nr. 105
feb 2002

welkom
edities
inhoud

Solidariteit

Stekeltjes

Koninklijke balletjes

"Ik wil alleen nog maar naar een land waar ik geen jas aanhoef", zei een naar de tongval te horen buitenlandse dame tegen de ambtenaar achter het loket. Ze had iets van een Argentijnse, maar dan wel van de jaren zeventig, ver voor de geldcrisis. Ik zat er als volgnummer H13 bij en dacht nog 'gelijk heb je, zus', want het was zo'n rottige Hollandse regendag.
De reactie van een echtpaar op hetzelfde bankje was geheel anders. Ze schamperde gezamenlijk en verontwaardigd en iets te luid over asielgasten die brutaal zijn en denken dat ze hun bivak maar voor het uitzoeken hebben.
En zo komen nou de misverstanden, want die Argentijnse wilde weer terug, misschien ook wel voor de wetenschap, net als de halfzuster van Maxima.

Bij die verdomde invoering van de euro verdient het winkelpersoneel trouwens een gouden plak. Wat een geduld hebben ze gehad. Ik hield steeds een handvol muntjes op en ze pakten er een paar uit. Net vakantie en dat in januari.
Welk winkeltje of winkelketen je ook betrad; het personeel was er voor de cliëntèle. De Hema was nog voortreffelijker dan normaal, de Andi net zo goedkoop als anders. Die euro is dus voor ons soort mensen nog ergens goed voor.
Als uitgevend publiek had ik persoonlijk nog de meeste last van de voor de winkels drommende daklozen in de categorie gitaarspelende zuiplappen, bivakmuts dragende schlemielen aan de dope of de hondenbezittende homeless stakkers uit de provincie of andere verre buitenlanden.
Plus de enkelingen in die laatste categorie die op eerbare en eigenaardige manier hun dagelijks brood verdienen. Die trouwens eveneens voor ons koninkrijk behoorlijke schade kunnen aanrichten. Ongeweten weliswaar, maar toch.

Neem bijvoorbeeld de Siberiërs die in de passage van het Rijksmuseum staan te mansen - geld ophalen - als ze niet bezig zijn met hun indringende boventoongezangen. Onnavolgbare klasse. Maar een feit is dat de museumdirectie al gewezen heeft op de schade die de boventonen teweeg zouden brengen in de gewelven van het eeuwenoude museum. Zo zeer zelfs dat naar bevind van zaken serieus overwogen wordt het monumentale pand te slopen. Of het niks is. En die vier Siberiërs maar zingen en bedanken voor de eurootjes die voorbijgangers in het mandje gooien.
Het genereuze van dit gebaar van onze kant zegt iets over de onnoemlijke grote medemenselijkheid van ons volk en het openbaar bestuur.
Daarvoor hoef je geen fortuin te zijn of te hebben om dat op te merken.

Ik heb trouwens vernomen dat het cabinepersoneel van op Schiphol landende vliegtuigen de boosdoeners in het passagiersbestand meteen herkennen aan hun lichaamstaal. Ze maken een starre indruk, bewegen nauwelijks, blieven geen maaltijden noch alcoholica. Wat dat ene punt betreft, verschillen ze wezenlijk van welke minister dan ook. Die laten in geen enkele omstandigheid, hoe heikel ook, een aangeboden borrel staan.
Ik moest trouwens meteen aan ons staatshoofd denken. Neem nou de Troonrede. Geen krulletje beweegt, geen oogopslag lekt. Dank zij de KLM kan een ieder dat starre gedrag nu duiden.
Onze koningin slikt balletjes op Sint Maarten.

Stekeltje