FD Opinie 5 nov 11:00
De FNV is geïmplodeerd, maar niemand merkt het
Saskia Boumans (1)
De grootste vakbond van Nederland verkeert in diepe crisis. De FNV kan pas weer relevant worden als ze haar blik naar buiten richt en haar leden met elkaar in gesprek gaan, in plaats van elkaar te bestrijden, schrijft Saskia Boumans, directeur van de Burcht, wetenschappelijk bureau voor de vakbeweging.
De FNV zit in crisis. Wat ooit de sterkste sociale beweging van Nederland was, is al meer dan een jaar vleugellam – en opvallend genoeg lijkt dat maar weinig mensen te raken. De vakbond staat nu voor een keuze: gaat ze eindelijk met zichzelf in gesprek over haar rol in een veranderde samenleving, zodat de blik weer naar buiten kan? Of blijft ze gevangen in een interne machtsstrijd die haar verder verlamt?
De toestand bij de FNV doet denken aan de situatie waarin Omroep Veronica enkele jaren geleden verkeerde: een roemrijk verleden, een groot vermogen en een moeizame aansluiting op de realiteit van nu. Werkgevers, overheid en misschien ook werknemers hebben de vakbeweging steeds minder nodig. Dit afnemend belang wordt zichtbaar in de gespannen en soms stroperige relaties binnen de Sociaal-Economische Raad (SER) en de Stichting van de Arbeid. Waar vroeger het voorjaars- en najaarsoverleg tussen bewindspersonen, werkgevers en vakbonden een belangrijke rol speelde, is dat nu vaak een formaliteit geworden, als het al plaatsvindt. Ook het gewicht van cao’s neemt af, mede doordat steeds minder werkenden onder een cao vallen en de bescherming die vakbonden traditioneel boden daardoor afneemt.
Zwakke identiteit
Nederland is niet uniek. In vrijwel alle Europese landen worstelen vakbonden met het behouden van hun positie en invloed. Daar zijn verschillende redenen voor, zoals de financialisering van de economie. Wat Nederland echter onderscheidt van landen waar vakbonden sterker blijven, is dat de Nederlandse vakbonden een zwakke identiteit hebben en weinig aanwezig zijn binnen bedrijven. Kenmerken die hen in hun hoogtijdagen van pas kwamen, keren zich nu juist tegen de FNV.
‘Vakbonden missen verankering, hebben een zwakke vereniging en bieden weinig plekken voor dialoog’In een opinie in de Volkskrant vorige week stellen voormalige bestuursleden dat de FNV niet groot is geworden door achterkamertjespolitiek, maar door draagvlak. Ik betwijfel dat. Natuurlijk vormden de meer dan een miljoen leden de basis van de macht, en het verlies van leden is funest, maar het zoeken en vinden van echt draagvlak onder de leden gebeurde zelden. De FNV is juist groot geworden dankzij de achterkamertjes, haar pragmatische aanpak, ideologische lenigheid en het onderhandelen met iedereen die op haar pad kwam. Dankzij deze werkwijze heeft de FNV een niet te onderschatten rol gespeeld in de Nederlandse arbeidsmarkt en in de vormgeving van sociale zekerheid.
Maar deze vertrouwdheid met achterkamertjespolitiek bij de instituties zorgt er ook voor dat het vaak onduidelijk blijft wat de FNV wil. Een akkoord wordt altijd een compromis genoemd, maar de inzet wordt zelden gedeeld en de uitkomst wordt loyaal verdedigd. Dit draagt bij aan een zwakke identiteit. Voor de FNV zelf ook: probeer op de website maar te vinden waar ze voor staat.
Geen prioriteiten
Door het gebrek aan een duidelijke identiteit is er geen gemeenschappelijk kader waarbinnen in tijden van crisis oplossingen kunnen worden gevonden. Alles ligt op tafel, zonder richtlijnen of prioriteiten, dat zien we nu ook. Een tweede verschil met succesvollere vakbonden is hun aanwezigheid binnen bedrijven. In onze buurlanden is de vakbeweging wettelijk verankerd, wat zorgt voor een actieve rol op bedrijfsniveau. Dat biedt leden een duidelijke toegang, een vanzelfsprekend mobilisatieniveau en een plek waar ze zich kunnen organiseren. Het is de basis van de vereniging. De Nederlandse vakbonden missen deze verankering, hebben een zwakke vereniging en bieden weinig plekken waar leden met elkaar in gesprek kunnen gaan. De werkorganisatie – de medewerkers van de vakbond – krijgt daardoor nauwelijks weerwerk van of dialoog met de vereniging. Het ledenparlement, opgericht in 2012, was een dappere poging om de vereniging te versterken, maar zonder stevige basis en zonder begrip vanuit de werkorganisatie voor dit democratiseringsproject was dat gedoemd te mislukken. De flexibele identiteit en lage betrokkenheid van leden diende de FNV tijdens haar leven binnen het poldermodel. Maar die werkelijkheid is veranderd. De vakbond is minder nodig, de druk is weg en de FNV is geïmplodeerd.
Enige oplossing
Haar werkwijze is echter onveranderd gebleven. Dat blijkt uit hoe de tijdelijke toezichthouders Lodewijk Asscher en Ton Heerts probeerden voldongen feiten te creëren via interviews in landelijke dagbladen, waarin ze hun plan als de enige oplossing presenteerden, met een strakke tijdsplanning en de weigering moties van het ledenparlement over te nemen. Ook het ledenparlement speelde mee in dit spel van achterkamertjespolitiek en zocht niet het gesprek met de honderdduizenden leden die ze vertegenwoordigen.
Zal het ledenparlement samen met Heerts en Asscher een oplossing vinden? Waarschijnlijk volgt er een compromis dat iedereen verdedigt, maar dat zal de crisis niet oplossen. Er is geen echte dialoog geweest en machtsposities staan centraal. Het kan anders: leer van onze buurlanden, investeer in de vereniging en bouw de sterke beweging terug die werkenden ook de komende decennia nodig hebben.
(1) Saskia is directeur van het Wetenschappelijk Bureau de Burcht van de FNV.
Artikel overgenomen met toestemming van de auteur