|
nr. 110 nov 2002 |
Solidariteit
Buitenland - bemiddeling aan de Amerikaanse westkust is aan de gangOorlogssfeerTijdens de onderhandelingen over de CAO werden aan de westkust van de Verenigde Staten toch nog onverwacht de verhoudingen op scherp gezet. De ondernemers gingen 27 september 2002 over op een 'lock out', sloten de havens en stuurden 10.500 havenwerkers zonder recht op salaris naar huis.In 1996 werd na een intensieve speurtocht van headhunters de 56-jarige Joseph Miniace, afkomstig van Ford, tot voorzitter benoemd van de organisatie van havenondernemers, PMA (Pacific Maritime Association). Zijn opdracht was de PMA om te vormen tot een professionele, door managers geleide organisatie - dus niet meer door de plaatselijke ondernemers - die onvoorwaardelijk de confrontatie aan zou gaan met de vakbond van havenarbeiders, ILWU (International Longshore and Warehouse Union). Machtige bondNa zijn aanstelling trok hij kopstukken uit het bedrijfsleven aan en begon de lobby bij de lokale, provinciale en nationale overheid om steun te verwerven voor zijn ideeën om de havens aan de westkust te reorganiseren. Hij bezocht alle belangrijke reders en stuwadoors en overtuigde hen van de noodzaak de macht van de bond te breken. Bij de laatste twee CAO's waren de werkgevers er namelijk niet in geslaagd hun eisen binnen te halen, want de havenwerkers en hun bond zijn machtig met een organisatiegraad van bijna honderd procent. Volgens Miniace moesten de ondernemers begrijpen dat "if they are going to deal with power, they have to have their own power". Binnen de PMA zijn er tegenstellingen tussen de kapitaalsintensieve rederijen en de arbeidsintensieve stuwadoors. Vooral de rederijen hebben belang bij arbeidsrust, hun schepen moeten zo snel mogelijk weer varen om de strakke dienstregelingen te halen. Door de globalisering werden de Amerikaanse rederijen in de jaren negentig in hoog tempo overgenomen door buitenlandse multinationals. De havens groeiden. Een belangrijk deel van deze groei komt voor rekening van winkelketens als Wal-Mart en Target Corp. (de laatste heeft een omzet van 33 miljard euro). Door hun omvang en macht kunnen deze bedrijven de tarieven van de rederijen onder druk zetten en behoorlijke kortingen bedingen. Hetzelfde doen de rederijen bij de stuwadoors die dat alleen kunnen waarmaken als de kosten omlaag gaan en, via nieuwe technologieën, de arbeidsproductiviteit wordt opgevoerd. Hun belangrijkste kosten zijn de salarissen van de havenarbeiders, dus zoeken ze goedkopere arbeid in de ongeorganiseerde arbeidsreserve buiten de werkingssfeer van de bond. Het grote voorbeeld voor de PMA zijn de Europese en Aziatische havens waar de reorganisaties veel eerder zijn ingezet. De ILWU is overigens niet tegen nieuwe technologieën, maar eist dat de veranderde arbeidsplaatsen onder de invloed van de bond vallen. De ondernemers zijn daar faliekant tegen. Union bustingNa de lobby van Miniace zijn een invloedrijke groep anti-vakbondsmanagers (Labour Policy Association) en de Kamer van Koophandel druk doende de republikeinen over te halen de wetgeving te veranderen en de havenarbeiders onder de Railway Labour Act te brengen. Die wet geeft de overheid het recht bij arbeidsconflicten in te grijpen en van de ILWU te eisen zich op te delen in een aantal kleinere vakbonden. Na 11 september zag de PMA goede kansen om één van de sterkste Amerikaanse bonden buiten spel te zetten en opende de aanval. Inmiddels is een 'onafhankelijke' bemiddelaar aan de slag gegaan en ligt er over de invoering van de nieuwe technologieën een principeakkoord. Details hierover worden pas openbaar gemaakt als over alle punten overeenstemming is bereikt. Dat is nog niet het geval. Voorbeelden van niet opgeloste geschilpunten zijn: de benoeming van een bemiddelaar in de toekomst en de verbetering van sociale verzekeringen als tandartskosten, medische voorzieningen en pensioenen. De ILWU wil deze verbeteringen financieren uit "a piece of the pie" van de honderden miljoenen dollars die de werkgevers zullen verdienen aan de technologische vernieuwingen. Daarbij lijkt het er sterk op dat in de sfeer van 'war and union-busting' de bond het verlies aan arbeidsplaatsen geaccepteerd heeft onder de voorwaarde van een baangarantie voor de arbeiders die ontslagen zullen worden. Daarnaast is gekozen voor 'meer geld' en lijkt de geschiedenis van de jaren zestig zich te herhalen. Toen werd het verlies van werkgelegenheid bij de grootscheepse invoering van de containers aanvaard, na verhoging van de lonen en pensioenen. De parallel met de ontwikkelingen in de Rotterdamse en Amsterdamse haven is opvallend. Grootscheepse reorganisaties zijn doorgevoerd en veel werkgelegenheid is verdwenen. De vroegere ondernemersorganisaties (scheepvaartverenigingen) zijn opgedoekt en laten het werk aan professionals over. De sterke bond en relatief hoge lonen zijn aangepakt en 'ongeorganiseerde arbeid' rukt op. Ab de Wildt |