nr. 100
maart 2001

welkom
edities
inhoud

Solidariteit

Eerste forum: "Globalisering - kan het van onderop en hoe dan?"

Wijziging verhouding 'markt' en 'publiek'

Uit de bijdrage aan het forum van Solidariteit die mij voor ogen staat, haal ik een aantal ingedikte formuleringen die de keuze voor 'de markt' en de uitwerking daarvan in de vorm van privatisering zeer twijfelachtig maken. Het mondt uit in een paar vragen die we ons kunnen stellen, ook bij de beperking van de beleidsruimte van de overheid, en in een begin van een alternatief.

Het huidige globaliseringsproces, dat we kunnen kenmerken als ongelijkheid bevorderend en instabiel, wordt bepaald door de dominantie van de 'markt' ten opzichte van het 'publieke' belang. Een verandering ten gunste van het 'publieke' gaat geheel in tegen de huidige trend van steeds meer markt. Van marktwerking wordt veel verwacht, met name grotere efficiëntie, lagere prijzen voor de consument, en hogere groei. Mij lijkt dat 'wishful thinking', 'de markt' levert in veel gevallen niet op wat ervan wordt verwacht. Kosten worden over het hoofd gezien en van de pretentie van meer vrijheid blijft weinig over, denk maar eens aan de dwingende verwijzingen naar 'de globalisering' of zelfs naar 'Europa'.

Privatisering

De door velen aanvaarde opvatting dat geprivatiseerde bedrijven systematisch efficiënter zijn dan overheidsbedrijven wordt niet ondersteund door empirisch onderzoek. Recente ervaringen met de (Britse) spoorwegen en de (Californische) elektriciteitsbedrijven mogen dienen als illustratie.

Uit internationaal onderzoek naar de gevolgen van privatisering in de gezondheidszorg en het onderwijs blijkt bovendien dat de kwaliteit van het product na privatisering vaak aanzienlijk afneemt. De particuliere zorg- of onderwijsaanbieder biedt het product soms wel tegen een lagere prijs aan, maar dan betreft het een ander, kwalitatief minder, product.

Ondanks het gebrek aan overtuigende wetenschappelijke redenen gaan overheden door met het afstoten van activiteiten. Vaak is het praktische argument dat privatisering de overheid (op de korte termijn) geld oplevert en soms is het zo dat de overheid beweert de noodzakelijke toekomstige investeringen niet te kunnen bekostigen. De vraag is: waarom zouden wij niet bereid zijn via belastingheffing de overheid de middelen te verstrekken om de activiteiten binnen de publieke sector te houden?

Beleidsruimte overheid

De door de particuliere sector gedomineerde globalisering heeft geleid tot een toegenomen ongelijkheid, zowel binnen landen als tussen landen, en gaat gepaard met talrijke, gestaag in omvang toenemende milieuproblemen.

De vraag is echter niet zozeer wat de staat moet doen om deze problemen het hoofd te bieden, maar waarom accepteren wij onze deelname aan het globaliseringsproces als gegeven, waarmee we onszelf de mogelijkheid ontnemen iets te doen tegen de groeiende ongelijkheid (nationaal en internationaal) en milieuproblemen?

De veronderstelling daarbij is dat de nationale overheid over beleidsruimte beschikt. Onder erkenning van de beperking van die ruimte door de globalisering, en door de Europese Unie, is het goed om in te zien dat zelfs binnen die kaders veel meer mogelijk is dan over het algemeen wordt gesuggereerd. Een voorbeeld moge dat verduidelijken.

Vaak wordt beweerd dat een (internationaal) uit de pas lopen op het gebied van bijvoorbeeld belastingwetgeving, buitenlandse investeerders zal afschrikken, de overdracht van buitenlandse technologie zal bemoeilijken en de buitenlandse concurrentiedruk zal verlagen. Om deze reden doen we mee aan de zogenaamde belastingconcurrentie. Dat dit voor een overheid de makkelijkste weg is moge duidelijk zijn; dat het ook de enig mogelijke weg is, is een verkeerde voorstelling van zaken. Buitenlandse (en ook binnenlandse) investeerders worden vooral getrokken door factoren als een goed opgeleide beroepsbevolking, politieke en economische stabiliteit en een goede fysieke en kennisinfrastructuur. Ze nemen eventuele belastingheffing op kapitaalstromen op de koop toe. Internationaal speculatief kapitaal wordt wel afgeschrikt, maar dat is precies wat we zouden moeten willen.

Begin van een alternatief

Voor een alternatief heb ik uiteraard geen uitgewerkt plan, wel een tweetal suggesties.

1. Een democratisch en gelijkwaardig alternatief voor het huidige globaliseringsproces kan alleen slagen, indien duidelijk is dat alle betrokkenen er belang bij hebben dat het met de andere betrokkenen goed gaat. Een goed voorbeeld betreft de lonen en arbeidsvoorwaarden. Werkgevers zien lonen en goede arbeidsvoorwaarden meestal als kostenpost, maar vergeten dat deze de betrokkenheid en inzet van werknemers bij het bedrijfsproces en de arbeidsproductiviteit verhogen.

2. We kunnen ervoor kiezen om concurrentie op prijzen (inclusief lonen, belastingen enzovoort), waarop het hele poldermodel is gebaseerd, te vervangen door een concurrentie op kwaliteit. Ingrediënten van een dergelijke strategie zouden niet alleen een goed scholingsbeleid en goede arbeidsvoorwaarden zijn, leidend tot een verhoogde inzet van werknemers, maar zou ook een verbeterde milieuwetgeving kunnen inhouden die Nederlandse bedrijven stimuleert koplopers te worden op het gebied van milieuvriendelijk produceren.

Servaas Storm
(wetenschappelijk onderzoeker, economische faculteit Erasmus Universiteit Rotterdam; specialisatie ontwikkelingseconomie)

Afbeelding bij Wijziging verhouding markt en publiek nr.100Tekening (35 kb)