|
nr. 102 juli 2001 |
Solidariteit
Vakbondscafé in AmsterdamVlaams nationalisme en Vlaams BlokOp het laatste, Amsterdams vakbondscafé voor de zomer was Paul Verbraeken uit Antwerpen te gast. Hij is één van de initiatiefnemers van Charta '91 dat werd opgericht na de eerste 'zwarte zondag', de doorbraak van het Vlaams Blok bij de verkiezingen in België van 1991. Hier een kort verslag van een boeiende avond, toegespitst op de minder bekende voorgeschiedenis van het Vlaams Blok.De opkomst van het Vlaams Blok geschiedt in een verscheurd land. De persoonlijke geschiedenis van Paul is daar een voorbeeld van. Zijn eerste voornaam komt van zijn broer die in de Tweede Wereldoorlog in een concentratiekamp omkwam, de tweede van een broer die bij de Waffen SS diende en de derde van een oom die als parachutist deelnam aan de invasie in Normandië. Sociaal en nationaalDe geschiedenis van het latere België begint eigenlijk met de nederlaag van het verzet in de Zuidelijke Nederlanden tegen de Spaanse en katholieke overheersing gedurende de tachtigjarige oorlog. In vergelijking met het Noorden was daar het verzet het felst, zo vond bijvoorbeeld de eerste beeldenstorm plaats in Hondschoten (nu Noord Frankrijk). Het gevolg van die nederlaag was dat de intellectuele en economische elite het land verliet, waarna een lange periode van heerschappij aanbrak met een zeer betuttelend katholicisme (tot vandaag gaat 85 procent van de kinderen naar een katholieke basisschool). Geleidelijk ontwikkelde zich een burgerij en een overheid die Frans spraken. Het gewone volk sprak echter Vlaams. Tot ongeveer 1930 was de Vlaamse beweging dan ook gericht tegen de overheersing door de Franse taal en tegen de sociale scheiding van de Franse burgerij en het Vlaamse volk. Beide elementen zijn te zien in de IJzerbedevaart, de jaarlijkse herdenkingstocht naar het frontgebied van de Eerste Wereldoorlog. De eerste jaren na 1918 stond deze herdenking niet alleen in de traditie van de Vlaamse beweging, maar ook in het teken van radicaal pacifistische oproepen. Later werd het een bijeenkomst waar fascisten zich thuis voelden. CollaboratieDe Eerste Wereldoorlog die in België diepe sporen trok, leidde tot een verdere radicalisering van de Vlaamse beweging. Zo werd bijvoorbeeld de idiotie van Franse bevelen aan Vlaams sprekende soldaten in de dodelijke praktijk van een oorlog erg duidelijk. Maar tevens was er sprake van een nationalistische collaboratie met de Duitsers, die onder meer de Gentse Universiteit weer tot een Nederlandstalige maakte. In de periode daarna bestond er een reële kans op aansluiting van de Vlaamse beweging bij de bredere linkse sociale stroming. De (sociaal-democratische) Socialistische Partij stond hiervoor niet open, met als gevolg dat de Vlaamse beweging opschoof naar het Italiaans fascisme. Een ingrijpende ommekeer die zich uitte in de collaboratie van het grootste deel van de Vlaamse beweging met de Duitse bezetter. Niet meer, zoals soms tijdens de Eerste Wereldoorlog met de naïeve gedachte de Duitsers voor het eigen karretje te kunnen spannen, maar vanuit een hartgrondige sympathie voor het nationaal-socialisme. Na de Tweede Wereldoorlog is de geschiedenis van het Vlaamse nationalisme herschreven. Het burgerlijke establishment stelde het gelijk aan het fascisme en wenste dat in de geschiedschrijving te bewijzen. De Vlaamse nationalisten zagen zich daarbij als slachtoffer, weigerden te analyseren wat er fout gegaan was en ontliepen de discussie over de collaboratie. Hierdoor verloor de Vlaamse beweging haar sociale karakter. Autoritair antwoordNa 1945 had uiterst rechts geen politieke uitdrukkingsvorm meer. Dat veranderde toen in 1954 de Volksunie ontstond. Een partij met een uiterst rechtse en een federalistische vleugel. In 1979 bleek deze combinatie onhoudbaar en vormde de harde kern van de rechtse vleugel het Vlaams Blok. Tot 1988 stelde dat niet veel voor. De ene vertegenwoordiger in het parlement (Dillen) zweeg gedurende acht jaar. In 1987 maakte hij plaats voor De Winter en ging zelf naar de senaat. Uiteindelijk resulteerde dat in de 'zwarte zondag' van november 1991, waarbij het Vlaams Blok twaalf zetels veroverde, ongeveer 8 procent van de stemmen. Deze opgang kan niet los gezien worden van de economische herstructurering sinds de jaren zeventig. De Waalse industrie sneuvelde - rond Charleroi een werkloosheid van 30 tot 35 procent - terwijl Vlaanderen een tegengestelde ontwikkeling doormaakte. Zo kreeg Genk een Fordfabriek met 12.000 werknemers en ontstond in het havengebied van Antwerpen het op één na grootste chemische complex in de wereld. Het "Eigen volk eerst" van het Vlaams Blok heeft dan ook een dubbele betekenis. Tegen de buitenlanders, èn tegen de Walen die verweten wordt hun eigen industrie kapot gestaakt te hebben en nu van de hardwerkende Vlaming een uitkering vangen. Een tweede verklaring voor de groei van het Vlaams Blok ligt in het ontbreken van een links antwoord, met name van de Socialistische Partij, op de crisis van de verzorgingsstaat. Dit maakte de weg vrij voor een neoliberaal antwoord dat de markt centraal stelt en een autoritair antwoord dat de veiligheid centraal stelt en inspeelt op de sociale en fysieke onzekerheid. Hoewel het Vlaams Blok zich baseert op het traditionele Vlaams nationalisme, is dat voor de harde kern slechts een schaamlap voor een uiterst rechtse - dus ook vakbondsvijandige - politiek. Ailko van der Veen |