nr. 110
nov 2002

welkom
edities
inhoud

Solidariteit

Loonmatiging - bij vallende bladeren of bottende twijgen

Er moet iets te ruilen zijn

November 1982 was de geboortemaand van het Akkoord van Wassenaar en het blad Solidariteit. Twintig jaar later is de loonmatiging opnieuw even actueel als de behoefte aan een strijdbare vakbeweging. Verweesde ministers als De Geus en Hoogervorst praten hun voorgangers na: 'loonmatiging is nodig voor de versterking van de internationale concurrentiepositie'. Kok adviseert De Waal: "Net als toen moet er iets uit te ruilen zijn. Elk van de drie partijen vult het belang van Nederland toch weer op zijn eigen wijze in."(NRC Handelsblad, 2 en 3 november 2002)

Over de strijdbare vakbeweging hebben we het maar even niet, wel zijn een paar uitspraken bij elkaar gebracht over de zinloosheid van de loonmatiging.

* Na vastgesteld te hebben dat de regering Balkenende met onder meer loonmatiging en werkloosheidsgroei de economische neergang verdiept, ging econoom Robert Went tijdens het Amsterdamse vakbondscafé van 27 september jongstleden in op het waarom van dit beleid:

"Alle kaarten zijn gezet op uitbreiding van de export en daarvoor wordt matiging van de lonen nodig geacht. Om dat voor elkaar te krijgen, wordt de redenering gevolgd van 'hoe slechter het gaat, des te groter de kans op loonmatiging'. Dat kan door een hogere werkloosheid, want die verzwakt de positie van de vakbonden en werknemers. Zo wordt ook het schrappen in de gesubsidieerde arbeid duidelijk en het weer solliciteren van ouderen."

* De economen Alfred Kleinknecht en Ro Naastepad bestrijden in het blad Economisch Statistische Berichten (6 september 2002) dat loonmatiging goed is voor de export:

"De Nederlandse exportoverschotten zijn te danken aan het feit dat onze importen minder snel zijn gestegen dan onze exporten. Loonmatiging kan de vraag naar importgoederen gematigd hebben."

In een onderzoek naar de ontwikkeling van de arbeidskosten van Nederlandse bedrijven in vergelijking met de belangrijkste concurrenten komen ze tot de volgende conclusie:

"Loonmatiging leidt (...) tot een vicieuze cirkel van daling van de productiviteitsgroei, verlies van concurrentiekracht door a) erosie [slijtage] van kostenvoordeel en b) verlies van technologische voorsprong gevolgd door een roep om nog meer loonmatiging en lastenverlichting."

Zij houden een nadrukkelijk pleidooi voor investeringen in onderwijs en publieke kennisinfrastructuur en vlottere invoering van arbeidsbesparende technologie en arbeidstijdverkorting. "Nederland moet aantrekkelijk zijn door interessante kennisnetwerken, niet door sociale dumping."

* In het rapport Education at a glance 2002 van de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (oktober 2002) zijn over het onderwijs in Nederland twee verontrustende gegevens over de uitgaven te lezen:

a. Ze zijn in verhouding lager dan in de negentien belangrijkste industrielanden.

b. Ze blijven slechts op peil door de verhoging van de private uitgaven van ouders en studenten (lesgeld, collegegeld, boekengeld en dergelijke).

Onderwijsuitgaven als percentage van het bruto binnenlands product
1995 1999
overheid privaat totaal overheid privaat totaal
Nederland 4,6 0,1 4,7 4,3 0,4 4,7
OESO 19 5,2 0,5 5,7 5,1 0,5 5,6

* Zelfs directeuren van exporterende bedrijven zetten vraagtekens bij de stelling dat hun concurrentiekracht wordt aangetast door de hoge loonkosten. Het Financieele Dagblad van 20 september 2002 laat hen aan het woord.

- J. Aalberts van Aalberts Industries - 60 procent van de Nederlandse omzet komt uit de export: "Het probleem zit niet in de lichte loonstijgingen. Doe liever iets aan de inflatie. Als de Nederlandse export terugloopt, ligt dat eerder aan een verminderde vraag door de economische teruggang in Europa, dan aan hogere loonkosten en een verminderde arbeidsproductiviteit. Het zit niet in de lonen of loonmatiging."

- J. Reintjes van Nefit Nederland - 60 procent van de totale omzet wordt uit de export gehaald: "Loonmatiging ter versterking van de exportpositie is een marginaal instrument, aangezien onze loonkosten nog geen 10 procent belopen. Voor succes in het buitenland zijn wij meer geholpen met gerichte innovatiesubsidies."

* Onder de kop "Geef geld" en de aankondiging op de voorpagina "Het loonoffer is terug" geeft Bondgenoten Magazine (november 2002), een advies in een checklist. "Een loonoffer kan, vindt de bond, maar loop eerst dit lijstje langs:

  1. Vaar niet blind op de directie. Laat een externe adviseur naar de financiële situatie kijken.
  2. Onderzoek of er onder het personeel draagvlak is voor een loonoffer.
  3. Kijk eerst of er kan worden bezuinigd op de secundaire arbeidsvoorwaarden, als laptops, mobiele telefoons, auto's van de zaak.
  4. Laat het offer tijdelijk zijn. Na hooguit een jaar moet de oude situatie worden hersteld.
  5. Verlang wat terug. Meer zeggenschap bijvoorbeeld."

Redactie