Leesgroep "Heropleving Karl Marx" - sleutelbegrippen en nieuwe interpretaties - deel 9

Mens en machine 1

Sjarrel Massop

Het kapitalisme blijft zich ontwikkelen. De contouren daarvan zijn door Karl Marx uitgewerkt. Eén daarvan is de verhouding tussen de 'machinerie' en de 'levende arbeid'. De doorwerking van deze verhouding moet ook in onze tijd bediscussieerd worden. Het debat heeft echter geen gelijke tred gehouden met de aard van de ontwikkelingen. Het gaat niet zozeer over 'de technologie', maar wat de voortgang van de machinerie gedaan heeft met de sociale, politieke en economische verhoudingen tussen mensen.

Dit deel 9 bespreekt de ontwikkeling van de verhouding tussen mens en machine. Eerst een indruk van hoe Marx daarover dacht en schreef. Daarna volgt een korte schets over de huidige verhoudingen tussen mens en machine.
De bijdrage van in het boek dat we volgen, is helaas zeer theoretisch en omslachtig. 2 Hij gebruikt aan Marx ontleende termen, maar geeft daaraan een eigen inhoud die verwarring oproept. Om die reden wordt hier afgeweken van de tekst in “Heropleving van Marx”.

Organische samenstelling kapitaal

Als een bakker een brood bakt, gebruikt hij/zij twee dingen: een hoeveelheid machines zoals een oven, een kneedmachine, een weegschaal, enzovoort, maar ook het vermogen om het brood te bakken, de geleverde arbeid. De verhouding tussen de machines en de arbeid die de bakker levert, noemt Marx: de organische samenstelling van het kapitaal. De machinerie noemt hij het constante kapitaal (C), de levende arbeid van de bakker het variabel kapitaal (V).

Bij de ontwikkeling van het kapitalisme naar een groot industrieel complex verandert de organische samenstelling van het kapitaal. De arbeid van de bakker neemt af, taken worden overgenomen door de machine. De complexiteit van het werk neemt ook af. Veel wordt geautomatiseerd, daardoor is er massaproductie mogelijk. De bakker bakt niet alleen brood voor zichzelf, maar voor een hele schare anonieme broodkopers in de supermarkt. Dit noemt Marx de vervreemding van de arbeid.

Arbeidswaardeleer

Marx heeft nog een stelling geponeerd, namelijk de arbeidswaardeleer. Daarin zegt hij dat slechts de mens door zijn of haar arbeid waarde kan toevoegen aan het te produceren brood, of willekeurig elk ander product. De waardevorming tijdens het productieproces drukt Marx uit in tijd. Daarbij maakt hij onderscheid tussen de tijd die noodzakelijk is voor de arbeid(st)ers om zich te onderhouden – op maatschappelijk niveau spreekt hij van de 'sociaal noodzakelijke arbeidstijd', ook wel als concrete arbeid aangeduid. Deze arbeid keert terug in het loon van de arbeid(st)ers. Het andere deel is de extra arbeid of de meerarbeid: de abstracte arbeid. Deze is in handen van de kapitalist en vormt de winst, nadat alle geproduceerde broden verkocht zijn.
Echter in dezelfde totale arbeidstijd (concreet plus abstract) kunnen de arbeid(st)ers door het gebruik van de machinerie meer broden bakken. Dat wil zeggen, er is minder arbeid nodig voor hetzelfde aantal broden. Anders geredeneerd: bij gelijke hoeveelheid arbeid in het bakproces neemt het aantal te bakken broden toe.

Uitgaande van Marx' arbeidswaardeleer leidt minder arbeid tot minder waarde. De toepassing van de machinerie leidt tot een stijging van de arbeidsproductiviteit, maar tegelijkertijd tot een daling van de winst. Het totale aandeel in het brood van de arbeid (concreet en abstract) daalt en dus ook de winst voor de kapitalist. Dit heet in termen van Marx, de tendentiële daling van de winstvoet. Het probleem kan voor de kapitalisten opgelost worden door de uitbreiding van de productie. De marge per brood wordt kleiner, maar door meer broden te laten bakken blijft de winst gelijk. Het gevaar is wel dat wanneer alle kapitalisten hun productie uitbreiden, er teveel broden komen: overproductie.

Subject en object

Het thema 'subject/object' is in deel 6 in deze serie aan de orde gekomen. Hier krijgt het een meer concrete uitwerking. De verhoudingen mens/machine, arbeid/kapitaal, levende/dode arbeid, concrete/abstracte arbeid, zijn min of meer te vergelijken met die van subject/object.
De arbeidswaardeleer zegt dat slechts de arbeid waarde kan toevoegen. Marx heeft dit genuanceerd door te stellen dat het samenspel tussen mens en machine leidt tot een grotere waardevorming, omdat in dezelfde totale arbeidstijd door gebruik van machines meer geproduceerd kan worden waardoor de waardevorming toeneemt.

De 'objectivisten' stellen daar tegenover dat door de ontwikkeling van de machinerie de rol van de arbeid marginaliseert en dat daarmee de arbeidswaardeleer overbodig is (de overleden Moishe Postpone was een fervent aanhanger van deze stelling). De objectivisten gaan nog een stap verder: de weg naar het socialisme moet niet meer gevonden worden in het verzet van de arbeidersklasse, omdat deze wordt gemarginaliseerd door de ontwikkeling van het kapitaal. Ze zijn van mening dat het kapitalisme zal bezwijken onder zijn eigen gewicht en dat het socialisme er wel zal komen, maar niet onder leiding van het proletariaat.

Slanke productie

De zogenoemde Lean Production is het voorbeeld geworden van de omvorming van de massa-industrie naar nieuwe productietechnieken en raakt vooral de verhouding tussen mens en machine. 3 Het gaat in dit populaire productieconcept niet alleen om de technologische ontwikkelingen, maar vooral om de sociale verhoudingen tussen kapitaal en arbeid. In gang gebracht in de automobielindustrie, maar inmiddels de leidraad in vrijwel alle sectoren, ook in de dienstverlening. Het is een aanzet tot de precarisering van de arbeid, de vergaande flexibilisering en vooral ook de globalisering van de economie.
In Japan heeft Lean Production uiteindelijk geleid tot een stagnerende groei van de economie. De Verenigde Staten hebben het overgenomen en lijken in eenzelfde stagnatie terecht te komen. In China overheerst nog de traditionele massaproductie, maar ook hier breidt de toepassing van de 'slanke productie' uit.

De arbeidersklasse en vooral de organisaties die pretenderen haar te vertegenwoordigen, zoals linkse politieke partijen en vakbeweging, zijn stil over de actuele ontwikkeling waarin werkenden een verlengstuk worden van de machine. Vooral de flexibilisering van de arbeid is een uitwas van de Lean Production.
Het proletariaat is en blijft een factor om het kapitalisme te bestrijden, daarbij is het wel van belang dat alle geledingen zich verenigen om te voorkomen dat het kapitalisme vanzelf ineenstort. Het gaat daarbij niet om afzonderlijke activiteiten, maar om de totale klassenstrijd.


  1. Het Marxistisch Internet Archief heeft een tekst samengesteld met de gedachten van Marx over de relatie tussen mens en machine (1858) – www.marxists.org - 1858automatisering.htm (terug)
  2. Postone, Moishe; Capital and Temporality, bijdrage in The Marx Revival, Key Concepts and New Interpretations, 2020, Cambridge University Press, Cambridge. (terug)
  3. Womack, James, Jones, Daniel en Roos, Daniel, The machine that changed the world, the story of Lean Production, how Japan’s secret weapon in the global auto wars will revolutionize western industry, 1990, New York, Rawson Associates. (terug)
S symbool