FNV Documentaire "Over Leven" (1)

Een film als leerschool voor de praktijk

Hans Boot

Op 7 maart jongstleden toonde FNV de documentaire "Over Leven" in het Amsterdams Koninklijk Theater Tuschinski.(1) Een hooggeëerde locatie. Met als aankondiging Uit het hart van de economische crisis - laat je raken door deze verhalen van strijd, hoop en kracht. (...) Stap in de levens van acht gewone mensen en ontdek hun unieke verhalen (...). Met onvoorwaardelijke liefde voor hun vak, maar gehinderd door slechte werkomstandigheden en ontoereikende lonen.

Die acht vakbondsleden - onder meer werkzaam in de kinderopvang, een wasserij en aan een balie op Schiphol - maken de aankondiging geheel waar. Bijvoorbeeld: tegenwoordig is het werken om te overleven, niet om te leven, of: ik heb altijd gedacht na mijn pensioen niet meer te hoeven werken, of: ik kwam hier 23 jaar geleden binnen met 11 euro 50 en nu is het 13 euro 77 per uur. Tegen deze indringende praktijk doen de zeer aanwezige bijdragen door de voorzitter van de FNV Tuur Elzinga denken aan een 'personality show'. Door de film heen is Tuur op het dek van de boot naar Texel, naar het huis van zijn opa aldaar, bij zijn ouders op bezoek, 'kan ik helpen mam', een kopje koffie op 'de mooie stoel', een kijkje naar het schoolplein van zijn vroegere lagere school, fietsend tegen de wind in, uitkijkend op schapen in de wei, lopend op het strand, turend naar de zee. Hij is verrast: de verhalen kennen we van vroeger - maar vandaag voor mij nieuw.

FNV, Thérèse van de kinderopvang
FNV, Thérèse van de kinderopvang
bron FNV

Leven is meer dan werken

Voor zover te beoordelen, werken de acht geïnterviewden niet voor een uitzendbedrijf, niet tijdelijk of op afroep. Ook gaat het niet om mensen die van baan naar baan moeten. Reguliere arbeid dus. De meesten doen dat al jaren. De kijk op hun werk wordt getekend door het magere loon dat niet opgewassen is tegen de verhoging van de levenskosten, door de werkdruk en de zorgen over de toekomst van de kinderen. In de meeste gesprekken benadrukken ze de onmisbaarheid van hun werk die op geen enkele manier in het loon erkend wordt.

* De eerste van de acht die aan het woord komt, werkzaam in de schoonmaak van treinen, legt tijdens het tandenpoetsen door zijn twee dochters (acht en tien jaar) uit dat het bestaan steeds minder te betalen is. De gesprekken met de collega's gaan er steeds meer over dat de bedrijven genoeg geld hebben, maar de duurdere benzine, hogere energierekeningen en huur negeren. Terwijl hij de boterhammen van de kinderen smeert: echt de pindakaas was 1 euro 20 en nu 1 euro 50.

* Daarna, met een rijdende trein op de achtergrond, vertelt een vrouw die al 28 jaar in de kinderopvang werkt dat ze redelijk rond komt. Mogelijk geworden, doordat ze tijdelijk meer uren is gaan werken. Toch vraag je je elke maand af: ga ik het redden of niet. Gelukkig springen de kinderen die thuis wonen wat bij. Vol verontwaardiging geeft ze aan dat het leven toch meer is dan werken. We moeten onszelf af en toe ook wat gunnen. Haar ervaring is dat mensen het leuk vinden om in de kinderopvang te werken, maar snel afhaken na een tijdje elke maand geld tekort te komen.

* De derde is docent die zo'n dertien jaar geschiedenis geeft in een onderdeel van het vmbo. Leerondersteunend onderwijs, waaraan zelden bevoorrechte jongeren deelnemen. Hij merkt dat leerlingen vaak gestrest op school komen, omdat er thuis het één en ander speelt met ouders die steeds aan het werk zijn. Veel rust en aandacht is er niet, van hulp bij het huiswerk is zelden sprake. Ik maakt mij zorgen over de toekomst van mijn leerlingen.

Rekeningen moeten betaald worden

* Vervolgens de al genoemde gepensioneerde die zijn beroep van touringcarchauffeur weer heeft opgepakt. Altijd gezegd gelijk met zijn pensioen de sleutel in te leveren, leuke dingen doen, een terrasje pakken en een reisje maken. Daar is niets van terechtgekomen. Als bijverdienste terug naar zijn oude baan. Mijn inkomen was maximaal 2.000 euro, daar is 70 procent van over. Iedereen die een beetje kan tellen, weet waar je dan op uitkomt. Dat is niet veel, ik wil mijn auto blijven rijden. Om me heen zie ik oud-collega's weer een baan zoeken en niet omdat ze zich vervelen.

* De tweede vrouw werkt 21 jaar in een wasserij, onder andere voor een ziekenhuis. Kleding voor de operatiekamers, linnengoed voor de bedden. Mooi werk, gewoon onmisbaar. Zij stelt met kracht: werk moet lonen. Voor mij is een leefbaar loon, waarvan je echt kan leven en ruimte hebt voor af en toe wat leuks. Ze is altijd zelfstandig geweest en heeft haar hand nooit hoeven ophouden. Nu met 53 jaar ben ik in een situatie: ik red het niet meer en dat doet pijn.

* Een jonge man, werkzaam in de ouderenzorg en doet dat met plezier en overtuiging. Elke dag op de fiets naar zijn werk. Een onderbezetting vergt keuzes in een situatie met heel wat verantwoordelijkheden. Veel werk kan niet wachten. Ik kan nooit zeggen dit doe ik morgen wel. Zijn gezondheid beschouwt hij als een arbeidsvoorwaarde. Als ik niet voor mezelf kan zorgen, hoe dan wel voor een ander? Die druk raakt mij en maakt me verdrietig.

* Met op de achtergrond de drukte van de Amsterdamse Bijenkorf vertelt een verkoopster enthousiast dat ze daar met plezier en fijne collega's in een goed bedrijf werkt. Alleen de betaling is onder de maat en dat moet veranderen. Als ze beginnen, is het loon meestal elf euro per uur, er zijn collega's die al 23 jaar bij de Bijenkorf werken en dat nog steeds ontvangen. We zijn geen mensen die de straat opgaan voor een beter loon, we vragen niet 'giga' veel, maar de rekeningen moeten betaald worden.

* Tot slot de baliemedewerkster op Schiphol, ingeluid door vliegtuig geraas. In de meer dan twintig jaar dat ze daar werkt, is haar uurloon onder de veertien euro gebleven. En dat, terwijl er verantwoordelijkheden bij zijn gekomen, zoals de begeleiding van stagiaires . Ik vind dat eigenlijk heel triest. Meer taken en meer werk, maar niet meer geld. Zo kun je echt niet met personeel omgaan.

overleven als leerschool
Overleven als leerschool
Bron: Freepik

Broodnodig, geen oppepper

Na de interviews keert onder anderen de verkoopster van De Bijenkorf nog een keer terug. Als deelneemster aan de stakingen eind vorig en begin dit jaar. Eerst in Amsterdam, daarna in solidariteit naar Rotterdam - een hele stap. De trieste verhalen van mensen hebben me geraakt. Meestal lees je alleen maar cijfers en nu hoor je mensen persoonlijk. Zij is ook te zien tijdens de manifestatie van 28 november vorig jaar in het Olympisch Stadion Amsterdam, applaudiserend bij de toespraken. De ouderenverzorger was daar ook. Wij zorgverleners hebben geen tijd om op straat te gaan, wij willen en moeten zorgen. Maar hier wil ik me laten zien voor meer loon en minder werkdruk. En daarmee vat hij de opdracht aan de FNV samen die de geïnterviewden in de film steeds benadrukken.
Tuur Elzinga pakte stevig uit tijdens de afsluiting van de film. Hij haalde zijn antwoord terug, wanneer hem in interviews gevraagd werd of hij wel rekening hield met de zorgen van heel wat werkgevers. In 2022 verdienden de werkgevers 80 miljard euro meer dan in het jaar daarvoor, terwijl de algehele koopkracht met 60 miljard gedaald was. Ze moeten zich schamen dat ze zulke winsten maken en ze verdelen met de mensen die ze geproduceerd hebben.

Mooi gezegd op een mooi moment, de reeks van stakingen ligt nog vers in het geheugen. Is dit gewoon een leuke oppepper of een serieuze aanzet voor een campagne. Bijvoorbeeld een opbouw van discussies, initiatieven en acties naar een verhoging van de belastingen op winst en vermogen. En als dit op gang komt, is de overheid dan de zeer twijfelachtige incasseerder en vervolgens beheerder en verdeler? Zo niet, hoe dan wel?
Hoe verhoudt zo'n eventuele campagne zich tot de opdracht van de geïnterviewden om tot een automatische prijscompensatie te komen en (wat al in gang is gezet) een verhoging van het minimumloon en een verlaging van de werkdruk?
Kortom, de voorzitter van de FNV komt met een inspirerend voorstel om de economische macht van de ondernemers aan te pakken. Zal hij dat bedoeld hebben met zijn stelling de vakbond is geen luxe, maar broodnodig? Of is het niet meer dan een wijd zeezicht, een stevige tegenwind en een ruige strandloop?


(1) Zie voor de film: Overleven als leerschool

S symbool