Solidariteit - Commentaar 509 - 07 april 2024

Jong, flexibel en ongeorganiseerd

Jan Müter

Het lokale vakbondsnetwerk in de IJmond en in Zaanstreek-Waterland en het Voor16 actienetwerk Haarlem/IJmond willen graag dat de FNV weer relevant wordt voor (werkende) jongeren en steken daartoe de handen uit de mouwen.

De FNV vergrijst. Al een halve eeuw neemt het ledental van de vakbonden af. Alleen recent, in reactie op de superinflatie als gevolg van de oorlogshandelingen in en rond de Oekraïne, groeide in Nederland het aantal vakbondsleden. De daling van het ledental, van 37 naar 17 procent van de beroepsbevolking, beperkt de macht en invloed van de vakbonden. Met als gevolg dat ongeorganiseerde werkers in toenemende mate speelbal zijn voor kwaadwillende ondernemers. En daaraan is helaas geen gebrek.

Vakbeweging schiet tekort

Het ledenaantal doet er toe, maar is geen absoluut gegeven. In landen als België en Zweden, waar de vakbond betrokken is in de uitvoering van de sociale zekerheid, is de organisatiegraad veel hoger dan in Nederland - respectievelijk 50 en 70 procent. In Frankrijk daarentegen ligt de organisatiegraad 8 procent lager dan in Nederland. Anders dan bij ons maken de Franse bonden geen deel uit van het 'polderlandschap' van het gereguleerde overleg tussen ondernemers en werkers. Een relatief beperkt aantal actieve vakbondsleden heeft in Frankrijk echter een aanzienlijke invloed.

Het dalend ledental onder jongeren lijkt samen te vallen met de groei van het aantal en aandeel dat voor hun inkomen aangewezen is op de zogeheten flexbanen in Nederland. Een groeiend deel van de jonge werkers in Nederland is dus speelbal van die kwaadwillende ondernemers - zonder enige vorm van bescherming of weerwoord door de vakbond. Dat geldt bovenmatig voor vrouwen en arbeidsmigranten van binnen en buiten Europa die - al dan niet via louche uitzendbureaus - werkzaam zijn in de landbouw en distributiecentra. Het hardvochtige en verschraalde stelsel van de sociale zekerheid - de Participatiewet - maakt dat er geen ontkomen is aan de willekeur en uitbuiting. De vraag is: hoe en waarom ontwikkelde de vakbeweging geen of onvoldoende antwoord op die flexibilisering van de arbeidsmarkt en de toegenomen rol van bijvoorbeeld uitzendbureaus, schijnzelfstandigheid en tijdelijke arbeidsovereenkomsten.

Keuze voor marktwerking

Beantwoording van deze vraag is niet eenvoudig. Zeker niet in een relatief kort commentaar voor de webzine van Solidariteit. Maar antwoorden hebben we nodig, ook voor het beoogde contact met scholieren en werkende jongeren om uit te leggen wat de rol van de vakbeweging is (geweest). En wat daarin misschien ook te veranderen en te verbeteren valt. Voor een belangrijk deel van de antwoorden kan ik gelukkig leunen op het goede werk van Saskia Boumans. Zij is een dag in de week werkzaam bij de FNV als beleidsadviseur en bereidt daarnaast haar promotie voor over (de geschiedenis van) strategieën van ondernemers bij de inrichting van het sociaaleconomisch bestel in Nederland. Voor haar studie heeft zij het beleid van de FNV over een periode van veertig jaar onderzocht. Overigens warm aanbevolen. (1) Hoewel de FNV aandacht vraagt voor de negatieve gevolgen van de verdere flexibilisering van arbeidsrelaties, laat Saskia overtuigend zien dat de FNV zeer schatplichtig is aan dat flexibel bestel in Nederland.

Eind jaren zeventig neemt de FNV langzaam maar zeker afstand van haar Keynesiaanse kijk op 'arbeid en inkomen'. Onder druk van de recessie en stagnerende economie, resulterend in hoge werkloosheidscijfers, slaat onder leiding van Wim Kok de FNV de weg in van loonmatiging - bevestigd in het akkoord van Wassenaar'(1982).
Die koers vormt in feite tot 2015 de hoofdlijn in de cao-onderhandelingen. Tot dat moment wordt gesproken van 'maximale' looneisen. Met het afscheid van het Keynesiaanse kader, vol noties over de verdeling van welvaart en economische groei via de consumptieve bestedingen, komt ook de FNV in de jaren negentig uit op een geïndividualiseerd belang van een eigen inkomen: de participatie. In die periode omarmt ook de FNV het principe van de marktwerking en de koers van economische groei via de export.

Werkende armen

De groei van de werkgelegenheid - in absolute aantallen - staat voor de FNV lang voorop. Daartoe tekent ze in 1995 bijvoorbeeld voor het idee om functies in bedrijven op te knippen en zo eenvoudige banen te creëren, waardoor meer mensen aan 'werk' komen. Daartoe kan de ruimte tussen de onderste cao-schalen en het absolute minimumloon worden gebruikt voor zogeheten 'startfuncties'. En dat is ook precies wat er op grote schaal gebeurde. Volgens Saskia is de afgelopen jaren het aandeel van de werkenden dat tot 110 procent van het minimumloon verdient, enorm toegenomen. Van de laagstbetaalden is tegenwoordig 57 procent aangewezen op het systeem van toeslagen voor huur, kinderopvang en zorg. Zonder die toeslagen verdienen ze misschien net voldoende om alleen de vaste lasten te betalen.

Dat minimumloon is in koopkracht, in de vijftig jaar van haar bestaan, drastisch verlaagd. Van 65 procent van het modale loon in 1968 naar 45 procent in 2018. Afgezien van de eenmalige verlaging met 3 procent in 1982, is het minimumloon elf jaar niet geïndexeerd. Dit omwille van bezuinigingen op uitkeringen waarvan de hoogte aan het minimumloon zijn gekoppeld, zoals de Bijstand en de AOW.
Voor een herstel van de koopkracht tot op het niveau van 1968 zal het minimumloon op tenminste zestien euro moeten worden gebracht - een eis die de FNV stelde in de aanloop tot de verkiezingen van november 2023.

Van 14 naar 16 euro

Deze liberale sociaaleconomische wind in vakbondsland lijkt eindelijk in de nasleep van de financiële crisis van 2008 wat aan kracht in te boeten. Pas dan gaan er in de vakbond stemmen op die waarschuwen voor de gevolgen van 'excessieve' flexibiliteit en pleiten voor meer bestaanszekerheid. Werkenden moeten eindelijk profiteren van de werkelijke economische ontwikkeling. Die is er niet alleen maar voor de aandeelhouders en bedrijfsdirecties. Dan wordt ook voorzichtig geëxperimenteerd met 'organizing', zonder daar echt voluit voor te gaan.(2) Eerst in de zorg en vervolgens ook in andere sectoren. Het duurt echter nog tot na 2015, voordat er weer voorzichtig een meer offensieve koers wordt ingezet. Bijvoorbeeld 'volwaardig werk en inkomen' met campagnes voor de afschaffing van het minimumjeugdloon en de verhoging van het minimumloon. Eerst naar 14, dan 16 euro per uur. Campagnes met als resultaat: de verlaging van de jeugdlonen van 23 naar 21 jaar en de verhoging van het minimumloon van 10 naar 13,27 euro per uur.
Dat is vandaag het loon dat de werkers in de winkel van Van Haaren in Haarlem zeggen te verdienen, wanneer wij hen met flyers proberen te betrekken bij de Voor16 campagne.(3) Voor verreweg de meeste van de collega's die we ontmoeten, is de vakbeweging - ook de FNV - iets uit een wereld en een tijd die hun volkomen vreemd is. Tekenen voor een arbeidsovereenkomst is als de afsluiting van een afspraak met een internetprovider. In de meeste gevallen zonder omhaal tekenen bij het kruisje - zonder kennis te nemen van de onderliggende voorwaarden en bepalingen.

Tegen de achtergrond, waarin de FNV dertig van de voorgaande veertig jaar weinig weerwoord bood aan de agressieve koers van liberalisering en deregulering door ondernemers (vaak in intieme samenwerking met 'de politiek') heeft ze voor bijna twee achtereenvolgende generaties van jonge werkers zwaar aan relevantie ingeboet. Herstel van de betrokkenheid van jongeren bij de vakbeweging - en omgekeerd - zal vooral in eigentijdse vormen ontwikkeld moeten worden.


(1) Saskia Boumans,
* Neoliberalisation of industrial relations: The ideational development of Dutch employers' organisations between 1976 and 2019. University of Amsterdam, 2021, Netherlands - Neoliberalisation of industrial relations
* Did trade unions reinforce the neoliberal transformation? The Dutch case. AIAS-HSI University of Amsterdam, 2022 - Did trade unions reinforce the neoliberal transformation?
* Hoe krijgen we ´weer´ de beste minimumloonregeling ter wereld - Het grote kleine minimumloon college
(2) Wim Sprenger en Maarten van Klaveren waarschuwen in hun publicatie voor De Burcht, het Wetenschappelijk Instituut voor de vakbeweging, voor een halve inzet van organizing: Organising binnen de Nederlandse arbeidsverhoudngen
(3) Ik wil een eerlijk minimumloon - Voor 16

S symbool
Stempel Solidariteit blijft