Serie "Pensioenfonds van de toekomst" 1

Pensioenfondsen deugen, bemoeizuchtige bureaucratie niet

Sjarrel Massop

De discussie over het pensioenstelsel van Nederland woekert voort. Ze wordt gedomineerd door quasi deskundigen die van de discussie een ondoorzichtige brij maken. Consultants, actuarissen, bestuurders, wetenschappers, beleggers en ambtenaren hebben de discussie zo ingewikkeld gemaakt dat 'sociale partners', leden van de Tweede Kamer en vooral de direct betrokkenen - de pensioengerechtigden - er geen snars van begrijpen. Ondertussen gaat het wel over een onterecht geweldig opgebouwd pensioenvermogen. Onterecht, omdat de bijna 2.000 miljard euro niet nodig is voor een gegarandeerde pensioenuitkering voor iedereen gedurende de komende tientallen jaren.

Tobias Bastian, econometrist en als partner verbonden aan het adviesbureau Sprenkels en Verschuren, doet een poging met zijn boekje Het pensioenfonds van de toekomst de gordiaanse knoop te ontwarren. Zijn motivatie is dat hij een groot voorstander is van een collectief, solidair en niet-commercieel pensioenfonds. Daarbij kijkt hij met argusogen naar de consolidatie en individualisering van de pensioenfondsen. Helaas blijft hij in zijn analyse gevangen in het bureaucratisch web rond het lopende debat over de pensioenen en verwaarloost hij de reden waarom de fondsen in het leven zijn geroepen.

Verwarring blijft

De grondgedachte van een fonds is het ontwerp van een financiŽle voorziening die mensen zelf niet kunnen opbrengen. Een pensioenfonds is gericht op de oude dag, wanneer mensen niet meer over een inkomen uit loondienst beschikken. Bastian en vele anderen proberen in de verwarring van de afgelopen vijftien jaar organisatorische oplossingen te vinden voor een inhoudelijk vraagstuk. Zijn stelling voor een collectief, solidair en niet-commercieel fonds maakt hij niet waar.

Bastian probeert het pensioenvraagstuk op drie aspecten te tackelen: het pensioenstelsel, de pensioenregeling en het pensioenfonds. Voordat ze hier besproken worden, een opmerking over het hardnekkige misverstand dat pensioenen een arbeidsvoorwaarde zijn en blijven.

Geen arbeidsvoorwaarde

Bastian: pensioen is een arbeidsvoorwaarde. Het wordt hoog tijd dat pensioenfondsbestuurders en sociale partners een prominentere rol op zich gaan nemen in de pensioenstelseldiscussie.
Arbeidsvoorwaarde wil zeggen dat in de strijd over het inkomen tussen werkgevers en werknemers gebakkeleid wordt tot een mogelijk akkoord. Dat kan wat betreft de pensioenen op twee niveaus.

Ten eerste, de uitkering. Sinds de pensioenwet van 2007 is deze vastgelegd in het financiŽle toetsingskader, vastgesteld door de minister van Sociale Zaken en gevolgd door de toezichthouder De Nederlandsche Bank 2. De sociale partners komen er niet meer aan te pas. De strijd om de indexatie van de pensioenen wordt gedomineerd door de parlementaire bureaucratie.
Ten tweede, de premiebetaling. Om tot een voorziening via een fonds te komen, moeten de deelnemers geld inleggen: de premies. Ondanks dat sinds de invoering van de pensioenwet de premies en de uitkeringen gelijke pas houden, is het pensioenvermogen exponentieel gegroeid. Dat komt, omdat pensioenen een financieel product zijn geworden. Door het opgebouwde vermogen en beleggingen met een groter rendement dan de overheid door middel van het financiŽle toetsingskader voorschrijft, groeit dit vermogen. Sociale partners hebben daarin geen inbreng, zelfs nauwelijks enige controle. Dat betekent dat de pensioenen geen arbeidsvoorwaarde meer zijn, maar botweg een financieel product. Aan de cao-tafel wordt nog onderhandeld over de hoogte van de premie, maar zonder dat van een serieus twistpunt sprake is.
Conclusie: zolang het financiŽle toetsingskader blijft bestaan, zijn de pensioenen geen arbeidsvoorwaarde meer.

foto
Het bastion van De Nederlandsche Bank in Amsterdam.

Pensioenstelsel

Bastian: Relevante wet- en regelgeving zal nog ťťn keer aangepast worden en wordt daarna langdurig met rust gelaten. Bestaande pensioenaanspraken worden collectief (= zonder deelnemerskeuze) ingevaren in het nieuwe pensioenstelsel waarbij slechts ťťn financieel toetsingskader van toepassing zal zijn. Dit voorstel zit er om drie redenen naast.

  1. In het huidige pensioenplan is een premiestelsel voorgesteld. De deelnemers bouwen met een individueel ingelegde premie hun pensioenrechten op. Een pensioenuitkering is dan niet meer gerelateerd aan een verdiend salaris. Een dergelijk stelsel is individueel en zeker niet collectief.
  2. Meer invloed van de sociale partners is zeer betrekkelijk, omdat zij aan wet- en regelgeving gebonden zijn.
  3. Toegezegd is dat het financieel toetsingskader (FTK) pas in het nieuwe stelsel verdwijnt. Het gezegde ''Als het kalf verdronken is, dempt men de put", is hier van toepassing. De praktijk van de overheid wijst uit dat zij geen haast wenst te maken met de afschaffing van het instrument FTK met zijn rekenrente en dekkingsgraad. Dit gaat gepaard met ernstige inkomensachteruitgang van gepensioneerden.

Het pensioenstelsel moet intensief in discussie blijven, er volgen immers belangrijke ingrepen. De voorstellen van Bastian zijn organisatorisch van opzet en schieten daarom tekort. Een inhoudelijke beoordeling van de werking van het nieuwe stelsel zal laten zien dat het niet of nauwelijks voorziet in de belangen van niet meer werkende ouderen. Alleen al in de lange aanloop naar het huidige plan hebben zij al meer dan 25 procent van hun inkomen ingeleverd.

Pensioenregeling

Bastian: Arbitrage op uitgangspunten om een premie te berekenen, behoort tot het verleden. De premie dekkingsgraad bedraagt minimaal 100 procent, gegeven de gemaakte keuze voor de actuariŽle grondslagen waaronder de rekenrente.
Een ingewikkelde formering die uiteindelijk gaat over de pensioenregeling. Dat is de uitwerking van het stelsel in de vorm van wetgeving, dus de (wettelijke) uitwerking van wat overeengekomen is als pensioenstelsel.
Ook hier komt er een rare kronkel naar boven die eigen is aan de bureaucratie. Elke democratische discussie wordt de mond gesnoerd zodra een besluit genomen is. Zo werkt het niet. Als de wetgever en ook de uitvoerders van de wet betrokkenheid van de samenleving beogen, moeten ze niet alleen verantwoording afleggen over wat ze besloten hebben, maar ook hoe ze denken dat te gaan doen. In ieder geval de ambtenaren of bestuurders moeten daarvan goed op de hoogte zijn om allerlei wantoestanden te voorkomen, denk aan de Groningse ellende, de toeslagenproblematiek en de etnische profilering door de belastingdienst.

De grote miskleun in het huidige pensioenstelsel en de betrokken regelingen is het toezicht van De Nederlandsche Bank met het financiŽle toetsingskader als instrument. Een ondemocratische grondslag die bepalend is voor de omvang van de oudedagsvoorziening. Niet voor niets lijkt het zo geprezen pensioenplan een duikvlucht door te maken. Pas als het financiŽle toetsingskader wordt afgeschaft, zal een democratische discussie over de herziening van het stelsel mogelijk zijn. Dat is het geval wanneer het pensioenstelsel een premiestelsel is, met andere woorden is geÔndividualiseerd, en dat is op zijn vroegst in 2027.

Pensioenfonds

tekening no mannetje
Bron: Dreamstime.

Bastian: Informatie, communicatie en voorlichting over pensioen worden in een breder perspectief gebracht, namelijk dat van financiŽle planning. Hiertoe wordt ook nieuwe software ingezet.
Ook met dit voorstel tracht Bastian de pensioenfondsen in een bestuurlijke greep te krijgen. Hij beperkt zich tot informatie aan de deelnemers, in plaats van hun zeggenschap aan de orde te stellen. Algehele conclusie over de bijdrage van Tobias Bastian is dat hij niet gesproken heeft met de pensioendeelnemers. Zijn benadering van de pensioenfondsen beperkt zich tot pragmatische oplossingen en is daarmee een aanvaarding van de voorliggende plannen. En dat is niet meer en niet minder dan de omvorming van een stelsel dat gebaseerd is op een waardevaste uitkering naar een premiestelsel waarbij het pensioen gebaseerd is op wat gespaard is, aangevuld met een beleggingsrendement. Dat is niet in het belang van de deelnemers aan de fondsen. Een poging tot voorlichting met gebruik van pensioenconsulenten die voor eigen parochie preken, zal niet overtuigen.

De discussie over de pensioenen is niet afgerond en vergt eigenlijk een nieuw begin op een geheel andere basis. Pensioenfondsen en hun regelingen zullen het belang van de deelnemers moeten dienen. Regeringen, ambtenaren, actuarissen, professionele deskundigen en politici moeten daar buiten gehouden worden.


  1. Tobias Bastian,'Pensioenfonds van de toekomst', Amsterdam, 2020, Sprenkels en Verschuren. (terug)
  2. Het financiŽle toetsingskader is de meetlat voor de toezichthouder, De Nederlandsche Bank, om te bepalen of de verhouding tussen pensioenvermogen en pensioenverplichtingen van de pensioenfondsen op orde is. Deze verhouding heet de dekkingsgraad met de rente als de belangrijkste factor. Bij een lage rente is de dekkingsgraad lager, stijgt de rente dan stijgt ook de dekkingsgraad.
    Wat er op dit moment gebeurt, toont de absurditeit van dit instrument. Door de inflatie moeten de pensioenfondsen op hun vermogen afschrijven, dat wordt minder waard. Uitgaande van gelijk blijvende verplichtingen, zou de verhouding of dekkingsgraad dus moeten 'mee zakken'. Maar dat gebeurt niet, de rente stijgt ook, waardoor juist de dekkingsgraad gaat stijgen en er prijscompensatie oftewel indexatie kan worden toegepast. De indexatie is echter slechts maximaal 2,5 procent, terwijl de inflatie al ruim boven de 6 procent uitkomt. Kortom, de overheid bepaalt met welke rente gerekend mag worden en dat is geen 'neutrale', maar een politiek beslissing. (terug)
S symbool