Een serie gesprekken over de verkiezingen in de FNV
Democratie en strijdbaarheid, senioren
Sjarrel Massop
De vakbeweging verliest invloed - sociaal en economisch. Meer dan veertig jaar 'polderen' heeft haar geen goed gedaan. De vergrijzing neemt toe, de ledenaanwas blijft achter, de politieke tegenwind is verontrustend, de werkgevers geven niet veel weg en ook met de overheid is het moeilijk zaken doen. Tijd voor herbezinning.

FNV
Verrassend genoeg heeft Tuur Elzinga (E521-4) de huidige voorzitter van de FNV, Marx citerend in zijn boek, de herbezinning ingezet en blies penningmeester Piet Rietman de klassenstrijd nieuw leven in (Jacobin). Kennelijk is ook voor hen de nood van de vakbeweging hoog. Door deze standpunten te ventileren, zetten zij wel de toon voor de richting die zij als dagelijks bestuurders met de FNV voor ogen hebben. Hun voornemens dienen echter door de (kader)leden gedragen en uitgevoerd te worden. Daar gaan de gesprekken in deze serie over, met als centrale vraag: is er animo voor een 'uitgepolderde', meer strijdbare vakbeweging?
Zesde gesprek
Het gesprek is deze keer met Henk Baard en Dick de Graaf. Dick is lang bestuurder geweest van bijvoorbeeld de voedingsbond, beiden zijn nu nog kaderlid, actief geweest voor de sectorraad senioren en nu lokaal actief in de Gooi en Vechtstreek. Ze zijn bezorgd over hoe het met de vakbond, met de senioren als voorbeeld, verder moet. Ze gingen tien jaar terug, en kwamen uit bij de wisseltruc van de vakbond. Aan het woord de Jonge Democraten in 2011, zij leggen de wisseltruc uit:
De FNV stond onder grote druk: de leden waren niet meer representatief, de deelbelangen roerden zich en de pensioenpotten bleken niet bodemloos. Om gesprekspartner te blijven in hun eigen polder moest iets veranderen. In Dalfsen besloot de FNV opnieuw te beginnen, als ongedeeld FNV.
Tijd om de balans op te maken met vooral het oog gericht op de sectoren van de FNV die (nog) niet tot de kern van de vakbeweging behoren, zoals senioren uitkeringsgerechtigden en (schijn)zelfstandigen.
Hoe kijken jullie naar Dalfsen vanuit een perspectief van senioren?
Beiden in discussie:
Door Dalfsen kwam er een andere structuur die gevolgen had voor de democratie. Er kwam een grotere centralisatie en de formele beleidsverantwoordelijkheid kwam bij het Ledenparlement te liggen. De afzonderlijke bonden werden sectoren, daardoor ontstond er voor de bonden van werkenden die van een loon afhankelijk waren, een mogelijkheid om beter een gezamenlijke koers te varen, bijvoorbeeld een loonbeleid. De praktijk heeft echter getoond dat het niet effectief werkte.
De oorzaak daarvan was dat er een te zwakke verbinding was tussen de centrale organen zoals het bestuur, de werkorganisatie en het Ledenparlement enerzijds en de vereniging, zoals de kaderleden in de sector(rad)en, en ook de lokale afdelingen, anderzijds.
Nog een algemene opmerking. Een grondige herijking van Dalfsen na tien jaar is nodig. Beoordelingspunten: wat waren de doelen, wat werkt goed, wat kan beter, wat werkt niet? Van daaruit luidt de vraag: hoe nu verder? Willen we een vakbond voor niet (meer) werkenden?
Henk:
Bij de sectoren die niet uit werkenden bestonden, waarin mensen zitten die van een inkomen afhankelijk zijn zonder daarvoor te werken. Bijvoorbeeld bij een uitkering of een AOW met aanvullend pensioen, werkte die centralisatie niet. Vanaf het begin heeft vooral de sector senioren gepleit voor een grotere mate van zelfstandigheid, het was duidelijk dat de andere sectoren niet geïnteresseerd waren in de senioren, ik noem het een weeffout in de constructie.
Dick:
Ik zou zeggen dat het verder gaat, het was meer dan een weeffout. Er was voor de sectoren van de niet (meer) werkenden geen eigen beleidsontwikkeling. In de traditie van de vakbeweging speelde dat ook niet. Vroeger bleven de senioren gewoon lid van hun eigen bond, vaak uit solidariteit. De inkomenspolitiek was redelijk verzekerd, voor de andere belangen was geen echte aandacht.
Er was kortom geen beleidsontwikkeling voor senioren en uitkeringsgerechtigden, voor belangen als goede en zekere uitkeringen, de AOW. Ook de specifieke belangen als goede, aangepaste huisvesting en specifieke zorg, werden nooit gezien als een vakbondsaangelegenheid. De ouderen konden met hun belangen niet terecht bij de nieuwe sectoren. De eigen sector senioren was niet onafhankelijk Het is belangrijk om voor eigen belangen te kunnen opkomen en daarop beleid te ontwikkelen.
Henk en Dick in het vakbondshuis van Hilversum,
samen meer dan honderd jaar kaderlid FNV.
foto: Sjarrel
Hoe speelde dat concreet?
Beiden in discussie:
De casus waarmee het fout ging, was de pensioenstrijd. Er was geen afstemming met de senioren in de sectorraad vanuit het Algemeen en Dagelijks bestuur (AB/DB), vanuit het Ledenparlement noch vanuit de pensioenspecialisten van de bond. Rond 2017 heeft de sectorraad met behulp van een aantal 'organizers' zelf het initiatief genomen in samenwerking met organisaties buiten de FNV.
Er waren goede concrete eisen, waarover zich een stevige strijd heeft ontwikkeld. Echter een 'democratische' inhoudelijke discussie heeft niet plaatsgevonden. Vooral het Ledenparlement is een elitaire club geworden met summiere ruggenspraak zonder enige last naar de achterban toe. Dat heeft zich gewroken. Het Ledenparlement heeft met een akkoord ingestemd, waarmee de sector senioren in de kou kwam te staan. Deze strijd kenmerkte zich vanwege de centralisatie tot een zeer ondemocratische aanpak!
Henk:
Later is in het project 'sectoralisatie' geprobeerd deze structuur te veranderen. Maar dat ging op een krampachtige manier. Het initiatief kwam niet van onderop, maar was een door het AB/DB en de werkorganisatie centraal georkestreerde aanpak. Veel enthousiasme en animo waren er in de sector senioren niet. Wat vooral niet begrepen werd, is: hoe is er met de voorzitter Jan de Jong omgegaan, , zijn royement had eenvoudig voorkomen kunnen worden. Hij heeft niets anders gedaan dan, weliswaar met een kleine meerderheid, een aangenomen motie van de sectorraad uitvoeren.
Het AB/DB had moeten ingrijpen, met een kleine stap had dit voorkomen kunnen worden en had de escalatie van frictie tussen de sectoren in de bond kunnen worden voorkomen. De pensioenkwestie is een prestige kwestie geworden voor de leiding van de FNV. Dat heeft niets met democratiseren te maken.
Dick:
En belangrijk probleem bij de doorgeslagen centralisatie is ook dat de afstand tussen bestuur en werkorganisatie enerzijds en de leden of mensen in de samenleving anderzijds veel te groot geworden is. Toen ik bestuurder was en ook daarna nog wel, kwam ik op de werkvloer, er was een actieve bedrijfskadergroep. Waren er problemen, dan werden die ter plekke opgelost. We stapten zelf naar de baas. Zo werd het geregeld. Mensen begrepen dat, ervoeren dat als prettig en hadden vanuit die gedachte sympathie en respect voor de bond. Dat is weg! Als je nu met een probleem komt, krijg je na lang wachten een algemeen antwoord, waar mensen niets mee kunnen, dat frustreert.
Het boek van Marieke Kuperus, De vereniging op survival, was populair na Dalfsen. Het ging voornamelijk over de democratisering van de vereniging, de verhouding tussen leden, bestuur en de werkorganisatie, hoe heeft zich dat ontwikkeld? Met andere woorden hoe verder?
Beiden in discussie:
De werkorganisatie is niet erg gedienstig meer. Vanuit twee invalshoeken is dat enigszins begrijpelijk. Als de vereniging zelf niet reageert en tot beleidsvorming komt, dan is er een lacune waarop een werkorganisatie maar al te graag inspringt. Misschien zelfs wel uit eigen belang, er moet wat gebeuren. En de communicatie, communicatie, communicatie laat veel te wensen over. Er is een veel te grote distantie tussen vereniging en bestuur ontstaan, een gat waar de werkorganisatie in springt.
Na 1 november 2023 staat de sector senioren onder grote druk over haar toekomst. Hoe verder met de organisatie?
Beiden in discussie:
Het gaat niet zozeer om de organisatie, er moet leven in de brouwerij. Het gaat om de behartiging van de belangen van ouderen, misschien gaat het allemaal ook wel op voor de andere sectoren.
We weten waar de schoen voor ouderen wringt: inkomen, zorg en wonen met betaalbare energie. Bij de 'beroepsbonden', kijk naar de onderwijsbond en de politiebond gaat dat veel beter.
Er is zeker meer democratie nodig, meer ruimte voor creativiteit, ruimte voor andersdenkenden en dissidenten. Activiteiten bij de mensen organiseren, de vakbondshuizen moeten vol lopen. Niet met gastheren en vergaderende bestuurders, maar met mensen uit de samenleving die uit belangstelling komen of iets willen doen aan hun samenleving. Daarop volgt de organisatie ervan.