nr. 108
juli 2002

welkom
edities
inhoud

Solidariteit

Stekeltjes

De medische quizmaster

Ik vind dat een belangrijke groep participanten uit onze westerse samenleving uitgesloten moet worden en desnoods verbannen. In een vrij homogene maatschappij kan het niet anders of men moet, althans in meerderheid, dezelfde taal spreken. In ieder geval in dezelfde taal - desnoods gebrekkig - bestaande grieven kunnen uiten.
En dat kan niet. Liever gezegd, het kan niet meer. De mogelijkheid om op een bepaalde door afkomst en lot bezegelde manier eventuele obstructies/gebreken/ervaringen enzovoort kenbaar te maken, is totaal afgesneden.
We zijn daardoor verworden tot roependen in een woestijn. Beter gezegd, we kunnen schreeuwen wat we willen, rondom ons blijft het een woestenij.

Om bij de bron van het 'evil' te blijven; de huisarts is schuldig. Hij is tweetalig. Met alle gevolgen van dien. Buiten een handjevol latinisten kan niemand z'n eigen dokter verstaan. En latinisten zijn nooit ziek.
Ik ben dus voor een wet, waarin staat dat een medicus een inburgeringcursus moet volgen. Zodat er meer saamhorigheid tussen dokter en patiënt komt.
Kan iemand mij bijvoorbeeld een huisartsenpraktijk noemen waar je, patiënt zijnde, behandeld wordt als medemens, als evennaaste? Geef me het adres asjeblieft. Ik heb e-mail.

En dan moet het er wel eentje zijn zoals die uitgestorven soort, de huisarts zoals mijn oma die ervaren heeft. Hij was niet alleen heelmeester, maar converseerde ook op de normale manier. Het is me allemaal verteld via overlevering. Als die man, die naast z'n praktijk in een drukke stadswijk ook nog boeken schreef, gewaarschuwd werd dat er wat mis was met mijn oma die grootmoeder genoemd werd, dan kwam de dokter met een rijtuigje voor. In het trapportaal kuste de geleerde en kundige man alle dochters van mijn oma hartelijk, gaf alle zoons die zich om haar ziekbed geschaard hadden (kom daar nou eens om), een hand, informeerde terloops of er nog werk was in de kolen, in de haven of in de Wieringermeer, hoe het was met de geit op het landje van mijn grootvader, of de koekoeksklok nog steeds sloeg, of grootmoeder dit jaar nog naar Antwerpen was geweest om de wedstrijd Nederland/Rooie Duivels te zien, of de jongste van de dochters (mijn moeder) nog steeds bij Verkade in de Zaan werkte, of tante Katrien dat werkhuisje nog had, of mijn neef Arie nog op zee zat en als hij dan tenslotte een algemeen verzoek had gedaan op de bereidwilligheid van de aanwezige zoons om de pui van het doktershuis van een nieuw verfje te voorzien "voordat de winter invalt" ... nou tegen die tijd kwam hij gegarandeerd tot de 'point', en wendde hij zich tot mevrouw de patiënt, mijn grootmoeder die voor de komst van de heelmeester met gesloten ogen, als het ware voor dood in de kussens had gelegen. Wat bij de familie tot vreselijke visioenen had geleid over doodgaan en sterven (wat hetzelfde is, maar dat wist ik als kind nog niet).

In ieder geval is me bijgebleven dat zo'n dokter van toen - en hij was geen uitzondering is me later verteld - een heel ander type is dan die van nu. En wat dat voor gevolgen had voor de volksgezondheid in het algemeen. Wonderbaarlijke genezingen! Ik herinner me als de dag van gisteren dat mijn grootmoeder nog tijdens zo'n doktersvisite monter opstond en de fles met kruidenbitter te voorschijn haalde nadat ze eerst thee had gezet.
Kom daar nou eens om. In hoge nood - je verrekt van de rugpijn, je kan nauwelijks staan - bel je de huisartsenpraktijk. Het geeft soelaas, want je mag zowaar direct komen. Wat heet direct, de eerst aangewezen hulp van de arts geeft kortaf bevel niet te dralen en meteen te komen "want het spreekuur loopt ten einde en het is al half negen". Het klinkt niet uitnodigend, maar toch stamel je een hartelijk dank en strompel je de straten door naar het doktershuis.
Vier patiënten voor me. Ze mankeren waarschijnlijk niks, want om de beurt verdwijnen ze in de spreekkamer en nemen tezamen niet meer dan vier minuten in beslag voor ik naar binnen kan. De huisarts ken ik nauwelijks, want ik mankeer nooit wat.

De tweetalige zit aan z'n bureau, ik blijf bescheiden aan de andere kant staan. Dokter schrijft iets op een blaadje en vraagt zonder op te kijken wat eraan mankeert dit keer. "Ik kan niet staan, niet zitten, niet liggen", breng ik klaaglijk uit. Hij verstaat mijn noodkreet, kijkt even op en vraagt me de plek aan te wijzen. Ik wrijf over mijn rechterheup. Hij pakt z'n receptenboekje en schrijft, hardop sprekend "ik geef een spierverslapper" en mompelend "pijn ter linkerzijde" en schuift het recept over het bureau. Ik reik moeizaam om het te pakken, maar merk wel meteen op dat het niet mijn linkerheup is die pijn doet maar de andere kant.
Hij lacht smalend zoals de presentator van de loterijshow dat doet als iemand het juiste antwoord schuldig blijft. Maar deze medische quizmaster geeft wel meteen lik op stuk. "Mevrouwtje, 't doet niet ter zake als U denkt dat het uw rechterbil is. Vanuit mijn positie gezien, gaat het hier gewoon om een linkerbil. En daar zal U mee moeten leven. Volgende patiënt."

Stekeltje