De leden van het forum

Veertig jaar Solidariteit (12)

Hans Boot

Het is, sinds juni 2022, al weer de twaalfde keer dat webzine Solidariteit aandacht vraagt voor zijn veertig jaar bestaan dat we vieren met een lezersconferentie op 8 oktober aanstaande. In De Roode Bioscoop Amsterdam, op loopafstand van Domela die sinds 1931 met de rechter vuist omhoog ons strijdbaar begroet.

Het hart van de conferentie is het forum, dat als volgt samengesteld is:
Corrie van Brenk, voorzitter, oud voorzitter Abvakabo FNV,
Lily George, medewerker Amsterdamse studentenvakbond en vrijwilliger in de "voor14" Amsterdam kerngroep,
Marcel van der Linden, voormalig directeur onderzoek IISG, met name de geschiedenis van arbeid en arbeidsverhoudingen,
Sjarrel Massop, gepensioneerd vakbondsactivist, redacteur Solidariteit,
Jan Müter, onbezoldigd organizer bij Lokaal FNV IJmond,
Linda Vermeulen, vakbondsvrouw in de winkelstraat voor de FNV.

Mogelijk/onmogelijk

Geheel volgens de geschiedenis van Solidariteit zal het forum de discussie voeren over de mogelijkheden en onmogelijkheden van een strijdbare vakbeweging, toegespitst op de hedendaagse vakbond FNV. Als eerste oriëntatie hebben redactieleden al een bijdrage geleverd. Zie bijvoorbeeld: commentaar 463, 3 juli 2022 en overgenomen 28 augustus 2022.

De verwachting is dat het forum onder meer zal spreken over hoe specifiek de verhouding in Nederland is tussen een 'overleggende' en een 'oppositionele' vakbeweging. Al bij andere gelegenheden gaven forumleden daar hun visie op. Hier komen Marcel van der Linden en Linda Vermeulen aan het woord (hun collega's volgen in 'ronde 469', 25 september 2022).
We maken gebruik van citaten uit eerdere artikelen die overeenkomsten en verschillen in opvatting laten zien en tijdens het forum vast besproken zullen worden. Daar wachten we op, zo ook met ons commentaar.

Cartoon twee wereldhelften getorst door arbeiders met diverse herkomst

Organisatie, democratie en strijd

Marcel, Solidariteit, nummer 118, april 2004 – Niet dramatisch verslechterd, ook niet verbeterd

Waarin de Nederlandse arbeidersbeweging van andere landen afwijkt, is dat de gematigde vleugel een afsplitsing is van een revolutionaire of radicale organisatie. Dat geldt voor de SDAP waarmee de gematigden zich afscheidden van de Sociaal-Democratische Bond en voor het NVV dat opgericht werd als een reactie op het al bestaande NAS. Het NVV noemde zich 'modern', maar was dus gematigd.

Een syndicalistische organisatie als het NAS was heel gewoon en bestaat bijvoorbeeld in Frankrijk, Spanje en Zweden nog steeds. Ze zijn markant en behalve in revolutionaire tijden kleiner dan de gematigden. Bij mijn weten zijn er internationaal geen parallellen van de EVC, wel kwamen aan het einde van de Tweede Wereldoorlog en kort daarna in veel landen eenheidsorganisaties op. In Nederland duurde dat kort en werd de EVC de vierde vakcentrale. Als reflex op de EVC heeft het NVV langjarige matiging bepleit, omdat het steeds wilde laten zien niet zo gevaarlijk te zijn als de radicalen.

Uit dat gegeven ontstaat een sterke neiging zich scherper dan in veel andere landen af te grenzen van de radicalen. En bij het NVV gebeurt dat vanaf het begin met een centralistische organisatie die op allerlei manieren in overleggen betrokken raakt. Bij het NVV zagen ze dat als een erkenning en zelfs als een teken van kracht.

Je kan het ook omkeren. Juist, omdat de Nederlandse vakbeweging zwak was, vonden overheid en ondernemers een situatie van overleg interessant. Zwak in de zin van een betrekkelijk lage organisatiegraad en een geringe invloed van leden. Het NVV en later de FNV namen een tussenpositie in. Niet buitengewoon zwak, dus te verwaarlozen, en niet zeer sterk, dus te bestrijden.

De kritische opleving in de jaren zeventig in de sociaaldemocratische hoofdstroom werd mede mogelijk, doordat ter linkerzijde niets meer bestond om tegen af te grenzen. De oppositie vond binnen de bestaande bonden plaats, zonder dat de klassieke centralistische structuren wezenlijk aangetast werden.

Voor de gevestigde orde is een ongeorganiseerd protest veel gevaarlijker dan een georganiseerd.
Organiseren heeft altijd een tweeslachtigheid. Als gezegd wordt 'we moeten ons organiseren' - niet alleen om bijvoorbeeld acties te coördineren, maar ook met permanente structuren, eigen financiën enzovoort - daagt direct de inkapseling. Autoriteiten willen graag dat mensen zich organiseren, dat is overzichtelijk en regelbaar. Daar ligt dan ook altijd de spanning. Organiseren is de halve waarheid, de andere helft bestaat uit democratie en strijd.

De Nederlandse vakbeweging is zo hardnekkig in haar autocratie dat zelfs als de regering zonder overleg tot besluiten wil komen, aangedrongen wordt op herstel van dat overleg.
Het heeft waarschijnlijk ook te maken met de kleine economie van Nederland die bovendien sterk van de export afhankelijk is. Uit een onderzoek, waarin een aantal kleine Europese landen vergeleken werd, kwam bijvoorbeeld dat bij een sterke internationalisering de greep van de overheid op de economie relatief gering is. Als reactie daarop trokken overheid en vakbeweging naar elkaar toe en stelden ze zich gezamenlijk op tegenover de boze buitenwereld. En nu de overheid zich ook nog eens terugtrekt en beslissingen naar Brussel verhuizen, levert een geïntegreerde vakbeweging minder op.

Inderdaad lijkt de systeemveranderende kracht wel verloren te zijn gegaan. Het is dan ook niet te verwachten dat bij een eventuele, grote sociale onvrede de huidige vakbeweging een sturende, kanaliserende rol zal spelen. Tegelijkertijd is behartiging van economische en sociale belangen nog belangrijker dan in eerdere perioden. Juist door de vrijheid van de markt en de globalisering. Nationale, en via de nationale overheid lopende, oplossingen zijn er niet meer. Vakbonden zijn nodig, maar dan wel georganiseerd. Internationalistisch en democratisch. Niet alleen in Europa, maar wereldwijd. De internationale beroepssecretariaten zijn daarvoor een goed vertrekpunt.

Tegenmacht

Linda, Linked in, 22 april 2021 – De FNV, de tegenmacht

Hoe behalen we successen, als we geen sociaal akkoord sluiten in Den Haag? Wat hebben we de afgelopen vier jaar als vakbond bereikt? (...). Wij van FNV Handel doen een oproep om de nieuwe koers die de FNV de afgelopen jaren vaart, niet af te zwakken door centrale akkoorden te sluiten met werkgeverskoepels en politieke partijen die al jaren van alles beloven, maar niets waarmaken. Wij houden een pleidooi voor de FNV als sterke tegenmacht: op de werkvloer, in de polder en naar de politiek.

Over de polder wordt vaak met trots gesproken. In tijden van crisis weten vakbonden, werkgevers, economen en de politiek elkaar te vinden: om tegenstellingen te overbruggen en besluiten te nemen die goed zijn voor de bedrijven en de mensen in Nederland. Maar de polder heeft ook een keerzijde. Als we te veel samen optrekken, wat betekent dat dan voor onze eigen waarden? Als we bij voorbaat al in compromissen denken, wat doet dan met onze vakbondskracht? Bovendien rijst de vraag: als iedereen elkaars vriend is, als de bonden de handen vasthouden van de werkgevers en van de regerende partijen, kunnen we dan nog wel een sterkte tegenmacht zijn? Zeker in een tijd waarin de rechtse partijen aan de macht zijn, en waarin steeds meer mensen naar een onleefbaar minimum gedrukt worden, moeten we ons deze vraag stellen.

Wij zijn vakbondsbestuurders in de handel. Dit is een sector met een lage organisatiegraad, waar de tegenmacht slechts in enkele winkels en bedrijven echt zichtbaar is. Terwijl de lonen van bijna alle winkelmedewerkers de afgelopen jaren bevroren zijn of zelfs verlaagd, hebben we bij Etos, Ikea, en de Bijenkorf wél loonsverhogingen behaald. We hebben door stakingen een goed sociaal plan afgedwongen bij Wehkamp. Hoe we dat doen? Door alleen te tekenen voor sociale plannen en cao’s die goed zijn. Door néé te durven zeggen tegen slechte cao’s. Wij behalen deze successen, doordat wij meer actieve leden werven, samen actie voeren en een duurzame vakbond opbouwen die van betekenis is.

Koerswijziging? Ja, je zou bijna vergeten dat onze club een gigantische verandering in Nederland teweeg heeft gebracht. Sinds een aantal jaar durven we weer forse looneisen te stellen en voeren we actie voor een hoger minimumloon. Daarmee breken we met een trend die werkgevers eind jaren zeventig hebben ingezet: verlaging van de loonkosten. Loonmatiging bepaalde jarenlang de tijdsgeest. Veel instituties gingen er in mee, ook de vakbonden. De publieke opinie is zelfs van loonmatigende akkoorden gaan houden; met lovende woorden voor bestuurders ‘die hun verantwoordelijkheid nemen’ en de ‘buitenspel-kaart’ voor de onderhandelaars die weigeren mee te gaan met verslechteringen.

Wij zijn op zoek naar leden die samen de vakbond willen zijn, die samen willen opkomen voor veranderingen, en niet als een consument afwachtend kijken naar een vakbondsbestuurder of een vakbondsvoorzitter die ‘het wel even regelt’ aan de onderhandelingstafel. Want we moeten niet doen alsof er zonder druk akkoorden te sluiten zijn. Centrale akkoorden helpen alleen als deze ondersteunend zijn aan het vakbondswerk in de bedrijven. (…) . Bij grote centrale akkoorden sluimert het gevaar dat de mooie woorden niet verder komen dan een artikel in de krant, en bij de afzonderlijke werkgevers in de kattenbak belanden.

De tijdsgeest is aan het veranderen. De mensen in het land zijn het zat dat er over hun hoofden concessies worden gedaan waar zij uiteindelijk de prijs voor betalen. We merken dat andere vakbonden die nog wel klakkeloos meegaan met de loonmatiging steeds vaker worden ontmaskerd als ‘schootbonden’. In Amerika roepen prominente politici de mensen al op: ‘join a union!’. Er is behoefte aan een tegenmacht. In Nederland is er één club die bij uitstek kan laten zien dat de tegenmacht iets is van het collectief, en niet alleen van het individu. Die club is de FNV.

S symbool