Leesgroep "Heropleving Karl Marx" - sleutelbegrippen en nieuwe interpretaties - deel 14

Kolonialisme

Sjarrel Massop

De verovering van gebieden buiten het eigen land roept altijd gemengde gevoelens op. Nederland heeft met Nederlands-Indië een slechte reputatie, maar er is ook een stemming van 'goed gedaan jongens met jullie VOC mentaliteit'. Deze dubbele houding heeft alles te maken met de kolonisering. Voor sommigen een vorm van ontwikkelingswerk die niet vrij is van grootheidswaan en arrogantie, voor anderen de onmenselijke uitwassen van het imperialisme. Krijgt dat laatste een politieke, economische lading, dan verdwijnt het zendingswerk snel uit beeld. De verregaande exploitatie verhoudt zich niet met de ontwikkeling van vermeende achterstandsgebieden, wel met misdaden tegen de menselijkheid. Want daar draait het kolonialisme vrijwel altijd op uit.

Sandra Mezzadra en Ranabir Samaddar (SR) hebben zich met dank aan Marx op dit thema gestort. 1

Accumulatie

SR – Het geloof van Marx dat de industriële slavernij zou verdwijnen met de ontwikkeling van de burgerlijke samenleving doet denken aan de hoop in zijn vroege artikelen over India in 1853, namelijk dat het kolonialisme zou leiden tot een sociale revolutie. Tegelijkertijd had Marx' toespitsing op de Atlantische slavernij de doorgaande uitroeiing van de inheemse Amerikaanse bevolking verwaarloosd – het echte proces van de kolonisatie. Dus zijn commentaar op de nieuwe wereld toonde aan dat hij streed met twee onderscheiden vormen van kolonialisme: één die nederzettingen stichtte en één die rustte op pure verovering (India). 2
Deze benadering is zeer belangrijk in de ontwikkeling van het kapitalisme dat twee drijfveren voor buitenlandse expansie kent:
1) De aanwezigheid van productiemiddelen in het buitenland die nodig zijn voor de interne productievoortgang. Die middelen zijn zeer divers: grondstoffen (olie, gas, ijzer, steenkool, lithium, uranium, kobalt, tin, koper), consumptiemiddelen (sinaasappels, kruiden, bananen, hardhout, soja, tabak) en tot slot de arbeid. Afhankelijk van het stadium van de kapitalistische productie verschillen de vormen van kolonialisme.
2) Het kapitalisme als systeem is niet statisch, het kenmerk is immers de ongeremde noodzaak tot groei of accumulatie. Elk kapitalistisch productiesysteem komt in een fase met een grote overtolligheid van kapitaal en wel zo dat de eigen economie niet meer in staat is dat te consumeren. Dit surplus moet nieuwe wegen vinden om als kapitaal verder te kunnen accumuleren (zie Rosa Luxemburg 3).

Eigenlijk gaat de fase van kolonialisme over in een economisch imperialisme. In plaats van dat gekoloniseerde gebieden als bron van kapitaal gebruikt worden, bijvoorbeeld in de vorm van grondstoffen, wordt een gebied verder gekapitaliseerd. Overtollig kapitaal in reeds kapitalistische productieomgevingen kan verder kan accumuleren in een omgeving die nog geen kapitalistische productiewijze kent.
Waar groei niet door kapitalistische productie plaatsvindt, is sprake van primitieve accumulatie. De bekendste vorm is onteigening, bijvoorbeeld van land. Kolonialisme is dan een fase waarin de primitieve accumulatie plaatsvindt. Het imperialisme kenmerkt zich door accumulatie van kapitaal in productieprocessen. Er wordt kapitaal geroofd, grondstoffen en arbeid en gebruikt in kapitalistische productie, om zo als kapitaal te kunnen groeien.

Surplusvorming

SR – Het is belangrijk te constateren dat het onderzoek van de wereldwijde geografie van de primitieve accumulatie Marx geholpen heeft het gehele instrumentarium van scheiding van producenten van de productiemiddelen te begrijpen. Een dergelijk onderzoek had ook belangrijke gevolgen voor het theoretische fundament van de kritiek op de politieke economie. De mogelijkheid om in de koloniën iets wezenlijks te ontdekken om de kapitalistische productiewijze te begrijpen, is in het laatste hoofdstuk van Het Kapitaal aan de orde: de moderne theorie van de kolonisatie. De wijze waarop de kenmerken over het kolonialisme in Marx' gedachten naar een object van kennis voert, maakt de kolonie tot een onderdeel van de wereldwijde geschiedenis van het kapitaal. Dit gaat verder dan de gebruikelijke tweedeling van kolonialisme tegenover nationalisme en dwingt ons te denken over een daaraan verbonden thema als primitieve accumulatie.

Daar hoort dus het verschijnsel bij van de dwingende noodzaak van accumulatie door surplusvorming. De noodzaak tot de wereldwijde uitbreiding van de markten en de ontwikkeling van kapitalistische productie waar het meeste surplus gerealiseerd kan worden. Kolonialisme gaat geleidelijk over in een vorm van economisch imperialisme. Naast de export van productiemiddelen, een kapitaalstroom van niet ontwikkeld naar wel ontwikkeld kapitalisme, ontstaat een nieuwe kapitaalstroom. En wel van overtollig kapitaal in de vorm van andersoortige productiemiddelen, zoals infrastructuur en machines die kapitalistisch nog onderontwikkeld zijn.

Ongelijk en gecombineerd

Terecht is de terugkerende conclusie dat er op wereldschaal sprake is van een ongelijke ontwikkeling. Daarin zijn fases te onderscheiden. Het Westen, Europa, de Verenigde Staten en Japan zijn kapitalistisch doorontwikkeld. Gebieden als China en India maken een snelle ontwikkeling door in de richting van het kapitalisme. Andere gebieden, Zuid-Amerika, Zuid–Oost Azië en Afrika, waarin het kapitalisme als economisch systeem nog niet tot volle wasdom is gekomen.
De globalisering van het kapitalisme als politiek economisch systeem heeft de laatste decennia een geweldige vlucht genomen. De ontwikkeling van transport- en communicatiesystemen heeft het mogelijk gemaakt dat gekoloniseerde landen snel overgaan naar verschillende vormen van kapitalisme.

Er ontstaat een sterke vervlechting van economische activiteiten over de gehele wereld. De zogenoemde wetmatigheid van de ongelijke en gecombineerde ontwikkeling heeft een economisch karakter gekregen. 4 Het beperkte zich tot de politiek en vormde de legitimatie van de Russische revolutie. De gedachte was dat een revolutie in een kapitalistisch achtergebleven land als Rusland met een zwak ontwikkelde arbeidersklasse een hefboom zou kunnen vormen voor revoluties in kapitalistisch sterk ontwikkelde landen zoals Duitsland en Engeland. Voorwaarde was wel de snelle industrialisering en dus de kapitalisering van achtergebleven gebieden. Het systeem van het kapitalisme met zijn noodzaak tot verdere accumulatie heeft dit in praktijk gebracht.
Waar de ongelijke en gecombineerde ontwikkeling een instrument werd voor een versnelde socialistische revolutie, is het omgekeerde gebeurd. Het kapitalisme wordt versneld tot een wereldsysteem, een desastreuze ontwikkeling voor alle landen in de wereld. Voor koloniale gebieden, maar ook voor de kapitalistisch doorontwikkelde gebieden.


  1. Sandro Mezzadra is lector politieke theorie van de Universiteit van Bologna. Ranabir Samaddar is voorzitter van de onderzoeksgroep in Calcutta die zich richt op (gedwongen) migratie. Daarnaast heeft hij een studie gemaakt over Karl Marx en de postkoloniale tijd en een publicatie uitgebracht over de primitieve accumulatie. (terug)
  2. Marx werd in zijn studiejaren 1850-1865 geconfronteerd met twee heel verschillende Engelse expansiedriften. Ierland en India. In Ierland ging het voornamelijk over land en arbeid díe nodig waren voor de economische groei en expansie (accumulatie) in Engeland zelf. In India ging het vooral om de grondstoffen, zoals katoen. Daarvoor was het nodig, de productieprocessen ter plekke zo goedkoop en efficiënt mogelijk te maken. Er moest dus kapitaal naar India, om er meer en ander kapitaal uit te krijgen. (terug)
  3. Rosa Luxemburg heeft dit omschreven in haar Die Akkumulation des Kapitals. De gedachte is dat er in een ver ontwikkeld kapitalistisch systeem een moment komt dat het geaccumuleerde kapitaal niet meer geconsumeerd kan worden. De arbeid heeft de middelen niet, de kapitalistische hebben hun eigen kapitaal als gereproduceerd en kunnen niet meer consumeren. Het op de bank zetten, schatvorming, gaat ook voorbij aan het principe van het kapitalisme van blijvende accumulatie. Het kapitaal gaat dus op zoek naar politieke economische landen die nog niet kapitalistisch ontwikkeld zijn, daar zijn mogelijkheden voor het kapitaal om weer verder te groeien. (terug)
  4. Ongelijke en gecombineerde ontwikkeling is een concept in de Marxistische politieke economie. Bedoeld om de dynamiek te beschrijven van menselijke geschiedenis over de interactie van kapitalistische bewegingswetten en de ontwikkeling van voorwaarden voor een wereldmarkt met nationale gebieden die zich nog zich in diverse ontwikkelingsstadia bevinden. Het idee is toegepast door Leon Trotski rond de eeuwwisseling van de twintigste eeuw, waarbij het achtergebleven Rusland ontwikkelingsmogelijkheden kreeg voor een revolutie en vervolgens versneld zou kunnen industrialiseren. Een revolutie kon daarna snel overslaan naar wel sterk geïndustrialiseerde gebieden. Deze gedachte is ook de basis geworden voor de theorie van de permanente revolutie. (terug)
S symbool