|
nr. 102 juli 2001 |
Solidariteit
Recht en Arbeid - eisen ontslagen poolarbeiders afgewezenHoger beroepJuni 1998 werden na het faillissement van de Amsterdamse havenpool en een felle strijd twee nieuwe pools gevormd. Eén met de 'pokers', mensen die bij nacht en ontij klaarstonden voor de baas, deze pool zou later SPANO heten (Stichting Personeelsvoorziening Amsterdam Noordzeekanaalgebied Operationeel) en één met mensen die niet aan dat beeld voldeden: SPAN. De eerste groep - de positief ingestelde werknemers, de werkwilligen, de mensen met 'de juiste attitude' - mocht blijven. De tweede groep was overbodig, daarvoor was geen plaats meer en verdween in de WW. Mag een ondernemer zo te werk gaan? "Ja", zei de kantonrechter in zijn vonnis van 8 mei 2001.In de haven gold het principe van de solidariteit. Een collega die niet meer zwaar mocht tillen ('balenbeperking'), een collega met dieptevrees, een collega met een stofbeperking, liet je niet vallen. Maar dat was in de zomer van 1998 allemaal heel anders. Die collega's, en dat waren er heel wat, werden tot 'tweede keus' gedegradeerd. Met nog een aantal anderen vielen ze af: alle allochtonen, mensen met een fysieke beperking en degenen waaraan het management een hekel had. Wie mochten blijven in SPANO? Degenen waarvan de steun gekocht moest worden, dus alle negen leden van de ondernemingsraad, en degenen waarover de bazen tevreden waren. Zo werden de poolarbeiders verdeeld en tegen elkaar uitgespeeld. Om dit mogelijk te maken, hadden de ondernemers de vakbond nodig. Deze werd (mede)werkgever. Zou de bond niet meegewerkt hebben aan de vorming en besturing van de twee pools, was het niet gelukt de traditionele solidariteit te breken. Een breuk die tot op de dag van vandaag diepe wonden heeft geslagen in de Amsterdamse haven. OngewenstEen jaar later, in de zomer van 1999, begonnen 26 poolarbeiders een juridische strijd tegen hun ontslag. Inmiddels was duidelijk geworden dat degenen die in de pool van afvallers terechtkwamen, voorgedragen zouden worden voor ontslag. Dat het niet deugt om na twintig, dertig jaar buffelen aan de kant gezet te worden, zou voor iedereen zonneklaar moeten zijn. De vakbond organiseerde dit onrecht echter en het arbeidsbureau keek er naar. Juist de bemoeienis en goedkeuring van deze twee instanties suggereerden dat de aanwijzing voor ontslag keurig en goed geregeld was. De procederende havenarbeiders trapten daar niet in en stelden zich bovendien op het standpunt dat ook volgens de burgerlijke spelregels van het recht deze aanwijzing niet klopte. Ook al betekende deze toetreding tot het burgerlijke forum dat het niet meer ging over solidariteit, de schending van de burgerlijke normen van eerlijk spel en open vizier was overduidelijk. Onder het mom van een reorganisatie loosde de werkgever alle ongewenste werknemers. En dat mag niet. De kantonrechter dacht daar echter anders over. GekunsteldNaast de principiële kwestie van hoe het personeel is geselecteerd, speelt het formele punt welke rechtspersoon aansprakelijk is voor welke actie. Volgens de kantonrechter is de selectie verricht door SPANO, zijn 'de 26' bij SPAN aan het verkeerde adres en moeten zij zich tot SPANO wenden. Met deze redenering stuit de kantonrechter echter op een probleem. SPANO bestond namelijk nog niet op het moment dat het personeel verdeeld werd in eerste en tweede keus. De kantonrechter lost dit probleem op door te stellen dat "SPAN daarbij dienstig is geweest aan SPANO". Dus voor zover SPAN heeft geselecteerd, was dat een verplichting tegenover SPANO die voortvloeide uit een akkoord tussen bonden en werkgevers. SPAN selecteerde wel, maar deed dat formeel in opdracht van SPANO en die is dan de aan te spreken partij. Hoewel de redenering gekunsteld lijkt, een reeds bestaande rechtspersoon is dienstig aan een nog niet bestaande rechtspersoon, is het standpunt van de kantonrechter te volgen. Want was het immers niet SPANO die de arbeidscontracten sloot? Weliswaar bestond SPANO nog niet toen de selectie werd gemaakt, maar dat is in deze redenering niet van belang. Ik moet het bekennen, hier was ik niet op gekomen. Het uitgangspunt van de poolarbeiders was gebaseerd op de eenvoudige logica dat de partij aangesproken moest worden die verantwoordelijk was voor de selectie. Voor de kantonrechter was dat niet logisch, want hij verwijst door naar SPANO. We mogen aannemen dat SPANO niet verrast zal zijn dat zij nu alsnog wordt aangesproken. De ontslagen poolarbeiders huldigen namelijk al van meet af aan het standpunt dat SPAN en SPANO één pot nat is en dat de constructie van splitsing slechts een truc is om aan verantwoordelijkheden te ontsnappen. Dus hebben zij besloten een nieuwe dagvaarding uit te brengen met deze keer SPANO als tegenpartij. Alles wordt nog een keer gedaan, maar nu met SPANO als tegenstander. Het gaat om dezelfde mensen en goed beschouwd is er niet veel meer dan een letter verschil aan te ontdekken, maar juridische wegen kunnen soms ondoorgrondelijk zijn. SubjectiefTerug naar de kern van de zaak. Dat is de wijze waarop personeel is geselecteerd voor ofwel SPANO ofwel SPAN. De kantonrechter stelt het volgende, en dit is een belangrijke overweging: "De voor de selectie opgestelde criteria zijn geen van alle zodanig ondoelmatig dat van een onaanvaardbare gang van zaken kan worden gesproken. Het moge zo zijn dat diverse criteria subjectieve elementen kenden, doch dat doet de nadien gevolgde ontslagen (voor degenen die niet gekozen zijn) nog niet kennelijk onredelijk zijn. Bovendien is het een illusie te denken dat een selectie als nu binnen korte tijd gemaakt moest worden geheel zonder subjectieve invloed zou kunnen plaatsvinden. Daarbij is bovendien niet onbegrijpelijk dat er juist werd gekozen voor die mensen die met een positieve instelling bereid waren zich naar vermogen volledig in te zetten, zoals telkens bij de selectie is benadrukt en door eisers lijkt te worden bekritiseerd." Dit is een heel bijzondere redenering. Subjectiviteit mag dus. Als het maar doelmatig is. Maar de havenarbeiders vroegen de kantonrechter niet een 'doelmatigheidsoordeel' te geven, maar een 'rechtvaardigheidsoordeel'. Ze waren er steeds van uitgegaan dat selectie voor ontslag toch wel minstens op min of meer objectieve gronden diende plaats te vinden. Onder het mom van een reorganisatie van al het ouder, lastig en kreupel personeel afkomen, dat wil natuurlijk iedere ondernemer wel. Maar tot op heden was dat in strijd met het recht. Om de zoveel jaar flink schoon schip maken, mag niet. Als er arbeidsplaatsen komen te vervallen, dan moet op grond van bijvoorbeeld het anciënniteitbeginsel ('last in, first out') aangewezen worden. Van een reorganisatie een wildwest maken, mag volgens de rechtsnormen niet. De kantonrechter zit daar dus niet mee, van hem mag het allemaal wel. Hoewel SPAN geen enkel stuk kan overleggen waaruit blijkt hoe de selectie heeft plaatsgevonden, vindt deze kantonrechter de selectie 'doelmatig'. AmbtshalveOok op het tweede belangrijke punt dat de havenarbeiders naar voren brachten, had de kantonrechter een andere kijk. Zij stelden dat de Regionaal Directeur Arbeidsvoorziening (RDA), die uiteindelijk de ontslagvergunningen heeft verleend, vals was voorgelicht. Zou deze juist zijn geïnformeerd, zo luidde hun standpunt, dan waren de vergunningen niet verleend. In het akkoord dat de bonden met de werkgevers hadden afgesloten, stond namelijk dat zij na een jaar uit SPAN zouden doorstromen naar SPANO. Dus was ontslag niet aan de orde. Bovendien bleek in de melding van het collectieve ontslag op een aantal essentiële punten gelogen te zijn. Een feit dat door degene die de ontslagvergunning verzorgde, onder ede is erkend. De kantonrechter voelt hier nattigheid, maar stelt: "In het licht van de voorgeschiedenis, die de RDA ambtshalve genoegzaam bekend was, kan er geen sprake zijn van een valsheid van informatieverstrekking door SPAN aan de RDA in de zin van misleiding op vitale onderdelen." Anders gezegd: de regionaal directeur was van alles op de hoogte, kende de werkelijke gang van zaken en kon dus niet misleid worden. Daaruit trekt de kantonrechter de merkwaardige conclusie dat SPAN niets te verwijten valt. En dat terwijl een prominent functionaris van Arbeidsvoorziening zitting had in het bestuur van SPAN en diezelfde Arbeidsvoorziening belast was met de organisatie van de selectie door SPAN. Bij zo'n combinatie van functies zou meer en extra oplettendheid geboden zijn. Maar de kantonrechter trekt de tegenovergestelde conclusie. De regionaal directeur was en stond er bij, wist het dus, en dan dondert het niet meer dat in de ontslagaanvraag op essentiële punten een onjuiste voorstelling van zaken gegeven is. Al eerder is in Solidariteit aangegeven dat als een ondernemer zo mag handelen, jurisprudentie wordt gemaakt. En wel voor de werknemers ongunstige jurisprudentie. Met dank aan de vakbond. Het er bij laten zitten kan natuurlijk niet. En dus gaan de ontslagen poolarbeiders in beroep. Afwijzend vonnis havenpoolIn een druk bezochte vergadering, opnieuw met een sterke vertegenwoordiging van vrouwen, besloten op 18 mei jongstleden de tegen hun ontslag procederende poolarbeiders in beroep te gaan tegen het afwijzende vonnis van de kantonrechter. Aan dat besluit waren spannende dagen voorafgegaan. De rechter had zijn vonnis klaar op 8 mei, maar voor de bekendmaking was zijn handtekening nodig en het duurde een week eer die gezet was. Vanzelfsprekend was de teleurstelling groot. Deze maakte plaats voor boosheid en verontwaardiging na een uitvoerige bespreking van de inhoud van de beslissing van de rechter. De moeilijk te doorgronden tekst van zeven pagina's leek wel uit de koker van de advocaat van de werkgever SPANO gekomen te zijn. Oppervlakkige praat vol vooronderstellingen. Bijvoorbeeld: de havenpool verkeerde al jaren in financiële problemen, er moest iets gebeuren - de gevonden oplossing was niet fraai, maar het enig mogelijke - de selectie voor ontslag was niet vlekkeloos verlopen, de bedoelingen waren echter goed - de druk van de tijd en de omstandigheden was zo groot dat onzorgvuldigheden onvermijdelijk waren - enzovoort. Het gevolg van deze benadering is dat de kantonrechter niet op zoek is geweest naar de rechtmatigheid van het ontslag, maar naar de doelmatigheid. Volgens hem maakte de ontstane situatie geen andere keuzen mogelijk. Daarmee lag het doel vast en hoefden de gebruikte middelen niet (strikt) aan het arbeidsrecht getoetst te worden. Bovendien werd de uitgebreide informatie die uit de getuigenverhoren naar boven was gekomen, vrijwel geheel genegeerd. Aangenomen mag worden dat dit bewust gebeurd is. Hierdoor bleven bijvoorbeeld de twee- of drievoudige functies van verschillende hoofdrolspelers totaal onbesproken. Dit leidde tot volstrekt idiote vaststellingen. Hiervan één illustratie. De kantonrechter concludeert dat de vakbonden het overleg over het voorgenomen collectief ontslag uit de weg zijn gegaan; ze waren niet op de uitnodiging ingegaan. De bonden hadden daar, lijkt zijn suggestie, geen behoefte aan en vonden 'dus' dat alles keurig verliep. Maar wat zo geheel buiten beeld raakt, is dat de uitnodiging voor dat overleg mede afkomstig was van diezelfde bonden. Kortom, ze verschenen niet op hun eigen uitnodiging! Flying dockersDe procederende poolarbeiders hebben steeds gezegd dat hun ontslag overbodig is geworden door de ontwikkeling van de werkgelegenheid in de Amsterdamse haven. Hoe juist het standpunt is, wordt deze maanden weer eens duidelijk uit de aanwezigheid van wat in de haven "flying dockers" genoemd worden. Van alle kanten - dus ook uit het buitenland - worden mensen gehaald om de gaten in het beschikbare personeelsbestand op te vullen. Deze 'vreemde inhuur' geschiedt - in strijd met de cao - buiten de havenpool SPANO om die ook nog eens onvoldoende mensen in dienst heeft om de reguliere inleen te kunnen verzorgen. Bij het containerbedrijf Ceres heeft dat al tot acties geleid waarbij deze 'vreemden' geweerd werden en SPANO te horen kreeg met spoed mensen aan te nemen om de cao en de pool overeind te houden. De ernst van de situatie blijkt ook uit een bericht van de arbeidsinspectie over buitensporig overwerk en gebrek aan geschoolde havenarbeiders. Hans Boot en Pim Fischer |