nr. 110
nov 2002

welkom
edities
inhoud

Solidariteit

Europees Sociaal Forum, Florence november 2002 - Euromarsen

Sociaal minimum in heel Europa

Het is alweer vijf jaar geleden dat de Euromarsen tegen werkloosheid, armoede en sociale uitsluiting in Amsterdam uitmondden in een demonstratie tegen de Europese neoliberale politiek. Begin november waren de Euromarsen aanwezig op het Europees Sociaal Forum (ESF) in Florence, met nog tientallen andere organisaties uit alle delen van Europa. Niet om "andermans bijeenkomst te verstoren, maar om zelf te discussiëren" zoals NRC Handelsblad 8 november jongstleden kopte.

De Nederlandse 'Euromarsers' hebben zich in een aantal discussies voorbereid op het ESF en richtten zich op inkomen, gedwongen tewerkstelling en precaire arbeid.

Alle welvaart telt

Het comité Euromarsen pleit voor een gegarandeerd sociaal minimum voor alle inwoners, dus ook voor illegalen. In alle Europese landen moet dat liggen op 50 procent van het bruto nationaal product per hoofd van de bevolking (bnp per capita). In afwijking tot veel andere voorstellen voor een sociaal minimum nemen zij àlle welvaart die in een land wordt geproduceerd als grondslag voor de berekening. Dus ook de winsten van bedrijven. Zo wordt voorkomen dat in landen waar de lonen gemiddeld genomen laag zijn, de mensen op een zeer laag sociaal minimum uitkomen, terwijl de bedrijven in dat gebied wèl van de lage lonen profiteren. De 50 procent van het bnp per capita is in Nederland nu ongeveer 1.094 euro per maand (in Luxemburg: 1.876 euro en in Griekenland 651 euro) en is een verhoging van ongeveer 15 procent ten opzichte van het in Nederland geldende sociaal minimum.

Andere organisaties, zoals de FNV, gaan uit van de inkomensverdeling in een land. Zij nemen een percentage (50 of 60 procent) van het mediaaninkomen. De mediaan is een statistisch begrip; van elke honderd inkomenstrekkers ontvangen er vijftig minder en vijftig meer dan dit bedrag. Het voorstel van de FNV komt bovendien uit op een lager sociaal minimum inkomen.

Naast inkomen is de problematiek van 'workfare' en 'precaire arbeid' een terugkerend punt op de agenda van de Euromarsen en de Assemblee van Uitgeslotenen. Werkgelegenheidsprogramma's worden steeds dwingender. Baanlozen worden gedwongen werk te accepteren tegen slechte arbeidsvoorwaarden en arbeidsomstandigheden. De Euromarsen stellen zich op het standpunt dat de huidige programma's in de eerste plaats gericht zijn op disciplinering, op beheersing van de armen en baanlozen. Zij worden gedwongen te concurreren om de slecht betaalde, flexibele banen. In Europees verband beconcurreren landen elkaar door afschaffing van het wettelijk minimumloon en bezuinigingen op de sociale zekerheid. Een Europees sociaal minimum op een zelfde grondslag kan die neerwaartse spiraal stoppen.

Precaire arbeid

Behalve een gegarandeerd basisinkomen moeten er grenzen gesteld worden aan de 'precarisering' van de arbeid. Als gevolg van flexibilisering en deregulering is de positie van werknemers steeds onzekerder, steeds hachelijker geworden. Vooral nieuwkomers op de arbeidsmarkt, migranten, vrouwen en jongeren hebben hier last van. Nog steeds blijken vrouwen en migranten fors minder te verdienen dan witte mannen. De Euromarsen willen een einde maken aan bestaansonzekerheid en ongelijkheid door:

  • de afschaffing van het minimum jeugdloon,
  • gelijk loon voor gelijk werk,
  • de zwaarste lasten op de sterkste schouders,
  • een helder en gewaardeerd onderscheid tussen werktijd en vrije tijd,
  • open grenzen.

Marie-Louise Sanders
(samenvatting teksten Nederlands Comité Euromarsen)