Patrick van Klink, Sjarrel Massop
Veel mensen in onze omgeving snappen de FNV niet. Waar is de grootste Nederlandse vakcentrale de laatste tijd mee bezig? Wat zijn de werkelijke problemen en hoe kan de vakbeweging 'in crisis' deze oplossen? Voor ons is één ding klip en klaar: dit is niet 'een kwestie' die met de aanpassing van een structuur is op te lossen!
De discussie in de vereniging komt op gang, het Ledenparlement kruipt uit zijn schulp en heeft initiatieven genomen - van meer debat tot meer openbaarheid. De vakbeweging is van fundamenteel belang voor elke samenleving, met name om verbeteringen in gang te zetten. Dat is een proces van de vereniging en de leden moeten daarin nadrukkelijk betrokken worden. En meer dan dat: zij zullen de dragende kracht moeten zijn.
Het conflict is begonnen met kwesties rond sociale veiligheid en gebrekkige 'governance': bestuur. Via de geraadpleegde Ondernemingskamer zijn tijdelijk aangestelde "toezichthouders", Asscher en Heerts, aan de slag gegaan. Ze kwamen met een plan: Voor de toekomst: een sterke FNV.
De strekking van het plan is een organisatorische aanpassing van de gehele FNV, waarvoor terloops het zittende bestuur weggestuurd is. Een bestuur dat schoorvoetend de discussie had geopend voor 'verandering van de FNV'.
Een andere maatregel van de toezichthouders, met in hun kielzog een interim bestuur, is een sterke centralisatie van de FNV. Slechts de verkiezingen van de diverse besturen en organen gaan (schijn)democratisch verlopen. Inbreng van de leden, van de vereniging op beleidsontwikkeling is niet of nauwelijks aan de orde. De toezichthouders bepleiten een FNV dat een 'sterke partner is in de polder'. Ze zien echter over het hoofd dat de polder in een ontbindingsproces verkeert.
Niet alleen de Nederlandse vakbeweging wordt geconfronteerd met een identiteitsverlies, het is een breed probleem dat zich manifesteert in de kapitalistische wereld. De kwestie is eerder in webzine Solidariteit - e551-2 - aan de orde gekomen. Samengevat: vanaf de jaren tachtig manifesteerden zich sluipenderwijs grote veranderingen in de arbeidsstructuur van de economie, Zoals: een veranderende samenstelling van de arbeidende klasse, bedrijven concentreerden zich op hun kerntaken en besteedden veel bijkomend werk uit. Met als gevolg: een toenemende informalisering en precarisering van de arbeid en de neergang van collectieve arbeidsovereenkomsten bij grote bedrijven; de cao is meer en meer een luxe . Het kapitaal ging anders functioneren: aandeelhouders werden belangrijker, arbeid deed er minder toe en de zeggenschap en positie van de werkers in de bedrijven verzwakten. Ook de overheden beschermden de belangen van de arbeidersklasse minder en minder. Dit neoliberale offensief leidde tot de ondermijning van de vakbonden en hun manier van werken. (De redactie van Solidariteit heeft kort na het ontstaan van de FNV-crisis het dossier FNV, onderweg geopend, met veel informatie, documenten en reacties over de recente ontwikkelingen.)
De geschetste ingrijpende veranderingen riepen ernstige sociale problemen op.
1) De individualisering en de daarmee gepaard gaande ontwrichting van gemeenschappen. Door beperkingen in onder meer huisvesting, energie, zorg, onderwijs en cultuur liep de solidariteit tussen mensen terug.
2) Een zich terugtrekkende overheid ontwrichtte de leefomgeving en het milieu.
3) De afnemende bestaansonzekerheid leidde tot een toenemende armoede.
Voorheen waren vakbonden nadrukkelijker aanwezig in het sociale verzet, vaak na druk vanuit de leden. Vandaag (gisteren en morgen) willen jongeren rond deze sociale thema’s actief worden, maar in de sectoren is daar onvoldoende aandacht voor. Het Klimaatnetwerk FNV doet bijvoorbeeld zijn uiterste best en neemt deel aan de klimaatmarsen, maar de ondersteuning van en verbinding met sectoren is zwak.
Er is wel een sterke groep vakbondsleden voor een Vrij Palestina, maar de FNV was nauwelijks zichtbaar in de grote demonstraties voor solidariteit met de Gazanen. Een vakbond is geen politieke partij, maar kan de geschetste sociale problemen niet overlaten aan 'de politiek'. Een vakbond is de organisatie waar mensen hierover met elkaar in gesprek kunnen gaan, met elkaar actie voeren voor verbetering van arbeidsvoorwaarden en elkaar de ruimte geven voor discussie en actie rond die grote sociale problemen. Dat dit kan, laten bijvoorbeeld de activiteit en ledengroei op universiteiten zien.
De FNV is een vereniging met een traditie, gekenmerkt door een hiërarchische en gecentraliseerde structuur. Doelstelling is altijd de belangenbehartiging van de werkende mensen geweest. Een goed inkomen, goede arbeidsomstandigheden en goede sociale zekerheid. Omdat het vakbondswerk bij vooral grote bedrijven goed georganiseerd was, werkte deze structuur soms meer en soms minder. Leden konden participeren in dit bedrijvenwerk, hadden daar hun inbreng als het ging om arbeidsvoorwaarden. Waar nodig werd er druk uitgeoefend door acties en/of werd met stakingen het werk neergelegd. Er waren verschillende bonden met een eigen structuur, waarin via bondsraden de democratie aanvaardbaar geregeld was. De FNV was een verband met samenwerking van die verschillende bonden. Leden waren belangrijk.
Helaas moeten we concluderen dat de ontwikkelingen van de afgelopen tijd in een 'FNV in crisis' niet bijdragen aan de aanpak van de geschetste grote veranderingen en de sociale problemen die ermee gepaard gaan. De heren toezichthouders maken bepaald niet de indruk het tij te kunnen keren.