Van Mansholt tot klimaatmars

Landbouwbeleid

Rob Lubbersen

Het was 1957. Op de Openbare Lagere School aan de Marterrade in Den Haag trok juffrouw Helvesteijn in de tweede klas met een wit krijtje de lijnen van een groot vierkant op het zwarte schoolbord. In het vierkant tekende ze slordige vakjes, klein en groot, en enkele grillige baantjes. Kijk, zo ziet onze landbouwgrond er nu uit. Een rommeltje van stukjes land en slootjes. Sommige boeren hebben linksboven een weide, rechtsboven een akker en linksonder nog één. Sommige boeren hebben veel, andere helemaal geen sloot. Een rommeltje.

Vervolgens tekende ze naast dit vierkant een nieuw vierkant op het bord. Met daarin slechts enkele grote vakken en twee banen, een horizontale en een verticale.

Kijk, zo wil onze minister van Landbouw Mansholt dat ons landschap eruit komt te zien. Met grote weiden en akkers, goed bereikbaar voor elke boer met tractoren en machines voor maaien, planten en oogsten. Met rechte sloten voor een eerlijke verdeling van het water. Daar kan veel meer vee op. En meer gewassen. Dan levert onze landbouw veel meer op dan nu het geval is. Door schaalvergroting. Door ruilverkaveling. Sommige boeren willen niet meedoen, omdat ze geen afscheid kunnen nemen van hun oude vertrouwde stukjes land. Die willen niks inleveren en niet moderniseren. Maar die boeren hebben pech gehad. De vooruitgang valt niet te stuiten!

Zwart wit foto school
Helemaal de school van Rob en zijn broer en zus.

Vooruitgangsgeloof

Zo herinner ik me als achtjarige een les over de ruilverkaveling die toen actueel was. Het was dagelijks nieuws. De plannen van PvdA-minister van Landbouw Sicco Mansholt gingen immers behoorlijk ver voor het nogal behoudende platteland en sommige boeren boden fel verzet. Maar Mansholt kreeg zijn zin. De verwachte voordelen wogen ruimschoots op tegen het verlies aan vertrouwdheid. De vooruitgang viel inderdaad niet tegen te houden. Terzijde: ik herinner me bijvoorbeeld ook dat diezelfde juf overtuigd was van het nut van kernbommen: die hoefde je echt niet per se op mensen te gooien, die kon je ook prima gebruiken om wegen aan te leggen in bergachtige gebieden!

Aan de Marterrade heerste in die jaren een optimistische sfeer. Zoals op veel openbare scholen waren de meeste meesters en juffen sociaaldemocraat, aanhanger van de PvdA. De boodschap van een betere toekomst werd door hen breed uitgedragen. Het vooruitgangsgeloof was hier de heersende religie.

Klimaatcrisis

In de huidige tijd heeft de klimaatcrisis het landbouwbeleid weer in brede belangstelling gebracht. En daarmee Sicco Mansholt, als de architect van de grootste reorganisatie in de recente geschiedenis van de landbouw in Nederland en later in Europa.(*)
In deze tijden van opwarming van de aarde, luchtvervuiling en vernietiging van natuur door uitstoot van stikstof en CO-2 is die belangstelling niet verwonderlijk. De landbouw is immers verantwoordelijk voor 61 procent van de uitstoot van stikstof en voor 16 procent van de uitstoot van CO-2. Zo’n 9.000 glastuinbedrijven, 4 miljoen runderen, 12 miljoen varkens en 100 miljoen kippen dragen flink bij aan de productie van kooldioxide (CO-2) en de stikstofverbinding ammoniak (NH-3). Stoffen die aanzienlijk bijdragen aan opwarming van de aarde en verlies aan biodiversiteit. Stoffen die schadelijk zijn voor het klimaat en de lucht die we inademen.

Daar moet wat aan gedaan worden. Dan kan het dus geen kwaad te kijken naar hoe het landbouwbeleid in het verleden vorm heeft gekregen en misschien wel mede oorzaak is van de tegenwoordige problematiek. Met dank aan Mansholt!?

Motie van hulde!

Sicco Mansholt werd in 1908 geboren in een socialistisch gezin van Groningse herenboeren. In de Tweede Wereldoorlog zat hij in het verzet tegen de Duitse bezetter. Direct na de oorlog, in 1945, werd hij Minister van Landbouw. Dat bleef hij tot 1958, toen werd hij landbouwcommissaris van de Europese Commissie, ook een soort ministerschap. In 1973 ging hij met pensioen. Hij overleed in 1995 in Wapserveen.

Tijdens zijn ministerschap, zowel in Nederland als Europa, bracht hij grote veranderingen tot stand. Zelf boer en socialist gunde hij de boeren een beter bestaan én de rest van de bevolking bevrijding van honger en gebrek. Dat was geen overbodige luxe zo vlak na de oorlog en de hongerwinter. Hij wilde zijn doelstellingen bereiken door schaalvergroting (ruilverkaveling, ook wel herverkaveling genoemd) en door gerichte subsidies van de overheid.
Aanvankelijk werd hij zéér gewaardeerd. In 1957 nam de Tweede Kamer voor hem een ‘motie van hulde' aan. Dat is nog eens wat anders dan een motie van afkeuring, waar tegenwoordig mee gestrooid wordt! Ook in Europa werd hij met open armen binnengehaald. Maar zijn aanzien bij de boeren werd steeds minder. Zijn succes had een keerzijde. Er ontstonden gigantische overschotten, een boterberg en een melkplas waren het gevolg. En toen moest er weer gesaneerd worden, met andere woorden: het aantal boerenbedrijven moest terug! In de Europese lidstaten zou maar liefst de helft van de 10 miljoen boerenbedrijven moeten verdwijnen. Bij een groot boerenprotest in 1971 in Brussel werd Mansholt daarom vergeleken met Hitler en werden er negen galgen voor hem opgericht.

Foto boer met hooivork op eindeloos veld en man in regenjas op de rug gezien; titel Manshold

Inkeer

Niet veel later kwam Mansholt tot inkeer. Het rapport van de Club van Rome over "De grenzen aan de groei" in 1972 opende zijn ogen. Ik heb me laten corrumperen door het kapitalisme, zo zag hij in, en De mens is een plaag geworden. Hij kreeg spijt van zijn ongebreidelde schaalvergroting en zijn subsidies voor kunstmest en chemische bestrijdingsmiddelen. Hij begreep dat het roer radicaal om moest, maar kreeg dáárvoor niet de gelegenheid. Hij ging met pensioen en werd uitgerangeerd. Pikant is dat hij toen een relatie kreeg met de veertig jaar jongere milieuactiviste Petra Kelly die later de Duitse partij Die Grünen zou oprichten. Maar het Nederlandse en Europese landbouwbeleid denderde door op de ingeslagen weg.

Marcel ten Hooven schrijft daarover in De Groene Amsterdammer (2019, nummer 50):

In dat systeem regeren de marktwetten. Het gevolg is dat de bedrijven waarvan de boeren afhankelijk zijn – van de zaadleveranciers en de voederindustrie tot de banken en het grootwinkelbedrijf – als puntje bij paaltje komt hun economische belang boven het ecologische laten prevaleren. Door schaalvergroting en fusies zijn die bedrijven uitgedijd tot multinationals. Tegenover die geconcentreerde macht is de individuele boer geen partij en van de overheid, terughoudend met ingrijpen in de markt, hebben die mammoetbedrijven weinig tegenwicht te duchten.

Andere vooruitgang

Affiche klimaatmars 2021

Als gevolg van de klimaatverandering, steeds zichtbaarder in enorme overstromingen en bosbranden, lijkt nu na vijftig jaar het tij te keren. Duurzaamheid, een ecologisch verantwoorde biologische aanpak en een beleid gericht op kringlooplandbouw staan inmiddels op vele agenda’s. Het zal niet eenvoudig worden. Onder de boeren heerst weerstand. En voorkomen moet worden dat, net als in het verleden, het kapitalisme met de vruchten van het boerenbedrijf op de loop gaat, dat uiteindelijk toch weer de multinationals en de banken de ware profiteurs worden.

Wellicht was ten tijde van Mansholt zijn aanpak toen, in het begin, een noodzakelijke stap voorwaarts. Nu is een andere vooruitgang wenselijk. Opdat een juffrouw Helvesteijn op het scherm in haar tweede klas van een openbare basisschool háár leerlingen een positieve boodschap kan voortoveren!

Maar eerst: op 6 november 2021 om 13.00 uur in Amsterdam:
DE KLIMAATMARS!

(*) Interessant lees- en kijkmateriaal over Sicco Mansholt is onder andere te vinden: in het boek van Frank Westerman De Graanrepubliek (2018); in de theaterproductie Mansholt van Toneelgroep Jan Vos, uitgebreid gerecenseerd door Frank Mulder in De Groene Amsterdammer (2021, nummer 34); in de documentaire Overstag van Louis van Gasteren (2009).

S symbool