nr. 100
maart 2001

welkom
edities
inhoud

Solidariteit

Solidariteit en "Work Hazards"

Schakel naar vakbondsleden

Alweer ruim tien jaar geleden kreeg ik met Solidariteit te maken. Ik wist van het bestaan, maar de mensen kende ik niet persoonlijk. Het contact groeide uit tot een intensieve samenwerking, waarin we veel van elkaar geleerd hebben. Zij als actieve vakbondsleden, ik als chemicus werkzaam bij de Chemiewinkel van de Universiteit van Amsterdam. Het kader waarin dit gebeurde, was het European Work Hazards Network.

Dat netwerk was gevormd in 1987, toen de Regenboogfractie van het Europees Parlement het initiatief nam uit een aantal landen arbeid- en gezondheidactivisten bij elkaar te brengen voor een tweedaagse bijeenkomst in Straatsburg. Ik was de enige Nederlandse deelnemer aan deze stimulerende conferentie en kon niet vermoeden dat dit prille internationaal platform het begin was van vele activiteiten in Europa en Nederland gericht op verbetering van de arbeidsomstandigheden.

Dragende kracht

Uit het Straatsburgse initiatief ontwikkelde zich een uniek forum, waar werkers hun ervaringen met belastende arbeidsomstandigheden uitwisselden met die van 'arbo-professionals'. Tal van 'nieuwe' thema's werden via deze weg onder de aandacht gebracht van zowel de vakbeweging als de overheid. Conferenties werden georganiseerd, steeds in een ander Europees land, waaraan meerdere honderden mensen deelnamen.

In 1990 in Kopenhagen bij de derde Europese conferentie was Solidariteit vertegenwoordigd in de Nederlandse delegatie. Solidariteit bleek meer te zijn dan een tijdschrift voor een strijdbare vakbeweging en werd een dragende kracht in het Nederlandse netwerk. Inhoudelijk werkte zijn deelname naar twee kanten. Solidariteit verzamelde informatie over de arbeidsomstandigheden in de ons omringende Europese landen en over opkomende nieuwe thema's en publiceerde daarover. Tegelijkertijd leverde Solidariteit met haar kritische inbreng een waardevolle bijdrage aan de discussies over gezondheidschadelijke arbeidsomstandigheden in Europa. De organisatie van de arbeid werd in beeld gebracht, de uitbesteding, de managementtechnieken en hun ideologische controle, en dat werd op een indringende wijze gedaan.

Oplosmiddelen

Voor één activiteit van het Europese netwerk vraag ik bijzondere aandacht. De Nederlandse 'professionals' speelden daarin een belangrijke rol en Solidariteit vormde een schakel naar vakbondsleden. Ik doel op de problematiek van de toxische stoffen. En dan met name de strijd voor erkenning van de risico's van organische oplosmiddelen en voor het oplopen van de beroepsziekte (Organo Psycho Syndroom, OPS).

Zeer stimulerend waren de Scandinavische successen in het gevecht om erkenning van het feit dat deze stoffen de hersenen ernstig kunnen aantasten. Een gecoördineerde actie van academici ('deskundigen') en werknemers, gericht op politieke aandacht voor de gezondheidsrisico's van chemische stoffen, bleek ook in Nederland een goed 'recept'. Vooral de Bouw en Houtbond FNV, met name een groep van actieve schilders, en de Chemiewinkel in Amsterdam wisten een groot deel van de Nederlandse vakbeweging te overtuigen een actieve bijdrage te leveren aan de bestrijding en uiteindelijk voorkoming van de risico's bij het gebruik van verven, lijmen enzovoort.

Van grote invloed op de weg naar erkenning van de beroepsziekte OPS was de oprichting van een patiëntenvereniging. Het unieke van deze vereniging is dat ze niet alleen oog heeft voor de medische aspecten van de patiënt, maar zich tevens intensief bezighoudt met de preventie van het ontstaan van nieuwe OPS slachtoffers op het werk. Nadat het tot de publieke opinie doordrong dat ook relatief normale activiteiten als het schilderen van huizen of het drukken van boeken kan leiden tot het ontstaan van ernstige hersenaandoeningen, kwam de Nederlandse overheid in actie. Een 'solvent team', bestaande uit medische en technische deskundigen, werd ingesteld en ontwikkelde een methodiek voor de diagnose van OPS. De Tweede Kamer verordonneerde een vervangingsverplichting voor oplosmiddelhoudende producten die de gezondheid van werknemers bedreigen. Zo kregen in het jaar 2000 de schilders, drukkers en autoschadeherstellers te maken met een significante beperking van het gebruik van oplosmiddelhoudende producten en zullen in de naaste toekomst ook andere branches volgen: de scheeps- en jachtbouw, bouw, leerbewerking, metaal en wellicht nog andere.

De OPS actie laat zien dat de aanhouder kan winnen en dat internationale uitwisseling van ervaringen succes kan hebben.

Maar, en daar spitste zich in een later stadium de kritiek van Solidariteit op toe, de vorm van het Europese Work Hazards Netwerk bleek toch ook zijn beperkingen te kennen. Het is een platform, een netwerk van nationale netwerken. Het kan dan wel goed zijn een optimale uitwisseling van ervaringen te realiseren - nuttig en stimulerend - maar als op nationaal niveau alleen wordt geconfereerd, is de doorwerking naar de arbeidspraktijk onvoldoende. Een scheiding van wegen bleek derhalve bij de laatste conferentie onvermijdelijk, hoewel het netwerk als platform uniek blijft en op Europees niveau dit jaar zijn achtste conferentie in Wenen organiseert.

Pieter van Broekhuizen (Chemiewinkel Amsterdam)

Afbeelding bij Schakel naar vakbondsleden nr.100Foto (110 kb)