De ex havenpoolers vinden dat zij ten onrechte zijn ontslagen. Of dat ook volgens het recht zo is, zal de kantonrechter bepalen. De uitspraak in de zogenaamde bodemprocedure is reeds twee maal uitgesteld, maar zal deze maanden komen.
Bovendien zijn de 26 ex havenpoolers van mening dat zij als eersten moeten worden benaderd als er weer werk is. Deze vraag hebben zij voorgelegd aan de president van de rechtbank in Amsterdam, Gisolf, die op 31 januari 2001 tijdens de tweede zitting van een kort geding een positief oordeel gaf. De andere partijen - SPANO, gemeente Amsterdam, NV Werk, IGMA en Ceres - konden zich daarin vinden. Dus hoefde de president zijn oordeel niet op papier te zetten. Voor de goede orde: dit aanbod van werk staat los van de bodemprocedure.
Wat betekent het aanbieden van een baan?
In de eerste plaats kost het SPANO geen handen vol geld. Tegenover geld staat namelijk werk, loon voor verrichte arbeid. En 'de 26' willen werken voor de kost. Zou dat niet het geval zijn, dan hoeft de werkgever geen loon te betalen. Maar niet alle 26 zullen voor werk in de pool kiezen, dus gaat het om minder werknemers, arbeid en loonkosten. Dat geldt ook voor het geval dat SPANO door de rechter wordt gedwongen de ontslagen poolarbeiders terug te nemen.
Tussen twee haakjes, SPANO heeft vijf weken na het kort geding nog steeds geen aanbod gedaan. Veel Amsterdamse havenarbeiders hebben hartverwarmend gereageerd op de positieve uitkomst van het kort geding, maar van de kant van SPANO is het stil gebleven. Bestuur, directie en advocaat, maar ook de ondernemingsraad hebben niets van zich laten horen. Wel vernam kort geleden één van 'de 26' op het kantoor van SPANO: "we zitten niet op jou te wachten". Kennelijk vanwege zijn leeftijd en 'arbeidsbeperking'.
In de tweede plaats kan het aanbieden van een baan SPANO een aardige duit opleveren. Voor werknemers die langer dan een jaar werkloos zijn, kan een werkgever 35.000 gulden ontvangen. Daar komt bij dat voor werknemers met 'een handicap' allerlei subsidies in het kader van de wet (Re)integratie arbeidsgehandicapten (Rea) kunnen worden binnengehaald. Het merendeel van 'de 26' komt voor deze regelingen in aanmerking. Per 'gereïntegreerde arbeidsgehandicapte': een vast bedrag van 24.000 gulden. Voor het reïntegratieproject: een subsidie van 200.000 gulden. Is SPANO een beetje actief, dan rolt er zo een bedrag van ongeveer 1,2 miljoen gulden binnen. Maar er zijn nog meer regelingen: vergoeding van eenderde van de brutoloonkosten gedurende drie jaar, financiering van eventuele scholing en aanpassingen van de arbeidsplaats, en verlaging van de af te dragen premies door de indienstneming van arbeidsongeschikten.
Conclusie: 'de 26' vormen voor SPANO een goudmijn. Hun werk levert geld op en met hun komst kunnen aanzienlijke subsidies worden opgestreken.
De volgende vraag is: wat zijn de gevolgen, wanneer de rechter in de bodemprocedure beslist dat het in juli 1999 gegeven ontslag onrechtmatig is. In dat geval blijft het arbeidscontract in stand. Wat moet SPAN/SPANO dan betalen?
In het arbeidscontract staat dat SPAN 80 procent van het oorspronkelijke loon dient te voldoen. De afgelopen jaren ontvingen 'de 26' een uitkering van de WW en/of van de WAO. Dat is 70 procent van het laatst verdiende loon. Dus als SPANO of SPAN de dienstbetrekkingen moet herstellen, dan moet ze over de afgelopen tijd 10 procent aanvullen. Tussen augustus 1999 en januari 2000 zijn de arbeidsovereenkomsten, afhankelijk van de geldende opzegtermijn, geëindigd. Zou nu werk aangeboden worden, dan gaat het dus om een nabetaling van 26 maal 10 procent van anderhalf jaar loon. Een rekensom leert dat dit ongeveer 250.000 gulden is.
Die rekensom wordt alleen dan anders, wanneer het GAK zou stellen dat ook ten onrechte WW is ontvangen, omdat er een loonvordering mogelijk is. Zo'n standpunt van het GAK - de Uitvoerende Instantie van het LISV (Landelijk Instituut Sociale Verzekeringen) - is echter onwaarschijnlijk. In dat geval zou namelijk wel sprake kunnen zijn van een faillissement van SPANO en het LISV zal die consequentie beslist onaanvaardbaar vinden.
Voor alle duidelijkheid: een beroep doen op de onjuistheid van een ontslag kan alleen binnen een half jaar na beëindiging van de arbeidsovereenkomst. Buiten de bekende 26 heeft geen ander dat gedaan, dus is het risico voor SPANO/SPAN ogenblikkelijk te begroten, namelijk ongeveer 250.000 gulden. Een 'schade' die ook nog eens beperkt kan worden door zo snel mogelijk werk aan te bieden. Zelfs wanneer SPANO verzuimd heeft zich tegen dit soort claims te verzekeren, kan dit bedrag geen faillissement tot gevolg hebben. En al helemaal niet als de genoemde subsidies gescoord worden.
Er ligt echter nog een andere eis. Deze is wellicht van groter belang en betreft voor een deel een toekomstige vordering die moeilijker te begroten is. SPAN en SPANO hebben namelijk nagelaten de ingehouden pensioenpremies af te dragen. Daardoor zitten mensen met een WAO-gat en een gebroken pensioenopbouw. Dat zou wel eens behoorlijk in de papieren kunnen lopen. Maar op dit punt hebben de huidige werknemers van SPANO een groot belang bij de lopende procedure van 'de 26'. Ook hun belang is dat de ingehouden premies daadwerkelijk worden afgedragen en het pensioen ongebroken wordt opgebouwd. Of dit al is gebeurd, is tot nu toe onduidelijk.
'De 26' hebben de kantonrechter verzocht te bepalen dat de werkgever aansprakelijk is voor deze ernstige fouten en de schade moet betalen. Inderdaad gaat het hier om een aanzienlijke som geld. Want krijgen 'de 26' gelijk van de kantonrechter, dan zullen ongetwijfeld anderen met de uitspraak in de hand de werkgever op zijn plichten aanspreken. Het betreft dan ineens niet meer 26, maar honderd of tweehonderd of nog meer werknemers. Mocht in deze situatie SPAN/SPANO niet aan haar verplichtingen kunnen voldoen, ontstaat er een heel ander probleem. Stel dat voor de oplossing van dit probleem niet één of ander potje gevonden wordt, wat gebeurt er dan?
Allereerst moet vastgesteld worden dat de werkgever aansprakelijk is voor het niet afdragen van de premies. Een werknemer mag zich immers baseren op zijn loonstrook. Staan daarop ingehouden premies, dan mag hij er van uitgaan dat die inhoudingen terecht zijn. In het geval dat de premies niet zijn afgedragen, ligt de verantwoordelijkheid bij de werkgever. En hiervoor zijn de bestuurders van de stichting in persoon aansprakelijk. Te weten: de (voormalige) vakbondsbestuurders Van Buchem, Heilig en Ter Wisscha en RBA-functionarissen Elshoff en Kamps. Zij, althans de verzekering van de bonden van het CNV en FNV en van het RBA, zullen de schade moeten dragen. Dat is misschien onaangenaam voor de loopbaan van die bestuurders, maar wie zijn werk niet goed doet, is verantwoordelijk voor het letsel dat anderen daardoor oplopen.
Zoals gezegd, de kwestie van de pensioenen is een gemeenschappelijk belang van vroegere en huidige werknemers van SPAN/SPANO. Daarom is het zo stuitend dat de werkgever en zijn advocaat een tegenstelling tussen deze werknemers tot stand trachten te brengen. Hoor de advocaat, R. van der Stege, tijdens het kort geding van 31 januari jongstleden:
"Bestuurders van SPAN/SPANO worden door eisers, al dan niet bij monde van hun advocaat, in verschillende bewoordingen structureel uitgemaakt als het grootste schorem wat op deze aardbol rondloopt, zonder dat daadwerkelijk correct inzicht worden verstrekt in de daadwerkelijke gang van zaken. SPANO roept eisers op hieraan een einde te maken. (...) Ook door de huidige werknemers van SPANO wordt de wijze waarop eisers zich opstellen, met name buiten rechte, als zeer bedreigend ervaren."
Los van het feit dat deze beschuldiging door niets gestaafd wordt, is deze poging om verdeeldheid te zaaien een 'bondsadvocaat' onwaardig. Dit is meer dan een gerucht verspreiden, dit is een onverhulde poging mensen met en zonder dienstverband bij SPANO tegen elkaar op te zetten. Het laat zich raden hoe de werkgever en zijn advocaat in niet openbare situaties de huidige werknemers van SPANO informeren.
Dat SPANO er niet florissant voor staat, heeft niets maken met de juridische procedures die 'de 26' hebben aangespannen. De ontwikkeling rond de Instroompool blijft onduidelijk, evenals de uitbreiding van de werkgelegenheid bij Ceres. Er wordt veel overgewerkt, vaak moet 'nee' verkocht worden, uitzendbureaus en andere 'derden' ondermijnen de positie van de havenpool en met de cao wordt de hand gelicht. Ook hieruit blijkt het gemeenschappelijk belang van ontslagen en nog in dienst zijnde werknemers. Wordt de eerste groep een baan aangeboden, dan wordt de positie van de tweede groep niet aangetast, maar versterkt. Bovendien heeft iedere werknemer er belang bij dat de werkgever zich ten minste aan de wet houdt en wanneer hij dat niet doet daarvoor ter verantwoording wordt geroepen. Wanbeleid is wanbeleid, ook wanneer het bondsbestuurders betreft die willens en wetens een werkgeverspet op hebben gezet.
Hans Boot
(redacteur van het blad Solidariteit)