De boodschap van Ben Dankbaar
Een vakbond voor militaire reservisten?
Rob Lubbersen

Op 20 juni jongstleden presenteerde Ben Dankbaar zijn boek Een kind van mijn tijd. (1) Een boek over zijn jeugdjaren in het Amsterdam van de jaren zestig van de vorige eeuw. Hij laat zien hoe hij opgroeide van een keurige christelijke jongeman tot een rebelse revolutionair die door de Militaire Inlichtingen Dienst (MID) in de gaten werd gehouden. Omdat hij met de socialistische Bond Voor Dienstplichtigen, de ‘witte BVD’, het Nederlandse leger wilde ‘ondermijnen’.
Ben sloot zijn presentatie af met de boodschap, als er weer jongeren worden opgeroepen om in het leger te dienen, om dan onmiddellijk de Vereniging Van Dienstplichtige Militairen (VVDM) opnieuw op te richten. Om een gezonde invloed vanuit de burgermaatschappij op de krijgsmacht te bevorderen.
De frisse burgerwind
Onlangs schreven Hans Boot en ik artikelen over de recente militarisering van de maatschappij.(2) Hans richtte zijn peilen vooral op het onderwijs. In mijn bijdrage ging ik vooral in op een mogelijk herstel van de opkomstplicht. Ik rondde af met de opmerking dat er dan geen mens overboord zou zijn. De jongens en meiden van tegenwoordig moeten in staat worden geacht 'een frisse burgerwind' door het leger te laten waaien.
Dat was immers ook de reden waarom de BVD in 1997 tegen de opschorting van die opkomstplicht was. Vanwege die ‘frisse wind’! En nu liet Ben Dankbaar blijken die mening ook zeer te zijn toegedaan. In zijn boek beschrijft hij de ervaringen in zijn jonge jaren die tot dat inzicht hebben geleid.
Links in het leger
Ben Dankbaar is geboren in 1948. Hij begint zijn autobiografie Een kind van mijn tijd met zijn jeugd in Amsterdam. Vervolgens beschrijft hij een jaar op een Amerikaanse high school in 1966-67. Terug uit Amerika gaat hij studeren in onrustig Amsterdam. Krakersrellen, Vietnam demonstraties, Provo, Kabouterstad, Oranje Vrijstaat, Maagdenhuisbezetting, Anti-Nato-Kongres.
Ben stort zich in tal van acties én wordt lid van de Bond Voor Dienstweigeraars. In 1970 richt die BVD zich steeds meer op acties in het leger en vormt zich om tot Bond Voor Dienstplichtigen. Op het congres was (zonder stemming) besloten dat het de taak van de BVD als onderdeel van de linkse oppositie was om binnen het leger een antikapitalistische organisatie te bouwen.
In september 1970 verscheen het eerste nummer van de SOLDATENKRANT – spreekbuis van het verzet in het leger. Op het hoogtepunt van de soldatenbeweging bereikte de krant een oplage van 10.000.
Actie en discussie
Ben verhaalt van een groot aantal acties waarbij de BVD betrokken was. Vaak werden die met en in de Vereniging Van Dienstplichtige Militairen gevoerd. De VVDM trad al sinds 1966 op als een soort van vakbond van soldaten. Zo’n twee derde van de 30.000 dienstplichtigen was lid. Acties waren er onder andere voor: vrije haardracht, vrije meningsuiting en tegen de groetplicht. Ook beschrijft hij acties voor een betere compensatie van weekenddiensten. In 1974 zouden daar zelfs 8.000 soldaten in uniform in Utrecht voor demonstreren. Eén van de meest toegejuichte sprekers daar was Henk Teunen van de BVD! Dat was trouwens dezelfde Henk Teunen die na de staatsgreep in Chili bij de "44 Werktroepen" hier in Nederland een staking organiseerde voor solidariteit met het Chileense volk en tegen de inzet van het leger tegen de bevolking. Ben vermeldt deze actie in een indrukwekkende integraal afgedrukte speech over socialisten in en tegenover het leger, naar aanleiding van de gebeurtenissen in Chili.
Ben gaat in zijn boek ook uitgebreid in op discussies over de koers van de BVD en de positie van de bond ten opzichte van andere linkse groepen en partijen. Flink wat ruimte wordt besteed aan zijn debatten met Wim Schul die ook in de politieke leiding van de BVD, het polkom (politiek komitee) functioneerde. Wim verweet Ben ‘centrisme’ en omgekeerd vond Ben dat Wim wel erg ‘avonturistische’ neigingen koesterde. Zo ging dat toen bij tijd en wijle.
Big Ferro en ‘buitenmeuren’
Natuurlijk komt bij Ben als kind van een dergelijk ‘rijke’ tijd niet alles aan de orde. De rol van vrouwelijke burgerleden komt nauwelijks aan bod. Maar ze waren er wél! Persoonlijk mis ik ook het BVD-optreden tijdens Big Ferro.
Dat was een gigantische oefening in Duitsland van 40.000 NAVO-militairen. Het 'polkom' wilde oproepen tot een algemene staking uit algemene onvrede. Op dat moment was ik de enige soldaat in het 'polkom' en vond dat zo’n actie onhaalbaar was. Dat leverde me van Ben het verwijt op dat ik ‘staartpolitiek’ bedreef (achter de troepen aanliep, met het risico een kans te missen). Op mijn beurt vond ik zijn inschatting ‘voluntaristisch' (wil domineert verstand). Enfin, ik verloor de discussie in het polkom, maar ... kreeg wel gelijk.
Tijdens Big Ferro vonden her en der wel acties plaats rond rijtijden en voedselvoorziening, maar tot een staking waarin alle onvrede samenvloeide, kwam het niet. Een beetje jammer vind ik ook dat er geen aandacht is voor de ‘Buitenmeuraksie’ op de Wittenbergkazerne. Daar gingen in augustus 1973 meer dan 600 soldaten buiten slapen, meuren dus, uit protest tegen de abominabele huisvesting. Het bijzondere was dat bij die actie de kazerne feitelijk werd overgenomen. De wacht bij de kazernepoort werd ‘omsingeld’, de gewaarschuwde pers werd binnen gelaten en ruimschoots in de gelegenheid gesteld de hele wereld te laten zien in wat voor krotten de soldaten gelegerd waren. Onbetwiste aanvoerder en woordvoerder bij deze actie was Henk Strik, zowel lid van de BVD als van de VVDM. Enkele maanden nadien besloot de legerleiding, flink in verlegenheid gebracht, tot sloop en nieuwbouw.
Anti-Nato-74
Gelukkig besteed Ben weer wel de nodige aandacht aan het historische congres "Anti-Nato-74". In november 1974 kwamen maar liefst 28 soldatenorganisaties bijeen op uitnodiging van de BVD. Het waren organisaties uit onder andere: Amerika, België, Frankrijk, Italië, Spanje, West-Duitsland en Zweden.
De VVDM stuurde een waarnemer. Bij de openbare manifestatie in de Utrechtse Jaarbeurshal waren 1.000 mensen. De aanwezige organisaties onderschreven na discussie meerdere resoluties. Vóór vrijheid van meningsuiting en vergadering. Vóór opheffing van militaire rechtspraak. Tégen inzet van soldaten als stakingsbrekers.
Over tendensen in de richting van een vrijwilligersleger werd afgesproken die plannen samen met jongerenorganisaties, vakbonden en politieke partijen te bestrijden. Over die tendensen schrijft Ben ook vrij uitgebreid.
Gewilliger leger?
Bij het Ministerie van Defensie en de legerleiding werd in de jaren zeventig flink nagedacht over hoe het leger meer in het gareel te krijgen. Twee commissies deden voorstellen die in de richting gingen van een gewilliger (vrijwilligers)leger. Dat waren de commissies Van Rijckevorsel en Peijnenburg. In 1973 antwoordde de BVD samen met het Socialistisch Onderwijs Front (SOF) via een brochure met als titel Dienstplichthervorming: de jacht is geopend.
Tegenover de voorstellen van de commissies werden als belangrijke eisen gesteld:
- Vrije opkomst voor militaire dienst tussen het 18e en 27ste levensjaar.
- Recht op arbeid en gratis onderwijs buiten het militaire apparaat.
- Geen militaristische propaganda op school, in bedrijf of vormingscentrum.
- Gelijktrekking van de wedde van de dienstplichtige met de beroepswedde en ruime compensatie van weekenddiensten.
- Vrijheid van meningsuiting, vereniging en vergadering op school, in het bedrijf en in de kazerne.
- Geen politietaken voor militairen.
Eisen die heden ten dagen relevant kunnen zijn, nu er steeds meer jongeren worden verleid om korte tijd als reservist te ‘dienen’. In stages, trainingen of dienjaren. Tegelijkertijd gaan er stemmen op desnoods de opkomstplicht weer in te voeren.
Waarheen en wat nu?
Momenteel vinden er nogal wat ontwikkelingen plaats die gericht zijn op vergroting van het Nederlandse leger. In sommige betogen wordt gesteld dat we van 85.000 naar uiteindelijk mogelijk 200.000 militairen moeten. Er gaan stemmen op om de opkomstplicht weer in te voeren. Voorlopig lijkt dat een brug te ver, want te duur en moeilijk te organiseren. De uitbreiding blijft daarom vooralsnog beperkt tot extra werving van reservisten, weerbaarheidstrainingen voor studenten, militaire vakken in het middelbaar beroepsonderwijs, stages en dienjaren.
Dit zijn allemaal tendensen in de richting van een verdere militarisering van de maatschappij die het terrein kunnen effenen voor de herinvoering van de opkomstplicht. Willen we dat? Misschien is de tijd wel rijp om te proberen vanuit de burgermaatschappij daar meer greep op te krijgen.
De heroprichting van de VVDM is dan wellicht wat voorbarig, want een brede opkomstplicht op weg naar een dienstplichtleger ligt nog niet direct in het verschiet. Maar zouden diverse organisaties op de snijvlakken van kazerne, school en arbeid toch niet eens de koppen bijeen moeten steken om te bezien waar we heen gaan en welke rol we daarbij willen spelen? Is een vakbond van reservisten een gek idee? Al dan niet in het verlengde van of in combinatie met reeds bestaande belangenorganisaties?
Ik denk aan Young en United van de FNV, het Anti Militaristisch Onderzoeks Kollektief (AMOK), De Algemene Onderwijsbond (AOb) en de Stichting Erfgoed VVDM. De ervaringen, opgetekend door Ben Dankbaar in zijn boek "Een kind van mijn tijd" zouden daarbij vanzelfsprekend eveneens ten nutte kunnen worden gemaakt.
(1) Ben Dankbaar - Een kind van mijn tijd. Nijmegen 2026 - www.innotep.eu, tien euro.
(2) Onder meer bij: www.konfrontatie.nl.