Discussie over inkomens ouderen kan niet organisatorisch gestopt worden

De tijd van praten is inderdaad voorbij - deel 3

Sjarrel Massop

Het Algemeen Bestuur van de FNV heeft ingezien dat het rapport van de Commissie Goede Diensten op belangrijke punten de plank missloeg. Een inhoudelijk probleem, te weten inzicht in de toekomst van het pensioenstelsel van Nederland, kan niet gestopt worden met een ingreep in de organisatie van de FNV. Bovendien hebben de problemen in de discussie over de pensioenen niets te maken met de interne verhoudingen van de sector senioren van de FNV.

Dat de commissie er niet aan toegekomen is iets te zeggen over het proces van verdere 'sectoralisatie' (sectorvorming), heeft te maken met haar onjuiste opvatting over de werkelijke problematiek. Dat zijn niet de interne verhoudingen binnen de sector senioren. Maar de starre vakbondsopvatting dat de toekomst van het pensioenstelsel niet aan kritiek blootgesteld mag worden. Een kwestie die voor onze sector senioren van levensbelang is en daarover nooit mag zwijgen. Ook niet als besluiten van de bond genomen zijn.

Enige opluchting

Even vooraf. De kou is een beetje uit de lucht, de discussie in de openbaarheid is weggeëbd en het ongenuanceerde gestook door de media is gaan liggen. Nu kan in alle rust over de probleemen gediscussieerd worden. Dat blijft nodig, gezien de twee belangrijke onderwerpen die eraan ten grondslag liggen: 1) het inhoudelijk debat over de aanvullende pensioenen dat de fase van wetgeving heeft bereikt; 2) de rol van de vakbeweging daarin, met name de FNV.

De volgende bijdrage beperkt zich tot de tweede kwestie, omdat het rapport van de Commissie van Goede Diensten daarover gaat. Opvallend is dat het Algemeen Bestuur (AB) na rijp beraad met een besluit is gekomen en niet met een voornemen tot besluit. Dat kan klaarblijkelijk, maar is toch merkwaardig. Over zo'n belangrijk vraagstuk moet het Ledenparlement een uitspraak doen.
De sectorraad senioren heeft kort voor haar laatste vergadering voor het zomerreces het besluit mogen ontvangen en besproken. Er is veel kritiek uitgesproken, maar toch was er sprake van opluchting, omdat het AB het voorstel tot direct opheffen van de sector senioren naast zich meer heeft gelegd.

Foto Demo red ons pensioenstelsel in Den Haag

Sector senioren gehandhaafd

Over de rol van de FNV dus. Hier wat mij betreft de belangrijkste thema's, voorzien van een commentaar (*).

Het Algemeen Bestuur (AB) omarmt op hoofdlijnen de bevindingen en veel van de aanbevelingen in het rapport De tijd van praten is voorbij.
* Het AB geeft niet aan welke de hoofdlijnen zijn en waarom de commissie haar tweede opdracht onbesproken laat, namelijk versneld werk maken van het project sectoralisatie. Dit project houdt in dat de sectoren binnen de kaders van de FNV een grotere zelfstandigheid krijgen onder het motto ”decentraal wat decentraal kan, centraal wat moet''.

Het Algemeen Bestuur neemt de aanbeveling niet over om de sector senioren te wijzigen in een 'netwerk senioren'. In aansluiting op eerdere gedachtes wordt de wens van leden gevolgd die zich in een sector willen organiseren.
* Dit is het belangrijkste besluit. De sector senioren blijft terecht bestaan. Ze heeft de afgelopen twee periodes het bestaansrecht meer dan bewezen. Er is, ondanks onderlinge discussie die alleen maar goed is, geen reden aan te nemen dat dit in de toekomst niet zal gebeuren.
Een probleem binnen de FNV is dat de schijn versterkt wordt - door de grote omvang en het prominente optreden van de sector - dat de vakbeweging gedomineerd wordt door 'oude witte mannen'. Duidelijk moet zijn dat de vakbeweging een organisatie is die opkomt voor de belangen van werkenden en niet werkenden. Voorheen betrof dat alleen het inkomen, maar het terrein is uitgebreid naar een sociaal en politiek pakket met thema’s als zorg, wonen, vrede, anti seksisme, anti racisme, energie, klimaat en milieu. Hierover biedt het leeftijdsverschil tussen ouderen en jongeren meer overeenkomsten dan verschillen.
Dat betekent dat de indeling van leden in sectoren kritisch bekeken moet worden. Criterium moet zijn waar de belangen van leden het best gediend worden. En als we naar inkomen, wonen en zorg kijken, is een traditionele sector voor veel jongeren, ouderen en degenen die niet van een loon afhankelijk zijn, alles behalve vanzelfsprekend. Mijn suggestie is: een fusie van senioren, uitkeringsgerechtigden en (schijn) zelfstandigen. De overeenkomst van deze leden is dat zij voor hun inkomen niet bij een baas moeten zijn.

Het AB doet aan 'wensdenken'

Het Algemeen Bestuur neemt dan ook de aanbeveling niet over dat leden na hun pensioen per definitie lid blijven van hun ‘werkende’ sector. Ook hier hanteert het bestuur het principe van de vrije keuze: het lid bepaalt. Deze keuzevrijheid vereist alle steun van herhaalde en goed geplande communicatie via bijvoorbeeld ''Mijn FNV'' – twee jaar voor pensionering, op het moment van pensionering en twee jaar daarna. Leden geven zelf aan of en wanneer zij overgeschreven willen worden naar een andere sector. Een lid dat niet meldt te willen wisselen van sector, blijft dus ook lid van de sector waarvan hij/zij al lid was. Deze vrije keuze bevordert de herkenbaarheid en daarmee het ledenbehoud.

* Hier zit het AB er helemaal naast, het doet aan 'wensdenken'. Feitelijk stelt het AB een vakbond te willen worden van louter loonafhankelijken waarvoor het via de cao alles kan regelen. Maar het inkomen van ouderen, uitkeringsgerechtigden en zelfstandigen is al een hele tijd geen arbeidsvoorwaarde meer. Arbeidsverhoudingen en arbeidsomstandigheden kunnen voor deze groepen leden niet geregeld worden. Het AB wil deze weg volgen, zij het via een gewijzigd pensioenstelsel, een premiestelsel. De uitvoering daarvan is echter geen zaak meer van de vakbeweging.
Dat is de reden dat het AB een einde wenst te maken aan de sectoren senioren, uitkeringsgerechtigden en zelfstandigen. Door aan de leden de keuze te geven van welke sector ze lid blijven, wordt de directe belangenbehartiging ondermijnd. Wanneer we naar de werkende bevolking kijken, dan is de laatste decennia een ontwikkeling in het kapitalisme waar te nemen om de loonarbeid terug te dringen. Dit heeft economische redenen, omdat 'vast werk' de winsten drukt en politieke redenen, omdat de macht van de arbeid altijd al bedreigend is geweest. Wanneer het om werkelijke belangenbehartiging gaat, is er een groot belang de vakbondsmacht en de krachten te bundelen.
Als leden gezegd wordt dat de sector waarvan ze lid zijn in een situatie van pensionering, ontslag of verzelfstandiging niet meer goed op kan komen voor hun inkomensbelangen, terwijl ze wel de volledige de contributie betalen, dan zal de keuze snel gemaakt zijn. Naar mijn (persoonlijke) mening dreigt er zo door het AB een misleiding gepleegd te worden.

Het Algemeen Bestuur vraagt dringend, zonder in het domein van de sectorraad te willen treden, aan het huidige sectorbestuur om vooruitlopend op de aanstaande verkiezingen integraal op te stappen en plaats te maken voor nieuw elan. De sectorraad kan door een agendacommissie worden voorbereid met een technisch voorzitter die ze uit haar midden of extern kan benoemen. Het sectorbestuur zal als eerste en op korte termijn uitgenodigd worden om daar met de algemeen secretaris over te spreken.

* Hier spreekt het AB zich tegen door juist wel in het domein van de sectorraad te treden. Met het vertrek van het bestuur van de sectorraad verdwijnt ook de leiding van de diverse beleidsadviesgroepen. Zeer ongunstig voor de continuïteit die zeker nodig is gezien de discussie over de nieuwe pensioenwet in het najaar die doorloopt naar 2023. Dit pleit voor een demissionaire status van het sectorbestuur.

Plakaat Pas de Pensioenwet aan! Met Hofvijver en drijvend spaarvarken.

Persoonlijke mening

De rest van het besluit gaat over zeggenschap en raakt daarmee het punt van de sectoralisatie. In hoeverre kunnen sectoren zelfstandig optreden? In de pensioendiscussie is daar met de sector senioren het één en ander fout gegaan. Helaas onjuist weergegeven, vooral bij het royement van Jan de Jong, voorzitter van de sectorraad senioren. En ontstond een conflict dat het AB tracht recht te zetten door de regels en procedures te benadrukken.

Mijn kritiek is dat het AB probeert inhoudelijke ontwikkelingen organisatorisch op te lossen. Dat gaat niet. De regels en procedures zijn helder en duidelijk, er is geen reden daarover te bakkeleien, een vakbondslid weet waaraan hij/zij gehouden is. Dat neemt niet weg dat er inmiddels alle reden is om in discussie te komen, omdat meningsverschillen nu eenmaal niet met procedures opgelost kunnen worden.

Eén ding moet duidelijk zijn; Er is geen twijfel over mogelijk dat de FNV het pensioenakkoord goedgekeurd heeft, de uitwerking ook, en geen aanleiding ziet om nog eens over het voorstel Wet Toekomst Pensioenen te discussiëren. Gremia (bestuursorganen) van de vakbond hebben daarmee ingestemd en daarover besloten, inclusief het ledenparlement. Die besluiten moeten uitgevoerd worden, dat billijk ik als vakbondskaderlid. Maar mijn mening over het gehele traject is niet veranderd. Integendeel, ze is versterkt; het pensioenakkoord deugt niet, de uitwerking ervan is nog weer een verslechtering en de uitvoering wordt voor de overheid en de pensioenfondsen en de (toekomstige) gepensioneerden een regelrechte ramp. De laatsten zijn daarbij meer dan het haasje, zij zullen hun inkomen ernstig zien dalen. In het kader van de vakbondsdemocratie kom ik zo in een lastig dilemma. Ik vind dat meerderheidsbesluiten uitgevoerd moeten worden, maar ben ook van mening dat minderheidsstandpunten uitgesproken en gehoord moeten worden, zowel binnen de vakbeweging als daarbuiten.
De oplossing die de FNV-voorzitter Elzinga biedt, is werkbaar. Binnen de vakbeweging mag alles gezegd worden, maar kaderleden dienen meerderheidsbesluiten uit te dragen. Hij vond ook dat iedereen het recht heeft op een eigen mening op persoonlijke titel. Deze argumentatie volg ik al twee jaar. Mijn persoonlijke mening vindt zijn weg, waarbij het van belang is dat meer mensen lid worden van de FNV.

S symbool