Welkom Extra's

Bijstandsbond over inkomens- en armoedevoorzieningen

Veel sociale wetgeving wordt niet benut

Piet van der Lende (1)

In hoeverre is het niet gebruiken van inkomens- en armoedevoorzieningen bekend? En wat zijn daarvan de belangrijkste redenen? Bijvoorbeeld door onbekendheid met de regelingen, complexiteit van de aanvraag, schaamte, wantrouwen jegens de gemeente/overheid, taal en/of digitale vaardigheden?

Logo Bijstandsbond

Veel mensen zijn onbekend met de regelingen. Wij krijgen regelmatig mensen op het spreekuur die niet van de mogelijkheden op de hoogte zijn. Dit wordt bevestigd door onderzoek uit een wat verder verleden, maar we gaan ervan uit dat sindsdien de situatie nauwelijks is verbeterd. In de Amsterdamse armoedemonitor blijkt dat al sinds jaar en dag ongeveer een vijfde van de Amsterdamse huishoudens een inkomen heeft tot 120 procent van het Wettelijk Sociaal Minimum. Dit WSM is ongeveer het bijstandsniveau. Zo'n 41.000 huishoudens heeft een inkomen tussen 100 en 120 procent van het WSM en 79 procent (318.000 huishoudens)-meer dan 120 procent van het WSM. Wat echter opvalt, is dat maar liefst 42.000 huishoudens een inkomen heeft beneden het WSM. Wij vinden dat heel veel - 13.000 huishoudens heeft zelfs een inkomen onder de 80 procent van het WSM.

Onder het sociaal minimum

Het CBS publiceerde een onderzoek, waaruit bleek dat in 2009 in Nederland bijna 700.00 mensen van 18 tot 65 jaar leefden in een huishouden met een inkomen onder de 'lage inkomensgrens'. Deze is nota bene lager dan het WSM. Meer dan de helft (370.00) daarvan verrichtte in 2009 betaald werk. Op basis van deze cijfers kan worden geconcludeerd dat ongeveer 10 procent van de huishoudens dat van minder dan het WSM leeft, in Amsterdam woont.
Hiermee hebben we een eerste groep te pakken die beneden het bijstandsniveau leeft: werkende armen. Van deze werkenden met risico op armoede verdient drie op de tien hun brood als zelfstandige. Een tweede grote groep bestaat uit de werkenden met een flexibel contract.

Over de oorzaken van het feit dat een grote groep inwoners beneden het WSM leeft, licht de Algemene Rekenkamer een tipje van de sluier op in een rapport "Ouderdomsregelingen ontleed". Dat gaat over de effectiviteit van de uitvoering van de regeling van de Algemene Ouderdomswet (AOW) door de Sociale Verzekeringsbank. Naast de AOW zijn er aanvullende regelingen voor specifieke categorieën ouderen, bijvoorbeeld de Aanvullende inkomensvoorziening ouderen (AIO). Deze is bedoeld voor ouderen met een onvoldoende inkomen of vermogen om in hun levensonderhoud te kunnen voorzien. Bijvoorbeeld mensen die geen volledige AOW-rechten hebben opgebouwd tijdens hun werkzame leven.
Het onderzoek laat zien dat 48 tot 56 procent van deze ouderen geen (aanvullende) AIO ontvangen, terwijl zij er wel recht op hebben. Dit betreft 34.000 tot 51.000 huishoudens van één of meer personen en betekent vaak dat ze leven beneden het wettelijk sociale minimum.

Een derde groep die gedeeltelijk beneden het sociale minimum leeft, bestaat uit mensen met een UWV uitkering (Uitvoeringsinstituut Werknemersverzekeringen), een WAO of WW in het kader van de toeslagen wet. Soms komen mensen met zo'n uitkering nog niet op het sociale minimum en hebben ze recht op bijstand. Ze hebben dan drie uitkeringen: werkloosheid, toeslag en bijstand. Velen zijn hier niet van op de hoogte en het UWV doet weinig aan voorlichting.
Een vierde groep die benden het sociale minimum leeft, bestaat uit de mensen die niet op de hoogte zijn van de vele armoedevoorzieningen van de gemeentes. Een vijfde groep is niet op de hoogte van de verschillende toeslagen die door de belastingdienst worden uitgekeerd.

Administratieve rompslomp

Hier een aantal redenen waarom mensen geen aanvulling aanvragen en genoegen nemen met leven beneden het sociale minimum.
Sommigen zitten maar weinig onder het sociale minimum en zien af van de administratieve rompslomp om één tientje of een paar tientjes per maand meer te ontvangen. Anderen met een gedeeltelijke AOW hebben een eigen huis en willen dit niet 'opeten' en kiezen er voor in de dagelijkse bekostiging van het levensonderhoud beneden het sociale minimum te leven. De AIO (aanvulling) is immers een bijstandsregeling: mensen met wat meer spaargeld, een eigen huis of vermogen komen er niet voor in aanmerking. Ook kan de aanvulling worden verstrekt in de vorm van 'leenbijstand', maar die moet worden terugbetaald. Vaak heeft voor een migrant het huis of een stuk grond in het land van herkomst weinig waarde, het is echter een grote administratieve rompslomp om dan toch een aanvullend inkomen aan te vragen.
Daarnaast zijn er superveel regelingen met verschillende voorwaarden. De voorzieningen worden per onderwerp digitaal gecontroleerd; veel mensen kunnen dat niet, omdat ze niet beschikken over de apparatuur en de vaardigheden.

Oudere man met handen in het haar: afwijzing participatiewet
Bron: @pvdlende, YouTube.

We stuiten hier ook op de falende Participatie wet. Deze zou het laatste vangnet moeten zijn om te voorkomen dat mensen onder het wettelijk sociaal minimum zakken. Maar het is al lang geen vangnet meer, maar een gatenkaas waarop duizenden geen beroep kunnen of willen doen. Wie bijvoorbeeld een zelfstandige is met onvoldoende inkomen, kan niet zomaar het bedrijf voortzetten en een aanvullende bijstand ontvangen. Nodig is dan een bureaucratische procedure inzetten met tientallen bewijsstukken en boekhoudkundige gegevens, alvorens voor de bijstand in aanmerking te komen.

Brochure

Wij hebben op ons spreekuur tal van mensen ontmoet met een deeltijdbaan onder het sociale minimum, maar die vanwege al het administratieve gedoe geen bijstand aanvroegen.
Bij de verrekeningen van de inkomsten met de bijstand worden veel fouten gemaakt. De Participatie wet is totaal niet (meer) afgestemd op de leefsituatie van veel mensen en dit betekent dat honderdduizenden in armoede moeten leven.

Een andere hindernis is de onbekendheid met regelingen door gebrek aan algemeen toegankelijke informatie door gemeentes. Plus het langs elkaar heen werken in de voorlichting door de diverse instanties die met het 'niet gebruiken' van voorzieningen te maken hebben. Een hoognodige oplossing is een brede verspreiding van een algemene folder met verschillende mogelijkheden en met informatie over de grenzen van inkomen en vermogen. Op te stellen in samenwerking met de belastingdienst, UWV, Sociale Verzekeringsbank en gemeentelijke diensten. In het verleden bestond er een handzame brochure met 'tips voor de smalle beurs', waarin alle regelingen kort uitgelegd werden. Het is dringend wachten op een nieuwe brochure.

(1) De Bijstandsbond is een onafhankelijke belangenorganisatie voor mensen met een minimuminkomen. Zie website bijstandsbond.amsterdam en weblog bijstandsbond.blogspot.com.
Spreekuur dinsdag en donderdag van 11.00 tot 16.00 uur. Energiespreekuur op woensdag van 12.00 tot 13.00 uur. Belastingproblemen behandelen wij op afspraak.
Te bereiken op de Da Costakade 162 Amsterdam. Telefoon 020-6898806. Lid worden van de Bijstandsbond is mogelijk voor 22 euro per jaar, minder kan ook. Bankrekening: NL22 INGB 0004 5548 41- ten name van: Bijstandsbond Amsterdam. Op internet staat ook de overlevingsgids voor de minima: overlevingsgids.net