nr. 109
sep 2002

welkom
edities
inhoud

Solidariteit

Stekeltjes

Mijn sieltje schreyt en sucht

Uit de parlementaire enquête heb ik maar een enkele uitspraak serieus genomen: "Een bouwondernemer is een man met niks tussen de oren en grote handen." Het was trouwens oud nieuws. Ik wist als kind al dat de heren van de bouw in de jaren van de wederopbouw eerst in de grote club op de Dam vergaderden om daarna naar hotel Suisse in de Kalverstraat te verdwijnen voor het aperitief en het middagbijslaapje. Nogal logisch ook, in de bouw staan ze vaak in de kou en vroeg op.
"Maar alla ...", zeggen de Belgen vergoelijkend en dan citeren ze niet uit de Koran. Ze hebben makkelijk praten op de BRT maar wij zitten met een devaluerend normen- en waardenstelsel. Zelfs het overblijvende deel van een generatie die de wereldoorlog - hetzij als kind hetzij als jongvolwassene - meemaakte, moet toch weten dat van ons een deel naar Auschwitz verdween, anderen moesten onderduiken of de winter zien door te komen met een enkele suikerbiet. En wat gebeurt; de meesten van de NU levenden krijsen in koor dat het NOOIT NIET zo erg is geweest en dat het de schuld is van die schlemielen die van over de hele wereld maar hier naartoe komen voor een boterham en de Efteling, of gewoon om voor de regen te schuilen.

Laat nou niemand beweren dat het heden een nooit vertoonde en barre tijd is. Laat nou niemand beweren dat er niet te leven valt zonder nationale normen en waarden met daartussen een paar verspreid liggende hondendrollen, plus een euro zonder god op de rand.
Zelfs Van Agt gaf onlangs toe dat er in de discussie daaromtrent wel veel gelijkenis is met het indertijd door hem gelanceerde, maar veel mildere, 'ethische reveil'. Maar ook verschil. Hij herhaalde het nog eens in een nieuwsprogramma voor de uitzending van de Staatsloterij. Zijn pogingen eertijds 'om de wereld te verbeteren': het vurige protest tegen vloeken, abortus en pornografie.
Ik persoonlijk herinner me die periode als de dag van gisteren, want wij liepen toen nog met spandoeken "USA uit Vietnam ", "Weg met Pinochet" , "Geen wapens voor Soeharto". Iedere brandhaard in de wereld was ons. En we vloekten wat weg als het striemde van de regen of de politie te paard met knuppel gewapend ons raakte. In die goeie ouwe rottijd. Vol met agteloze normen en waarden.
Als we nu dus klagen over de onbeleefdheid van jongeren, ouderen en koetsiers zouden we beter de straat op kunnen gaan voor een reveil van laten we maar zeggen, de flower power tijd. Bijvoorbeeld om te protesteren tegen de tegenwoordige gevangenismethoden die gebruikt worden tegen verdachten en asielzoekers. De gedachte daaraan maakt mij niet gelukkig. Wel beschaamd.

Nou ken ik persoonlijk zat mensen die verklaren nog nooit zo gelukkig te zijn geweest als in het heden. Of zoals iemand mij bekende "Vroeger mocht je zus niet zeggen en zo ook niet." Een ander vult ijverig aan dat tegenwoordig gelukkig alles mag. De persoon in kwestie was niet te stuiten in het geven van goeie raad en voorbeelden. "Ik zei het laatst nog tegen de baas van een grote bouvier die verhaal kwam halen, omdat ik z'n hond uitgescholden had voor 'zwarte rotzak'. Ik zeg nog 'man, maak van je hart geen moordkuil want er is toch geen plaats op de intensive care', maar ik voeg er abusievelijk 'zwarte klerelijer' aan toe, althans toen de drol die de hond gelegd had in mijn private perkje ter sprake kwam. Ik schrok er zelf van", aldus deze toevallige passant.
Het debat over de hondendrol zeurde door. Tot één van ons tot een opmerkelijk conclusie kwam. "Maar zeg nou es eerlijk, kon je zoiets flikken, pakweg een jaar geleden? Nee toch? Dan kreeg je een prent van de buurtagent wegens belediging en discriminatie van een hond met zwarte huidskleur, niet dan?"

Zo zie je maar. Als volk, als natie van één stam, gaan we vooruit. Niettemin, het besef van zonde blijkt toch diep te wortelen in het Nederlandse volkskarakter. Eén van de grote vaderlandse dichters, Bredero, gaf zich aan die zondeval over toen hij vier eeuwen geleden een gedicht schreef dat begon met de onvergetelijke woorden "Mijn sieltje schreyt, dat sucht en weent."*)
Kijk, dat is nou een typisch Hollands en eeuwenoud sonnetje. Wij doen wel slecht, maar willen goed. En dat maakt onze Hollandse normen en waarden ook zo uniek.
Want ik hoor het Bush onze goeie gelovige Bredero nog niet nazeggen wat volgde op het sieltje van zie boven: "Leert mij, O godt, mijn booze lust bestrijen en verweren."

Stekeltje

PS - En nou maar afwachten of na het kwartje van Kok ook het centje van Drees voor verdwijning in aanmerking komt.
*) De 'z' van zwamneus, zwartkijker, zwelgpartij, zwijgrecht of zwijnenstal zat toen nog niet in het alfabet, vandaar de gebruikte 's'.