Arbeidsverhoudingen in Duitsland
Positie van collectieve arbeidsovereenkomsten
Klaus Lang (1)
De grootste ondernemersorganisatie in de Duitse particuliere sector, metaal- en elektrotechnische industrie (Gesamtmetall), heeft een nieuwe voorzitter gekozen die 1 januari jongstleden in dienst trad. Er is overigens nog nooit een vrouwelijke voorzitter geweest.
Normaal gesproken is dit een routineprocedure. Deze keer door een belangrijk detail echter niet. De nieuwe voorzitter, Udo Dinglreiter, is mede-eigenaar en directeur van een machinebouw- en installatiebedrijf in Beieren dat niet gebonden is aan een collectieve arbeidsovereenkomst. Een primeur in de 135-jarige geschiedenis van Gesamtmetall, zoals de organisatie zelf benadrukt: Hij is de eerste van een bedrijf dat niet gebonden is aan een collectieve arbeidsovereenkomst.Het bedrijf telt tweehonderd werkers in meerdere vestigingen.

Dit soort lidmaatschap van zogenaamde "OT-leden" ("Ohne Tarif", zonder collectieve arbeidsovereenkomst) is ronduit absurd. De kerntaak van ondernemersorganisaties, de bestaansreden bij de oprichting eind negentiende/begin twintigste eeuw, was juist het voeren van collectieve onderhandelingen en het sluiten van collectieve arbeidsovereenkomsten. Na 1945 vormden ze, net als bij de vakbonden, de basis voor een collectieve onderhandelingsautonomie. Dat wil zeggen: een 'staatsvrije' collectieve regulering van lonen, werktijden en andere essentiële arbeidsvoorwaarden.
Uiteraard waren alle leden van ondernemersorganisaties gebonden aan collectieve arbeidsovereenkomsten: voor de gehele branche, regio's en sectoren. Een bedrijfsspecifieke overeenkomst, zoals bij Volkswagen, was een uitzondering. Alleen met branche brede overeenkomsten wordt het belangrijkste doel van een collectieve arbeidsovereenkomst bereikt. Namelijk voorkomen van onderlinge concurrentie op loon en arbeidsvoorwaarden.
Neoliberalisme
Deze ontwikkelingen zijn in twee opzichten problematisch. Ondernemersorganisaties ondermijnen hun bestaansrecht èn tasten de fundamenten van de collectieve cao aan. De openstelling door ondernemersorganisaties voor het lidmaatschap van niet onder een cao vallende ondernemers is een gevolg van de neoliberale deregulering en flexibilisering die begin jaren tachtig begon. Hun aantal nam na de hereniging in één Duitsland (1989/90) dramatisch toe. Tegelijkertijd daalde de dekking van collectieve onderhandelingen aanzienlijk. Waar deze begin jaren tachtig nog 80 tot 85 procent van de totale economie omvatte, was dat eind jaren negentig 76 procent in het Westen en 63 procent in het Oosten. In 2025/2026 is dat gedaald naar 50 in het Westen en 40 procent in het Oosten.
Onderzoek laat zien dat met het verlies van veilige arbeidsomstandigheden en sociale zekerheid, de neiging tot extreemrechtse en populistische standpunten toeneemt. Dat betekent dat noch de autonomie van collectieve onderhandelingen, noch het stelsel van de sociale zekerheid kan worden overgelaten aan de grillen van de economische ontwikkeling.
Verwoestend signaal
Om de afnemende dekking van collectieve onderhandelingen in alle Europese landen tegen te gaan, heeft de Europese Raad in 2022 een richtlijn over het minimumloon aangenomen. Deze stelt als doel de dekking van collectieve onderhandelingen in de lidstaten te verhogen tot 80 procent. De uitvoering van dit doel, zij het met grote terughoudendheid geformuleerd, maakt deel uit van het huidige coalitieakkoord en het regeringsprogramma. Als in deze situatie de vertegenwoordiger van een bedrijf zonder collectieve arbeidsovereenkomst tot voorzitter van Gesamtmetall wordt gekozen, dan geeft dat een verwoestend signaal af.
De genoemde Dinglreiter onderschrijft halfslachtig de collectieve arbeidsovereenkomst voor de hele sector die echter niet voor elk bedrijf geschikt is en benadrukt dat hij alle leden moet vertegenwoordigen. Hij zet daarmee de deur open voor een verdere toename van het aantal niet vakbondsleden en stelt eerder collectief overeengekomen loon- en arbeidsvoorwaarden nog meer bloot aan concurrentie. Voor toekomstige collectieve onderhandelingen in de metaal- en elektrotechnische industrie is nog meer druk op de flexibiliteit op bedrijfsniveau te verwachten. Hierdoor verliest de collectieve arbeidsovereenkomst haar status als minimumnorm en krijgt steeds meer het karakter van een louter streefdoel of aanbeveling. Met als gevolg dat werkers geen enkele zekerheid meer hebben. De autonomie van collectieve onderhandelingen die gebaseerd is op juridisch bindende, collectieve arbeidsovereenkomsten, wordt daarmee overbodig. Gebaseerd op verplichte collectieve arbeidsovereenkomsten, wankelen ze als hoeksteen van de verzorgingsstaat.
Het bindende karakter van collectieve arbeidsovereenkomsten dat voornamelijk gebaseerd is op sectorbrede afspraken, dreigt te worden uitgehold als fundament voor sociaal partnerschap, sociale cohesie en positieve economische ontwikkeling.

Pensioenpakket
Maar dat is slechts één kant van het verhaal. De ondernemersorganisaties in de metaalsector mengen zich sterk in het debat over de verzorgingsstaat via hun agressieve 'kindje': het Initiatief voor een Nieuwe Sociale Markteconomie. Dit initiatief werd in 1999/2000 door de ondernemers in de metaalsector opgericht en wordt tot op de dag van vandaag nog steeds door hen gefinancierd. Dat laatste vermoedelijk uit de niet belastbare 'lockout reserves' die momenteel waarschijnlijk niet nodig zullen zijn (lockout: wanneer werkers tijdens een conflict de toegang tot het bedrijf wordt ontzegd). Dit leidde onlangs tot een verhit debat. De Jongerenbeweging van de CDU en veel parlementsleden van de CDU/CSU waren tegen het pensioen compromis van het coalitieakkoord en het wetsontwerp van de federale regering.
In opvallende advertenties, waarvoor economen en journalisten hun talenten ter beschikking stelden, (Kampagnen, Listen to the Press: Journalisten gegen das Rentepaket November 2025) wordt stoutmoedig beweerd dat vrijwel iedereen in de respectievelijke vakgebieden tegen het pensioenpakket is. De autonomie van collectieve onderhandelingen en de in de Grondwet vastgelegde verzorgingsstaat lijken een ondraaglijke last te zijn voor een groeiend aantal krachten binnen de CDU/CSU en het bedrijfsleven. Deze worden namelijk niet langer beschouwd als een essentieel onderdeel van de democratische staat en een samenleving die democratie bevordert.
Extreemrechts
Volgens de Grondwet zijn democratie en de welvaartsstaat onlosmakelijk met elkaar verbonden. Empirisch sociaal onderzoek toont aan dat met het verlies van veilige arbeidsomstandigheden en sociale zekerheid de neiging tot extreemrechtse en populistische standpunten toeneemt. Noch de autonomie van collectieve onderhandelingen, noch het sociale zekerheidsstelsel mogen worden overgelaten aan de grillen van de economische ontwikkeling.
Het systeem van collectieve onderhandelingen heeft altijd getoond zeer flexibel te zijn, zoals de praktijk van de vakbond IG Metall in crisistijden aantoont. Het mag echter geen toegangspoort worden tot een verslechtering van de arbeids- en leefomstandigheden.
Decennialang werden sociale zekerheidsstelsels voornamelijk gefinancierd door pariteitsfinanciering (wat in feite neerkwam op financiering door de werkers, aangezien ondernemersbijdragen aan de sociale zekerheid altijd in de loon- of arbeidskosten waren inbegrepen).
Als deze financiering om begrijpelijke redenen niet langer goed functioneert, kunnen uitkeringen en uitgaven niet simpelweg worden aangepast aan de lagere inkomsten uit deze financiering. Er moeten andere oplossingen worden gevonden.
Degenen die zich hiertegen verzetten, ondermijnen niet alleen de verzorgingsstaat, maar ook de democratie. De vereniging De Familiebedrijven heeft in een plotselinge actie een drieledige aanpak gekozen. Ze is fel gekant tegen sectorbrede collectieve arbeidsovereenkomsten, ze eist een aanzienlijke verlaging van de "lasten" van het sociale zekerheidsstelsel en heeft op zijn minst geprobeerd de relaties met de extreemrechtse partij AfD te normaliseren. Dat laatste is niet gelukt, maar de onderliggende gedachte lijkt steeds meer terrein te winnen in delen van het bedrijfsleven en de Christendemocratische Unie (CDU/CSU), evenals in sommige media. Laat het voor hen allen duidelijk zijn: dit gaat niet alleen over de verzorgingsstaat; het gaat over de toekomst van de liberale democratie in Duitsland en Europa.
(1) De tekst verscheen voor het eerst op 16 december 2025 op de blog »bruchstücke.info« van Wolfgang Storz, waar ook vele andere waardevolle artikelen te vinden zijn (later onder andere ook bij express 1/2026 verschenen!). Titel : Metallarbeitgeber treiben Widersinn auf die Spitze. Vertaling Ab de Wildt.
Klaus Lang studeerde katholieke theologie, psychologie en politicologie. Hij bekleedde diverse functies in het bestuur van IG Metall en was directeur van de Otto Brenner Stichting. Hij is bestuurslid van de Stichting Mensenrechten, de Stichting Amnesty International en de Werkgroep Sociale Ethiek van Kerken en Vakbonden.