welkom
extra
Solidariteit

Uit nummer nul van Solidariteit, maart1983

Aktiebereidheid in de gezondheidszorg groeit

Redactie: in 'extra 442-4' van 12 september 2021 kwam Solidariteit veertig jaar ter sprake. Wat voorbarig, want de officiële oprichting vond oktober 1982 plaats. Een blik op wat toen het nulde nummer heette, laat die veertig jaar op een bepaalde manier zien, namelijk de gezondheidszorg. De moeite waard om zonder toelichting en in de oorspronkelijke redactie terug te halen.

Martin Sturkop

De tijd voor lieve akties is voorbij! Een dagje lief zijn voor de patiënt, dat is terug naar Florence Nightingale en dat willen we juist niet! Harde aktie heeft altijd gevolgen, maar je moet juist duidelijk kunnen maken dat voor de langere duur dat ook in het belang van de patiënten is. Wij eisen bovendien van jullie dat je de solidariteit van andere bonden organiseert. Daar hadden jullie allang mee bezig moeten zijn.

'Zorg om zorg' en verzet

De plaats is de Hoeksteen in Amsterdam. Het is dinsdagavond 12 oktober 1982. Achter de tafel schuiven bestuurders heen en weer op hun stoelen en bedenken hoe ze zullen reageren op de enthousiaste bijval die de woorden van de spreekster uit de zaal krijgt.
De regionale kaderbijeenkomst is georganiseerd door de ABVA/KABO en het Beterschap (belangenvereniging voor verpleegkundigen en verzorgenden) samen. Zij verwezen hun jarenlange onderlinge strijd om de ledengroei naar de achtergrond om de afbraak van kwaliteit en kwantiteit in de gezondheidszorg tegen te gaan.
De oproep was uitgegaan onder het motto 'Zorg om zorg'. U bent ongetwijfeld sterk betrokken bij uw werk. U staat voor een goede zorgverlening, maar dat moet u wel mogelijk gemaakt worden. Door een goed beleid. Zo stond het in de uitnodiging. Op de vergadering werd het modeldraaiboek uitgedeeld voor een stiptheidsaktie op 1 december. De aanwezigen lieten zich eerst nog braaf indelen in groepen om over het aktiemodel te praten. Dat ging er van uit "je eens voor te stellen wat het is om patiënt te zijn." Een patiënt moet zich aanpassen en onderwerpen aan het onpersoonlijke systeem in het zieken- of verpleegtehuis. Door personeelstekort is er te weinig tijd om individuele aandacht te geven. De aktie zou moeten bestaan uit het tijd nemen voor dingen in het werk die je allang had willen doen, maar waar je nooit aan toe gekomen bent. Aan het voldoende tijd besteden voor elke patiënt. Dan zou wel blijken hoeveel personeel er tekort is.

Tekening van verplegerster in bed met tekst Maak de gezondheidszorg niet ziek!

Uit rapportages uit de diskussiegroepen bleek al snel dat voor vele werkers dat station al gepasseerd is: "We willen aktie voeren voor onze arbeidsomstandigheden en tegen afbraak van onze werkgelegenheid. In deze aktie mag je een dagje aardig zijn voor de patiënt, maar de volgende dag moet je dat weer inhalen. Eerst moet je duidelijk maken welke eisen je stelt en aan wie. Maar voordat we zover zijn, moet je nog veel duidelijk maken aan je kollega's en aan de bevolking."

Regering en werkers tegenover elkaar

Traditioneel is de gezondheidszorg een terrein waar arbeidsrust heerst. De organisatiegraad (zo'n 10 procent) en de aktiebereidheid zijn laag. Maar bovenstaande gebeurtenis is tekenend voor de verschuiving die optreedt. Nog tot in deze eeuw werd de gezondheidszorg beheerst door religieuze roeping, de armenzorg en liefdadigheid. Een afkeer voor vakbondsorganisatie hing daar mee samen. Het stellen van materiële eisen en aandacht voor slechte arbeidsomstandigheden pasten niet bij het zichzelf wegcijferen ten opzichte van het belang van de patiënten.
Met de invoering van de ziekenfondswet in de Tweede Wereldoorlog kwam daarin verandering. Die wet dekte de kosten van een ziekenhuisopname. Samen met de bevolkingsgroei en de uitbreiding van mogelijkheden voor diagnosestelling en behandeling veroorzaakte dat een eksplosieve groei van het aantal verpleegdagen in ziekenhuizen. Rekrutering van religieuzen en meisjes van 'goede stand' leverde te weinig arbeidskrachten op. Loondienstverhoudingen werden algemeen en drongen de religieuzen naar de achtergrond. De toenemende welvaart maakte wel verbeteringen mogelijk, zonder dat daarvoor organisatie in een vakbond noodzakelijk was. Sinds het begin van de krisis is het beleid van de regeringen echter gericht op maatregelen die bezuinigingen mogelijk maken.

De financiering van de gezondheidszorg komt voort uit premies. Die premies zijn voor de werkgevers loonkosten. De overheid voert nu een politiek van afbraak van sociale voorzieningen en van vermindering van overheidsuitgaven ten gunste van de winsten in de ondernemingen. Vlak na de Tweede Wereldoorlog ging 3 procent van het nationaal inkomen naar de gezondheidszorg, nu is dat bijna 10 procent. De ziekenhuizen maken meer dan de helft van deze kosten. De ziekenfondspremie steeg van ruim 4 naar bijna 10 procent. Bij elke ronde van bezuiniging op de kollektieve sektor wordt daarom een grote aanslag gedaan op de ziekenhuizen. Dat betekent dan ook een aanslag op de positie van de werkers, want salariskosten vormen zo'n 70 procent van de totale kosten in de ziekenhuizen. Opvoering van de arbeidsproduktiviteit is nauwelijks mogelijk. Verpleegkundig handelen laat zich nu eenmaal moeilijk mechaniseren en automatiseren. De overheid probeert daarom vooral het aantal arbeidsplaatsen te verminderen om zo de kosten te verminderen. Daarbij vindt ze de werkers op haar pad.

De werkers organiseren zich

De eerste grote botsing tussen de bezuinigende overheid en de werkers deed zich in 1974 voor. Het kabinet-Den Uyl kondigde een personeelsstop aan in de gezondheidszorg. Voor het eerst kwamen dc werkers massaal in verzet en organiseerden zich in een landelijke aktiegroep. De personeelsstop werd ingetrokken, maar het aktiekomitee (LAK/LOVEL) bleef bestaan.
Die kontakten waren belangrijk in de tweede massale aktie in 1978-1979. Toen liepen cle verpleegkundigen te hoop tegen de normen van het COZ. Dat zijn normen die regelen hoeveel personeel er per ziekenhuisbed mag zijn. Die normen zijn ver achtergebleven bij de ontwikkelingen in het beroep en bij de werktijden. Daaroor komt de patiënt aandacht te kort en worden de verpleegkundigen zwaar belast. Ook hier organiseerde het personeel zich. In deze tijd kwam ook voor het eerst een CAO-ziekenhuiswezen tot stand. Eerder, in 1972, werden ondernemingsraden in ziekenhuizen verplicht.
Door al deze ontwikkelingen groeide de organisatie bij vakbonden en ontstond er een toenemend aantal aktivisten in de instellingen. De kategorale bond 'Het Beterschap' werd partij in de CAO- onderhandelingen. Zij is altijd gericht geweest op de beroepsinhoud, maar werd nu gekonfronteerd met salarisonderhandelingen en arbeidsomstandigheden.

Foto actievoerende zorgmedewerkers

De grootste groei in het ledenbestand van de ABVA/KABO vond plaats in het welzijnswerk en de gezondheidszorg. Het is te begrijpen dat de bonden probeerden voet aan de grond te krijgen en dat is waarschijnlijk ook de reden waarom toen de ABVA/KABO voor het eerst in zee ging met een aktiekomitee. Samen organiseerden zij een voor de gezondheidszorg massale demonstratie en manifestatie in Utrecht.
De verhouding tussen werkers en bonden blijft echter moeizaam. De vakbeweging heëft zich weinig of niet bezig gehouden met de inhoud van de gezondheidszorg. Voor veel werkers is echter de kloof tussen hun motivatie voor het werk en de werkelijkheid de aanleiding om in verzet te komen. Slechte arbeidsomstandigheden krijgen minder aandacht, omdat vooral een goede verzorging vooropgesteld wordt. Het aktiemodel dat door de bonden werd voorgesteld, zoals vermeld in het begin van dit attikel, heeft daarom zeker wel waarde. Het sloeg alleen niet meer aan in de regio's Amsterdam en Haarlem waar al veel meer aktieervaring aanwezig is. Maar voor andere regio's gingen de plannen vaak al te ver. Op die plaatsen waar het uiteindelijk tot aktie is gekomen, is de aktie doeltreffend geweest, omdat het aansloot bij het bewustzijn van de betreffende werkers. Rond de akties was veel publiciteit en diskussie, waardoor op nieuwe plaatsen een basis werd gelegd voor verdere organisatie en aktie.

Noodzaak tot harde en massale akties neemt snel toe

Ik verwacht dat er al de komende twee jaar een snelle ontwikkeling zal zijn in de richting tot verdere organisatie en naar massale akties. Dr regeringsplannen liegen er niet om. Wil de voorgenomen vermindering van het aantal ziekenhuisbedden ook de daarbij genoemde bezuiniging opleveren, dan betekent dit dat zo'n 17.000 arbeidsplaatsen daarmee verloren gaan. Het totale pakket aan regeringsmaatregelen komt zelfs neer op een vernietiging van 40.000 (!) arbeidsplaatsen. Nu al heeft de stagnatie in de gezondheidszorg tot gevolg dat per jaar 5.000 pas-gediplomeerden geen werk kunnen vinden in de verpleging.
Ziekenhuispersoneel behoort tot de trendvolgers. Dat betekent dat de inkomenspositie van de werkers nog sneller achteruit holt dan in het bedrijfsleven. Het valt niet te verwachten dat 'de buit' die de bonden bij minister Rietkerk wegsleepten: drie roostervrije dagen als 'uiterst haalbaar resultaat' in de gezondheidszorg ook wordt omgezet in arbeidsplaatsen. Zelfs als dat wel gebeurt, verdwijnen er nog meer arbeidsplaatsen dan dat er bij komen. Steeds meer werk dus voor steeds minder mensen en dat in een sektor waar de arbeidsbelasting en de behoefte aan meer zorg al zo groot zijn.

De schroom om aktie te voeren zal daardoor snel verminderen. De organisatie van het verzet neemt toe. In bijna àlle Amsterdamse instellingen bijvoorbeeld zijn er nu aktivisten met ervaring. Binnenkort komen de ondernemingsraden van de Amsterdamse instellingen bijeen om de situatie door te praten en te bezien hoe het dreigende ontslag voor zo'n vier- à vijfduizend Amsterdamse werkers voorkomen kan worden. De bonden hobbelen nog altijd achteraan bij dit soort initiatieven, maar dat biedt ook voordelen. Aktiekomite's van de werkers genieten meer vertrouwen dan de bonden. Kontakt met en steun van de bonden is er wel, omdat in die komite's ook veel kaderleden deelnemen. Aan de bonden wordt een goede kans geboden in de gezondheidszorg voet aan de grond te krijgen door deze initiatieven te steunen zonder het voortouw te nemen en aktiedoelen van bovenaf in te brengen.

Solidariteit en koalities moglijk

In dit artikel ligt vooral de nadruk op de situatie bij verpleegkundigen in ziekenhuizen. Maar ook in andere delen van de gezondheidszorg broeit het. Ook veel artsen zijn werkloos of dreigen hun werk te verliezen. Degenen die werk hebben, zijn daarentegen vaak vijftig tot zestig uur in de week in touw. Veel werkers in de gezondheidszorg zijn vrouwen, zo'n 60 procent. De vrouwenbeweging ontwikkelt zich in de gezondheidszorg tot een belangrijke kracht.
Er zijn dus mogelijkheden tot eensgezind optreden en koalitievorming. Dat geldt ook voor de werkers in de gezinsverzorging, wijkverpleging en de gezondheidscentra. Overal heerst dezelfde nood. Een nood die ook vertaald wordt in solidariteit met werkers elders. Vanuit het beroep worden de werkers gekonfronteerd met de gevolgen van de slechter wordende sociaalekonomische situatie en de ziekmakende omstandigheden in het produktieproces. Het is een klein, maar belangrijk verschijnsel dat de werkers van Mobil enige jaren terug steun kregen vanuit de gezondheidszorg in hun strijd voor verbetering van de ploegendienst.
Tekenend is ook dat het in het Slotervaartziekenhuis niet moeilijk was om steun te organiseren voor het openhouden van de ADM. De werkers daar hadden immers zelf net een strijd achter de rug voor het openhouden van hun ziekenhuis en wisten wat het betekende om steun van buitenaf te krijgen.

De strijd om de gezondheidszorg is niet alleen een strijd van de werkers daarin. Werkgelegenheid in de gezondheidszorg is bepalend voor de kwaliteit van de zorg. Werkgelegenheid in de gezondheidszorg is een belangrijk stuk koopkracht van de bevolking. Wat dat betreft is er een grote overeenkomst met de situatie in de bouw.
Het wordt tijd dat álle bonden de situatie in de gezondheidszorg als hun verantwoordelijkheid zien, zich uitspreken over de kwaliteit van die zorg en daarmee over de vereiste uitbreiding van arbeidsplaatsen. Akties in de gezondheidszorg zelf verdienen de solidariteit van de hele arbeidersbeweging.

S symbool