|
nr. 110 nov 2002 |
Solidariteit
Arbeidsstress en de Europese vakbewegingVoorbij lichamelijke en geestelijke grenzenBijna een derde van de Europese werknemers en werkneemsters meldt last te hebben van arbeidsstress. Dat zijn veertig miljoen mensen. Een voorzichtige raming geeft aan dat hiermee jaarlijks een bedrag van twintig miljard euro gemoeid is. Mede vanwege deze enorme kosten stond dit jaar - medio oktober - de "Europese week van veiligheid en gezondheid op het werk" in het teken van psychosociale arbeidsrisico's, met bijzondere aandacht voor stress op de arbeidsplaats. De organisatie was in handen van een in Bilbao gevestigd Agentschap van de Europese Unie dat tripartiet is samengesteld en streeft naar gezondere en productievere werkplekken.Vlak voor deze Europese week maakte het Bureau Beroepsziekten FNV bekend dat een ondernemer eieren voor zijn geld had gekozen en de rechtsaansprakelijkheid voor de burnout van een werkneemster met een bedrag van 80.000 euro had afgekocht. VNO-NCW reageerde prompt met "de heksenjacht is geopend". Een vooraanstaand klinisch psycholoog vond een burnout zo'n ingewikkeld 'biologisch psychosociaal' verschijnsel dat aanleg, opvoeding, voeding, enzovoort minstens zo verantwoordelijk gesteld moeten worden als de arbeidssituatie. De ondernemer had er, volgens hem, verstandig aan gedaan zijn portemonnee gesloten te houden. Stichting Pandora die zich onder meer bezighoudt met de verbetering van de positie van (ex-)psychiatrische patiënten, was positief over de erkenning dat slechte arbeidsomstandigheden kunnen leiden tot ernstige psychische klachten. Ze liet zich echter kritisch uit over de oprukkende 'claimcultuur' die de oorzaken van de klachten buiten beschouwing laat. Het Bureau Beroepsziekten verwacht door de uitkleding van de WAO een toename van het toch al groeiend aantal claims op schadevergoedingen. Pikant is dat het mede door de FNV gesloten akkoord in de SER de 'psychische gronden' als diagnose van arbeidsongeschiktheid vrijwel geheel uitsluit. Europese NieuwsbriefWe hebben het met deze gezondheidsschade door de arbeid dus over een brandende kwestie, nationaal en internationaal. Het Technisch Bureau voor Gezondheid en Veiligheid van de Europese vakbeweging (TUTB) bracht dan ook afgelopen september een speciaal nummer uit - Stress at Work - van zijn drie keer per jaar verschijnende Nieuwsbrief. Dit zeer informatieve nummer behandelt vijf onderwerpen:
Uit de meeste landen in West en Noord Europa zijn door 'professionals' bijdragen geleverd. Het verschil in benadering en accent lijkt karakteristiek en zijn we eerder tegenkomen in het Europees Netwerk tegen Arbeidsrisico's. In Groot-Brittannië spelen 'vakbondsvertegenwoordigers veiligheid en gezondheid' op het niveau van het bedrijf een belangrijke rol. Het aantal keren dat zij schadevergoedingen van een ondernemer eisten wegens arbeidsstress is toegenomen van 459 in 1997 naar 6.428 in 2000. In de Scandinavische landen valt de samenwerking tussen wetenschappers en werknemers op en de grote aandacht voor systematische signalering van stress in de verschillende sectoren via meer (onderzoek) en minder (gebruik op werkvloer) uitvoerige vragenlijsten. In Frankrijk is sprake van een sterk ontwikkelde sociaal-medische benadering en onderzoek naar het verband tussen stress en schade aan het bewegingsapparaat. In toegankelijke schema's worden bronnen (werktempo) en symptomen (verhoogde bloeddruk) van stress verbonden aan fysieke en psychische ziektebeelden (en uiteraard hun onderlinge relaties). De Nederlandse bijdrage bestaat uit een keurig overzicht van onderzoeksresultaten, kosten, wetgeving, overheidsactiviteiten, vragenlijsten en aanbevelingen onder de titel "Managing job stress". Eén van de aanbevelingen richt zich op de aandacht in de arbeidsomstandighedenwet voor de 'psychosociale' kenmerken van het werk als de taakinhoud en de sociale relaties op de werkplek. MankementenIn de Nieuwsbrief staan verschillende omschrijvingen van arbeidsstress. Ze zijn gelijkluidend in de toeschrijving van de schadelijk effecten aan de fysieke en psychische druk die uitgaat van de inhoud, de organisatie en de omstandigheden van het werk. Bovendien geven ze aan dat de werknemers niet of onvoldoende in staat zijn zich tegen deze gezondheidsschade te verweren. Ondanks deze eenstemmigheid kent bijvoorbeeld de aanpak van de Europese Commissie twee mankementen die we ook elders regelmatig tegenkomen. Ten eerste, de individualisering van de opgelopen gezondheidsproblemen met de daaraan verbonden remedies als persoonlijk 'stress- en gezondheidsmanagement', fitheidprogramma's en ontspanningsoefeningen (in het blad De Zaak van de kleinere ondernemer, oktober 2002: "Een kwartiertje stoelmassage laat uw werknemers totaal ontspannen en kan gewoon op de werkplek worden gegeven!"). Ten tweede, het onderscheid tussen positieve ('vecht') en negatieve ('vlucht') stress, waarmee de schade gezien wordt als het resultaat van een mislukte aanpassing aan de in het werk gestelde eisen. Een benadering die de individualisering in de hand werkt en gepopulariseerd is in de dagelijks te horen dooddoener van de 'uitdaging'. In de remedie gaat het dan om een verbeterde aanpassing van de werknemers en niet om een verbetering van de kwaliteit van de arbeid. Maar zelfs als dit onderscheid en daarmee het bestaan van 'goede stress' - hoge graad van 'opwinding' die tot een even hoge graad van bevrediging leidt, waardoor het gevecht wordt gewonnen - zou worden overgenomen, is de voortduring van een dergelijke 'staat van leven' een uitgesproken stressbron. Om die reden zouden juist de 'goede' werknemers zeer gevoelig zijn voor stress of burnout en een goede ondernemer moet hen dan ook tegen deze overijverigheid in bescherming nemen. Ze zijn helaas te lang doorgegaan met wat in wezen van hen verwacht wordt. Deze twee valkuilen van 'even bijtanken' en 'gezonde stress' (het permanente deadlinegevoel, surfen op de adrenaline) verhullen dat het hedendaagse management voortdurend op zoek is naar de grenzen van wat lichamelijk en geestelijk opgebracht kan worden. Niet om die grenzen te respecteren, maar om ze langzaam en systematisch te kunnen overschrijden. VacuümEn daarmee raken we het euvel van de Nieuwsbrief die - het zij herhaald - zeer de moeite waard is. Het management en zijn strategieën blijven in die zin onbesproken dat ze nauwelijks een probleem lijken te vormen. Nog sterker gaat dit op voor de concurrentiedwang van het hedendaagse kapitalisme - scherper, meer internationaal en minder beteugeld door staat en vakbeweging. Het heeft er veel van weg dat het hoge arbeidstempo, de magere personeelsbezetting, het onzekere werk, de just in time productie, de druk om over te werken en de overladen verantwoordelijkheid anoniem aangedreven worden en zich voltrekken in een economisch vacuüm. Dat is jammer, want de dertien artikelen geven gezamenlijk een helder beeld van de organisatie van de arbeid en de versnelde veranderingen daarin. Even helder is de constatering dat algemeen gesproken de Europese vakbonden onvoldoende toegerust zijn om deze herstructurering, die gepaard gaat met verscherpte controle op het arbeidsgedrag en uitholling van sociale rechten, waardigheid en solidariteit, tegen te gaan. Om daarin verandering te brengen worden drie soorten strategieën besproken. 1. Uitbreiding van de kennis bij functionarissen en leden. 2. Ontwikkeling van een Europees programma om de signalering en voorkoming van arbeidsstress te verbeteren; meer bindend voor de bonden en meer toegespitst op de praktijk. 3. Vergroting van de zeggenschap over de organisatie van de arbeid door de vakbondsvertegenwoordigers die zich met gezondheid en veiligheid bezighouden. Deze strategieën kunnen leiden tot een versterking van het vakbondswerk op de plek waar de arbeidsstress tot uitdrukking komt; onafhankelijk op basis van werknemersbelangen. Deze keuze wordt echter niet gemaakt, veel geloof wordt gehecht aan de mogelijke samenwerking met het management (gezonder en productiever, win-win) die ingebed is in een sociale dialoog gericht op nationale en Europese wetgeving. Het herhaald pleidooi voor preventieve wetgeving komt wat in de lucht te hangen door de constatering dat de controle op de naleving zwak ontwikkeld is. Compromissen op papier lopen snel stuk op de alledaagse praktijk van machtsverhoudingen. PreventieInteressant is hoe het verbale (pesten) en sociale (intimidatie en seksisme) geweld op de arbeidsplaats in relatie wordt gebracht met arbeidsstress. Onderzoek laat zien dat deze vormen van geweld meer voorkomen bij onderbezette afdelingen, precaire arbeidscontracten, hoge werkdruk en 'ouderwetse' drilverhoudingen. De conclusie daaruit is dat beschermende en corrigerende wetgeving ondersteund zal moeten worden door ingrijpende veranderingen in de arbeidsdeling en de arbeidsverhoudingen. Dit betekent ook dat veel minder de nadruk gelegd moet worden op individuele gedragsverandering en de relatie tussen twee mensen op een werkplek. Gepleit wordt voor aandacht voor algemene kenmerken van de loonarbeid - als onderschikking, vernedering en toezicht - die 'mannelijke' en 'witte' dominantie bevorderen of instandhouden. Het aantrekkelijke van de Franse benadering is dat op een concrete manier tegenwicht wordt gegeven aan de platte, maar populaire diagnose dat arbeidsstress onzichtbaar 'tussen de oren' huist. Aan de hand van onderzoek wordt aangetoond dat de stressreactie zich samenhangend en gelijktijdig manifesteert in het spier- en zenuwstelsel, het hormonale en het afweersysteem. Elkaar beïnvloedend zijn op elk van deze gebieden symptomen in kaart te brengen. Bijvoorbeeld een verhoogde spierspanning en bloeddruk, afgenomen concentratie, somberheid, onevenwichtigheid, borst- en rugpijn en verhoogde kwetsbaarheid. Wezenlijk in deze benadering is de voortdurende verbinding van deze klachten aan de organisatie van de arbeid en de verhoudingen in de arbeidsorganisatie. Daarop zal de preventie die in de Nieuwsbrief centraal staat, zich moeten richten. Hans Boot Special Issue Stress at Work, European Trade Union Technical Bureau for Health and Safety, september 2002, 60 pagina's. Boulevard du Roi Albert II 5 bte 5, B-1210 Brussel. Telefoon: 00 32 2 2240560. E-mail: tutb@etuc.org - http://www.etuc.org/tutb |