Leesgroep "Heropleving Karl Marx" - sleutelbegrippen en nieuwe interpretaties - deel 15

De staat

Sjarrel Massop

Voorkant boek The Capitalist State van Bob Jessop

De kwestie van de staat in de politieke economie, het terrein van Marx en Engels, is toegespitst op het politieke aspect, maar ze vormt één geheel dat uit twee delen bestaat: de politiek en de economie. Wetenschappelijk zijn deze gescheiden en dat maakt vooral de politiek tot een schijnbaar op zichzelf staand verschijnsel. Dit wekt de suggestie dat de staat zich afzijdig houdt van de economische processen. Een opmerking als ‘we zitten in een neoliberale fase van het kapitalisme’ is daarmee merkwaardig. Het liberalisme en ook het neoliberalisme gaan over politiek, niet over een economisch systeem. De gekunstelde scheiding tussen politiek en economie heeft ook betrekking op de plaatsbepaling van de staat.

Bob Jessop (BJ) heeft zich met deze problematiek beziggehouden en geeft een bruikbaar inzicht in de wijze waarop Marx en Engels dit thema hebben behandeld. Zijn bijdrage aan het project van de 'Heropleving van Marx' getuigt daarvan. 1

Nalatigheden

BJ – Gegeven het feit dat Marx ‘de arbeid' lijkt te verwaarlozen, richtte hij zich meer op het kapitaal. Daarbij negeerde hij de arbeidersklasse als een actief economisch subject, en in het verlengde daarvan als een politieke actieve factor. (Marx wilde eerst het probleem van het kapitaal oplossen, daarna de relatie tot de arbeid.)
In zijn voorwerk voor Het Kapitaal maakte Marx in zijn Manuscripten 1861–1863 een opmerkelijke wending. Hij noemde dat werk al een kritiek op de politieke economie, maar na het eerste deel dat politiek van aard was, ging hij direct over op zijn 'theorieën over de meerwaarde'. Dat hield hij vervolgens drie delen, ruim elfhonderd pagina’s, vast om pas weer in deel vijf terug te komen op de politieke economie. Daarbij greep hij met de behandeling van de winstvoet en de reflux bewegingen van het kapitaal toch weer terug op het economische aspect.(Reflux betreft de economische bewegingen van de reproductie, de producten en hun verkoop; daarmee kan het kapitaal in de vorm van geld terugstromen naar het productieproces).
Het zesde deel van de manuscripten gaat dan enigszins over de arbeid, maar in de betekenis hoe de arbeid zich verhoudt tot het constante (productiemiddelen) kapitaal. De inbedding van deze politieke verhoudingen, raakt ondergesneeuwd door de economische bewegingen.

BJ – Hoewel hun project zowel politiek als theoretisch was, bracht Marx noch Engels:
* een samenhangende analyse van politieke partijen, naties, nationalisme en natiestaten,
* een strategie en een tactiek van de revolutie, speciaal of die gewelddadig moest zijn of in een parlementaire vorm,
* een overgangsvorm van de ‘dictatuur van het proletariaat’ dat de kapitalistische staatsvorm zou vervangen en de scheiding zou afschaffen tussen staat en samenleving.
Dit zijn grote nalatigheden, maar betekende niet dat Marx en zijn kompaan voor het leven Engels, dergelijke onderwerpen negeerden.

Foto standbeeld in park
Karl Marx en Friedrich Engels monument, Berlijn.
Foto: Johann H. Addicks; wikimedia.org, gfdl-gnu licentie.

Drie staatsvormen

Marx maakte in zijn werk inderdaad een onderscheid tussen politiek en economie, daar is een goede verklaring voor. De opkomst van het economische systeem van het kapitalisme maakte zo'n snelle ontwikkeling door dat die de feodale machtsverhoudingen niet bij kon houden. Met de Franse revolutie zag Marx dat er een burgerlijke staat zou komen ter vervanging van de feodale verhoudingen. De economische ontwikkeling liep daarop vooruit en was tamelijk autonoom, dat wil zeggen: niet afhankelijk van een staatsvorm, dus de politiek. Volgens Jessop zag Marx, in algemene termen, drie (meng)vormen en overlappingen.

BJ - Deze drie kunnen omgezet worden in een beschrijving van de staat van tegenwoordig:
1. als een instrument van de heersende klasse, waarbij de economisch dominante klasse de dienst uitmaakt,
2. als een autonome autoriteit die doorslaggevende vrijheid voor aanpassingen kan krijgen, wanneer er sprake is van een instabiele balans voor de heersende klasse.
3. als een vervreemde vorm van politieke organisatie die gebaseerd is op een verdeling tussen overheersers en overheersten.

De derde vorm wordt dominant en is volgens Jessop een bruikbaar raamwerk om de andere twee vormen te duiden en te relativeren. Daarmee bedoelt hij dat er een soort synthese ontstaat tussen economie en politiek, waarbij de politiek niet meer autonoom is en de economie het bestaande kapitalistische systeem volledig overheerst. Dat brengt Jessop tot twee conclusies:
* Marx zou geclaimd kunnen hebben dat de staat een sociale relatie is, een relatie tussen klassen die gestuurd wordt door materiële verhoudingen en juridisch politieke instituties.
* Er is geen gelijkwaardige dialectische verhouding tussen politiek en economie, de laatste is dominant.

De laatste conclusie leidt ertoe dat werkelijke omvormingen naar aanleiding van crises (klimaat, milieu, energie, financiën, belastingen, discriminatie, democratie) nooit goed door de politiek, de staat, beheerd kunnen worden.

Kapitaal en markt

Karl Polanyi stelt dat een drietal vormen van kapitaal niet aan de markt overgelaten kunnen worden, namelijk land, geld en arbeid. 2 Daar zouden enkele sociale aspecten aan toegevoegd kunnen worden: energie (klimaat), wonen, water, sociale zekerheid en belastingen. Polanyi voorzag dat de privatisering van al deze vormen van kapitaal en hun sociale aspecten de staat zouden ondermijnen en de politiek in diskrediet brengen.
Het is duidelijk te zien, ook aan de actuele Nederlandse politiek, dat de staat in zijn doorgeschoten drang tot privatisering (het aan de markt overlaten) niet meer in staat is goed voor de bevolking op te komen. Denk deze dagen aan het het toeslagenschandaal, de handel in monddoekjes, de onmacht van de woningbouwverenigingen, de aanpak van de Corona crisis, de compensatie van de Groningse aardbevingen, een daadkrachtige benadering van het energieprobleem, de klimaatcrisis en de schuldenproblematiek van veel 'niet draagkrachtigen'.

Veel socialisten worstelen met het probleem van de staat. De gedachte daar achter is of de staatsmacht nodig is om het neoliberalisme of een economisch systeem als het kapitalisme om te vormen. Om aan Karl Polanyi tegemoet te komen en de markt niet als 'de oplossing' te beschouwen, pleiten ze voor nationalisatie. Zo pleit de SP voor een nationaal zorgfonds en bijvoorbeeld voor de nationalisatie van Tata Steel Nederland. 3 Daarbij wordt voorbijgegaan aan de situatie dat de huidige Nederlandse staat in zijn privatiseringsdrift zo ver vervreemd is van zijn oorspronkelijke verantwoordelijkheid – de verdediging van de belangen van de burgers – dat weinig succes te verwachten is.

Zwart/wit foto demonstratie Weg met de onderkruipers - de kapitalisten willen ons nekken

Kapitaal en staat

Een andere worsteling van de overheid die laat zien hoe verweven de overheid is met kapitaalbelangen, is de energieproblematiek. Economisch gezien is voor de kapitalistische productie de energie van levensbelang. Exorbitante prijsstijgingen van de energie als grondstof voor kapitalistische productie vormen een directe bedreiging. Om die problemen op te lossen, verlaagt de overheid de accijnzen op fossiele brandstoffen. De grootverbruikers hebben daar het grootste voordeel van. Wat eigenlijk moet gebeuren is dat het energiegebruik enorm naar beneden moet. Bijvoorbeeld door aanpassing van de isolatie van huizen en door verbetering van het openbaar vervoer. Daar wordt de overheid door wetenschappers ook op gewezen. De kapitalistische wijze van produceren met haar drang te groeien, accumuleren, staat niet ter discussie. De overheid kan daarmee niet voldoen aan de richtlijnen van de diverse klimaatconferenties. Het kapitalisme staat echter voor de overheid niet ter discussie.

Mijn stelling is dat de huidige staat een sta in de weg is voor noodzakelijke veranderingsprojecten die slechts door de samenleving opgelost kunnen worden. Dat kan door parallel aan de broodnodige, veranderende overheid, stimuleren dat de 'gemeenschap' zelf initiatieven neemt.


  1. Bob Jessop is hoogleraar in de politieke economie, zonder een leerstoel. Hij kan op eigen inzicht onderzoek doen. Zijn belangrijkste bijdrage aan de staatstheorie is de bestudering van de staat niet als een entiteit maar als een sociale relatie met verschillende strategische effecten. (terug)
  2. Karl Polanyi schreef: The great Transformation, the political and economic origins of our time, zie bij Solidariteit, extra: 406-3, 407-1, 408-5, 409-2 en 410-3. (terug)
  3. Zie in deze ronde 457 van Solidariteit: extra 4 – Groenstaal. (terug)
S symbool