Bijeenkomst VHV - 25 mei 2022

De vakbond als blaasbalg

Rob Lubbersen

Het is een vraag die kennelijk steeds weer gesteld kan worden: is de vakbeweging nou een smalle of een brede beweging? En wat zou ie moeten zijn? Wat is dat eigenlijk, een smalle of brede bond? De Vrienden van de Historie van de Vakbeweging (VHV) vond het in ieder geval de hoogste tijd om aan dit onderwerp weer een hele zaterdagmiddag te besteden. Dus kwamen er op 25 mei 2022 zo’n zestig gestaalde kaders, de meesten misschien al wat roestig, bijeen in het oude vakbondskasteel De Burcht vlakbij Artis in Amsterdam. Drie broodjes, een banaan en drie lezingen verder lijkt het nog niet eenvoudig eenduidige conclusies te trekken. In de huidige vakbeweging zijn wel enkele trends zichtbaar.

VHV-voorzitter Lodewijk de Waal opende de bijeenkomst met een citaat van een havenarbeider die door een milieu-activist werd aangesproken: Moet ik soms gras gaan vreten?

Logo VHV

Smal of breed?

De eerste lezing kwam voor rekening van de wetenschapper aan de Universiteit van Amsterdam Paul de Beer. Hij wierp de vraag op hoe breed je als vakbond qua doelgroep wil zijn: richt je je alleen op werknemers of op alle werkenden? Mogen ‘zelfstandigen zonder personeel’ (zzp'ers) ook meedoen? Wat hem betreft wel. Als er maar sprake is van enige mate van (loon)afhankelijkheid.
Daar was Paul snel mee klaar. Uitvoeriger ging hij in op de kwestie hoe breed je de bond ziet qua thema. Over welke zaken maak je je druk? Alleen over werk en inkomen (smal!) of ook over maatschappelijke onderwerpen (breed!). Hij begon aan te geven dat je met die breedheid moet oppassen. Je kunt namelijk door te veel zaken aan te kaarten je eigen basis juist versmallen. Zelfs over zaken die dicht bij werk en inkomen liggen – zoals basisinkomen, hoogte en duur van uitkeringen - verschillen binnen de bonden nu al de meningen van de leden. Laat staan over zaken die 'wat verder weg liggen' zoals veiligheid, migratie, klimaat en dergelijke. Momenteel stemt twee derde van de vakbondsleden min of meer links en één derde uitgesproken rechts. Wees behoedzaam! Voor algemene burgerzaken zijn er bovendien de politieke partijen.

Toch is Paul de Beer geen voorstander van een enge beperking tot loonstrijd. Ook arbeidsomstandigheden en levensvoorwaarden zijn voor veel mensen belangrijk. Ruim twee derde van de mensen vindt bijvoorbeeld sociale contacten en zeggenschap óók erg belangrijk. En dan is er nog iets dat Paul zélf zeer belangrijk vindt en dat hij na de jaren zeventig is gaan missen, misschien met een korte uitzondering na de crisis van 2008, en dat is vanuit het werknemerstandpunt een fundamentele kritiek op het kapitalisme als economische orde. Dat hóórt bij een serieuze vakbeweging.

Nooit dit of dat

Jan Verhagen van de VHV hield vervolgens een kort exposé over 'smal en breed' in de vakbondshistorie. Wat betreft zijn benadering daarvan, sloot hij aan bij Paul de Beer: smal is vooral werk en inkomen – breed is ook andere maatschappelijke zaken. Zijn stelling was dat de vakbeweging eigenlijk altijd allebei is, soms wat meer het één, soms wat meer het ander. En soms lijken de bonden het ene, maar doen ze net zo goed of zelfs meer het andere.
Zo lijken de bonden vlak na de Tweede Wereldoorlog, vanaf 1945, zich vooral te richten op herstel van werk en inkomen, maar ze bemoeiden zich ook intensief met 'steun wettig gezag', industriebeleid en de Korea Oorlog. In de jaren zestig 'kromp' de interesse aanvankelijk in naar lonen, salarissen en vakantiedagen. Maar begin jaren zeventig werden de bonden maatschappij kritischer en kwam er belangstelling voor vrede, kernwapens en milieu. De Industriebond van Arie Groenevelt stelde zelfs voor om het kapitalisme te vervangen door een radensysteem a la Joegoslavië. Ging dat te ver?

FNV sticker Geen bommen maar Banen

In de jaren tachtig volgde een reactie. Elders kwamen Reagan en Thatcher aan de macht en die pakten de vakbonden hard aan, in Nederland trok de FNV zich onder Hans Pont terug op vooral 'individuele belangenbehartiging'. In de jaren negentig pompten Stekelenburg en De Waal de band weer wat op, maar ten aanzien van de vredesbeweging liep-ie ook weer leeg. Rond 2000 begon de FNV sterk op een smalle 'sociale ANWB' te lijken. Vanaf 2010 gaat het weer om wat meer dan 'brood en boter' en trekt vooral het klimaat de aandacht van veel bonden. Een recent voorbeeld is Tata Steel: de FNV is bij dit bedrijf betrokken bij én werkgelegenheid en inkomen én bij de inrichting van het productieproces met het oog op het milieu in de omgeving. Nogmaals: de accenten kunnen verschillen, maar de vakbeweging is nooit alleen maar dit of dat. Ook nooit geweest.

Nieuwe activiteiten

Patrick Fey van het Christelijk Nationaal Vakverbond sloot zich aan bij de vorige sprekers. Hij wees op het belang van een focus op werk en inkomen, maar meende dat een inzet daarvoor altijd gekoppeld zal zijn aan zaken als de SER, pensioenen, duurzaamheid en internationale solidariteit. Patrick was zelf 'gevormd' in de Vereniging Voor Dienstplichtige Militairen (VVDM) die behoorlijk breed opereerde met onder andere acties voor vrije haardracht, afschaffing van de groetplicht en een verbod op kernwapens.

Hij betreurt de huidige afkalving van het ledental van de bonden. Misschien moeten we ons wat meer richten op nieuwe activiteiten voor jongeren: 'empowerment', cursussen algemene vaardigheden, persoonlijkheidsvorming, en dergelijke. En hij denkt dat Paul de Beer helemaal gelijk heeft dat er meer kritiek moet komen op de economische orde. Het terugdringen van flexarbeid en individuele contracten (zzp) als vormen van winstmaximalisatie, zou een goed begin zijn.

Steeds weer op en neer

Toen ik De Burcht verliet, had ik het beeld van een blaasbalg voor ogen: breed en smal = lucht in en lucht uit. Steeds weer. En ik bedacht dat momenteel de FNV toch vooral lucht uitblaast, op weg naar een smallere vakbeweging. Dit nog even afgezien van het verlies aan leden, dat voor de FNV over de afgelopen twee jaar neerkomt op 100.000 en de bond daarmee tot onder de 1 miljoen leden brengt. Hetgeen het niet makkelijker maakt om je 'breed te maken of te voelen'. Waar zie ik dan die 'thematische' versmalling?

Van een kameraad hoorde ik dat de FNV zijn 'organisers' terugtrekt uit de 14-euro-campagne. Die campagne is gericht op het binnenhalen van een minimumloon van 14 euro per uur. De inzet van de campagne blijft overeind en het ziet ernaar uit dat die eis ingewilligd gaat worden, want er is inmiddels flink wat politieke steun voor. Dat laatste zóu een reden kunnen zijn voor een 'lager pitje', maar feit blijft dat zonder 'organisers', door de bond betaalde activisten aan de basis, een stuk minder dynamiek aan de campagne wordt verleend. De organisers worden ingezet in 'de sectoren'.

Foto Blaasbalg

'Pensioenwappies'

Op een ander front is eveneens een terugtrekkende beweging merkbaar. Dat betreft de inzet voor de gepensioneerden. Nu zijn van de ruim 900.000 FNV-leden nog zo’n 150.000 pensionado’s en pensionada’s. In de bond is er een aparte sector voor deze senioren. Net als voor bijvoorbeeld werkers in de metaal, de zorg, enzovoort. In het Ledenparlement (LP) kiezen de senioren hun eigen afvaardiging. Zeventien ouderen bewaken in dat LP, dat in totaal honderd leden telt, de belangen van de gepensioneerde ex-werknemers. Onlangs heeft een Commissie van Goede Diensten, ingesteld door het hoofdbestuur, voorgesteld die sector senioren maar op te heffen. Het ziet er naar uit dat die commissie zijn zin krijgt. Dat betekent dat gepensioneerde leden niet langer samen in één sector opereren, maar verdeeld worden over de sectoren waarin ze ooit werkzaam waren. Overigens kunnen senioren die dat willen nu ook al 'blijven zitten' in de sector van hun nog-wel-werkende oud-collega's. Het betekent wél het wegvallen van een 'machtsblok' van pensioen afhankelijken.

Verdeel en heers? Het betekent de verdwijning van de senioren-fractie in het Ledenparlement. Ouderen krijgen adviesrecht in plaats van stemrecht. Het betekent de opheffing van de sectorraad senioren en het sectorbestuur senioren. Het betekent in de afdelingen stopzetting van de bestuurlijke ondersteuning en vervanging daarvan door een nogal vage 'lokale ondersteuner' van de plaatselijke ouderen. Om, althans op papier, verbonden te blijven met de specifieke seniorenproblematiek, komt er een 'expertisecentrum' met zes deskundigen.
Het lijken maatregelen die de senioren de bond uit jagen. Boze tongen beweren dat dit geen toeval is. Het hoofdbestuur lijkt het permanente verzet vanuit de gepensioneerden tegen het pensioenakkoord meer dan zat. Een woordvoerder van dat verzet, voorzitter van het sectorbestuur senioren Jan de Jong, is inmiddels geroyeerd. De grote baas Tuur Elzinga heeft meermalen aangegeven het gezeur van de ‘pensioenwappies’ meer dan beu te zijn. Weg met die zeikerds!

Vuur oppoken!

Tsja, dat terugtrekken op de sectoren met werkende werknemers, dat zou een zekere logica kunnen hebben. De vakbeweging is immers in crisis. Sterk teruglopende ledenaantallen, geringe populariteit onder jongeren en nieuwe doelgroepen, dan moet je wat. Allemaal in de loopgraven van de sectoren, 'verkorting van de frontlijnen', het kan zinnig zijn. Voorlopig lijkt het er echter op dat het de bond nog verder weg zet van jongeren en minima (14-euro!) en senioren (pensioenen!). Om lastige leden te dumpen of af te stoten?

In ieder geval is er weinig te merken van verheviging van maatschappijkritiek en strijd tegen het allesoverheersende kapitalisme. Weinig is te merken van verheviging van die andere functie van de vakbeweging als blaasbalg: het aanblazen en oppoken van een vuur onder de huidige economische orde!

S symbool