nr. 102
juli 2001

welkom
edities
inhoud

Solidariteit

De tuinbouw - werken zonder werkvergunning

Opgesloten in mijn eigen leven

Neêrlands trots, de Westlandse tuinbouw, is al jaren het succes van migrantenarbeid, al of niet legaal georganiseerd. Gazi werkt er vanaf zijn komst naar Nederland in 1989. Hij maakt lange dagen zonder sociale rechten. Is er geen werk, is er geen inkomen. Betaalde vakantiedagen zijn er niet, vergoeding van de reiskosten bestaat niet, doorbetaling bij ziekte ook niet.

We spraken elkaar in een ruimte van de Koerdische Arbeiders Vereniging in Den Haag. Jongeren lopen in en uit, een paar ouderen praten aan een houten tafel. Gezellig druk, maar kaal. De vereniging richt zich vooral op culturele activiteiten: muziek, dans, theater en een jaarlijkse uitstap. Daarnaast wordt informatie verstrekt over de situatie van de Koerden in Turkije en andere landen.

Gazi is van Koerdische afkomst en groeide op in een groot boerengezin in Zuidoost Turkije. In zijn paspoort staat dat hij in 1975 is geboren, maar volgens een doktersonderzoek is hij drie jaar ouder, dus 29 jaar. Op de lagere school werd uitsluitend onderwijs in het Turks gegeven, thuis werd Koerdisch gesproken. Verder leren was niet mogelijk, omdat de verhuizing naar de grote stad te kostbaar zou zijn. In het spoor van zijn oudste broer kwam hij naar Nederland om een beter bestaan op te bouwen en de dienstplicht te ontlopen. Gazi wilde niet ingezet worden in de oorlog van het Turkse leger tegen de Koerden en vluchtte.

Tien uur

Op welke manier ben je aan werk gekomen?

"De eerste drie jaar heb ik via Turkse koppelbazen steeds voor verschillende tuinders gewerkt. Het is een klein wereldje in de tuinbouw en de bazen kennen elkaar allemaal. Als je goed werkt, kun je van baas naar baas aan de slag komen. Ben je niet goed, dan nemen ze je elders ook niet. De eerste tijd zat ik in de bloemen die ik moest poten en bossen. Daarna kon ik mij langzamerhand verbeteren door naar andere bazen over te stappen. Vanaf 1996 werk ik in de radijs. Die moet om de zoveel weken gezaaid, getrokken en gebost worden, vijftien bossen per kist.

We bewerken met zijn vijven - twee Nederlanders, twee Polen en ikzelf - een stuk grond van anderhalve hectare. De grond is zo verdeeld dat er steeds een deel kan worden bewerkt, er mag nooit iets leeg staan. Tijdens het werk zit je op je knieën. De eerste maanden heb je veel last van spierpijn, later wen je eraan. Van de baas krijgen we knielappen, dat is het enige. Bedrijfskleding en beschermingsmiddelen ontbreken. Ik ga er maar van uit dat op de radijs geen rotzooi gespoten is. Als het wat drukker is, komen er soms twee of drie uitzendkrachten bij. In de kassen is de temperatuur altijd een graad of zes, zeven hoger dan buiten. Dat kan dus zomers behoorlijk heet worden. We werken tien uur per dag. Om de twee uur rusten we twintig minuten."

Onzekerheid

Je hebt geen werkvergunning, wat betekent dat?

"Mijn aanvraag voor een werkvergunning loopt vanaf 1996. Sinds die tijd heb ik driemaal een bezwaarschrift ingediend, maar ik wacht nog steeds op een beslissing. Vanaf 1993 ben ik wit gaan werken. Dat betekent dat ik net buiten de regeling val voor 'witte illegalen'. Ik ben dus eigenlijk nergens zeker van.

Op mijn loonstrook staat dat ik 38 uur per week werk voor 2.150 gulden. In werkelijkheid is het vijftig uur waarvoor ik ongeveer netto 3.000 gulden per maand ontvang. Dat bedrag is al drie jaar hetzelfde. Mijn baas draagt over die 38 uur premies af. Mijn werk pakt dus voor hem heel voordelig uit. Ook, omdat hij mij geen vakantiegeld betaalt en de reiskosten niet vergoedt; ik ga elke dag op de scooter naar Hoek van Holland. Wel krijgen we een paar keer per jaar een extraatje van zo'n 100 tot 150 gulden, als de baas goede prijzen heeft gemaakt op de veiling.

Wie meer werk verzet, verdient ook meer. Prestatieloon dus. Als er geen werk is, krijg ik niks betaald. Voor de Nederlanders ligt dat anders. Zij werken ook wel vijftig uur, maar krijgen allerlei vergoedingen en kunnen gewoon om alles vragen. Ik kan nergens om vragen, laat staan eisen, want dan ben ik mijn baan kwijt. Zoals ik al zei, alle bazen kennen elkaar. Steeds krijg ik te horen: 'dit hebben we zo afgesproken', terwijl ik alleen maar de keuze had tussen wel of niet werken. De afspraak komt dus van één kant. Over het afgelopen jaar ben ik minder dan drie weken vrij geweest. In principe moet ik werken als de baas me niet kan missen. In de winter vallen er wel eens een paar dagen werk uit. Als er daarna weer werk is, komen eerst de Nederlanders aan de beurt. In 1998 was ik zeven weken ziek door een paar stevige kneuzingen na een scooterongeluk, toen kreeg ik geen cent."

Risico

Hoe afhankelijk is de tuinbouw van illegale arbeid?

"Minstens de helft van het werk in het Westland is zwart, dus reken maar uit. De productie draait op ons, we werken hard en kunnen weinig zeggen. Ik denk wel eens, de tulpen uit Nederland zijn illegaal. Je kon dat goed zien tijdens de acties van de 'witte illegalen'. Door de week was het rustig, waren we aan het werk, terwijl in de weekeinden de bijeenkomsten druk werden bezocht.

Er is controle en er worden boetes uitgedeeld, maar de bazen nemen het risico. Bovendien zijn er altijd mensen beschikbaar, we blijven komen, de laatste tijd meer dan voorheen. Dat komt door de verscherpte wetgeving, we kunnen nergens anders heen. Wij als illegalen lopen ook veel risico, ik heb tot nu toe geluk gehad, ben nooit gepakt, mijn baas dus ook niet. De meesten van ons denken hier niet te kunnen blijven. Gek eigenlijk, een vriend van mij denkt ook zo, maar hij werkt al achttien jaar in een paprikabedrijf zonder een verblijfsstatus. Je bent en leeft in Nederland en ook weer niet, tenslotte wil een mens meer dan werken. Het gevolg is wel dat we geen opleiding volgen, de Nederlandse taal op het werk moeten oppikken, leven met weinig kansen om onze positie te kunnen verbeteren. Enzovoort. Maar ja, kijk ik naar mijn Nederlandse collega's; ze hebben het beter, maar werken vanaf hun zestiende in de tuinbouw en doen dat nu ook al twintig jaar. Misschien is daarom de sfeer op het werk wel zo goed, we zitten in hetzelfde schuitje en drinken op vrijdag na het werk gezellig bier met elkaar. Dat is één kant van mijn leven.

Van de andere kant denk ik soms dat ik gek word en heb ik geen zin meer in werken. Tenminste niet in het werk dat ik nu doe. Daarbij voel ik me opgesloten in mijn eigen leven. Mijn oudste broer is een tijdje geleden naar Canada gegaan waar hij in de bouw werkt. Hij zegt dat ik niet naar hem toe moet komen. Het is er daar niet beter, weer een andere taal en weer proberen iets op te bouwen. Hier heb ik wat opgebouwd en daarvan wil ik graag wat terugzien. Ondanks veel onzekerheid, weet ik inmiddels aardig waar ik aan toe ben in Nederland.

Hoewel de rest van mijn familie nog in Turkije woont, is de heimwee, zoals in het begin, er eigenlijk niet meer. Als er daar iets wordt gevierd, bel ik nog wel op, zo'n drie of vier keer per jaar. Ongeveer zes of zeven jaar geleden wilde ik nog terug. Mijn familieleden raadden mij dat toen af, omdat het vanwege de oorlog te gevaarlijk was. Het is er nog steeds niet veilig. Maar ook als ik terug zou willen, ik verdien hier meer. De prijs die ik daarvoor betaal, is dat ik eigenlijk mijn familie kwijt ben."

Roland Siebe