nr. 110
nov 2002

welkom
edities
inhoud

Solidariteit

Stekeltjes

Legitimatiebewijs

Toen ik de afbeelding van het euroteken voor het eerst zag - nog voor het geld in omloop kwam - kreeg ik associaties met het lunapark. Die grote openluchtshows met attracties. Toen het leven nog leuk was en avontuurlijk. In de tijd dat de ergste ramp die je kon overkomen een val uit het reuzenrad was.

"Verrek", dacht ik meteen, "het lijkt sprekend op dat klauwtje van de kermis. Als je bij de kassa van de tent betaald had, ging de rem van die verzilverde klauw. Kreeg je twintig seconden om het horloge van de bodem te pakken. Lukte nooit. Op dat rot klauwtje ketste alles af.

Nog zoiets belachelijke.

Bij de uitreiking van een 65-plus pas werd me destijds voorgehouden dat ik er uiteraard niet mee in de Tweede Kamer zou komen, maar dat het voor de rest toch een uiterst betrouwbaar legitimatiebewijs is. Mooi niet, hoor. Nou loop ik de gemeentelijke instanties niet plat, maar door verhuizing van een onderhuurder was ik genoodzaakt de bevoegde instanties te verwittigen van dit feit.

Ik vervoegde me dus bij het stadsdeelkantoor, legde m'n pas - waarvan me bij de uitreiking verzekerd was dat het eenbij dieven zeer gewild legitimatiebewijs was en dat ik er zodoende bijzonder zuinig mee om moest gaan - op de balie. Maar de ambtenaar schoof het bewijs van mijn bestaan met een zekere weerzin terzijde en sprak van grote hoogte (vanwege de hoge kruk waarop hij gezeten was) de historische woorden: "Maar da's geen legitimatie", waarna het overheidswezen met beide handen op de balie steunde als een laat-Romeinse triomfator en raad vroeg aan een vrouwelijke collega.

Nou heb ik wel staaltjes gehoord en opgeslagen in m'n geheugen over de onbetrouwbare overheid, dus ik griste snel m'n 65-plus kaart weg terwijl ik eigenlijk rudimentair wilde reageren. Dat wil zeggen: meteen vloek en een zucht maar dan in omgekeerde volgorde, tot ik bijtijds de juiste woorden op een mededelingenbord zag: "Blijft immer beleefd en hoffelijk in uw uitingen." Dat herinnerde me aan een andere overheidsraad: "Doe niets, maar neem de dader(s) op in uw geheugen en blijf bij het slachtoffer." Die buitengewoon doordachte zinnen brachten me weer bij m'n positivisme. "Das kommt vom leven", schreef een filosoof eens in een andere tijd en in een ander land. En dat is waar. Want eerdere rancuneuze gedachten als: "Ach, barst vent en jij erbij, wijf", verdwenen en in plaats daarvan was ik in staat tot een zachte beschaafde stem: "Dank u wel meneer, mevrouw voor uw wijze opmerkingen, maar hoe ter wereld kan ik dan aantonen dat ik ben wie ik ben en dat ik al sinds 1972, dus in de vorige eeuw, al op het adres woon waar ik nu nog woon."

Ik had het hele betoog achterwege kunnen laten, want m'n stadgenoten in overheidsdienst aan de andere zijde van de balie antwoordden beiden en bijna tegelijk heel geringschattend: "Dat kan u niet, want u heeft geen geldig identiteitsbewijs." Ze namen een pauze en gooiden vervolgens hun allerlaatste troef eruit, namelijk dat ze genegen waren genoegen te nemen met een paspoort. En omdat ze blijkbaar in een jolige bui waren, zeiden ze "zelfs als die pas nog op het eiland Urk is uitgeschreven".

Nou, toen had ik het wel gehad.

Mijn paspoort is namelijk verlopen. En dus zat ik in de zorgen. Het is nou eenmaal een zwaar delict als je zonder geldig paspoort leeft. En hoe ik ook pleitte, dat ik m'n pas gaarne had willen vernieuwen, omdat ik mee wilde naar Florence, niks hielp. Ze gaven me een douw en trokken m'n bejaardenpas meteen in.

Stekeltje