nr. 105
feb 2002

welkom
edities
inhoud

Solidariteit

Arbeidsongeschiktheid op psychische gronden - gek op je werk

Sterker, sneller, hoger

Waar hebben we het eigenlijk over bij verzuim om psychische redenen? In de leidraad van de commissie Donner 1 wordt in de bijlage terecht gesteld dat niet alle verzuim en alle soorten psychische klachten op een hoop gegooid mogen worden. Er wordt onderscheid gemaakt tussen psychosociale problemen die 'werkgerelateerd' kunnen zijn - lastige baas, hoge werkdruk, pesten - of die een oorzaak vinden in de privé-sfeer. De oorzaak kan ook liggen in het niet goed kunnen combineren van werk en privé. Bij psychische en psychiatrische klachten of ziektebeelden gaat het om overspannen zijn, burnout, depressie en persoonlijkheidsstoornissen. Opgemerkt wordt dat psychosociale problemen kunnen leiden tot psychische klachten, als er bijvoorbeeld sprake is van langdurige werkdruk of ernstige verstoring van de balans tussen werk en privé.

Wat is werkdruk en wanneer gaat het over in werkstress? TNO Arbeid definieert een aantal begrippen die de overgangen aangeven: werklast, werkdruk en werkstress.

Met werklast oftewel taakeisen worden de taken bedoeld die moeten worden uitgevoerd, de problemen die moeten worden opgelost. Van werkdruk is sprake als de werknemer structureel niet of met grote moeite de werklast/de taakeisen kan realiseren en onvoldoende mogelijkheden heeft de achterliggende oorzaken op te lossen. Dat laatste wordt ook wel 'regelmogelijkheden' genoemd zoals tijd, zeggenschap, organisatorische randvoorwaarden, autonomie in taakuitoefening, enzovoort. Volgens TNO Arbeid is werkstress persoons- en situatiegebonden. Of iemand van werkdruk ook stress krijgt, hangt af van het verwerkingsvermogen van de werknemer, zijn gevoeligheid voor de sfeer, de aansluiting tussen wat van hem wordt verwacht en zijn vaardigheden en opleiding. Chronische stress kan leiden tot emotionele uitputting en burnout. Als je zover bent, is even rust niet voldoende, maar zal deskundige hulp nodig zijn. Dat verklaart het advies van de commissie Donner 1 om op tijd een psychiater of psycholoog in te schakelen.

Autonomie

Het is dus niet verwonderlijk dat een steeds groter deel van de mensen in de WAO zit vanwege een psychische reden. Als werkdruk en stressgerelateerde aandoeningen als 'psychisch' worden aangemerkt en uit onderzoek blijkt dat de werkdruk gemiddeld met 1,5 procent per jaar toeneemt en 10 procent van de beroepsbevolking last heeft van burnout klachten. Overigens schijnt de werkdruk volgens de laatste 'metingen' iets gedaald te zijn, maar dat deze hoog blijft staat buiten kijf.

In december 1999 verscheen een rapport van TNO Arbeid waarin weer eens op de hoge werkdruk werd gewezen. Deze zou volgens dat rapport in Nederland zeer ongunstig afsteken bij de rest van Europa onder meer als gevolg van het grote gebruik van de computer in Nederland. Algemeen werd verwacht dat automatisering het werk zou verlichten en aangenamer zou maken, maar dat blijkt niet het geval. De computer maakt het werk complexer, doet een groter beroep op kennis, maar leidt ook tot uitholling van taken. Bovendien is de automatisering gepaard gegaan met reorganisaties. "Het beeld van de Nederlands werknemers is er één van hard werken met een hoge arbeidsproductiviteit, bewerkstelligd in korte, intensieve werktijden, waarnaast zorgtaken ook nog een rol spelen", aldus het TNO rapport. Vooral in sectoren waar werknemers slechts een beperkte mate van autonomie hebben, is het risico op uitval wegens werkstress en burnout hoog.

Hoewel werkdruk niet altijd en bij iedereen leidt tot ziekteverzuim en uiteindelijk de WAO, moge duidelijk zijn. Iedere werkgever heeft zijn voorbeelden van werknemers die stressbestendig zijn. Des te harder de klap in het gezicht van werknemers die het niet redden. Een extra knak in het zelfvertrouwen, persoonlijk falen. Iets waarmee je - eenmaal hersteld - niet te koop loopt.

Pandora

Dat is ook de ervaring van de Stichting Pandora die is opgericht om vooroordelen over (ex-)psychiatrische patiënten te bestrijden en hun (maatschappelijke) positie te verbeteren. In een brochure "Ooit een haan horen zeggen dat-ie vroeger een eitje was? Wat vertelt u over uw psychische aandoening bij het zoeken en houden van werk?" wordt onderkend dat een psychisch ziekteverleden nooit echt een verleden wordt, onder andere omdat werkgevers dit als een blijvend risico zien. En hoewel de Wet op de Medische Keuringen van 1998 aanstellingskeuringen voor de meeste functies verbiedt, zal het onderwerp in menig sollicitatiegesprek aan de orde komen. Veronderstelde labiliteit en stressgevoeligheid blijven de werknemer achtervolgen die ooit overspannen thuis heeft gezeten. Er is echter geen bewijs dat mensen met een psychiatrisch verleden moeite zouden hebben met werken onder druk. Wel zullen ze eerder aan de bel trekken als grenzen worden bereikt. En dat zou eigenlijk iedere werknemer moeten leren.

Eén van de projecten van de Stichting Pandora heeft tot doel de arbeidsmarktpositie die mensen hebben (gehad) te versterken. In een rapport "Over werk gesproken ..." wordt een verslechtering van de arbeidsmarktpositie van mensen met psychische of psychiatrische problemen gesignaleerd. In de oplaaiende discussie over ziekteverzuim en de WAO dreigen mensen met psychische problemen de dupe te worden van een te simpele en eenzijdige beeldvorming. In het voorlichtingsproject "Versterking arbeidsmarktpositie" staat centraal op welke manier werk te verkrijgen is of zo lang mogelijk te behouden. Ook wordt ingegaan op factoren die een rol kunnen spelen in het voorkomen dan wel reduceren van uitval wegens psychische klachten. Het rapport laat mensen zelf aan het woord en maakt duidelijk dat de leidraad van Donner 1 een ideaal plaatje schetst. Van de mensen die Pandora belden om informatie of melding van een klacht over het behoud van werk gaf de helft aan dat de werkgever niet bereid is een voorziening te treffen om reïntegratie mogelijk te maken. Ook blijken veel Arbo-artsen niet de gewenste deskundigheid te hebben en in staat tot adequaat handelen. Veel bellers zijn negatief over Arbo-artsen, twijfelen aan hun onafhankelijkheid en signaleren een bereidheid mee te werken aan een strategie die leidt tot WAO. Pandora stelt bovendien vast dat de werkplek nog wel wordt aangepast voor rolstoelers en blinden, maar dat de creativiteit voor verbetering van het psychisch welbevinden ver te zoeken is.

De Stichting Pandora vraagt aandacht voor nog een ander gevaar. Onder druk van het groeiend aantal mensen dat vanwege psychische klachten in de WAO belandt, zou de bereidheid tot reïntegratie bij werkgevers zich kunnen beperkten tot de lichtere gevallen. Ex-psychiatrische patiënten in de WAO hebben al een dubbel stigma en dreigen dan helemaal uit beeld te raken.

Stress op het werk

Op de Nationale Dag voor de Geestelijke Volksgezondheid in oktober vorig jaar, startte het Nationaal Fonds Geestelijke Volksgezondheid de campagne "Gek op je werk?". Via een campagnekrant, aandacht in de media, informatiemarkten, enzovoort werd aandacht gevraagd voor het thema stress op het werk. Wanneer we het in het dagelijks spraakgebruik hebben over stress, bedoelen we meestal de oorzaak en niet de - op zich natuurlijke - reactie van het lichaam op een bedreigende situatie. En het thema 'stress op het werk' leeft. Nu nog een aanpak die verder gaat dan het voorkomen dat mensen doormodderen in de ziektewet en praten over reïntegratie.

Eind november 2001 organiseerde de Stichting NetWerk een conferentie met als thema "Psychische belasting in de werksituatie, daar kun je samen iets aan doen, goede arbeidsomstandigheden voorkomen arbeidsongeschiktheid". Er waren drie workshops: gericht op een gezamenlijke aanpak, op het herkennen van oorzaken en op de mogelijkheden die oorzaken weg te nemen. Onder de dertig deelnemers waren behalve leden van ondernemingsraden en VGWM-commissies ook bedrijfsmaatschappelijk werkers, personeelswerkers en arbeidsdeskundigen. [VGWM: Veiligheid, Gezondheid, Welzijn en Milieu] De conclusie van de conferentie was niet verrassend, wel essentieel: de organisatie van de arbeid mag niet buiten schot blijven.

Organisatie van de arbeid

Op zich biedt de Arbeidsomstandighedenwet uit 1998 aanknopingspunten om de werkgever te dwingen het werk zodanig te organiseren dat het geen nadelige gevolgen heeft voor de gezondheid en veiligheid van de werknemer. Om die reden worden er meestal nog wel helmen of beschermingsbrillen beschikbaar gesteld, maar blijft het terugdringen van stress zwaar onderbelicht. Sterker nog, werknemers moeten stressbestendig zijn. Sla de personeelsadvertenties er op na, het staat vaak expliciet genoemd bij de functie-eisen.

Stress wordt als een normaal onderdeel van het werk gezien. De psychische belasting binnen arbeidssituatie neemt toe en of je hier als werknemer tegen bestand bent, wordt vaak als een individuele zaak gezien. Door maatwerk, zoals door de commissie Donner 1 wordt geadviseerd, kan daar in individuele gevallen wellicht iets aan worden gerepareerd. Maar zo lang de werkdruk hoog blijft, de werkonzekerheid blijft bestaan, de arbeidsproductiviteit als hoogste goed wordt gezien, zo lang zullen er steeds nieuwe mensen arbeidsongeschikt raken door werkstress. We moeten dus af van de individualiserende benadering van arbeidsongeschiktheid op psychische gronden.

Lichtpuntjes zijn conferenties zoals de Stichting NetWerk organiseert, campagnes die zorgen dat het onderwerp uit de taboesfeer raakt. En er worden instrumenten ontwikkeld om stress op het werk bespreekbaar te maken en aan te pakken. In veel CAO's worden afspraken gemaakt over preventie en reïntegratie en er worden convenanten afgesloten over arbeid en gezondheid, werkdruk en zorg. Het Instituut Werk & Stress in Bilthoven heeft voor leerkrachten een Periodiek arbeidsgezondheidskundig onderzoek (PAGO) ontwikkeld, een soort werkplekonderzoek waarmee stressvolle factoren kunnen worden opgespoord. Werkgevers zijn wettelijk verplicht een PAGO te laten uitvoeren, wanneer een werknemer daar om vraagt. Dit kan belangrijk zijn, omdat werkgevers eerder geneigd zijn de privé-situatie aan te wijzen als oorzaak voor verzuim om psychische reden, terwijl de werknemers eerder naar het werk kijkt. Het blijkt dat de omstandigheden waaronder men werkt erg belangrijk zijn: onderbetaald worden, werken met beperkte ontplooiingskansen en een onduidelijke taakomschrijving. Deze vaststelling lijkt overeen te komen met hetgeen TNO Arbeid zegt dat werkstress persoons- en situatiegebonden is. En dat het vooral voorkomt in sectoren waar werknemers weinig zelf kunnen regelen. Zoals de zorg en het onderwijs. Sectoren waarin veel vrouwen werken. Dat brengt ons bij het andere opmerkelijke feit dat in het artikel over 'het gelukkige volk' werd genoemd, namelijk dat de instroom van vrouwen in de WAO naar verhouding hoog is.

Hoger risico vrouwen

Hoe kan de relatieve oververtegenwoordiging van vrouwen in de WAO verklaard worden? Van de mensen tussen 25 en 35 jaar lopen vrouwen vier tot vijf keer hoger risico op arbeidsongeschiktheid dan mannen. Eerder werden al twee sectoren genoemd die veel banen kennen met geringe autonomie en beperkte regelmogelijkheden: de zorg en het onderwijs. Sectoren waar traditioneel veel vrouwen werken, waar de carrièremogelijkheden beperkt zijn en de stress ook om andere redenen hoog. Denk aan verbale agressie, seksuele intimidatie, emotioneel belastend werk, toenemende verzakelijking en bezuinigingen.

Uit onderzoek van het Leidse onderzoeksbureau AS/tri zou blijken dat de vaak genoemde dubbele belasting van vrouwen niet de oorzaak is. "Want", zeggen de onderzoekers, "vrouwen zonder kinderen zijn even vaak slachtoffer als vrouwen met kinderen". Deze conclusie is wat al te gemakkelijk. Dubbele belasting heeft niet alleen met eigen kinderen te maken, maar kan voortkomen uit zorg voor een zieke moeder of buurvrouw en aandacht voor huishoudelijke taken. Daarvoor voelen vrouwen zich nog altijd meer verantwoordelijk dan mannen. Onderzoek van TNO Arbeid is minder stellig dan AS/tri en wijst ook naar de combinatie werk en privé als mogelijke oorzaak. Bovendien krijgt de benadering van bedrijfsartsen aandacht. Dezen zouden tegenover vrouwen anders zijn dan tegenover mannen. Eerder geneigd de vrouwen te adviseren wat langer thuis te blijven en minder werk te maken van reïntegratie. Agneta Fischer, hoogleraar 'gender' aan de Universiteit van Amsterdam, zoekt de verklaring vooral bij vrouwen zelf: "Vrouwen haken kennelijk gemakkelijker af, omdat ze geen kostwinner zijn en vooral voor hun plezier werken." Ook zou van vrouwen eerder worden geaccepteerd dat ze stress hebben. Met deze nogal elitaire verklaring gaat Fischer voorbij aan de grote groep alleenverdienende vrouwen met of zonder kinderen en aan de zo mogelijk nog grotere groep vrouwen die moet werken om het gezinsinkomen op een redelijk niveau te brengen, het huis af te betalen of de almaar stijgende huur op te brengen.

Er worden dus meerdere oorzaken genoemd die de naar verhouding hoge instroom in de WAO van vrouwen zouden kunnen verklaren. In ieder geval wordt de oorzaak 'bedrijfsarts' door onderzoek onderschreven dat in opdracht van het vrouwensecretariaat van de FNV is gedaan. Van de ondervraagde arbeidsongeschikte vrouwen blijkt 60 procent geen begeleiding te krijgen bij de terugkeer naar werk. Een kwart van de vrouwen voelt zich niet serieus genomen door de Arbo-arts. Opvallend is ook dat één op de vijf arbeidsongeschikte vrouwen het advies kreeg minder te gaan werken. Ongeveer 10 procent doet dit op eigen kosten. FNV vrouwensecretariaat zal naar aanleiding van deze gegevens een plan maken om de begeleiding van arbeidsongeschikte vrouwen te verbeteren.

Zorg en onderwijs

Door af te gaan op beelden, vooroordelen en onderzoeken die elkaar tegenspreken, zal de positie van vrouwen op de arbeidsmarkt niet verbeteren. Om over terugkeer naar werk in een periode van ziekte maar te zwijgen. Emotie en gevoeligheid zijn nu niet bepaald de eigenschappen waar werkgevers op wachten. En op mensen die hun aandacht verdelen tussen werk en privé evenmin. Juist de leeftijdsgroep 25-35 jaar heeft het zwaar. In die periode krijgen de vrouwen hun eerste kind, hebben ze net geïnvesteerd in een eigen huis, staat de partner aan het begin van zijn carrière, is niet bereid zorgtaken op zich te nemen, de kinderopvang is niet geregeld, enzovoort. Dan maar korter werken, waardoor de oriëntatie op het werk verandert en de carrièremogelijkheden drastisch teruglopen. En de cirkel is rond. Want werk zonder perspectief, laagbetaald, met weinig regelmogelijkheden levert een groter stressrisico op.

Er is nog een aspect dat aandacht verdient. Het verschil in arbeidsongeschiktheidsrisico is toe te schrijven aan het nog niet voltooide emancipatieproces. Vrouwen zijn naar verhouding nog altijd oververtegenwoordigd in functies die een groot risico op stress in zich bergen, in sectoren met een hoog ziekteverzuim en in geflexibiliseerde banen met oproep- en nulurencontracten. Ook vrouwen die zich begeven in traditionele mannenbolwerken of willen concurreren met hun mannelijke collega's lopen extra risico's. Waar mannen zich met bluf en een zelfverzekerde houding nog weten te redden, zich redelijk veilig voelen in een voor hun vertrouwde omgeving, zullen vrouwen hun faalangst en onzekerheid willen compenseren. Dubbele loyaliteit, geen "Nee" durven zeggen, fouten naar zichzelf toeschrijven, verantwoordelijkheid nemen, enzovoort. Juist die gedrevenheid levert extra stressrisico's op.

Zolang vrouwen het gevoel hebben hun positie in arbeidsorganisaties te moeten bevechten, zich dubbel moeten bewijzen en dan ook nog weinig steun krijgen van Arbo-artsen, zolang zal de instroom van vrouwen in de WAO doorgaan.

Marie-Louise Sanders
(ABAVAKABO FNV)


"Ooit een haan horen dat-ie vroeger een eitje was?" Wat vertelt u over uw psychische aandoening bij het zoeken en behouden van werk.
We moeten af van de individualiserende benadering van arbeidsongeschiktheid op psychische gronden.
Van de mensen tussen 25 en 35 jaar lopen vrouwen vier tot vijf keer hoger risico op arbeidsongeschiktheid dan mannen.