De vraag is natuurlijk wie het werk in verandering brengen en hoe en waarom dat gebeurt. Hierover is de mening gevraagd van mensen die heel wat jaren havenwerk achter de rug hebben en aktief waren of zijn in de ondernemingsraad en de Vervoersbond FNV.
"Dat het werk verandert, klopt", zegt Hans Hekking in een terugblik. "Vroeger was het werk ook al zwaar, maar met sterke ploegverbanden. De bazen kwamen nog van de werkvloer. Je had een bepaalde autonomie. Je kon tot op zekere hoogte je eigen tempo bepalen. Je voelde je er verantwoordelijk voor dat de hele ploeg het werk kon volhouden. Maar mensen worden meer en meer individueel verantwoordelijk gemaakt. Dat tast de saamhorigheid aan en daarmee het verantwoordelijkheidsgevoel voor elkaar. De sfeer op het werk varandert daardoor. Vroeger hield je de zwaksten er bij. Waar het naar toe gaat, kan je zien in Antwerpen. Daar heb je alleen losse krachten en werken mensen de zwakkeren uit hun ploeg.
Er zijn ook geen werkplekken voor zwakkeren meer. Stekkies die daar vroeger voor gebruikt konden worden, zijn uitbesteed.
Maar het probleem is niet de modernisering van de haven. Als je het voor het zeggen zou hebben, zou je daar natuurlijk vóór zijn. Dus op een manier dat de revenuen iedereen ten goede komen. Je zou bijvoorbeeld twintig uur in de week moeten werken. Niemand heeft bezwaar tegen cacao in bulk. Geen havenarbeider sjouwt graag met balen van 65 kilo cacao."
"Dat er nog steeds met zware zakken cacao moet worden gesjouwd in de haven, heeft niets van doen met de achterlijkheid van de bedrijven. Bij Ter Haak bijvoorbeeld zou gemakkelijk alle cacao in bulk verwerkt kunnen worden. Maar in de loodsen staan de zakken opgestapeld. Keurig gesorteerd naar land van herkomst, kwaliteit en datum. En dan moet je weten dat voor het lossen van een cacao-boot met zakgoed drie maal zoveel tijd en tien maal zoveel mensen nodig zijn. De reden voor deze werkwijze is dat de marges op zakgoed groter zijn. Dit heeft te maken met de goederentermijnmarkt. Alleen cacao in zakken kan hiervoor gebruikt worden. Aan deze spekulatie zijn al veel ruggen en knieën van havenwerkers opgeofferd."
Ab de Wildt, voorzitter ondernemingsraad amsterdamse havenpool, vindt het te gemakkelijk om te zeggen dat de veranderingen in het werk de oorzaak is van de bedreigde werkgelegenheid.
"Er zou door de afname van klein stukgoed te weinig werk zijn voor SHB-ers. Het is maar hoe je het bekijkt. Het werk in onze gebieden, waar de CAO geldt, neemt af, maar neemt toe in de regio van het Noordzeekanaal. Het laatste jaar is die toename zelfs 4,2 procent.
Maar die groei gaat buiten de traditionele bedrijven om. Dit lukt de nieuwkomende bedrijven, omdat ze konkurreren op personeelskosten. Tegelijkertijd wordt een deel van de moderne bulk, zoals cacao, niet meer door de traditionele havenwerkers gedaan. Waarom zouden zij daar niet geschikt voor zijn?"
Volgens bondsbestuurder Tom Koningh wordt het werk niet minder, maar wordt het verplaatst. Van de natte naar de droge kant.
"Havenwerk wordt steeds meer vervangen door expeditiewerk. Oude stukgoedbedrijven als Quick Dispatch zijn foetsie. Distributiecentra zijn ervoor in de plaats gekomen. Veel transport loopt nu via de weg. Alle banen die in de haven verdwenen, zijn terechtgekomen in de distributiecentra die je bij alle steden in de weilanden ziet verschijnen. Duizenden banen.
Een ander gedeelte van het werk is verplaatst naar Schiphol. Het stukgoed gaat namelijk voor een klein deel door de lucht. Daar komt steeds meer diskussie over, het is immers heel slecht voor het milieu. Als het afgelopen is met de goedkope kerosine, komt dat werk misschien terug naar de haven. Maar tegen die tijd, vrees ik, zal het wel vallen onder een slechtere CAO. Je krijgt kleinere kernen van werknemers en verdergaande automatisering."