Liefde voor literatuur - gelezen en geprezen, deel 2
Schrijvers geboren in 1925
Harry Peer
Op de vijfendertigste verjaardag van mijn vader, 26 oktober 1925, ben ik geboren. 's Ochtends om kwart over zes. Mijn vader heeft nog steeds het psalmboek dat hij op die dag als verjaardagsgeschenk kreeg. Het zwarte linnen is een beetje afgesleten aan de hoeken, zodat daar het karton zichtbaar is. Maar verder ziet het er nog keurig uit. Mijn vader zei wel eens als hij zijn handen er strelend over liet gaan, dat het een mooi cadeau was, maar dat ik het liefste cadeau was dat hij op die dag kreeg. Later, toen ik het geloof de rug toedraaide, herriep hij dat min of meer. Toen zei hij, de bijbel citerend, dat het beter was dat ik niet geboren ware, of dat een molensteen om mijn hals gehangen en ik in het diepste der zee verdronken ware. Jan Wolkers, Terug naar Oegstgeest (1965).
Bekende schrijvers uit het Nederlands taalgebied geboren in 1925 zijn Jan Wolkers, Jos Vandeloo, Inez van Dullemen en de kinderboekenschrijfster Miep Diekmann. Voor buiten onze grenzen kunnen we wijzen op de Amerikanen Gore Vidal, Mary Flannery O'Connor, James Salter en Malcolm X, de Japanner Yukio Mishhima, de Spaanse schrijfster Ana Maria Matute, de sciencefiction schrijver Brian Aldice, de Italiaanse schrijver en regisseur Andrea Camilleri, de in Martinique geboren Frantz Fanon, de Indonesiër Pramoedya Ananta Toer en de Britten Gerard Durrell en John Bayley. Met als laatste in deze opsomming: Margaret Thatcher (geboren als Margaret Hilda Roberts).
Het voert te ver om een biografische schets of de literaire productie op te nemen van elk van hen. Vier lichten we eruit: Frantz Fanon, Malcolm X, Pramoedya Ananta Toer en John Bayley. Hoe uiteenlopend het leven van al deze mensen ook is geweest, ze zijn allen geraakt door grotere maatschappelijke gebeurtenissen en ontwikkelingen: de crisis van de jaren dertig, de Tweede Wereldoorlog, de Koude Oorlog en dekolonisatie, de emancipatiestrijd van klassen, rassen en seksen en de democratisering, opkomende welvaart en lossere omgangsvormen van de jaren zestig van de vorige eeuw.
Frantz Fanon
Als eerste: Frantz Fanon, soldaat, hardwerkende student, arts, psychiater, filosoof, vrijheidsstrijder en revolutionair. Hij wordt gezien als één van 's werelds meest invloedrijke antiracistische en antikoloniale denkers. Frantz Fanon werd in een middenklasse gezin in Martinique geboren op 20 juli 1925, als vijfde van in totaal acht kinderen. In de nacht van 12 maart 1944 vertrok hij, samen met zijn schoolvriend Marcel Manville en duizend andere zwarte soldaten van de Antilliaanse eilanden, naar Noord-Afrika om daar hun kolonisator Frankrijk van het nazisme te helpen bevrijden.
Er begon een nieuwe periode in het leven van Fanon. Een tweede grote stap was zijn vertrek naar Algerije eind 1953, waar hij directeur werd van een psychiatrisch ziekenhuis en betrokken zou raken bij de Algerijnse strijd voor onafhankelijkheid.

Het eerste grote werk uit Fanons filosofische erfenis is Peau noir, masques blancs (Zwarte huid, witte maskers), uit 1952. Het omvat psychologische en historische beschouwingen over de identiteit van de bewoners van de door westerse mogendheden gekoloniseerde gebieden. Hierin toont Fanon aan dat racisme zwarte mensen beperkt in hun bewegingsvrijheid. Nog bekender is Les Damnés de la Terre, in het Engels vertaald als The Wretched of the Earth, in het Nederlands als De verworpenen van de aarde, uit 1961. De titel is ontleend aan de openingsregel van de Internationale. In een spraakmakend voorwoord bereidt Jean-Paul Sartre de lezer voor op de betekenis van geweld in de strijd voor onafhankelijkheid van gekoloniseerde volkeren, Want in de eerste fase van de opstand moet er gedood worden: als je een Europeaan afslacht, sla je twee vliegen in één klap, je ruimt tegelijk een onderdrukker en een onderdrukte uit de weg: wat overblijft zijn een dode mens en een vrije mens; voor het eerst voelt de overlevende de nationale grond onder zijn voeten.
Kolonialisme
Fanon geeft in De verworpenen van de aarde: een psychoanalyse van de ontmenselijkende effecten van kolonisatie op het individu en de natie. Met krachtige uitdrukkingen: Kolonialisme is niet een denkende machine, het is naakt geweld en geeft alleen toe wanneer het geconfronteerd wordt met groter geweld en iedereen die een taal spreekt, neemt daarmee een wereld, een cultuur over.
Fanon gaat in op de gevolgen van het opzetten van een sociale beweging voor de dekolonisatie van een persoon en een volk. Verandering komt niet vanzelf, meteen al in de eerste zin wordt dat helder gesteld: Nationale bevrijding, nationale wedergeboorte, teruggave van de natie aan het volk, commonwealth: welke rubrieken ook gebruikt worden of welke nieuwe formules ingevoerd, dekolonisatie is altijd een gewelddadig fenomeen. Als we in opstand komen, is het niet voor een specifieke cultuur. We revolteren eenvoudigweg, omdat we om vele redenen niet meer kunnen ademen.
Het herinnert ons tevens aan de roman van tijdgenoot Albert Camus met De mens in opstand, L'homme révolte. De, kort voor Fanons dood in 1961, uitgegeven klassieker viel in vruchtbare aarde tijdens de strijd voor onafhankelijkheid van volken in Afrika en Azië. Het geldt nog altijd als een standaardwerk van antikoloniale en antiracistische theorievorming. Het boek heeft overigens nog niets aan actualiteit verloren. De noot van de vertaler achterin het boek: Van Sétif naar Gaza (.....) Deze vertaling werd eind oktober 2023 afgerond, op het ogenblik dat de laatste settlerkolonie in Azië en Afrika, de zionistische apartheidsstaat Israël, ongestraft een nieuwe genocide en een nieuwe Nakba in Gaza aanricht, volmondig gesteund door de Verenigde Staten en het hypocriete humanisme van de Europese Unie. Ik draag haar in alle bescheidenheid op aan het Palestijnse volk.
Zwart in een witte samenleving
Fanon trouwde in 1952 met Josie Dublé en had met haar een zoon, Olivier. Deze sprak in 2025 bij verschillende gelegenheden naar aanleiding van de geboorte van zijn vader honderd jaar geleden. Te volgen op YouTube. Zijn moeder heeft de nalatenschap van haar man altijd levend gehouden. Ze was zelf ook een geëngageerd journalist. Ze bezocht en schreef over opstanden en politieke bewegingen in Haïti, Zuid-Afrika, Vietnam en Iran.
Fanon was het onderwerp van gesprek op maandag 8 december 2025 in De Rode Hoed. Drie sprekers Sibo Rugwina Kanobana, Glenn Helberg en Grâce Ndjako hielden een inleiding,onder leiding van voormalig 'denker des vaderlands' Daan Roovers. Zij discussieerden over Fanon, zijn leven en werk en de betekenis van het zwart zijn in een witte samenleving. Het was een boeiende avond.
Fanon probeerde in de Verenigde Staten hulp te krijgen voor zijn leukemie. Zijn ziekte velde hem. Hij overleed op 6 december 1961 in Bethesda, Maryland. Josie overleed in Algiers in 1989. Lees: David Macey, Frantz Fanon, a biography - Koen Boogaert, In het spoor van Fanon. Orde, wanorde, dekolonisering en de recent in 2024 uitgekomen meeslepende biografie van Adam Shatz, Frantz Fanon. Een leven in revoluties.
Malcolm X
Malcolm X is als Malcolm Little geboren op 19 mei 1925 in Omaha, Nebraska. Op jonge leeftijd verhuisde hij met zijn ouders naar Lansing, Michigan. Hij brak zijn schoolopleiding af, werkte in allerlei banen, onder andere als kelner op de trein route Boston-New York-Washington, D.C. en in een kroeg in Harlem.
Een bewogen leven volgde: verkoop van marihuana, verslaving aan cocaïne, inbraken, veroordeling tot tien jaar gevangenisstraf in 1946. In de gevangenis ging hij studeren en maakte hij kennis met de Black Muslim beweging van Elijah Muhammed. In 1952 vervroegd vrijgelaten.
Als zoon van een Baptist prediker, bekeerde hij zich tot de islam en werd één van de leiders van de Nation of Islam, een Afro-Amerikaanse moslimorganisatie die streed voor gelijke rechten van de zwarte bevolking.
Na een bezoek aan Mekka nam Malcolm afstand van de Nation en zette Muhammed hem uit zijn beweging.
Malcolm richtte vervolgens zijn eigen protestgroep op, de Organisatie van Afro-Amerikaanse Eenheid. Malcolm verwierf een grote radicale aanhang, had de kracht van het woord, sprak grote menigtes toe, dwong respect af. Kreeg de naam geweld niet te schuwen. Malcolm koesterde geen illusies over de Verenigde Staten, Ik zie geen Amerikaanse droom, ik zie een Amerikaanse nachtmerrie. Een einde maken aan eeuwen onderdrukking van de zwarte bevolking vereiste een radicale vrijheidsstrijd. Malcolm X was onverzettelijk: Er is niets beter dan tegenslag. Elke nederlaag, elk hartzeer, elk verlies, bevat zijn eigen zaadje, zijn eigen les hoe je je prestaties de volgende keer kunt verbeteren.
Maar tegen kogels valt niet te vechten. De militante vrijheidsstrijder Malcolm X werd in het bijzijn van zijn zwangere vrouw Betty Shabazz en hun vier kleine dochters vermoord in een zaaltje in Harlem op 21 februari 1965. Zijn dood past in de reeks van dodelijke aanslagen in dat decennium op nationale figuren: president John F. Kennedy, zijn broer Robert Kennedy en dominee Martin Luther King. Malcolm X is begraven als El-Hajj Malik El-Shabazz, de naam die hij in 1964 na zijn pelgrimstocht naar Mekka had aangenomen.

(Auto)biografie
De dochters van Malcolm X hebben onlangs de CIA, de FBI en de New York Police Department in een rechtszaak van 100 miljoen dollar beschuldigd van hun rol in de moord op de leider van de burgerrechtenbeweging. Postuum verschijnt de biografie van Malcolm X die hij in zijn laatste jaren liet schrijven door of samen schreef met ghostwriter Alex Haley, The Autobiography of Malcolm X As Told to Alex Haley (1965).
Haley heeft veel gesprekken gevoerd met Malcolm en hem op allerlei tochten vergezeld. Hij heeft om te beginnen zelf al een buitengewoon boeiend voorwoord van 67 bladzijden geschreven. Time Magazine riep het boek - 512 bladzijden - uit tot een van de tien belangrijkste van de twintigste eeuw. Vanaf de eerste zinnen zit de lezer op het puntje van zijn stoel. Malcolm verhaalt hoe de woning van zijn ouders, terwijl zijn moeder zwanger was van hem en alleen thuis was met haar drie kinderen, overvallen werd door rijders van de Ku Klux Klan. Malcolms vader heeft met eigen ogen gezien dat drie van zijn broers door geweld om het leven kwamen, een gelyncht door een witte man. Van de overblijvende drie broers zouden er nog twee om het leven worden gebracht door witte handen, inclusief Malcolms vader.
Film
We hebben het al eerder gehad over het dynamische Manhattan, in deze autobiografie worden we meegesleurd in het zinderende zwarte leven van Harlem. Regisseur Spike Lee gebruikte de autobiografie grotendeels als basis voor zijn film Malcolm X (1992) met Denzel Washington in de hoofdrol.
In de loop der jaren worden er meerdere boeken uitgegeven, met daarin opgenomen speeches van Malcolm X. Een prachtige biografie is Malcolm X. A Life of Reinvention van Manning Marable, 592 bladzijden. Op 21 oktober 2025 heb ik met veel belangstelling gekeken naar de documentaire op NPO2 van Caz Jansen Malcolm X: By Any Means Necessary. Akwasi bezoekt de belangrijkste locaties uit het verleden van Malcolm X. Hij spreekt met familie, vrienden en deskundigen over Malcolms invloed, zijn strijd en zijn erfenis.

Pramoedya Ananta Toer
De mensen noemden mij Minke. Mijn eigen naam .... Die hoef ik voorlopig niet te vermelden. Niet, omdat ik gek ben op alles wat mysterieus is. Ik heb het goed overwogen: het is nog niet echt nodig dat ik me blootstel aan de blikken van een ander. Met deze zinnen begint Pramoedya Ananta Toer een romancyclus over Indonesië van vier delen met totaal ruim duizend bladzijden. Minke vreest trouwens dat zijn naam een verbastering is van 'monkey'.
Pramoedya Ananta Toer werd op 6 februari 1925 geboren in een onderwijzersgezin in Blora, Midden-Java. Toer - bijnaam Pram - schreef ruim veertig romans die in meer dan twintig talen zijn uitgegeven. Eén van die boeken gaat over zijn jeugd in Blora, Verhalen over Blora. Toer duidde het Indonesië van de twintigste eeuw in zijn literaire werk: de betekenis van Multatuli, het Nederlandse kolonialisme, de bezetting door Japan, de Indonesische cultuur en het Indonesisch nationalisme, de bevolkingsgroepen, sociale ongelijkheid, de positie van de vrouw, de autoritaire regimes van Soekarno en Soeharto. De Nederlanders hielden hem gevangen tussen 1947-1949. Tevens zat hij vast in 1960-1961.
Politiek gevangene
Toers bezoek in 1953 aan Nederland, Duitsland en de Sovjet-Unie heeft veel betekend voor de verbreding van zijn horizon en persoonlijke ontwikkeling. Midden jaren zestig had Toer naam gemaakt als gezaghebbend auteur en speelde hij een grote rol in het culturele leven van Indonesië. Nadat Soeharto in 1965 de macht had gegrepen werden honderdduizenden communisten of vermeende communisten gedood of gevangen gezet. Toer was een sociaal geëngageerde man. Zijn naam was verbonden aan linkse organisaties. Voldoende voor de nieuwe machthebbers om hem op te pakken. Politiek gevangene Toer bracht vier jaar door in gevangenissen in Djakarta, waarvan twee jaar tussen criminelen in de Salemba-gevangenis en twee jaar lang in isolatie in een apart gebouw in Wanayasa. Het regime verbande Pramoedya in 1969 naar het Molukse strafeiland Buru, waar hij tot 1979 gevangen zat.
Na zijn vrijlating trok Toer wereldwijde aandacht met het Buru-vierluik met Minke, zoon van een Javaans regent als hoofdpersoon. Het eerste deel heet Aarde der mensen (1980), daarna volgen Kind van alle volken (1980), Voetsporen (1985) en Het glazen huis (1988). Minke ontwikkelt zich van een schuchtere jongen tot een zelfbewuste politiek geradicaliseerde persoonlijkheid.

Over zijn ervaringen op het geïsoleerde verbanningsoord bracht Toer Lied van een stomme uit (1988, deel 1, 1991; Brieven, deel 2), een indrukwekkend relaas over de mensonterende omstandigheden op Buru, over dwangarbeid, moord, vernedering en marteling. Een, door een hard leven, geteisterd man spreekt over rijst inladen. Balen van honderd kilo met z'n tweeën, over een smalle houten loopplank 45 graden omhoog het schip op, tientallen tonnen in totaal. Het tilwerk leverde hem een hernia op en als gevolg van vermoeidheid bij tijd en wijlen neerslachtigheid.

Pramoedya verhaalt over de opwinding bij de bannelingen in 1977, wanneer ze te horen krijgen dat ze naar huis mogen. Zelf zou hij aanvankelijk ook deel van de uitverkoren groep uitmaken. Hij moet lijdelijk accepteren dat dit niet het geval is. En daar gaan zijn kameraden. En zo vertrekken vijftienhonderdéén vrienden naar Java. En laten de levende geraamten achter, hun gewezen levensgezellen. En ook de medegevangenen die in hun graven op de heuvels en in de dalen van de Way Apo laagvlakte de eeuwige rust hebben gevonden. Eén van hen zonder hoofd, omdat de bevolking ermee vandoor was gegaan nadat ze het hadden gesneld. Drie zijn er door inheemse speren om het leven gekomen. Ruim een dozijn is in het water van Buru omgekomen. Een groot deel stierf door een teveel aan goedheid en energie.
Eind 1979 werd Pramoedya uit gevangenschap ontslagen. Fysiek door zware arbeid en martelingen voor de rest van zijn leven sterk verzwakt (gehoor, gezichtsvermogen, gebit, hernia), maar mentaal overeind gebleven. Het leven wordt hem daarna nog steeds moeilijk gemaakt. Zijn bewegingsvrijheid wordt zeer beperkt.
Persoonlijk
Toer trouwde in 1950 met Arvah Iljas, met wie hij scheidde in 1954. Het jaar daarna hertrouwde hij met Maemunah Thamrin. Toers vrouw en kinderen hebben tijdens zijn gevangenschap geleden onder zijn afwezigheid. Zelf miste hij zijn kinderen van wie hij het beeld steeds moeilijker voor zich kon halen. Pramoedya: Soms als ik mij geestelijk en lichamelijk zo afgemat voel, krijg ik, ik weet niet waarvandaan, ingefluisterd: wat zou het heerlijk zijn te kunnen uitrusten, en voor altijd, jij, oude man, die behalve voor de plunderaars en uitbuiters voor niemand meer van nut bent! Zelfs voor je vrouw en kinderen niet, je kleinkinderen zullen je zelfs niet eens kennen. We proeven de universele betekenis van een zin uit een brief aan één van zijn dochters: De radicale psychische verandering van koloniale tot vrije mensen is iets van een weergaloze schoonheid.

Toers boeken waren tot in het begin van de 21ste eeuw in Indonesië verboden, daarbuiten vonden ze een grote aftrek. De waardering kwam aan het eind van zijn leven. In 1988 kreeg Toer de "PEN Freedom to-write Award" uitgereikt voor zijn oeuvre. In 1995 ontving hij de "Ramon Magsaysay Award", gezien als de Aziatische Nobelprijs voor literatuur.
Pramoedya Ananta Toer stierf in Djakarta op 30 april 2006. In het voorjaar van 2025 organiseerde De Balie een druk bezochte bijeenkomst over Toer met als spreker Remco Raben, bijzonder hoogleraar Koloniale en postkoloniale literatuur- en cultuurgeschiedenis aan de Universiteit van Amsterdam.
Zie ook Rabens biografische schets over Toer in De Groene Amsterdammer van 12 maart 2025. A. Teeuw, hoogleraar Indonesische Letterkunde te Leiden van 1955 tot 1986 besteedde een groot deel van zijn loopbaan aan de analyse van Toers oeuvre.
Samenvattend sluiten we af met de slotzin over Pramoedya Ananta Toer: Verbeelding van Indonesië. De overtuigingskracht, de onverzettelijkheid, de creativiteit waarmee Pramoedya zijn leven lang het wapen van de taal gehanteerd heeft voor waarheid, menselijkheid en gerechtigheid maken hem tot een waardig kandidaat voor de hoogste internationale onderscheiding, de Nobelprijs voor literatuur.
Toer is er meerdere keren voor genomineerd, maar het is aan hem voorbijgegaan. Zie ook: A. Teeuw, Pramoedya Ananta Toer. De verbeelding van Indonesië. Uitgeverij De Geus, 1993.
John Bayley
Toers tijdgenoot John Bayley had een rustiger leven, althans politiek. Wij kennen hem als romanschrijver, literair criticus en hoogleraar Engels, voorzitter van de Booker Prize Committee, vaste medewerker van de New York Review of Books, actief lid van Alzheimer International.
Zijn geboorteplaats is Lahore in India, tegenwoordig in Pakistan gelegen. Bayley studeerde in Oxford. Tijdens de Tweede Wereldoorlog diende hij bij de Grenadier Guards.
In 1955 werd Bayley docent Engels aan New College. Vanaf 1973 bekleedt hij de Warton-leerstoel aan St. Catherine's College. Bayley heeft een groot aantal literair-kritische boeken op zijn naam staan: The Characters of Love, Tolstoy and the Novel, Pushkin: A Comparative Commentary, Shakespeare and Tragedy, studies over Thomas Hardy, Jane Austin en Henry James en de roman The Red Hat (1998).

We weten weinig van Toer's echtgenotes, des te meer weten we van Bayley's levensgezellin. Zij was de schrijfster en filosofe Iris Murdoch. Hij leerde haar kennen op zijn 28-ste, zij was 34. Ze trouwden in 1956. Het echtpaar bleef kinderloos. Met respect en liefdevol schrijft hij in Elegie voor Iris & Iris en haar wereld over zijn sinds ongeveer 1992 aan Alzheimer lijdende geliefde. Een betekenisvolle passage: Wanneer de Alzheimer-patiënt zijn gevoel voor tijd verliest, schijnt de tijd ook voor de partner zijn toekomstgerichte en retrospectieve dimensie te verliezen .
John Bayley plaatst haar op een voetstuk. Het is een ontroerend relaas. Bayley blikt terug op haar persoonlijkheid, haar karakter, haar werk, hun huwelijk, huiselijke beslommeringen, haar relaties met andere mannen, het academisch bestaan, vriendschappen, filosofische overpeinzingen, literatuur, reizen. En natuurlijk vooral de invloed van Alzheimer op de patiënt en de partner.
Tijdens het lezen over Iris drong zich bij mij het contrast op met de wrange, pijnlijke verwerking door Christien Brinkgreve in Beladen huis van haar leven met Arend Jan Heerma van Voss. Karrensporen van het patriarchaat. John Bayley kan geen patriarchale houding worden verweten. Hij kijkt met bewondering op naar zijn vrouw.
De film Iris, gebaseerd op beide boeken, won een Bafta [prijs] voor beste vrouwelijke hoofdrol en een Golden Globe en een Oscar voor beste mannelijke bijrol. Kate Winslet vertolkte de jonge Iris, Judi Dench die van Iris Murdoch op oudere leeftijd. Iris Murdoch overlijdt in 1999. Bayley hertrouwt in 2001 met huisvriendin Audi Villers. Hij overlijdt op 12 januari 2015 in Lanzarote op de Canarische Eilanden. Hij is 89 jaar oud geworden.