|
nr. 105 feb 2002 |
Solidariteit
De stervende brandweermanIk zag het vliegtuig op de building botsen,met heel veel vuur en rook. Ik zag glas, papier, hout, metaal en steen, alles beefde en trilde. Ik was hier met mijn mensen van afdeling 24. We stormden in de building, kwamen tot op verdieping 35. Dit was zwarte rook en vuur die ik nog nooit in mijn leven had gezien. Bij elke stap in deze hel voelde je het einde naderen. Midden al die vallende dwarsliggers beefde de vloer en God weet wat nog. Ik probeerde overlevenden te vinden, zij die wegvluchtten in het trappenhuis. Ik probeerde gewonden in veiligheid te brengen naar wat er nog overbleef van een straat. Met lichamen en grote stenen en stukken metaal die naar beneden stortten naast uw voet. Wanneer het tweede vliegtuig crashte stonden nog maar tien verdiepingen recht. Alles rondom mij viel naar beneden, als was het hout en karton. Het was toen dat ik iemand hoorde schreeuwen, vertrapt door het puin. Ik begon aan iets te trekken en het was toen dat het vuur mij vatte. Ik werd in het puin gedreven en de vlammen verschroeiden mijn jas. En dan de pijn en de onbeschrijfelijke angst, dat was alles wat zij kon uitbrengen.
Maar ik wenste dat ik je nog kon vertellen, David Rovics Uitgesproken bij de gedenksteen aan de Spijkstraat in Gent |