nr. 105
feb 2002

welkom
edities
inhoud

Solidariteit

Recht en Arbeid - werkgever havenpool is gewaarschuwd

Zo komt SPANO nooit van die 25 af

In het vorige nummer van Solidariteit konden we de uitspraak van de President van de Arrondissementsrechtbank in Amsterdam, Gisolf, van 22 november 2001 net niet meepakken. Het betrof een kort geding tegen SPANO, de havenpool in Amsterdam, over de sollicitatie van 25 in 1999 ontslagen poolarbeiders.

Naast de 'grote zaak' over hun onterechte ontslag, meenden ze even onterecht buiten de sollicitatieprocedure gehouden te zijn die SPANO voor een paar arbeidsplaatsen had uitgeschreven. Nadat gesprekken, brieven en acties niet hielpen, stond hen slechts een nieuwe gang naar de burgerlijke rechter open.

Gemeen spel

De president vatte in het vonnis de feiten en standpunten kort samen.

De voorgeschiedenis - "In januari 2001 hebben alle eisers bij deze rechtbank een kort geding tegen SPANO aangespannen, waarin zij - kort gezegd - vorderen SPANO te verbieden werkgelegenheidsinitiatieven te ontplooien, althans daaraan medewerking te verlenen, zonder eerst aan hun positie aandacht te schenken. In die zaak is toen een schikking getroffen, (onder meer) inhoudend dat SPANO, indien zij in de gelegenheid zou zijn personeel in dienst te nemen, in eerste instantie diegenen in de gelegenheid zou stellen te solliciteren, die medio 1998 niet waren geselecteerd om bij haar in dienst te treden (zogeheten ex-spanners)."

Het standpunt van 'de 25' - "Ter zitting is gebleken dat de kern van het probleem erin is gelegen dat eisers niet geloven in de oprechte bedoelingen van SPANO. Zij menen dat SPANO een gemeen spel met hen speelt, door hen formeel in een sollicitatieprocedure te betrekken, zonder echter een reële baan aan te bieden."

Wie stelt, moet bewijzen

Niet één keer, maar verschillende keren is door de procederende havenwerkers het aanbod gedaan nog eens om tafel te gaan zitten. Steeds is dat van de hand gewezen. Ook is niet gereageerd op het voorstel om voor de financiële klem, waarin een aantal zit, wat te regelen. Voor ieder die een beetje is ingevoerd in de wereld van de werkgevers is inmiddels wel duidelijk dat we te maken hebben met een rancuneuze werkgever.

In het recht geldt de volgende regel. Uitgangspunt is de goede trouw van partijen, de kwade trouw moet bewezen worden. De uitkomst van een procedure is dan ook niet altijd datgene wat voor de hand ligt.

SPANO stelde zich in dit kort geding op het standpunt dat zij het best gekwalificeerde personeel uit de groep sollicitanten uitgenodigd had voor een gesprek en dat de groep van procederende havenpoolers eenvoudig minder goed gekwalificeerd was. Er zou geen sprake zijn van rancune tegen havenarbeiders die ook langs juridische weg voor hun belang opkomen. De president oordeelde als volgt: "Eisers hebben het ontbreken van goede trouw aan de zijde van SPANO geenszins aannemelijk gemaakt." En zo kwam hij tot de conclusie dat de eis van 'de 25' om met voorrang voor werk uitgenodigd te worden, wordt afgewezen.

Poot stijf houden

SPANO balanceert ondertussen op het randje. De president zei tot slot "dat tot op heden [mijn cursivering, PF] niet is gebleken dat zij zich aan haar toezegging niet heeft gehouden". SPANO wordt dus gewaarschuwd. Er komt een moment dat de voorraad niet-procederende ex-spanners (nu nog 17) op is en dan komen we vanzelf toe aan 'de 25'. Wordt buiten die groep geworven, dan is dat in strijd met de in januari 2001 gedane toezegging.

Los hiervan zijn er ondertussen goede argumenten om nu al SPANO van gemeen spel te betichten. Op de vacatures solliciteerden 64 voormalige werknemers, 25 eisers en 39 niet-eisers. Van deze groep zijn 23 werknemers uitgenodigd voor een gesprek, waaronder slechts één eiser. Eisers zijn van mening dat hiermee het ontbreken van de goede trouw aannemelijk is gemaakt en op SPANO de bewijslast rust de goede trouw aan te tonen en te bewijzen dat de uitkomst van de rekensom niet op toeval berust.

Of SPANO doorheeft dat zij niet van de procederende havenarbeiders afkomt, is de vraag. Aan haar eigen toezeggingen is zij gehouden en deze liggen vast in het vonnis van 22 november 2001. En eens komt het moment dat zij daaraan ook te houden is. Wellicht na een hoger beroep (dat dient inmiddels bij het Hof Amsterdam), waarin eisers betogen dat het aan SPANO is de goede trouw te bewijzen. Als de hogere rechter dit standpunt niet volgt, dan wellicht in een nieuwe bodemprocedure waarin onder ede bestuurders en personeelsfunctionarissen van SPANO kunnen worden gehoord over hun motieven om juist niet te kiezen voor de procederende arbeiders. Wellicht komt SPANO ooit tot het besef dat zij toch echt met de procederende arbeiders om tafel moet gaan zitten en tot een regeling moet zien te komen.

Hoe en op welk moment SPANO moet inbinden, is niet te zeggen. Voor de procederende arbeiders is het slechts zaak de poot stijf te houden.

Pim Fischer