|
nr. 106 maart 2002 |
Solidariteit
Strijd om recht en werk in de Amsterdamse havenEr valt niets te zwijgenSolidariteit kent sinds 1993 de serie "Verborgen en vergeten geschiedenis". Daarin brengt Harry Peer gebeurtenissen en personen tot leven die aan de rand of buiten de gangbare geschiedschrijving terecht zijn gekomen. Hij doet dat aan de hand van in de vergetelheid geraakte schriftelijke bronnen. Bij wijze van spreken om de hoek, onder onze neus, dreigde ook verzwegen geschiedenis gemaakt te worden. Functionarissen en media van de vakbeweging negeren de 'nasleep' van een bikkelharde strijd om behoud van werk in de Amsterdamse haven in de jaren negentig. Een strijd die wel eens de afsluiting zou kunnen zijn van een lange, roerige geschiedenis met vakbondsleden in de hoofdrol.Wij volgen die nasleep op de voet. En kijken al meer dan drie jaar onze ogen uit bij het schouwspel van bondsbestuurders die in hun rol van ondernemer zich slechts van de dikke sigaar en horlogeketting ontdaan hebben. Ook wanneer in de strikte juridische zin van weinig voortgang sprake is, zoals de laatste maanden, huist de bond in een ivoren toren. Ver weg, onzichtbaar en vervreemd van de belangen van de 25 voor hun recht en werk knokkende ontslagen arbeiders van de havenpool die tegenwoordig SPANO heet. Zo ook van de ongeveer zeventig anderen die hun baan verloren. Klopt helemaal nietNeem de zogenaamde eindafrekeningen na de beëindiging van de arbeidsovereenkomst. Een onderdeel van de hoofdprocedure tegen het ontslag dat de kantonrechter in zijn afwijzend vonnis er uit lichtte. Hij zei tegen de advocaat van 'de 25': 'laat maar zien per individu wat niet klopt'. Dat was mei 2001. Let wel, het speelde al twee jaar. De opzegtermijnen klopten niet, het aantal gewerkte dagen niet, de toeslagen, de atv-dagen, de premies, enzovoort. Advocaat Fischer verzamelde cijfers, controleerde in individuele gesprekken de details en verstrekte de kantonrechter in september 2001 de gegevens. Dat was een moeilijk karwei, omdat de werkgever elke medewerking weigerde. Een dag voor het allerlaatste uitstel, 25 februari 2002, belde de advocaat van de werkgever. 'We hebben een paar ochtenden gerekend en nageplozen, we komen er niet uit. Je hebt gelijk, het klopt niet.' Fischer, wat verbouwereerd: 'er klopt helemaal niets van.' 'Inderdaad, het klopt helemaal niet.' En dat na bijna drie jaar. Eind maart vindt een gesprek plaats met een deputatie van 'de 25' en wordt geprobeerd deze kwestie af te wikkelen. Er kan overigens gerust van uitgegaan worden dat zonder juridische procedure alles had geklopt. ArbeidsvoorzieningToen 'de 25' eind mei 2001 kozen voor een beroep bij een hogere rechtbank, besloten ze tevens 'tot het gaatje te gaan'. Want inmiddels was wel duidelijk geworden dat zij, ondanks de sympathie bij de collega's van onder meer Ceres en IGMA, geheel op de juridische weg zijn aangewezen. De traditionele strijdbaarheid in de Amsterdamse haven is voorlopig gebroken en elke insider weet dat het in november 1997 afgesloten akkoord, waar de werkgever zijn ontslag op baseert, daar debet aan is. Overtuigd van hun recht prikkelden ze Fischer, die zich van de steun heeft verzekerd van collega Bert Voogt - oud-havenwerker in Rotterdam - alles uit de kast te halen. En dat gebeurt. Juist omdat de diverse procedures zo lang duren (de uitspraak in het beroep bij de centrale eis tegen het ontslag kan tot na de zomer uitblijven), is aan het huidige arsenaal een wapen toegevoegd. Namelijk gericht op Arbeidsvoorziening die op ondeugdelijke gronden en onvolledig geïnformeerd de ontslagaanvraag honoreerde en een testprocedure verzorgde waarin de ene na de andere zorgvuldigheidseis geschonden werd. Dit wanbeleid is eerder aan de kaak gesteld bij de Nationale Ombudsman. Deze moest echter zijn veelbelovend onderzoek staken, toen de eisen bij de kantonrechter waren neergelegd. RotterdamWie dacht dat FNV Bondgenoten geleerd zou hebben van de ellende en opgelopen schade rond de Amsterdamse havenpool, komt helaas bedrogen uit. In Rotterdam voltrekt zich een vergelijkbaar drama. Eind vorig jaar werd onder de druk van de financiële sores van de havenpool SHB een akkoord gesloten dat eerst de bijna duizend werknemers ontslaat en hun daarna voor twee jaar een contract aanbiedt met 'uitgestelde prestatieplicht'. Wie wordt ingeleend, krijgt volledig salaris. Bij geen werk resteert een WW-uitkering. In die twee jaar zou van alles moeten gebeuren, zodat daarna ongeveer vijfhonderd mensen opnieuw bij de SHB in dienst worden genomen. Een grote meerderheid van de leden accepteerde dit plan op basis van de nadrukkelijke mededeling van de betreffende bondsbestuurder dat de uitkeringsinstantie geen problemen zou maken. Na veel geharrewar, geruchten, enzovoort blijken er wel problemen. De SHB moet 288 mensen in vaste dienst nemen, de overigen krijgen een oproepcontract op basis van de WW. Commentaren geplukt van de 'Havenpagina' (http://www.havenwerker.nl): 'dit is een sterfhuisconstructie' - 'tweespalt, tweedeling, onderlinge concurrentie' - 'hebben jullie niets geleerd van Amsterdam'. Hans Boot |