander werk. Eisers zijn onbekend met het aantal individuele ontslagaanvragen. Van de 144 werknemers die geselecteerd waren voor de scholingspool heeft zo een deel, met of zonder vertrekstimuleringspremie, elders werk gevonden. Dezen zijn nu werkzaam bij andere havenbedrijven, bij SPANO of hebben de haven verlaten en hebben nu een baan in een andere sector. Een deel van de werknemers, die niet elders werk hebben kunnen vinden, is echter ook individueel ontslag aangezegd. Deze situatie geldt voor 24 eisers. Zoals gezegd, de positie van eiser Smit is een bijzondere, omdat hij op geen enkele "lijst" voorkomt.
Zetten we deze feiten af tegen de norm zoals die is genoemd in de conventie, dan ziet de conventie op die werknemers die afhankelijk zijn voor hun inkomen van havenwerk en bovendien beschikbaar zijn voor havenwerk, conform artikel 1 van de conventie: "persons who are regularly available for work as dockworkers and who depend on their work as such for their main annual income."
Aan deze norm is op onjuiste wijze invulling gegeven. SPANO heeft al haar ex-werknemers uitgenodigd om te solliciteren voor de vrijkomende banen. Dat is een veel grotere groep en beperkt zich niet tot degenen die zonder werk zitten en beschikbaar zijn voor het verrichten van werk in de haven.
SPANO stelt dat 64 ex-werknemers van SPAN hebben gereageerd op het verzoek om te solliciteren. Het in te vullen sollicitatieformulier gaat mee als bijlage 3.
SPANO stelt ook dat niet alle 25 eisers zouden hebben gesolliciteerd. Dat is onjuist. Alle 25 werknemers hebben gesolliciteerd. Gemachtigde van eisers heeft zelf een aantal sollicitatieformulieren op de bus gedaan en heeft bovendien in een separaat schrijven aangegeven dat alle 25 hun formulier hebben ingestuurd en daarop het verzoek gedaan om hem in te lichten indien toch nog een formulier zoek zou zijn geraakt. Hoewel uitdrukkelijk daarom verzocht, heeft SPANO aan gemachtigde van eisers niet gemeld dat de post formulieren zoek heeft gemaakt. Alle 25 eiseres hebben niet alleen het formulier teruggestuurd, gemachtigde van eisers heeft ook nog eens schriftelijk bevestigd dat al zijn cliënten gesolliciteerd hebben en ook gaarne uitgenodigd willen worden voor een gesprek. (brief van 25 april 2001, bijlage 4)
Het staat SPANO niet vrij om aan iedereen die zij wil vacatures aan te bieden. Omdat zij de rechtskracht van de ILO-conventie erkent zal zij toch echt voorrang moeten geven aan die ex-werknemers die ook thans nog zonder werk zitten. Voor zover zij meent iedere ex-werknemer te mogen uitnodigen, ook degenen die al werk hebben en ook degenen die met een vertrekstimuleringspremie zijn vertrokken, dienen alle ex-SPAN-werknemers waarvoor ontslag is gevraagd, wel een eerlijke een kans geboden te worden. Indien geen uitnodiging volgt, dient tenminste aangegeven te worden wat dan wel de reden is om hem niet in aanmerking te brengen voor een vacature. Tot op heden hebben eisers dat nog niet op papier gezien, hetgeen in strijd is met de sollicitatiecode (bijlage 5)
FNV Bondgenoten stelt zich overigens op het standpunt dat werkloze havenarbeiders voorrang moeten krijgen. Eisers lijkt dat ook een juiste interpretatie van artikel 1 van de conventie. Voorrang bieden aan ex-werknemers die elders werk hebben gevonden is zinledig. De conventie ziet op de situatie waarbij werknemers in de problemen geraken. Als er geen probleem is, omdat de werknemer, al dan niet met een premie, naar elders is vertrokken, is er ook geen reden om nadelige sociale gevolgen te compenseren. De conventie is er niet voor bedoeld om voor havenbedrijven een reservoir te creëren waar vrijelijk uit geput kan worden. FNV Bondgenoten heeft dit ook zo op 7 februari 2001 aan SPANO schriftelijk medegedeeld: "Tenslotte gaan wij er vanuit dat, nu de kruitdampen zijn opgetrokken, u als eerste de mensen zult benaderen die hun rechten via deze rechter hebben geclaimd." (bijlage 6)
Primair dient, in navolging van de door SPANO gekozen benadering, alle ex-SPAN-werknemers waarvoor ontslag is gevraagd een kans geboden te worden. In dat geval dienen alle 25 een eerlijke kans te krijgen en dient voor ieder van hen, indien geen uitnodiging volgt, aangegeven te worden wat dan wel de reden is om hem niet in aanmerking te brengen voor een vacature.
Subsidiair stellen eisers, in navolging van het ILO-verdrag, dat als eersten moeten worden uitgenodigd om weer te komen werken, degenen moeten zijn die nu zonder werk zitten. Voor hen dringt dit het ergste. Eisers vinden het vanzelfsprekend dat degenen die hun recht ook opeisen als eersten worden benaderd.
2. De praktijk
De uitkomst van het Kort Geding, zoals dat plaats heeft gevonden begin dit jaar, was dat SPANO niet voorbij zou kan gaan aan de positie van eisers. Toegezegd werd dat, als er weer werk zou zijn, de ex-SPAN-werknemers ook zouden worden benaderd. Dat heeft allemaal lang op zich laten wachten. Op 23 februari 2001 schrijft gemachtigde van eisers dat het nu toch echt tijd wordt dat er wat gaat gebeuren. (bijlage 7) Daarop komt geen antwoord. Eisers nemen daarop zelf het initiatief en bezoeken op 2 april 2001 de heer Heilig op het kantoor van FNV Bondgenoten. Het resultaat van dat bezoek was een gesprek op 6 april 2001 op het kantoor van SPANO. Daarop ontvingen eisers een sollicitatieformulier. Met begeleidend schrijven, gedateerd 25 april 2001, wordt dat door ieder van de eisers ingevuld. Hierna volgt weer een lange stilte. Op 30 augustus 2001 schrijft gemachtigde van eisers aan SPANO een brief (bijlage 8). Aangezien ook toen nog geen reactie kwam, volgde dagvaarding op 11 september 2001. Op 19 september 2001 volgt een schriftelijke reactie (bijlage 9). In deze reactie wordt ingegaan op het petitum zoals verwoord in de uitgebrachte dagvaarding.
Ten onrechte stelt SPANO zich op het standpunt dat niet alle 25 eisers zouden hebben gesolliciteerd. Er is reeds, en wel schriftelijk op 25 april 2001, verzocht om, voor het geval niet alle sollicitatieformulieren zouden zijn ontvangen, dat te melden, zodat de formulieren nog zouden kunnen worden nagezonden. SPANO heeft niets gemeld. SPANO heeft in het geheel niets van zich laten horen en is wel met een sollicitatieprocedure begonnen. Nu stelt SPANO dat niet alle formulieren zijn ontvangen, maar verzuimt mee te delen van wie dan wel formulieren niet zouden zijn ontvagen. Deze manier van handelen is zeer nadelig voor diegenen van eisers wier sollicitatieformulier kennelijk niet is ontvangen, maar wel in aanmerking willen worden gebracht voor een arbeidsplaats.
Voorts meldt SPANO dat zij invulling wil geven aan het ILO-verdrag nummer 137. Zij stelt dat 64 ex-werknemers hebben gereageerd op het verzoek te solliciteren. Daarvan zijn er 13 uitgenodigd voor een gesprek. Eén van deze 13 was C. Mantoua, eiser sub 13. Met Mantoua is ook een gesprek gevoerd. Hem is medegedeeld dat hij in aanmerking kwam voor een baan, maar dat hij wel af zou moeten zien van de "procesgang". De heer Franssen, die namens SPANO het gesprek voerde, deelde mede dat het niet de bedoeling was nog iemand anders uit de groep van 25 uit te nodigen. Mantoua ging niet akkoord met de gestelde voorwaarde dat hij zich zou moeten terugtrekken uit de lopende procedures met betrekking tot de rechtmatigheid van de gegeven ontslagen.
De mededeling van Franssen aan Mantoua dat geen van de anderen uit de groep van 25 zou worden uitgenodigd, is inderdaad juist gebleken. Dat is overigens ook weinig zinvol, indien als voorwaarde zou worden gesteld dat eerst de lopende procedure moet worden ingetrokken. Principieel heeft de toets of het ontslag rechtmatig is niets te maken met de vraag of vacatures ook moeten worden aangeboden aan op de een of andere grond ontslagen werknemers. Eisers stellen dat hiermee een oneigenlijk criterium is aangelegd. Als dat het criterium is, dan is de hele exercitie om sollicitatieformulieren te sturen en terug te sturen zinledig. SPANO had, indien zij open kaart had willen spelen, die vraag ook vooraf kunnen voorleggen aan de eisers en aan de advocaat van eisers.
In september zijn weer ongeveer 10 mensen uitgenodigd om te solliciteren. Bij deze groep van 10 zat geen van eisers. In een brief gedateerd 4 oktober is dat in een standaardbrief zo medegedeeld aan ieder van eisers individueel (bijlage 10). Met deze brief wordt ook nog een advertentie meegestuurd. In deze advertentie worden echter zodanige functie-eisen gesteld dat geen van de eisers hieraan kan voldoen, zodat hier van de zijde van eisers verder geen actie op is ondernomen.
In de brief van SPANO van 4 oktober 2001 aan eisers staat ook nog de zin opgenomen: "Uitbreiding van het personeelsbestand van SPANO wordt voornamelijk gezocht in de uitbreiding van het aantal allrounders en specialisten."
Van de groep van 25 eisers hebben 15 de kwalificatie specialist/allrounder. Van de groep van 96, waarvoor collectief ontslag is gevraagd 18 december 1998 hebben er 36 de kwalificatie allrounder of specialist.
Er zijn nu in totaal volgens opgave van SPANO 23 ex-werknemers uitgenodigd. Als het klopt wat SPANO stelt en als het klopt dat het voornamelijk zou gaan om specialisten en allrounders, dan stelt zich de vraag waarom niet meer van de groep van 25 een baan is aangeboden. Als het gaat om allrounders dan zijn er 36 allrounders uitnodigbaar -immers voorkomende op de lijst van 18 december 1998- waarvan ongeveer de helft thans eiser is. De enige conclusie die hieruit volgt, is dat bewust eisers niet zijn uitgenodigd.
Niet anders kan worden geconcludeerd dan dat oneigenlijke gronden een rol spelen bij het buiten de deur houden van eisers. Hier is sprake van een rancuneuze werkgever. Eerder is al aangegeven dat SPANO schadebeperkende maatregelen kan treffen, omdat mogelijk immers het gegeven ontslag in strijd met het recht is. SPANO speelt het echter op scherp, doet net alsof eisers een eerlijke kans wordt geboden en construeert de zaak vervolgens zo dat op het eind van de rit van alle 64 sollicitanten er 23 worden uitgenodigd waarvan één eiser. Dat laatste met de kennelijke bedoeling om te polsen of er een bereidheid bestond het principiële punt te laten zitten.
SPANO heeft gedurende de sollicitatieprocedure niets medegedeeld. Pas na uitbrengen van de dagvaarding geeft ze in een brief van 19 september en 4 oktober 2001 iets meer informatie. Eisers hebben recht op informatie en kunnen slechts die informatie krijgen over hun sollicitatie door te dagvaarden. Aan geen van eisers is tot op heden medegedeeld op grond waarvan zij niet tot de 23 uitgenodigden behoorden.
Volgens de sollicitatiecode, een niet zo ingewikkelde algemene fatsoensregel, behoort afwijzing schriftelijk te gebeuren en mét opgave van reden. Een geloofwaardige reden is er niet en is ook niet gegeven. De enige reden om eisers geen mogelijkheid te bieden, is ingegeven door rancune.
3. Het petitum
Informatie over de voortgang van de sollicitatieprocedure is volstrekt onder de maat. De gegeven informatie omtrent de gebruikte selectiecriteria (er zou vooral behoefte zijn aan allrounders en specialisten) is volstrekt ongeloofwaardig. Het meesturen van een advertentie is een volstrekt onvoldoende inspanning.
Dat SPANO niets van doen heeft met een mogelijke werving van CERES moet maar als juist worden aangenomen, zodat het vierde punt van het petitum komt te vervallen.
Aan het petitum wordt thans, naar aanleiding van de brief van 4 oktober 2001 aan eisers en de brief van de advocaat van SPANO d.d. 19 september 2001, toegevoegd:
Gedaagde te veroordelen om, op straffe van een dwangsom van fl. 1000,00 per dag dat gedaagde hiermede in gebreke blijft, uitvoerbaar bij voorraad, Primair aan alle eisers, die voldoen aan de gestelde kwalificatie-eis, een arbeidscontract aan te bieden; Subsidiair een arbeidscontract aan te bieden aan alle thans werkzoekende eisers.
Hoogachtend,
mede namens mijn collega B.M. Voogt
W.G. Fischer