Amsterdam, 29 oktober 2004

Open brief aan het Nederlandse publiek

DIDF (Federatie van Democratische Verenigingen van Arbeiders uit Turkije in Nederland) houdt zich nu bijna 20 jaar bezig met de sociaal-culturele problemen van migranten, werknemers en arbeiders afkomstig uit Turkije. Samen met lokale zelforganisaties, vakbonden en politieke partijen strijden wij voor de integratie van deze groep met de Nederlandse werknemers en arbeiders en zetten wij ons in voor de bevordering van onze gemeenschappelijke belangen in de Nederlandse samenleving. Middels deze verklaring willen wij onze mening en zorgen betreffende recente ontwikkelingen en discussies over onderwerpen als 'integratie', 'islamitische terreur', 'politieke islam', 'strijd tegen terreur' delen met het Nederlandse publiek.

Allereerst moeten we constateren dat de aanslagen van 11 september voor een omslag hebben gezorgd. Een omslag niet alleen ten aanzien van de wereldpolitiek, maar ook ten aanzien van de positie van migranten die in de West-Europese landen met de autochtone bevolking samenleven. De aanslagen van 11 september en de hierop volgende omvangrijke internationale gebeurtenissen - in het bijzonder de terroristische aanslag in Madrid op 11 maart - hebben een niet geringe schade toegebracht aan de toch al moeizame, maar wel verbeterde contacten en integratie tussen de autochtone en de niet-autochtone bevolkingsgroepen in West-Europese landen. Na deze ontwikkelingen zijn er nieuwe aan de al bestaande problemen toegevoegd en is de inhoud en reikwijdte van de bestaande problemen veranderd. Vooroordelen zijn verenigd met religieuze en historisch diepgewortelde motieven zijn nieuw leven ingeblazen. Kortom, het 'integratieproces' in de West-Europese landen heeft een grote deuk opgelopen en is nog complexer geworden.

Tekortgeschoten

Echter, het moet benadrukt worden dat al deze negatieve ontwikkelingen niet op een directe en onvermijdelijke manier onderwerp van discussie zijn geworden als gevolg van de gebeurtenissen. De verschillende houdingen ten aanzien van wat heeft plaatsgevonden, hebben ongetwijfeld een belangrijke rol gespeeld in de koersbepaling van de werking van het integratieproces. De bestaande West-Europese regeringen, de 'boulevardpers', conservatieve partijen en organisaties hebben een volkomen onverantwoord en politiek zelfzuchtig voorbeeld tentoongesteld. Daarnaast hebben autochtone en allochtone democratische en progressieve partijen en organisaties, inclusief onze federatie, onvoldoende de benodigde gevoeligheid ten aanzien van de negatieve gevolgen van 11 september, 11 maart en de 'strijd tegen terrorisme' op het integratieproces getoond. Ook zij zijn helaas tegenover de initiatieven van de genoemde conservatieve macht en kringen tekortgeschoten in het verrichten van de tot hun taak behorende voorlichtingswerkzaamheden.

Veroordeling

Wij willen onderstrepen dat onze federatie onmenselijke terroristische aanslagen zoals op 11 september en 11 maart in alle opzichten en in zijn geheel veroordeelt, ongeacht voor wie of door wie deze zijn gepleegd. Dat dit soort bloedige terroristische aanslagen - gepleegd door islamitische organisaties met een radicaal karakter en waarvan diverse leden zich bevinden in West-Europa waar mensen met verschillende religies en nationaliteiten bij elkaar leven - vanzelfsprekend zorgen baart, begrijpen wij. Ook wij delen deze zorgen. Wij ontkennen zeker niet dat maatregelen noodzakelijk zijn om deze onmenselijke terroristische aanslagen te voorkomen. Maar tegelijkertijd zijn wij van mening dat de veiligheidsmaatregelen die onder het mom van de 'strijd tegen terrorisme' genomen zijn of genomen gaan worden in hun grondslag niet dat doel dienen.

Manipulatie

Duidelijk is dat wanneer integratieproblemen in verband worden gebracht met veiligheidsproblemen en de discussies bewust in die richting worden gemanipuleerd, er geen sprake kan zijn van toenadering en eenwording. Een dergelijke aanpak is in alle opzichten niet doelgericht en doeltreffend.
Erger nog, de integratiekwestie daargelaten, de hieruit voortvloeiende resultaten duiden in de West-Europese landen, waar de bourgeoisiedemocratie heerst, direct op een beschadiging van de democratische verdiensten en waarden. Punten in het laatst verschenen jaarverslag van Amnesty International en de semi-fascistische politiek en haar toepassingen in de Verenigde Staten zijn naar onze mening een voldoende waarschuwing voor de gevaren die deze ontwikkeling met zich meebrengt.

Geen mens met gezond verstand kan een volk, een religie, een cultuur compleet 'gevaarlijk' en 'potentieel schuldig' achten. Wij weten dat dit, in het bijzonder in West-Europa als alledaagse algemene waarheid wordt geaccepteerd. Echter, in de dagelijkse politiek en met name in publicaties en betogen van de laatste tijd rondom de 'politieke islam', zijn we tal van voorbeelden tegengekomen die deze algemene waarheid geweld aandoen. Hiermee doelen wij niet alleen op de 'veiligheidsmaatregelen' en de discussies die gestoeld zijn op een logica die iedereen die behoort tot een religie of een cultuur massaal als potentieel schuldige acht. Wij doelen ook op de islamofobie die soms hysterische vormen aanneemt; en ook op de alom bekende uitspraken van de Rotterdamse imam tegen homoseksuelen, de onverantwoorde uitspraken en publicaties van de moskeeën en organisaties gerelateerd aan de politieke islam die vrouwenrechten ontkennen en vinden dat vrouwen geslagen mogen worden zonder sporen achter te laten en besneden mogen worden.

Moslims veroordelen de aanslagen

Kortom, wij willen erop wijzen dat het feit dat wij tegenwoordig te maken hebben met stromingen en een politiek die de aanwezigheid van moslims die binnen de Europese Unie (EU) leven tegelijkertijd als een potentiële botsingsfactor beoordelen, niet moet worden opgevat als het gevolg van de terroristische acties van 'politieke islamieten'. Men moedigt deze opvatting aan, terwijl er in werkelijkheid verschillende politieke verrekeningen aan ten grondslag liggen. Wij moeten helaas het volgende feit stellen; een verpletterende meerderheid van de in Europa wonende moslims veroordeelt de terroristische aanslagen minstens net zo erg als de autochtone Europeanen of zelfs meer nog omdat ze uit naam van hun eigen geloof worden gepleegd. Sterker nog, zij zien dit als een aanslag op hun bestaan en toekomst, maar door de onverantwoorde politiek van Europese regeringen en conservatieve media en partijen raakt dit op de achtergrond en wanneer het wel wordt waargenomen wordt het met argwaan benaderd.

11 September en de ontwikkelingen daarna hebben enerzijds schade toegebracht aan het integratieproces en anderzijds laten zien dat de West-Europese landen en regeringen op het gebied van het vreemdelingenbeleid tot op heden erg fout en onverschillig hebben gehandeld. Er was vraag naar arbeidskrachten, echter diegenen die kwamen werden tientallen jaren lang niet als mens gezien. Talloze problemen die hieruit voortvloeiden werden niet opgelost, maar misbruikt voor op de korte termijn gerichte politieke doeleinden. Als gevolg hiervan hebben grote sociaal-culturele problemen zich opeengestapeld die nu als een groot en zwaar blok tegenover ons staan. Deze opvallende realiteit komt, net als in de discussies over de hoofddoek, ook naar voren in de discussies over islamitische scholen, zwart-witte scholen en wijken, Marokkaanse jongeren en de huwelijksmigratie. Deze problemen, die nog steeds het onderwerp van discussie vormen, zijn nog maar het topje van de ijsberg. Maar we mogen niet vergeten dat deze ijsberg is ontstaan als gevolg van het verkeerde en pragmatische vreemdelingenbeleid van de afgelopen veertig jaar en de sociaal-culturele en politieke problemen naar voren brengt. En bovendien is het een ijsberg die zeker niet verdwijnt door dwangmatige politiek die onder het mom van veiligheidsmaatregelen, islamofobie en integratie de juridische positie van de hier al veertig jaar wonende migranten verzwakt.

Rol van het christendom

Het is frappant, maar terwijl de westerse Europese staten onder het mom van de strijd tegen 'islamitisch terreur' het proces van de inperking van democratische rechten en vrijheden versnellen, heeft de islamofobie" geleid tot discussies onder West-Europese intellectuelen over "de rol van het christendom bij de ontwikkeling van de westerse democratie". Vandaag de dag wordt in sommige kranten de discussie voortgezet of "Europese waarden geworteld zijn in het christendom".
Het is opvallend dat sommige Europese intellectuelen een belangrijke plaats toekennen aan de rol van het christendom, wanneer het gaat om de waarden en individuele en maatschappelijke vrijheden die het Westen maken tot wat het is op het gebied van de juridische en sociale mentaliteit. In dit kader wordt zelfs gesproken over "de renaissance van het christendom". We zien daadwerkelijk dat er in het algemeen sprake is van een 'politiek christendom' dat geleidelijk aan steeds meer het middelpunt van de discussie begint te worden.

De reden dat we de aandacht vestigen op deze discussies is zeker niet omdat deze meningen, die ook tot uitdrukking komen in de grondwet van de EU, tot problemen zullen leiden met betrekking tot het EU-lidmaatschap van landen als Turkije waar overwegend moslims wonen. Wat ons eigenlijk zorgen baart bij deze tendens, is dat ze enerzijds kenmerken van vooruitgang in zich dragen en anderzijds de deuren opent voor conservatieve religieuze ideeën, zoals we die ook in de Verenigde Staten tegenkomen.
Het is onontkoombaar niet te refereren naar de stellingen van Samuel P. Huntington, de schrijver van The Clash of Civilizations and the Remaking of World Order. In één van zijn stellingen staat dat de mensenrechten in het Westen geworteld zijn in het christendom. Dus de mensenrechten zouden puur een verdienste van het christendom zijn! De islam daarentegen zou geen mensenrechten kennen; daarom wordt de conclusie getrokken dat de botsing tussen het Westen en de islam onvermijdelijk is!. Daarnaast zijn de parallellen ook opvallend tussen de Verenigde Staten, waar een religieuze president stelt dat hij de missie heeft "op Gods bevel democratie in de wereld te brengen" en de opvatting van een natie enigszins nieuw leven wil inblazen door religieuze grondbegrippen naar de politiek te verplaatsen, en de verzoeken in de inleiding van de EU-grondwet "erfenis van het christendom" en de "relatie met god" op te nemen.

Politieke islam

Helaas belemmeren deze tendensen dat een andere kwestie, die in dit kader erg belangrijk is, op de juiste wijze wordt besproken. Namelijk de kwestie van de relatie tussen de westerse wereld en 'de wereld van de islam'. In de Europese media wordt deze kwestie voornamelijk behandeld vanuit een historisch en in meerdere mate 'Oost-West- relatie' perspectief. In werkelijkheid wordt de relatie die het Westen in de strijd tussen verschillende regimes in de afgelopen vijftig jaar heeft opgebouwd met landen waar voornamelijk moslims wonen en met bewegingen en organisaties die in het bijzonder de 'politieke islam' vertegenwoordigen, de aan deze relatie opgelegde missie en de hierdoor verworvenheden onderbelicht. Dit omdat de rol die grote Westerse landen, met aan het hoofd de Verenigde Staten, hadden bij deze relaties een duistere, niet te verdedigen is. De 'politieke islam' was een stroming die door het Westen veelzijdig misbruikt en geprovoceerd werd om de verspreiding van anticommunistische ideeën te stimuleren in het Midden- en Verre Oosten om zodoende de hegemonie te kunnen waarborgen bij de wedijver tussen regimes. Dat de 'politieke islam' zich nu tegen het Westen keert verandert niets aan deze werkelijkheid. Het verdient nadruk dat er geen juist begrip kan ontstaan van democratie (eigenlijk het ontbreken van democratie) in moslimlanden, zonder dat de verschrikkelijke gevolgen voortvloeiend uit deze relaties worden besproken en blootgelegd. Bovendien ziet men dan ook de onjuistheid niet in van ideeën en stellingen waarin het ontbreken van democratie in het Oosten geweten wordt aan de islam en de democratie in het Westen toegeschreven wordt aan het christendom.

Meten met twee maten

Godsdienstverschillen vormden tot voor kort geen serieus probleem in West-Europa. Ongetwijfeld was het voorheen ook een probleem dat het 'integratieproces' beïnvloedde, maar het werd gezien als een probleem dat mettertijd geen probleem meer zou zijn. Maar ook hier is de situatie in vergelijking tot kort geleden erg complex geworden. Het is een feit dat het vasthouden van de West-Europese staten aan het pragmatische vreemdelingenbeleid en de vooroordelen die nieuw leven worden ingeblazen door het behandelen van onderwerpen als de 'politieke islam' en 'botsende beschavingen' enzovoort leiden tot het nog meer dan eerst opgaan in en het beleven van een op zichzelf staande religieuze identiteit van een grote groep in Europa levende moslims. Ter verheldering van het onderwerp willen wij een concreet voorbeeld geven uit discussies die over islamitische scholen gaan. Die scholen zouden de integratie belemmeren.
Het feit dat men artikel 23 van de Nederlandse grondwet, dat toestaat dat Islamitische scholen opgericht kunnen worden, niet wil aanpassen, geeft aan dat er met twee maten wordt gemeten. Bovendien sturen mensen uit de moslimgemeenschap hun kinderen als gevolg van deze eenzijdige discussie naar een islamitische school. Het feit dat het verschil in geloof als een 'veiligheidskwestie', of zelfs als een 'potentiële bedreigingsfactor', wordt bestempeld, wordt in het kader van het samenleven en het integratieproces helaas niet serieus genomen. Men presenteert 'voorzorgsmaatregelen' die de problemen zouden moeten oplossen, maar deze zorgen er voor dat de problemen nog groter worden. De totstandkoming van deze maatregelen is niet het gevolg van de 'politieke islam'. Integendeel, het is het gevolg van een verkeerd vreemdelingenbeleid van de afgelopen tientallen jaren en ongetwijfeld van de nationalistische en pragmatische politiek van de regeringen van de landen waar de vreemdelingen vandaan komen.

Een beleid dat werkelijk streeft naar samenleven en met elkaar verweven raken, moet deze realiteit beoordelen met inachtneming van veelzijdige sociaal-politieke factoren. Wanneer dit gebeurt, zal vanzelf duidelijk worden dat het vreemdelingenbeleid met betrekking tot onder andere problemen op het gebied van onderwijs, taal en cultuur veelzijdig en fundamenteel gewijzigd moet worden. We beseffen dat onze federatie ook een belangrijke taak heeft en verantwoordelijkheid draagt in deze chaotische situatie. Maar dit is niet voldoende: ook plaatselijke democratische sociaal-politieke verenigingen en partijen, verschillende organisaties met aan het hoofd de vakbonden, en publieke organisaties dragen grote verantwoordelijkheid. Ze moeten zich meer verdiepen in deze problemen en in actie komen om ervoor te zorgen dat het publiek juist wordt geïnformeerd.

Strijd

Het is duidelijk dat nu het integratieproces een klap heeft moeten verwerken, de democratische en progressieve opvattingen samen moeten komen en een actieve rol gaan vervullen. Om de negatieve sfeer in Europa te veranderen, hebben progressieve intellectuelen met voorop de vakbonden, de noodzakelijke taak middels de media en verschillende conferenties een andere publieke opinie te creëren en verzet te bieden aan de steeds harder wordende vreemdelingenwetten en een breed gedragen maatschappelijke discussie op te starten over de antiterrorisme wetten die ingang vinden.
Onze federatie is er absoluut van overtuigd dat de Europese volkeren niet zwijgzaam en onverschillig zullen blijven tegenover het conservatisme, de ideeën en de mentaliteit uit het verre verleden opnieuw de kop op steken. Zij zullen zich ontfermen over hun democratische waarden en verdiensten en voorkomen dat nieuwe zaden van achterdocht en haat kunnen ontluiken. Ondanks dat de Europese volkeren te lijden hebben gehad van ontelbare bloedige godsdiensttwisten, de lange en donkere Middeleeuwen en de ervaring met de onzinnigheid van religieuze en sektarische botsingen hebben zij de verlichting tot stand gebracht, welke van onschatbare waarde is voor de wereldgeschiedenis.

Ons uitgangspunt

Met deze brief die gevoelige onderwerpen behandelt, doen wij een beroep op het gezonde verstand en roepen op tot gevoeligheid en engagement, opdat rationele ideeën en houdingen die het ontstaan van vriendschap en broederschap stimuleren naar voren komen en niet leiden tot botsende beschavingen. Deze overtuiging vormt ons uitgangspunt.

Nuri Karabulut (Landelijke voorzitter DIDF, Federatie van Democratische Verenigingen van Arbeiders uit Turkije in Nederland)
www.didf.nl, Wenslauerstraat 314, 1053 BB Amsterdam. e-mail: info@didf.nl