nr. 105
feb 2002

welkom
edities
inhoud

Solidariteit

De stervende brandweerman

Ik zag het vliegtuig op de building botsen,
met heel veel vuur en rook.
Ik zag glas, papier, hout, metaal en steen,
alles beefde en trilde.
Ik was hier met mijn mensen
van afdeling 24.
We stormden in de building,
kwamen tot op verdieping 35.
Dit was zwarte rook en vuur
die ik nog nooit in mijn leven had gezien.
Bij elke stap in deze hel
voelde je het einde naderen.
Midden al die vallende dwarsliggers
beefde de vloer en God weet wat nog.
Ik probeerde overlevenden te vinden,
zij die wegvluchtten in het trappenhuis.
Ik probeerde gewonden in veiligheid te brengen
naar wat er nog overbleef van een straat.
Met lichamen en grote stenen en stukken metaal
die naar beneden stortten naast uw voet.
Wanneer het tweede vliegtuig crashte
stonden nog maar tien verdiepingen recht.
Alles rondom mij viel naar beneden,
als was het hout en karton.
Het was toen dat ik iemand hoorde schreeuwen,
vertrapt door het puin.
Ik begon aan iets te trekken
en het was toen dat het vuur mij vatte.
Ik werd in het puin gedreven
en de vlammen verschroeiden mijn jas.
En dan de pijn en de onbeschrijfelijke angst,
dat was alles wat zij kon uitbrengen.

Maar ik wenste dat ik je nog kon vertellen,
nog voor het vuur mij meeneemt,
dat ik veel van de wereld heb gezien
en dat er iets is dat ik nog zou willen zeggen.
Ik geloof niet in politiek,
ik geloof in de mensheid,
ik geloof in het goede van de mens,
In New York of ergens anders, ver weg.
Ik geloof in mijn dochter,
en ik geloof in mijn vrouw.
En hoop dat geen vader wordt weggenomen
om het verlies van mijn leven te wreken.
De mensen zullen mij een moedig man noemen
en dat zal wel zo zijn,
maar de brandweermannen van Kabul
zijn even moedig als ik.

David Rovics

Uitgesproken bij de gedenksteen aan de Spijkstraat in Gent
door Raf Verbeke op 11-11-2001 om 11.00 uur bij de
jaarlijkse herdenking van het einde van de Eerste Wereldoorlog -
drie minuten stilte opgedragenaan ALLE slachtoffers van de oorlog.