welkom
extra
Solidariteit

Gevolgen neoliberalisme ten koste van sociale markteconomie

Extreme inkomensongelijkheid in Duitsland

Herbert Goestl 1

Het Bureau voor de Bescherming van de Grondwet (Verfassungsschutz) heeft het niet op de radar, maar het is in Duitsland aan de orde: inkomensextremisme bestaat al meer dan twintig jaar. Twee cijfers ondersteunen dit vermoeden. Ten eerste: 18.400 euro, het minimumloon voor een jaar werken. Ten tweede: 22 miljoen euro, het hoogste salaris dat mensen in Duitsland kennen, zelfs voor een jaar werk.

Deze enorme kloof kan worden gerechtvaardigd door mechanismen van de markteconomie of worden betreurd als feodalisme. Dit artikel wil antwoord geven op de vraag waarom er zulke extreem ongelijke lonen en salarissen zijn, hoe ze ontstaan en waar ze toe leiden. Welnu, van alle mensen worden de cruciale werknemers in de onmisbare beroepen tijdens de Corona crisis het slechtst betaald, in de verpleging, aan de kassa van supermarkten of in de dienstensector. Daarom gaat voor velen de welvaart al heel lang maar in één richting: naar beneden.

Man in vol spaarvarken showt een munt boven de gleuf, man in bijna leeg spaarvarken  zit  sneu naar zijn munten te kijken.

Twee derde onder gemiddelde

In de jaren tachtig van de vorige eeuw verdiende de rijkste 10 procent vijf keer zoveel als de armste 10 procent. Tegenwoordig is de verhouding tien tegen één. In 2019 verdienden voltijds medewerkers gemiddeld 47.928 euro bruto. Dat klinkt op het eerste gezicht goed, maar het is het rekenkundig gemiddelde. Lonen en salarissen zijn zeer ongelijk verdeeld. Sommige zitten ver boven het gemiddelde, zoals de top 10 procent, voor wie een jaarsalaris van meer dan 100.000 euro niets bijzonders is. Daarentegen verdient twee derde van alle werknemers minder dan het gemiddelde.
Volgens website gehalt.de kreeg een kok 32.343 euro, een verkoopster 35.416, een kleuterjuf 35.977 en een verpleegster 39.223 euro. Een elektrotechnisch ingenieur verdiende bovengemiddeld met 62.753 euro, een chemicus met 66.388 euro of een arts met 82.141 euro. Dergelijke cijfers zijn momentopnames en in individuele gevallen is een bepaald salaris ook afhankelijk van kwalificaties, beroepservaring, individuele prestaties, de werkplek of de werkgever. Toch maken ze een trend duidelijk.

Sommige verschillen zijn te volgen. Bijvoorbeeld dat een geschoolde scheikundige of een arts meer verdient dan een kleuterjuf of een kok. Iedereen kan zien dat de bondspresident, de eerste man van de staat, 242.500 euro aan officiële salarissen ontvangt. Maar waarom de hoofden van veel gemeentelijke bedrijven meer dan het dubbele verdienen is niet duidelijk. Bij Messe Berlin (jaarbeurs) is dat 566.000 euro en bij het Berlijnse openbaar vervoerbedrijf 552.000 euro. Kan het inspannender, intellectueel uitdagender zijn om evenementen te organiseren of ervoor te zorgen dat treinen en bussen rijden, dan ons land te regeren?

Overdaad in managerskamers

Het graaien in de managerskamers kent tegenwoordig geen grenzen. Dat was niet altijd zo. In de jaren tachtig verdienden bestuursleden in Duitsland 14 keer zoveel als een 'gewone' werknemer in hun bedrijf. De remmen gingen los in de jaren negentig van de vorige eeuw. In 2005 ontvingen de bestuursleden van de Duitse topbedrijven 42 keer zoveel. In 2017 was dat 71 keer zoveel. Voor elk gemiddeld 3,34 miljoen euro.
Ook de miljoenen salarissen van voetbalprofs zijn niet meer van deze wereld. Niemand kan zulke bedragen begrijpen, merkte zelfs de Duitse bondskanselier op in 2017. Maar hoe kunnen we dat veranderen? Laten we bij het standaard leerboek economie blijven. Over billijkheid bij ongelijke inkomens is (heel kort) het volgende te lezen: lonen en salarissen moeten marktconform zijn volgens vraag en aanbod, moeten een afspiegeling zijn van de verschillende eisen die aan een baan worden gesteld en moeten gebaseerd zijn op uitvoering.

De econoom Gert G. Wagner ontdekte echter een probleem: Strikt genomen is er geen vaste prestatie, zei hij in 2014 in een interview met de Berliner Zeitung. Want wat een bepaalde inspanning economisch waard is, hangt af van de vraag of er op de markt naar dat of uw product vraag is en welke prijs daarvoor wordt betaald. Wat de gek er voor geeft, is de norm geworden. De economische prestatie hangt natuurlijk niet alleen af van hoe bekwaam een medewerker is of hoe hard hij werkt.
In het ergste geval is er sprake van ongelijke lonen voor hetzelfde werk. Net als bij de acteurs. In het theater verdienen velen slechts 32.253 euro per jaar. Voor de collega 'Tatort commissarissen' op de televisie is drie keer zoveel voor een aflevering met drie weken opnametijd niet ongewoon. De markt is slecht voor de acteurs van het theater. Dit probleem doet zich ook voor bij de moeilijk te automatiseren activiteiten in de dienstensector, in de gastronomie of in de zorg voor ouderen en zieken.

Tekening werknemers allerlei beroepen

De markt

Hoe verschillend deze banen ook zijn, ze hebben twee gemeenschappelijke kenmerken die resulteren in lage lonen.
1) De personeelskosten lopen op tot 80 procent, dat wil zeggen: Als je je winst in dergelijke industrieën wilt vergroten, moet je de lonen verlagen, zei arbeidsmarktexpert Stefan Sell in april 2020 in de Berliner Zeitung.
2) Gestage productiviteitswinsten en winstsprongen, zoals in de industrie, in de automatisering of bij geldtransacties kunnen bijvoorbeeld in de dienstensector niet worden bereikt, hetgeen nadelig is voor de betreffende beroepsgroepen. Of is het eerlijk als een verpleegster - die we in geval van nood vertrouwen op leven en dood – aan het einde van de maand duizend euro minder op haar loonstrook vindt dan een klantadviseur bij een verzekeringsmaatschappij? Nee, ook hier valt de markt tegen.

Ter verduidelijking: het gaat niet om nivelleren, zeg voor iedereen vierduizend euro per maand, zowel de witte boorden als de blauwe overalls. Ongelijke salarissen zijn niet onrechtvaardig als deze ongelijkheid een juiste weerspiegeling is van de verschillende eisen aan de beroepen en aan maatschappelijke betekenis van de dienstverlening. Het algoritme van de markt voor het berekenen van salarissen werkt dan correct. Helaas gebeurt dat niet altijd, vooral aan de bovenkant van de loonlijst.

Inkomensmiljonairs

Alleen al bij Deutsche Bank AG waren in 2019 bijna zeshonderd inkomensmiljonairs in dienst, ondanks jarenlange miljarden verliezen. Er zijn ongekende inkomsten in directiekamers, in de professionele sport of in de Olympus van de media- en entertainmentindustrie. Een update voor de sociale balans laat op zich wachten, een duidelijke taak voor politici. In Duitsland hebben ze de extremen van de markt niet kunnen of beter gezegd niet willen compenseren. Integendeel, ze doen al meer dan twintig jaar met plezier mee aan extremisme.

Een blik in de "Agenda 2010" (toekomstvisie SPD in 2010) was genoeg om te zien hoe de kleine man gebruikt werd. De meeste van hen merkten niet eens dat hun portemonnee werd geplunderd. Maar de cijfers spreken boekdelen. Terwijl werknemers in de jaren zeventig en tachtig konden genieten van voor de prijs gecorrigeerde brutoloonstijgingen tot 4 procent per jaar - dus voordat het neoliberalisme voet aan de grond kreeg en de sociale markteconomie terugdreef - ondervonden ze in de eerste jaren van deze eeuw een stagnatie tot 0,1 procent. In de afgelopen tien jaar was dat 1,6 procent. Het aandeel mensen met een laag inkomen is tussen 1996 en 2016 gestegen van 18,4 naar 24,4 procent. Hier is de gedegradeerde middenklasse te vinden die in dezelfde jaren is gekrompen van 65 naar 56 procent. En dit alles in tijden van een gestage, solide groei.

Bungalo voor de meer gefortuneerden

Zakken der rijken

De Duitse economie heeft de afgelopen drie decennia haar bruto toegevoegde waarde meer dan verdubbeld. De productiviteit per gewerkt uur steeg jaar na jaar met gemiddeld 1,2 procent.
Er rijzen twee vragen. Waar zijn de voordelen van de toegenomen waardecreatie en efficiëntie van de economie gebleven? Waar zijn de besparingen op sociaal gebied en in loonkosten naar toe gegaan? Waarschijnlijk ging een deel ervan in de zakken van de rijken der aarde, omdat ze werden gekoesterd en kunstmatig bevoordeeld. Er wordt geen vermogensbelasting meer geheven, de erfbelasting is veel te laag en de belasting op beleggingsinkomsten is bevroren op slechts 25 procent.
Het is dan ook niet verwonderlijk dat de particuliere, financiële activa de afgelopen twintig jaar zijn verdubbeld. Eind 2020 was dat 6,7 biljoen euro. Statistisch gezien net geen 100.000 euro per volwassene. Een aardig bedrag, maar slechts een rekenkundige waarde. De top 10 procent bezit twee derde van de 6,7 biljoen, een gemiddelde van 630.000 euro per neus.

Overigens een eenmalige solidariteitsbelasting van enkele procentpunten, en de staat zou door de corona zijn miljarden aan kosten kunnen betalen. Een eenzijdige last voor de rijken - kan dat? Het zou alleen hun euro's raken. Hun bedrijfsmiddelen en onroerend goed worden buiten beschouwing gelaten. Nog steeds niet mogelijk? Bij de ouderen kon het wel! Rood Groen (coalitie SPD/Groenen) besloot zeventien jaar geleden om de pensioenleeftijd te verhogen van 65 naar 67 en de pensioenen via de achterdeur met 7,2 procent te verlagen. Nu staat 68 jaar, oftewel een reductie van 10,8 procent, ter discussie. Bovendien is de belastingheffing op de wettelijke pensioenen ingevoerd, waardoor veel gepensioneerden met nog eens 14 procent stijging van het basisbelastingtarief worden gekort.

Selectieve belastingen

Top belastingen voor top vermogen en top inkomen zijn in Duitsland echter onbespreekbaar. Ook de grootverdieners blijven gespaard als het gaat om premies voor de sociale zekerheid, want bij inkomens boven de 80.000 euro per jaar daalt de relatieve last door de premiegrenzen weer.
Werknemers met een jaarinkomen van meer dan 110.000 euro beschikken over 22 procent van het totale inkomen, maar betalen slechts 5 procent van de sociale lasten. Lage en normale verdieners met een belastbaar inkomen tot 70.000 euro verdienen 65 procent van het totale inkomen, maar moeten 81 procent van de socialezekerheidsbijdragen dragen. Een CEO met een jaarsalaris van 9 miljoen euro betaalt geen cent meer belasting dan een ontwikkelingsingenieur met 90.000 euro.

De hervorming van de inkomstenbelasting die twintig jaar geleden is ingezet met de verlaging van het hoogste belastingtarief van 53 naar 42 procent biedt bijzonder goed illustratiemateriaal voor de herverdeling van vermogen van onderaf. Inkomensmiljonairs hebben er het meest van geprofiteerd. Iemand die tien miljoen euro belasting betaalt, zou in 2008 netto 800.000 euro meer overhouden dan in 1998, aldus experts van de vakbond Verdi. En dat terwijl tussen 1998 en 2015 de rijkste 30 procent van de bevolking belastingvermindering kreeg en de onderste 70 procent meer belasting moest betalen.

Einde belastinggiften

Vermogensbalans lslaat door met 1 vermogende tegen talloze sloebers

Het is tijd om een einde te maken aan belastinggiften voor degenen die hoe dan ook in een koppositie staan. Met name de belastingen op hoge inkomens moeten omhoog - naar 91 procent. Dit is geen oproep tot een communistische staatsgreep, het hoogste belastingtarief was 91 procent in Amerika in de jaren vijftig. Dit deed niets af aan groei en welvaart. Integendeel, vooral de middenklasse profiteerde ervan, aldus Paul Krugman, Amerikaans econoom, columnist voor de New York Times en winnaar van de Nobelprijs voor economie.

Ook in Duitsland was het hoogste belastingtarief begin jaren vijftig 80 procent. Pas in 1968 werd een belasting over de toegevoegde waarde van slechts 10 procent ingevoerd. Zo begon het Duitse economische wonder. Een blauwdruk voor vandaag? Waarom niet?
Prominente vertegenwoordigers van de Democraten in de Verenigde Staten pleiten voor de herinvoering van een top belastingtarief van 70 procent. Thomas Piketty, Franse stereconoom en bestsellerauteur, wil nog meer: 80 procent. Wat spreekt er tegen? Wat spreekt zich tegen de afschaffing van de premiegrenzen in de sociale zekerheid, sterke successie- en vermogensbelastingen, hogere belastingen op vermogenswinsten en een ingrijpende pensioenhervorming?
Wat is er tegen het stoppen van herverdeling van onder naar boven en wat is er tegen het herstel van een efficiënte verzorgingsstaat? Alleen politici die zich niets aantrekken van de explosieve maatschappelijke kracht van een steeds extremere ongelijkheid en een krimpende middenklasse. Of die zich geen raad weten met dergelijke vragen? In de economie zou dat een reden zijn voor ontslag.

Uit: De Volkskrant, 18 september 2021 – Marieke de Ruiter, De prijs van gratis bezorging

Tuinhout [voormalig inkoop directeur PostNL] en de zijnen wisten waarop voor PostNL nog te bezuinigen viel: ‘de factor arbeid’. Er is toen een belangrijk besluit genomen in het kader van de kosten, zegt hij. We gaan uitbesteden. ‘Arbeidscontract’ werd vervangen door ‘opdrachtovereenkomst’, het uurloon ingeruild voor een tarief per succesvolle stop. Dat wil zeggen: per adres waar daadwerkelijk wordt geleverd. Als een pakket teruggaat naar het depot, bijvoorbeeld omdat iemand niet thuis is, wordt niet betaald.


1 Artikel verscheen 1 september 2021 met de titel In Deutschland herrscht ein Einkommens-Extremismus, in Berliner Zeitung. Vertaling Ab de Wildt. Herbert Goestl was jarenlang werkzaam bij een groot techbedrijf en geeft tegenwoordig als freelance docent bedrijfskundige informatica. (terug)

S symbool