Steunbriefkaat met typemachine Solidariteit

Voorzitter en leden van het forum

Veertig jaar Solidariteit (15)

Veertien dagen geleden – Extra 468-2 – kwamen de forumleden Marcel van der Linden en Linda Vermeulen aan het woord en gaven een indruk van hun opvattingen over de vakbeweging. Deze keer doen Lily George en Jan Müter dat. Ze worden voorafgegaan door de forumvoorzitter Corrie van Brenk. Redactielid Sjarrel Massop neemt in deze 'ronde 469' het Commentaar voor zijn rekening. De illustraties zijn afkomstig uit de 'papieren tijd'.

Hun verschillende ervaringen en verhoudingen met de vakbeweging beloven een boeiende discussie. Corrie zorgt voor de aftrap, daarna volgen Lily en Jan. En dat alles gericht op zaterdag 8 oktober, 13.00-17.00 uur in De Roode Bioscoop Amsterdam. (1)

Als laatste het licht uitgedaan – Corrie van Brenk

Het is een een eer dat ik als oud voorzitter van Abvakabo FNV een rol mag spelen bij veertig jaar Solidariteit. Het forum in goede banen leiden en u verleiden tot een pittige discussie.

Ik deed als laatste voorzitter het licht uit bij Abvakabo FNV, in het vertrouwen dat de vakbeweging sterker en democratischer zou worden. Een strijdbare vakbond die op zou gaan in een grote solidaire FNV, waar sterke sectoren de zwakkere zouden helpen. De ketting is immers zo sterk als de zwakste schakel. Inmiddels vele jaren verder, zien we geen sterke sectoren maar een centralistisch gestuurde organisatie, sectorbesturen die niet rechtstreeks kunnen communiceren met hun leden maar alleen via de werkorganisatie, gecensureerd bovendien!

Van polder naar moeras

De leden zouden het voor het zeggen krijgen door middel van een ledenparlement. Ik vergiste me deerlijk. De situatie is nu zo dat de leiding van de bond het ledenparlement informeert en de werkorganisatie het parlement souffleert en met enig cynisme zeg ik dat dit niet geheel zonder kleuring (om niet te zeggen sturing) geschiedt. Jammer, want het ledenparlement hoort de koers uit te zetten en er op toe te zien dat de vakbond handelt in het belang van werkend, nog niet werkend en niet meer werkend Nederland.
Het dieptepunt vond ik de presentatie van de Wet Toekomst Pensioenen: een minister met aan de flanken de voorzitters van werkgevers en werknemers. Van die voorzitter van VNO-NCW begrijp ik het best wel, gelet op de inhoud van die wet. Maar een vakbondsvoorzitter die zich op deze manier monddood maakt over een wet die op zijn zachtst gezegd bakken met kritiek oogst....
Het gaat nogal ergens over! We gaan 1.600 miljard euro aan pensioenvermogen van werkenden en gepensioneerden herverdelen, maar de vakbondsvoorzitter die zag dat het goed was. Hij had immers gegarandeerd dat 'iedereen erop vooruit gaat'. Criticasters zette hij weg als pensioenwappies. Nu blijkt bij de behandeling van de wet dat er nog veel losse eindjes en grote risico’s zijn verbonden aan de stelselherziening, maar de bond zwijgt en zegt dat het goed is. Waar zijn de collega bestuursleden die corrigerend optreden?

Het is treurig dat de polderaars veel te veel water bij de wijn hebben gedaan. Zo maak je van de polder een moeras. Zeker, er zijn mooie successen behaald, zoals in de winkelstraten en bij de Fight for 14. Maar dat compenseert niet de risico’s die vakbondsbestuurders nemen met de grootste pot geld in Nederland die niet van hén is, maar van de deelnemers en gepensioneerden. Verzekeraars staan klaar om een groter deel van de koek te bemachtigen. Veel mensen worden heel rijk van het geld van pensioenspaarders. En de echte belanghebbenden verliezen hun toezeggingen, moeten ernstig rekening houden met korten en geen indexatie en raken ook nog hun individueel bezwaarrecht kwijt. Ik hoop dat iemand bij de bond het licht aan doet, want het is erg donker geworden.

Cartoon mannen/vrouwen vormen het woord Organize

De vanzelfsprekende vakbond – Lily George

Een groot probleem in Nederland is dat de huidige vakbond iets is wat je 'erbij' doet. Mocht je ouders hebben met een vakbondsverleden, toevallig zelf op onderzoek uit zijn gegaan of vrienden hebben die je lastigvallen dat je je toch écht eens moet gaan aanmelden (het tragische lot van mijn dierbaren), dan is er wel een kans dat je het 'erbij' doet zonder er al te veel moeite in te steken.

Verder heeft de vakbond natuurlijk een hoop ervaren 'organisers' die langs de plekken gaan waar de arbeid(st)ers te vinden zijn. Daar lukt wat leden maken ook nog. Maar het is iets wat erbij komt. Het is iets wat je doet, omdat je ouders het vragen, omdat je vrienden het willen, omdat die 'organiser' bij de poort van je werk eigenlijk wel een punt had. Je doet het niet, omdat het de norm is, niet omdat elke ouder die een beetje om de kinderen geeft na het gemeentehuis meteen doorloopt naar het vakbondshuis om de pasgeborene ook daar in te schrijven.

Vakbondsgeschiedenis op school

We moeten (terug?) naar een wereld waar lid zijn van een vakbond de norm is, waar je wat raar – en door je werkgever vies - aangekeken wordt als je geen lid bent. We moeten op jonge leeftijd met de 'indoctrinatie' beginnen. Zo jong mogelijk. Toen ik in groep zeven zat, kwam de politie op mijn school langs om te praten over het 'goede' werk dat ze deden. We mochten vragen stellen, op de foto en mijn juf mocht met een rumboon laten zien hoe de blaastest werkte. Een prachtig stukje propaganda dus. Waarom is de FNV niet op elke basisschool te vinden? Waarom is er geen gastles over vakbondsgeschiedenis en over de huidige stand van zaken tijdens maatschappijleer?

De toekomst van de vakbond zal alleen roo(d)skleurig zijn als we een propagandamodel hanteren dat niet onderdoet voor die van de gevestigde orde zoals bijvoorbeeld, maar niet uitsluitend, de politie. Er zijn een paar dingen waarvoor ik zou willen pleiten. Zoals een gratis lidmaatschap voor ieder tot achttien jaar oud. Jongeren en kinderen maken, waarschijnlijk, minder gebruik van de faciliteiten van de FNV, het gemiste contributiegeld valt voor hen wel te lijden. Tegelijkertijd kan de FNV mensen 'opvoeden' als bond, evenementen specifiek focussen op dit nieuwe deel van het ledenbestand, met als doel ze van jongs af aan kennis te laten maken met de vakbond!

Propaganda

Vanaf achttien kan je dan beslissen al of niet een contributie betalend lid te willen zijn. Een grote kans van wel, gezien de relatie tussen de individuele persoon en het collectief van de vakbond al jaren de tijd heeft gehad zich te ontwikkelen. Maar zelfs als iemand om wat voor reden dan ook niet als betalend lid wil doorgaan, dan heeft de vakbond toch in elk geval een stempel op de ontwikkeling gedrukt.

Nog een beter idee: Laten we nu meteen een persbericht uitsturen dat we willen dat een vakbondslidmaatschap hetzelfde moet werken als een orgaandonor zijn. Tenzij je specifiek zegt het niet te willen, doe je automatisch mee. Dat krijgen we er vast niet doorheen, maar als we vanaf het uiterste moeten beginnen met onderhandelen over onze propagandamogelijkheden, dan komen we vast nog ergens.

Kansen en ruimte voor een strijdbare vakbeweging – Jan Müter

Cartoon FNV-CNV bestuurder: Solidariteit 50 - kunnen we ze niet pensioen sturen?

Als ik nu nadenk over de mogelijkheden voor een strijdbare vakbeweging, gaat het eerlijk gezegd eerder over een willen dan een weten. We verkeren momenteel in een tijdsgewricht dat zwanger lijkt van een nieuw tijdperk dat nog maar niet geboren kan worden. Daarin draait de ideologie overuren en is de zwartbruine barbarij ons nader dan het licht van het socialisme.

De aard en omvang van de uitdagingen die we voor ons zien in de vele crises waarin we verkeren, staan in schril contrast met het gebrek aan klaarheid van de perspectieven van die andere tijd. En daarin is helaas de vakbeweging in mijn beleving geen lichtend voorbeeld. Ook al betrekt de FNV herhaaldelijk goede stellingen - bijvoorbeeld inzake de klimaatverandering, tegen racisme en vreemdelingenhaat en voor een eerlijker verdeling van de welvaart en een hoger minimumloon - ze slaagt er niet in om daarvoor overtuigende campagnes te ontwikkelen die mensen massaal in de benen brengen. Het elan komt telkens van elders, van buiten de vakbeweging, zoals de rebellie tegen de klimaatverandering, de 'black lives matter' beweging. En zelfs de eigen campagne voor de verhoging van het minimumloon naar 14 euro per uur, lijkt vooral gedragen te worden door activisten die voornamelijk buiten de vakbond actief zijn.

Hoopgevend

Tegelijk ben ik ook getuige van enkele hoopgevende ontwikkelingen. Zo mocht ik in 2020, juist voor de corona uitbraak, voor Lokaal FNV IJmond een documentaire afronden over het mirakel van de hoge organisatiegraad bij Tata Steel in IJmuiden. Daarin laat ik elf vakbondskaderleden aan het woord. Ze slagen erin qua ledental en organisatiegraad te groeien, dwars tegen de landelijke trend in van de gestage afname van het ledental en de organisatiegraad.

Die kadergroep van ruim honderd leden wist niet alleen enkele vergaande reorganisaties en bezuinigingen af te weren. Zij drukten ook nog, geheel tegen de wil van de directie, een plan door over de vergroening van de staalproductie. Om zo ook een bres te slaan in de door de Shell aangevoerde lobby voor CO2-opslag en de voortzetting van de fossiele brandstofverslaving. Opmerkelijk is het zelfvertrouwen van de kadergroep in de eigen kracht en positie, die ook tot uiting komt in de keuze van vakbondsbestuurders met een syndicale inslag, zoals Aad in ’t Veld en Roel Berghuis.

Marktdenken

Ronduit somber ben ik over de ontwikkeling van de FNV als apparaat en over de verhouding tussen de vrijgestelden en de kaderleden in de bedrijven en de lokale netwerken. Reorganisaties en herstructureringen lijken een constante te worden, waarin ook het vakbondsapparaat besmet lijkt met het virus van het New Public Management, ofwel de hoge school van het marktdenken en de schadelastbeperking.

Een tweede hoopgevende ontwikkeling is die rond de 'Voor14' netwerken van activisten in uiteenlopende windstreken. Ook al gaat het op landelijk niveau om een project met een beperkte looptijd, in de aanzet vormt het een basis voor ‘community organizing’ en van vakbondswerk op een lokale grondslag. Zowel naast als tegenover een inzet via de sectoren. Voor een toenemend aandeel en aantal ‘precaire arbeiders’ vormt de zogeheten ‘reproductiesfeer’ een meer constante en meer stabiele basis om solidariteitsverbanden te ontwikkelen en te onderhouden.

(1) Haarlemmerplein 7 Amsterdam. Vanaf het Centraal Station in Amsterdam te bereiken via bus 18, 21 of 22, in minder dan tien minuten. Parkeergarage (duur): Willemspoort, Haarlemmer Houttuinen 549, vijf minuten lopen.

Albert Hanhn (1907) Geluukig dat tenminste één dag van het jaar onze toestand aanleiding geeft tot 'dankbare tevredenheid'  - troonrede S symbool