Solidariteit - Commentaar 476 - 1 januari 2023

Maurice Ferares is dood (1)

Hans Boot

Foto Maurice Ferare van overlijdensbericht

Maurice stierf 18 december 2022, een paar weken later zou hij 101 jaar oud zijn. Voor het laatst sprak ik hem eind oktober telefonisch. Hij was moe, maar dacht nog aan een bijdrage voor Solidariteit over wat hij noemde de schijnheilige excuses door Rutte over Nederland als koloniale slavendrijver. Helaas dat artikel lukte niet meer. De crematie vond 24 december plaats en ik had de eer over de periode bij Solidariteit een woord van dank en bewondering te mogen spreken.

Voor het eerst las ik over Maurice in 1962/1963. Hij was toen secretaris van de Toonkunstenaarsbond en zou dat jaren blijven. Enige tijd gecombineerd met de functie als vicevoorzitter van de internationale organisatie. De bond was aangesloten bij het NVV en na een conflict over de tarieven van musici werden hij en de bond geroyeerd. En dat was vakbondsnieuws.

Maurice, een begrip

Vrij snel na dat royement begreep ik van oude kameraden dat Maurice in linkse kringen hoog aangeschreven stond. Contacten in de vakbeweging met Rein van der Horst en een toevallige ontmoeting met Max Plekker - zijn pleegzoon was leerling op de school waar ik werkte - bevestigden dat. Rein en ik behoorden in 1982 tot de oprichters en redactie van Solidariteit, blad en later webzine voor een strijdbare vakbeweging. Max leverde regelmatig een bijdrage en was een vaste deelnemer aan het vakbondscafé in Amsterdam. En uitgerekend Solidariteit brachten Maurice en mij vanaf 2015 tot een intensieve samenwerking.

De aanleiding was dat ik in 2014 via Joost Kircz en Jan Willem Stutje betrokken raakte bij de eindredactie van Maurice' laatste boek De revolutie die verboden werd. Indonesië 1945-1949. We zaten ochtenden samen in zijn werkkamer aan de computer, bespraken en corrigeerden teksten. Hij betaalde mij en dat maakte het contact puur inhoudelijk. Maurice hoorde zeer geïnteresseerd over Solidariteit en bood graag zijn diensten aan.

Misdadige oorlog

Vervolgens verschenen vanaf juni 2015 tot 2022 in totaal zo'n honderd artikelen van Maurice. Veelal gedreven door de actualiteit van oude en nieuwe kwesties met als bronnen Het Financieele Dagblad, de NRC en Le Monde, want ook Macron moest het ontgelden. De meeste aandacht kreeg Indonesië, meer dan vijftien artikelen over de bevrijdingsstrijd, de koloniale misdaden en de daarvoor verantwoordelijken. Met als titels Komt de onderste steen boven?, Vuile misdadige oorlog en Internationaal Indonesië tribunaal nodig.

Daarnaast legde Maurice met tien artikelen de relatie bloot tussen de groeiende armoede en de winsten van de witwassende banken en de van de corona pandemie profiterende Big Pharma. Andere terugkerende thema's waren de Palestijnse vrijheidsstrijd, de lange geschiedenis van de slavernij, de val van de sociaaldemocratie en de in de polder vastgelopen vakbeweging. Soms een driekwart pagina, vaker twee tot vier pagina's, doorwrocht met noten en een enkele keer een gedicht.

Warm en leerzaam

Maurice kaartte een onderwerp aan, we bespraken dat en na een paar dagen lag er een eerste versie die hij via de mail soepeltjes afrondde. Minstens eens in de maand kwam ik bij hem langs, waar hij graag zoals hij dat noemde 'een lunch' op tafel zette. Bijna elke keer kwam er wel weer een nieuw facet van zijn geschiedenis ter sprake. Over zijn inspirerende vader tot zijn huidige familie en achterkleinkinderen, over de oorlog en zijn onderduik tot zijn leven als violist, over de februari staking tot de CPN, over de Vierde Internationale tot zijn boeken.

Een warme, hartelijke en leerzame samenwerking. Een keer klaagde Maurice schuldbewust over zijn doofheid, ik had verteld over mijn plan een gehoorapparaatje aan te schaffen. Wat eigenwijs glimlachend zei: onze kunst is dat twee doven elkaar verstaan.

Tot slot een gedicht dat hij me een paar jaar geleden stuurde.

Hiep hiep hoera voor de hel

Op weg naar de hel
merkte ik geen lucifers
bij me te hebben.

Niemand had me gezegd
dat ik niet zelf voor vuur
hoefde te zorgen, omdat
het boven al brandde
geen nood ik red me wel.

Gelukkig geen gefemel meer
over een hemel waar 's morgens
het ontbijt geserveerd zou worden
met een eitje en de krant
voor de eerste hersenspoeling die dag.

Geef mij maar de hel waar ik
kan doen en laten waar ik zin in heb
altijd en overal communist zijn, ha ha.

Geen klassenjustitie, geen corrupte politici,
geen gekochte pers, bazen die alles bezitten
de fabrieken, de huizen, de mensen,
hun zielen en verstand.

Boven zet ik de deuren wagenwijd open
wees welkom mensen, wees gelukkig
in onze mensengemeenschap
verwarm je aan onze vriendschap
niemand is hier baas.

Laat het slavenbestaan achter je
wees vrij en gelukkig in de hel
hier word je niet bestolen
gediscrimineerd of uitgebuit.

De duitentellers mogen naar de hemel
die nergens is.

(1) Zie ook: Joost Kircz - Een eeuw strijdend voor het socialisme S symbool

Stempel Solidariteit blijft