Welkom Extra's

FNV Democratisch

Diplomademocratie?

Sjarrel Massop

Overwinnen van de vakbondscrisis, waarin de FNV verzeild is geraakt, betekent bovenal het herstel van de verenigingsdemocratie. Terecht heeft het doel van de kritische beweging, FNV Democratisch: het herstel van de vakbondsdemocratie een grote prioriteit. Nieuwe perspectieven voor een kritische en strijdbare vakbeweging worden bepaald door het herstel van de vakbond als een vereniging van leden. Dat wil zeggen het herstel van de vakbondsdemocratie.

Het repareren van de vakbondsdemocratie is niet eenvoudig. Veel leden hebben al gestemd met de voeten. Anderen hebben de laatste jaren de vakbond verlaten, een treurig gevolg van de fusie tussen de bonden in een 'ongedeeld FNV'. Grote sterke vakbonden: Ambtenarenbond, Industriebond, Vervoersbond, Voedingsbond, Onderwijsbond, een aparte bond voor het zorgpersoneel - ze bestaan niet meer. Ze zijn opgegaan in het 'ongedeelde FNV' en zijn daarin sectoren geworden. Behoudens enkele sectoren zijn de meeste slappe aftreksels geworden van de oude bonden.
Het project om deze ontwikkeling tegen te gaan, de 'sectoralisatie' is in de kiem gesmoord. De doelen van dat project waren: centraal wat centraal moet, decentraal wat decentraal kan. Met de ernstige verzwakking van de sectoren ten opzichte van de oorspronkelijke bonden, was een dergelijk project bij voorbaat kansloos.

De kloon die in de vakbond gemaakt is met het Ledenparlement, was ook gedoemd te mislukken. Het kreeg een vrij mandaat, dat wil zeggen dat er een klein beetje ruggespraak was met de sectoren was en 'nul last'. Vrij wil zeggen dat de gekozen leden (van het LP) geen verantwoording hoeven af te leggen aan de leden door wie ze gekozen zijn. De verbinding met de achterban bestond nauwelijks.
De misère werd vergroot, doordat de doorstroming van kaderleden naar de werkorganisatie stagneerde. Deze kreeg een 'grote greep', domineerde de vakbeweging.

Diplomademocratie

De democratie heeft nog een andere dreun gekregen, de dreun van de meritocratie: de macht aan de mensen met een academische merites, ('verdiensten'). In het begin van de komst van de democratie was er sprake van een aristocratie. Dat wil zeggen dat de macht is aan de mensen met met een geprivilegieerde positie (adel en rijke burgerij) die meer democratische rechten kenden dan het ‘gewone volk’. Met de opkomst van de arbeidersbeweging en haar sterke vakbonden en politieke partijen, kwam daar een kentering in. De sociale bewegingen, politieke partijen en vakbonden dwongen actieve participatie af op het politieke podium, de overheid. Dit speelde internationaal, ook in Nederland.
In het begin van de komst van de democratie was er sprake van een aristocratie. Dat wil zeggen dat de macht is aan de mensen met met een geprivilegieerde positie (adel en rijke burgerij) die meer democratische rechten kenden dan het ‘gewone volk’. Met de opkomst van de arbeidersbeweging en haar sterke vakbonden en politieke partijen, kwam daar een kentering in. De sociale bewegingen, politieke partijen en vakbonden dwongen actieve participatie af op het politieke podium, de overheid. Dit speelde internationaal, ook in Nederland.

Na de tweede wereldoorlog deden zich twee ontwikkelingen voor.

De eerste ontwikkeling was dat formeel de politiek losgekoppeld werd van de economie. Dat betekent niet dat de politiek niet meer gedomineerd werd door het kapitaal. De lobby vanuit het kapitaal naar de democratie was zeer actief, de overheid schikte zich hierin. Met de komst van het neoliberalisme werd dit nog veel erger. De 'holle staat' deed zijn intrede, formeel was er nog een overheid, Europees, nationaal, provinciaal en gemeentelijk. De uitvoerende instanties zijn echter in grote mate geprivatiseerd, ze worden gedomineerd door het kapitaal, het principe van winst maken in de zorg, de bouw, het onderwijs, enzovoort.

De tweede ontwikkeling is veel minder zichtbaar, maar daarmee niet minder ingrijpend en zeker voor de democratie neemt het een desastreuze omvang aan. De overheid wordt politiek gedomineerd door diploma’s, scherper gesteld: door een elitaire bovenlaag van academici. Dit heeft zich sluipenderwijs voltrokken en een geweldige invloed gekregen.

In het boek Diplomademocratie wordt het proces grondig beschreven. (1) Een samenvatting staat op de achterkant van het boek: Opleiding is de nieuwe verzuiling. Academisch geschoolden en praktisch geschoolden leven in gescheiden werelden. Ze hebben andere zorgen en andere opvattingen over de grote kwesties van onze tijd. Maar in de politiek trekken de academici aan het langste eind. Nederland is een diplomademocratie – een land waarin de hoogste diploma’s het voor het zeggen hebben. Die ongelijke vertegenwoordiging is een bron van politiek wantrouwen en vormt een grote bedreiging voor voor onze democratie.

Het boek werd oorspronkelijk geschreven in 2011, recent hebben de schrijvers het geactualiseerd. Iin de Groene Amsterdammer is het boek besproken door twee academici (2). De analyse is wetenschappelijk onderbouwd en zal nog tot verdere discussie leiden. Echter, oplossingen voor de meritocratie worden niet geboden. Karl Marx, ook een wetenschapper, heeft wel twee stellingen aangedragen die een route kunnen uitstippelen in de richting van het doorbreken van een impasse:

1. De emancipatie van de werkende klasse moet bereikt worden door de werkende klasse zelf. Dus, we kunnen niet samenwerken met mensen die openlijk zeggen dat de arbeiders te weinig opgeleid zijn om zichzelf te emanciperen. Zij moeten eerst geëmancipeerd worden van de mensen boven hen, die uit de filantropische leden van de bovenklasse en de lagere middenklasse bestaat. Als het nieuwe partijorgaan het beleid adopteert dat overeenkomt met de meningen van deze heren, wanneer het burgerlijk is en niet proletarisch, dan is het enige wat we kunnen doen - hoewel we dat erg betreuren - openlijk verklaren dat we hier tegen zijn en openlijk, vanwege de solidariteit met wat we tot dus verre vertegenwoordigd hebben in het buitenland - de Duitse partij verlaten.(e434-2)

2. De Filosofen hebben slechts de wereld geïnterpreteerd, het komt er op aan haar te veranderen.
Dat geldt niet alleen voor de filosofen maar voor alle wetenschappers. Het betreft de elfde stelling van de kritiek van Marx op Ludwig Feuerbach en tevens het opschrift van het graf van Marx in Londen.

De vakbeweging

Als we scherp en kritisch kijken is deze diplomademocratie/meritocratie, ook in de (Nederlandse) vakbeweging geslopen. Het vormt de kern van het reparatieplan van Lodewijk Asscher en Ton Heerts. Dat gaat over de aansturing (governance) en de macht binnen de vakbeweging. Het nieuwe bestuur wordt gevormd door hoogopgeleiden.
Dat zal ook gelden voor de sectorbesturen, de profielschetsen liggen al klaar. De besturen gaan ondersteund worden door 'kennisteams' (denk aan het Pensioenteam), 'organizen' bestaat niet meer. Er komen weliswaar een nieuwe bondsraad en een congres, maar deze organen kunnen de grote afstand naar de leden niet verbloemen. De grootste Nederlandse vakbond wordt een technocratische en bureaucratische club van betweters. De leden zullen zich daar niet thuis voelen. Het proces dat al jaren bezig is, zal in de nieuwe opzet de ledenaantallen verder doen dalen.

Conclusie: Er is nog een kader en ruimte binnen de vakbeweging. De petitie van FNV, democratisch is door heel wat (kader)leden getekend. Al meer dan 600 leden hebben getekend. Het zijn voor het merendeel mensen die door de wol geverfd zijn in het vakbondswerk. Plus nieuwe jonge mensen die zich enthousiast inzetten voor de belangen van werkenden en de collega's die niet (meer) aan het werk zijn. Daar liggen de kansen, maar dat is geen eenvoudige weg.
Het proletariaat en het precariaat snakt naar mensen die samen met hen willen opkomen voor bestaanszekerheid die bovenal door de mensen zelf tot stand zal moten komen.

(1) Bovens, M. en Wille A. (2011 en 2025), Diplomademocratie, opleiding als nieuwe scheidslijn, Amsterdam Prometheus.
(2) Engelen, E. (2026), Beleidmaken? Ga eerst eens als schoonmaker werken, meritocratie versus democratie, de Groene Amsterdammer, 29 januari 2026.
Oudenampsen, M. (2026), Blaasbalg, Rechts nationalistische partijen zijn géén gezonde correcties op ons politieke systeem, ze zijn blaasbalgen die de onvrede verder aanwakkeren en extreme denkbeelden normaliseren, de Groene Amsterdammer 12 januari 2026.