nr. 111
feb 2003

welkom
edities
inhoud

Solidariteit

Stekeltjes

Oorlog en vrede

Op een bitterkoude avond en tijdens het verspreiden van een verkiezingsmanifest gebeurde het dat m'n oog viel op een afvalcontainer waar in een plastic tasje een aantal boeken zomaar op straat stond. Nou ben ik gek op gevonden lectuur. Het bleek bij nadere inspectie een rijke buit; vijf delen gedrukt bij de koninklijke Van Mande BV in Lelystad, waarvan de titel mij sowieso al veel leesplezier beloofde, namelijk "Nederlandse Wetgeving voor de Politie".

Ik verheugde me op het lezen en knoopte m'n hoofddoekje vanwege de kou wat vaster om m'n strot vanwege de kou en om herkenning uit te sluiten.

De kloekheid van het naslagwerk was me al opgevallen tijdens het sjouwen, maar thuisgekomen merkte ik dat ook het binnenwerk voorzien was van een prachtige ruime bladspiegel. En mijn conclusie "goed voor aantekeningen", trok ik al voor ik één letter gelezen had.

Ik legde m'n eigen boek - in dit geval de Ethica van ene Spinoza dat ik sinds kort van de hoogste plank had gehaald, omdat ik een beetje in de war was van al die nieuwe normen en waarden - terzijde, en begon te lezen op pagina 485 van het eerste deel over de Oorlogswet voor Nederland.

Ik besloot me intensief in de stof te begeven en bedacht dus eigenmachtig dat het eiland Rottum plotseling oorlogsgebied geworden was. Uit die oorlogswet bleek dat in zo'n situatie onmiddellijk de staat van beleg ingesteld moet worden. Logisch dus. Maar wat eenvoudig lijkt, is dat niet. Wat er allemaal niet voor komt kijken als de Amerikanen met hun flottieljes landen op Rottum. Allereerst is het volgens het boek zeer wel mogelijk dat na zo'n invasie de verbinding tussen regering en betreffend gebied verbroken is, zodat Rottum op zichzelf aangewezen is.

Wie wordt in zo'n situatie dan de baas?

Het antwoord is in onze democratie voor de hand liggend, namelijk "de hoogst aldaar aanwezige militaire autoriteit".

Dan kan je als gewoon mens, zonder militaire ervaring maar wel met een redelijke kampeerervaring op de Wadden, je afvragen: wie is dan de hoogst aangewezen persoon op de enclave Rottumeroog. Is het de directeur van de zuivelfabriek op het vasteland, de met de laatste veerboot aangekomen yup uit het westen, de strandjutter of de vogelwacht?

Wie het weet, moet me bellen.

Intussen is na het afkondigen van de bovengenoemde Staat van Beleg van het waanzinnig mooie eiland (volgens het boek) de Staten Generaal bijeengeweest. Daar moet worden vastgesteld of wel voldaan is aan alle regels omtrent het nationale patroon van normen en waarden. Is bijvoorbeeld ALVORENS de Staat van Beleg uit te roepen in het gebied gecontroleerd of de al veel eerder ingestelde "toestand van verhoogde waakzaamheid" van het laatste vakantieseizoen wel statutair beëindigd is?! Daar wordt over gesteggeld, daar kan je de klok op gelijk zetten.

Kan je nagaan wat er allemaal komt kijken voor er sprake is van oorlog.

Buitenstaanders of non-militairen denken er maar makkelijk over. Multatuli merkte het nota bene in mijn tijd al op, dat er voor de krijg begint heel wat omgaat in de grutterij.

Weet je wat ik ook zo gek vind? Dat internering ingevolge artikel 24 van de Wet Buitengewone Bevoegdheden Burgerlijk Gezag alsdan beschouwd wordt als internering ingevolge artikel 57 van deze wet. Ik heb me rot gezocht naar die tussenliggende nummers. Bel de BB maar, raadde m'n oudste zoon me ietwat schamper aan. Deze ex-dienstplichtige had mooi niet in de gaten hoe die toestand rond de internering me van streek maakte. Over normen en waarden gesproken. Scherpschutter was-ie. Dat had-ie daar geleerd. En ik maar tobben over het raadsel dat na internering volgens artikel 24a-b en sub, nog eens 33 regelingen nodig zijn om "internering in tijd van oorlog" duidelijk te maken. Het is me nogal wat zeg.

Enkele regelingen zijn logisch, zoals bijvoorbeeld dat het militair gezag bevoegd is "elk aan vervoer of inrichting van verre berichtgeving toevertrouwd stuk in beslag te nemen", plus afluisteren (art. 46a), vergader- en verspreidverbod en dat het afgelopen is met "vervoer en bezorging van lijken" (art. 47).

Maar veel mag ook wel. Bijvoorbeeld: verplaatsing van de bevolking, ontruiming van gebieden. Officieren mogen alles krachtens de Inkwartieringswet. Ik heb dagenlang gestudeerd om al die wetsartikelen in m'n kop te krijgen.

Op het laatst had ik er zware koppijn van en kon ik maar één ding bedenken "In godsnaam, werd het maar oorlog".

Dan kunnen we tenminste beoordelen of we wel aan alles gedacht hebben, kunnen we in gerede alles na-tsjekken.

We zijn als mensen toch zeker weerloos. Het laatste heb ik er trouwens bij elke nieuwjaarswens apart bijgeschreven. Zodat al m'n vrienden weten dat ik - als steeds - alert ben. Net als generaal Winkelman indertijd. Of ex-minister Van der Stoel die op z'n zesentachtigste toch mooi weet dat Bush een rechtschapen man en dus voor oorlog is.

Stekeltje