Welkom Commentaren

Solidariteit - Commentaar 570, 9 augustus 2026

Kamp Vught

Jan Müter

Nog deze zomer liep ik tegen een pijnlijke dwaling aan en een misvatting over één van de zwarte episoden van onze 'vaderlandse' geschiedenis ten tijde van de Tweede Wereldoorlog.

Op vakantie in Eindhoven vroeg mijn partner Sjanet naar mijn idee of beeld van Kamp Vught. De gedachte of associatie die bij mij op kwam, was die van de gijzelneming door het Naziregime van honderden prominente Nederlanders vanaf mei 1942 in Sint-Michielsgestel en Haaren.

Pijnlijke werkelijkheid

Van die gegijzelden zijn op 15 augustus en 15 oktober 1942 in totaal twintig mannen geëxecuteerd - als represaille voor verzetsacties elders in het land. Zij genoten verder betrekkelijk weinig beperkingen en organiseerden zelfs een druk cultureel programma, konden tennissen en bezoek ontvangen. Politici van uiteenlopende signatuur vormden zelfs een overleg van "de Heren van 17", met een knipoog naar het bestuur van de vroegere Vereenigde Oostindische Compagnie. Zo legden ze de basis van de eerste naoorlogse kabinetten.

Naast de voortdurende dreiging van de vergelding, was het leven niet te vergelijken met de verschrikkingen van een concentratiekamp en/of de vernietigingskampen die wij eerder bezochten in Oostenrijk en Polen. De plaatsnamen van Sint-Michielsgestel en Haaren vond ik na enig speurwerk op mijn mobiel. Even later ook de harde en pijnlijke werkelijkheid waarvoor het Kamp Vught staat.

Concentratie- en doorvoerkamp

Kamp Vught was een ‘echt’ concentratie- en doorvoerkamp voor ongeveer 12.000 Joden en 20.000 niet Joden. De bouw begon, in opdracht van Himmler, in het najaar van 1942 en werd al in januari 1943 in gebruik genomen. In september 1944 als de geallieerde opmars nadert, wordt het kamp ontruimd, worden de gevangenen naar elders gedeporteerd en zoeken de bewakers hun heil achter de frontlinie.

Het kamp was ontworpen naar de laatste inzichten die binnen de SS sinds 1933 werden ontwikkeld met het eerste kamp in Dachau. Voorzien van slaap - en woonverblijven, werkplaatsen, een groot terrein voor het meer dan dagelijkse appèl, kinderdagverblijven, gevangenissen en een crematorium. Vrijwel alle Joden, waaronder meer dan 1.800 kinderen, hebben de oorlog niet overleefd. Ruim 750 mensen zijn aan honger, ziektes en ontberingen overleden. Meer dan 350 mensen zijn geëxecuteerd. Het monumentje op het voormalige kamp, meldt de 1.269 namen van de kinderen die op 6 en 7 juni 1943 op transport werden gesteld en zijn omgebracht.

Boeiend onderzoek

Het kamp, en sinds 1990: het Nationaal Monument Kamp Vught, voorziet nu in een even fraaie als indrukwekkende tentoonstelling van deze roetzwarte episode van onze geschiedenis tijdens de bezetting door het Naziregime. Eén van de betrokken vrijwilligers, Bert Oomen, publiceerde in 2025 een boeiend verslag van zijn onderzoek naar Kamp Vught 1942-1944. (1) In die studie reconstrueert Oomen een rijke context om de ontwikkelingen, gebeurtenissen en gedragingen in het betrekkelijk korte bestaan van Kamp Vught te kunnen plaatsen.

Om het doen en laten, in het bijzonder van de drie kampcommandanten te schetsen, neemt Oomen ons terug naar de geboorte van het terreurapparaat en de vernietigingsmachine van de SS in 1925 en vervolgens het ontstaan van de eerste concentratiekampen na Hitlers machtsovername in 1933. Begonnen als Hitlers lijfwacht, ontwikkelde de SS zich tot een ‘raszuivere’ paramilitaire en elite eenheid die eerst ressorteerde onder de bruinhemden van de SA, maar met de komst van Himmler in 1929 snel uitgroeide tot een zelfstandige macht. (SS: Schutzstaffel, SA: Sturmabteiling)

Vals beeld

Kamp Vught was aanvankelijk zowel een ‘normaal’ concentratiekamp als een doorvoerkamp voor Joden. Tegenstanders van het Nazi bewind werden opgesloten en als dwangarbeiders geëxploiteerd in concentratiekampen. Joden werden verzameld in 'Jodenkampen' of getto’s voor hun deportatie naar de vernietigingskampen. Die bijzondere combinatie zette Oomen op het spoor van de ontwikkeling van de concentratiekampen en de bijzondere geschiedenis van wat wij nu 'de holocaust' noemen.

Juist de combinatie van de kampen en het aanvankelijke verschil in de bejegening van Joden en niet-Joodse gevangenen, voedden in Nederland het valse beeld dat de Joden minder verschrikkingen te verduren kregen. Een beeld dat naar buiten kwam door de aanwezigheid als ‘pottenkijkers’ van onder anderen Philips werknemers.

Lastige vragen stellen

Oomens speurtocht naar de drijfveren van de betrokken SS'ers voert hem langs observaties in de publicaties van Ahrend, De Swaan, Bauman en vele anderen. Met zijn typering van het nazibewind als een chaos met een heerschappij van velen, schetst hij de ‘ruimte’ die de meeste betrokken SS'ers maar al te graag uitwerkten met een inzet en ijver om bij Himmler en Hitler in een goed daglicht te komen. De SS'ers wilden en mochten voor elkaar niet onderdoen en zeker niet als lafaards of mietjes beschouwd worden. Tegelijk verschafte de SS de betrokkenen een uitgelezen mogelijkheid om ‘iemand te zijn’, topposities te verwerven en als groep bij te dragen aan de genocide.

Het was Oomens moeder die hem op het spoor zette van zijn onderzoekingen rond Kamp Vught. In de oorlog was zij door een Joodse vrouw benaderd met de vraag bij haar te mogen onderduiken. Dat verzoek had zij om goede redenen moeten afwijzen. In de winkel waar zij woonde, kwam te veel en onbekend volk. Maar zijn moeder liep nog altijd met de vraag hoe het verder met dat Joodse gezin was gegaan. Zij kende, 65 jaar later, de morele dilemma’s nog, de angst voor de bezetter en de moed om te doen wat nodig was.
Oomen neemt met zijn studie ook nadrukkelijk stelling over de actualiteit van vandaag en het belang om kennis te nemen van de gevaren van het fascistische gedachtegoed. Mensen kunnen zich verrassend goed aanpassen aan een politiek klimaat, waarin medemensen van hun menselijke eigenschappen worden ontdaan - als een plaag, tsunami of ongedierte .....

Een vraag die Oomen nog graag onderzocht ziet worden, is: hoe kan het dat een groot aantal vooraanstaande en hoogopgeleide SS'ers, met zeer veel bloed aan de handen, na de oorlog gewoon weer hoge ambtelijke functies in het Duits ambtenarenapparaat konden verwerven. Zijn motto luidt; Herdenken is en blijft nadenken en lastige vragen stellen.

(1) Bert Oomen, Kamp Vught 1942-1944. Daders en drijfveren. Walburg Pers. 2025.
Na 1944 is een deel van het kamp vernield. Een ander deel kwam onder het ministerie van Defensie. Later, in 1951, werden de barakken gebruikt voor de huisvesting van een deel van de Molukse gezinnen van KNIL-militairen. Dus geen gebrek aan zwarte bladzijden.

Stempel Solidariteit blijft